De ‘groenen’ in de Russische burgeroorlog

De derde kracht
/
10 minuten leestijd
Leden van een ‘groene’ boerenmilitie. Bron: RTH Real Time History
Leden van een ‘groene’ boerenmilitie. Bron: RTH Real Time History

Zo’n honderd jaar geleden brak in de Russische provincies Tambov en Voronezj een anticommunistische boerenopstand uit die gezien wordt als het hoogtepunt van de zogenaamde ‘groene beweging’. Een kijk op een vergeten strekking die de links-rechtstegenstellingen oversteeg en vandaag wellicht zou worden weggezet als ‘plattelandspopulisme’.

De Russische burgeroorlog die uitbrak na de bolsjewistische staatsgreep van oktober 1917 wordt vaak simpelweg gezien als een oorlog tussen de aanhangers van het nieuwe sovjet-bewind (de krasniye of ‘roden’) die een radicaal-nieuwe maatschappelijke orde wilden creëren, en tsaristische generaals die de oude monarchistische orde wilden herstellen (de byeliye of ‘witten’). Onder zowel roden als witten bestonden echter verschillende fracties en strekkingen. En dan waren er ook nog tal van andere partijen, waaronder de zogenaamde zelyonniye of ‘groenen’.

Vandaag roept de term ‘de groenen’ doorgaans een associatie op met klimaatactivisten en politiek groen-links. In het woelige en chaotische Rusland van een eeuw terug verwees ze naar iets heel anders: een amalgaam van lokale antisovjet-verzetsgroepen en zelfbesturende gebieden onder boeren die zich om erg uiteenlopende redenen niet wilden aansluiten bij het witte-monarchistische verzet.

Onderduikers

Wat de groene beweging ging heten, ontstond in het najaar van 1918 in Belarus en het noorden van Oekraïne onder plattelanders die zich in de bossen hadden verschuild – volgens sommige historici komt daar de bijnaam ‘groenen’ vandaan – voor de rode terreur en gedwongen mobilisaties door het sovjet-bolsjewistische leger. Van daaruit begonnen ze een guerrillastrijd. In sommige streken vochten ze ook tegen de witten als die lokale mannen onder dwang in hun rangen wilden inlijven en voedsel, paarden en andere hulpmiddelen kwamen confisqueren. In talrijke dorpen hadden boeren na de vlucht van hun landheren en het wegvallen van het formele staatsgezag echter ook het heft in eigen handen genomen. Ze zetten lokale besturen en rechtspraak op en organiseerden burgerwachten om hun gemeenschappen, akkers en vee te beschermen.

Affiche uit de jaren 1920 die het wanbeheer en de verloedering in de door de communisten gecontroleerde boerendorpen hekelt. Bron: История пропаганды
Affiche uit de jaren 1920 die het wanbeheer en de verloedering in de door de communisten gecontroleerde boerendorpen hekelt. Bron: История пропаганды

De groenen – die ook wel eens de ‘derde kracht’ in de Russische burgeroorlog worden genoemd – kregen versterking van deserteurs uit de rode en witte legers die naar hun geboortestreek waren teruggekeerd om hun dorpen, gezinnen en verwanten te beschermen. Er doken al snel gelijkaardige groepen op in meer centrale provincies van het vruchtbare zwarte aardegebied als Toela en vooral Tambov en Voronezj. De groene bewegingen waren meestal erg lokaal georganiseerd, versnipperd en stonden, op enkele pogingen na, ook niet onder één politiek-militaire organisatie. Veel groepen die onder de noemer ‘groenen’ werden geplaatst noemden zichzelf ook niet zo.

Ze hadden echter gemeenschappelijke kenmerken. De meeste groene, anticommunistische boeren wilden niet per se het herstel van het oude bewind en van het grootgrondbezit. Ze wilden wel degelijk landhervormingen, een billijkere grondverdeling en volkinspraak – maar dan wel in lijn met hun lokale instellingen en tradities. Die omvatten overigens vaak oude stelsels van gemeenschappelijk landbeheer, herverdeling en sociale ondersteuning. Ze weerden zich tegen de bolsjewistische confiscaties van land, vee en oogsten onder het mom van ‘proletarische nationalisering’.

Zicht op Kirsanov in de jaren 1900. Dit stadje in de provincie Tambov was één van de epicentra van de groene opstand in het gebied.
Zicht op Kirsanov in de jaren 1900. Dit stadje in de provincie Tambov was één van de epicentra van de groene opstand in het gebied.

Integraal zelfbestuur

Ze kwamen ook in opstand tegen de vernieling van orthodoxe kerken en kloosters en de vervolgingen van de priesters en de gelovigen en tegen de bolsjewistische druk om in communes en staatsboerderijen te gaan leven. Velen zagen dat als nieuw lijfeigenschap, deze keer onder de staat en rode activisten die niets snapten van – of niets gaven om – de gebruiken, praktijken en ingesteldheid op het platteland. De groene opstand wortelde in een wereldbeeld van de boeren dat in de achttiende en vooral in de loop van de negentiende eeuw vorm had gekregen.

“Abstracte begrippen als ‘mensenrechten’ en ‘burgerrechten’ zegden een Russische boer niets”

…stelde de Franse Ruslandhistoricus Jean-Louis van Regenmorter in een treffende beschrijving van die kijk op de wereld.

Groep soldaten, niet zelden aanhangers van de links-agrarische Sociaal-Revolutionaire Partij en gedesillusioneerde strijders uit het sovjet-bolsjewistische leger, die de rangen van het groene boerenverzet hebben vervoegd. Bron: RTH Real Time History
Groep soldaten, niet zelden aanhangers van de links-agrarische Sociaal-Revolutionaire Partij en gedesillusioneerde strijders uit het sovjet-bolsjewistische leger, die de rangen van het groene boerenverzet hebben vervoegd. Bron: RTH Real Time History
“‘Vrijheid’ betekende voor de moezjiek vooral: voldoende land bezitten om met zijn familie van te leven zonder afhankelijk te zijn van wie dan ook. Hij had dus het marxisme niet nodig om het onderscheid te maken tussen formele en reële vrijheid. In het wereldbeeld van de boer was land geen koopwaar maar een geschenk van God dat door de tsaar ter beschikking moest worden gesteld van hen die het bewerkten.” “Een andere seculiere aspiratie van de moezjiek was integraal zelfbestuur”, vervolgde Van Regenmorter.

“De boer zag de staatsadministratie vooral als een onderdrukkingsmiddel van landheren en bureaucraten. De enige legitieme autoriteiten waren God en de tsaar. ‘Emancipatie’ betekende dat dorpsraden soeverein moesten worden en recht zouden spreken, niet op grond van wat ‘wettelijk’ is maar van wat ‘juist’ en ‘rechtvaardig’ is.”

Straatzicht in een buitenwijk van Tambov, jaren 1900.
Straatzicht in een buitenwijk van Tambov, jaren 1900.

Opkomen voor levenswijze

Kortom, ze kwamen in opstand tegen wat ze terecht aanzagen als een grootscheepse aanval op hun levenswijze en tradities door revolutionairen en geobsedeerde progressieven die hun minachting voor de ‘achterlijkheid’ van de meer traditionalistische plattelanders meestal niet onder stoelen of banken staken. De bolsjewieken en het sovjet-bewind mochten zich dan wel opwerpen als de voorvechters van de arbeiders én de boeren, maar “in de praktijk”, schreef de Duitse historicus Martin Krispin…

“…was hun houding tegenover de boeren er vaak één van wantrouwen en minachting. Die waren geworteld in een marxistische verheerlijking van de stedelijke proletariër en van de stad als rationeel en modernistisch toekomstmodel, (…) maar ook in een overtuiging dat er in elke boer een kleine kapitalist schuilt.”

Communistische propaganda-affiche uit het begin van de jaren 1920
Communistische propaganda-affiche uit het begin van de jaren 1920 met een karikatuur van de gezette koelak-herenboer als onverbeterlijke uitbuiter en speculant. Hoewel er tijdens de burgeroorlog natuurlijk voedselspeculanten en profiteurs waren, was de communistische fixatie op ‘koelakken’ vooral een symptoom van een diep wantrouwen tegenover het ‘achterlijke’ en ‘reactionaire’ platteland. Bron: Российское историческое общество
Hoewel een aantal historici dit betwisten, was de groene beweging in wezen het Russische equivalent van de opstand in de west-Franse Vendée-regio (1793-96) tegen het Franse revolutionaire bewind en van de Boerenkrijg (1798) in Frankrijks Belgische departementen en in Luxemburg. Ook al speelden edelen, geestelijken en aanhangers van het ancien régime een rol in die bewegingen, het waren vooral volkse rebellieën tegen de drammerige en ontwrichtende hervormingen en de rabiate antiklerikale politiek van het Franse jakobijns-revolutionaire bewind ‒ waar de bolsjewieken meer dan honderd jaar later overigens door geïnspireerd waren.

Lokale bondgenootschappen

Wat soms ook tot de groene strekking gerekend wordt, zijn het anarchistische Zwarte Leger en de anarchistische republiek van Hoeliapol die van het najaar van 1918 tot augustus 1921 in het zuiden van Oekraïne actief waren. Haar leiders en ideologen zagen in de samenlevingsvormen van de zuid-Oekraïense kozakken en boerengemeenschappen de kiemen van een anarchistische maatschappij en probeerden hen, met erg wisselende bijval, warm te maken voor het oprichten van libertarische communes. Maar hoewel zij soms lokale bondgenootschappen aangingen met ‘groene’ rebellen, vormde het een aparte beweging.

In de zomermaanden van 1920 verschoof het zwaartepunt van de groene opstand naar andere gebieden zoals het westen van Siberië en Tambov ten zuiden van Moskou. Na de bolsjewistische machtsovername en de uitbraak van de burgeroorlog was de provincie Tambov, die in het vruchtbare zwarte aardegebied is gesitueerd en in 1914 zo’n 3,5 miljoen inwoners telde, een productieve landbouwregio gebleven. In 1918 en 1919 was er ook in Tambov plaatselijk boerenverzet uitgebroken tegen onpopulaire maatregelen door de roden. Lokale bolsjewistische ‘armoedecomités’ stookten janhagel en lompenproletariaat op tegen de boeren die het wat beter hadden.

Kaart van de voornaamste gebieden ‒ in het lichtgroen ‒ waar de ‘groene’ bewegingen actief waren. Het lichtgrijs-gekleurde gedeelte is het vruchtbare zwarte aardegebied en landbouwhart van Eurazië. De vlag linksonder is de vlag van de groene opstand van Tambov
Kaart van de voornaamste gebieden ‒ in het lichtgroen ‒ waar de ‘groene’ bewegingen actief waren. Het lichtgrijs-gekleurde gedeelte is het vruchtbare zwarte aardegebied en landbouwhart van Eurazië. De vlag linksonder is de vlag van de groene opstand van Tambov – Kaart door Bruno De Cordier

‘Noch sovjets, noch internationaal grootkapitaal!’

In augustus 1920 mondde een samenloop van droogte, een tegenvallende graanoogst, nieuwe opvorderingen van graan en van eigendommen en de gedwongen inlijving van boeren in communistische arbeidsbrigades uit in een grootschalige anticommunistische opstand. Die begon in het dorp Kamenka, toen moe-getergde boeren een rode confiscatiebrigade lynchten. Tegen het najaar sloeg de onrust over op de provincie Voronezj en delen van andere naburige provincies. De groene opstand van 1920 – in het Russisch ook gekend als de antonovsjtsjina, naar de leider van de groep officieren die de leiding nam – verschilde echter van die in Belarus en Oekraïne.

De uit Kirsanov afkomstige politiechef en sociaalrevolutionair Alexander Stepanovitsj Antonov (1889-1922), één van de voornaamste leiders van de groene opstand in de provincie Tambov, die overigens naar hem is genoemd. Na het neerslaan van de opstand dook Antonov een jaar lang onder, voor hij in juni 1922 werd neergeschoten tijdens een arrestatiepoging.
De uit Kirsanov afkomstige politiechef en sociaalrevolutionair Alexander Stepanovitsj Antonov (1889-1922), één van de voornaamste leiders van de groene opstand in de provincie Tambov, die overigens naar hem is genoemd. Na het neerslaan van de opstand dook Antonov een jaar lang onder, voor hij in juni 1922 werd neergeschoten tijdens een arrestatiepoging. Bron: Государственная публичная историческая библиотека России
De rebellen kregen ditmaal steun van overgelopen rode soldaten en officieren en een aantal stadsintellectuelen die gedesillusioneerd waren geraakt in de bolsjewieken en het nieuwe sovjet-bewind. Het voortouw in de pogingen om de opstand om te turnen tot een heuse politieke beweging werd vooral genomen door aanhangers van de Sociaal-Revolutionaire Partij – kortweg ‘SR’, vandaar hun Russische bijnaam eseri. De sociaalrevolutionairen – die zowel leninistisch bolsjewisme als internationaal grootkapitaal verwierpen – zagen in de boeren en het platteland veel meer dan in het stedelijke proletariaat de ware belichaming van het volk en de volksgeest. Ze wilden dan ook een aantal socialistische idealen ‘enten’ op de traditionalistische instellingen en gebruiken van de plattelandsbevolking.

Rode wraak

Er werd een politieke koepel – de Boerenarbeiders-Unie – gevormd die de vele lokale comités en groene milities probeerde te groeperen onder een gemeenschappelijke politieke agenda. De opstandelingen – wiens leger in de provincie Tambov op zijn hoogtepunt zo’n twintigduizend manschappen telde met vermoedelijk nog eens evenveel lokale burgermilitie-leden – kozen ook een strijdvlag: groen voor de wouden, zwart voor de vruchtbare tsjernozem of zwarte aarde. De ecologie van de opstand en de leefwereld van de rebellen als het ware.

Michail Nikolajevitsj Toechatsjevski
Michail Nikolajevitsj Toechatsjevski (1893-1937), de sovjet-generaal die in de zomer van 1921 een einde maakte aan de boerenopstand in Tambov en de aanpalende provincies. In 1937 viel Toechatsjevski ten prooi aan de stalinistische zuiveringen. Bron: Государственная публичная историческая библиотека России
De provinciehoofdstad Tambov zelf kregen de rebellen niet in handen. Maar over het platteland hadden de bolsjewieken dra geen controle meer. Hoewel dit zich afspeelde in regio’s die al vrij dicht bij Moskou en in het hart van de jonge sovjet-entiteit lagen, en daarenboven cruciaal waren voor de voedselproductie, hadden het leninistische bewind en het rode leger aanvankelijk de handen vol met hun inval in het pas opnieuw onafhankelijke Polen en west-Oekraïne en met de opmars van de witte legers op de Krim.

Maar na de afloop van de campagne in Polen en west-Oekraïne in maart 1921 werden onder leiding van generaal Michail Toechatsjevski ijlings zo’n vijftigduizend manschappen van het sovjet-leger naar Tambov gestuurd om komaf te maken met de opstand. In de zomermaanden van 1921 lukte het om hem neer te slaan, onder meer met de inzet van gifgas, het met de grond gelijk maken van dorpen om voorbeelden te stellen en het oprichten van zeven concentratiekampen waarin vooral gezinnen van rebellen als gijzelaars werden opgesloten. Onder de repressiemacht zat ook een ‘internationalistisch’ detachement van buitenlandse communisten, onder meer uit Hongarije, China en Mongolië. Die werden ingezet waar eigen, Russische rode soldaten, die niet zelden uit hetzelfde sociale milieu als de opstandelingen kwamen, verstek gaven.

Het bevel №0116 van het opperbevel van het sovjet-leger in Tambov van 12 juni 1921 om de bossen waar de ‘bandieten’ zich hadden verscholen, te ‘zuiveren’ met gifgas.
Het bevel №0116 van het opperbevel van het sovjet-leger in Tambov van 12 juni 1921 om de bossen waar de ‘bandieten’ zich hadden verscholen, te ‘zuiveren’ met gifgas.
Tijdens de daaropvolgende repressie vielen ongeveer 15.000 doden en werden zo’n 100.000 mensen gevangengezet of gedeporteerd naar andere regio’s. Maar de voornaamste reden waarom de bolsjewieken en het sovjet-bewind het oproer uiteindelijk de baas konden was, dat de leiding in Moskou en Tambov uiteindelijk inzag dat het om meer ging dan ordinair banditisme en onrust die was aangewakkerd door ‘witte reactionairen’ en door ‘koelakken’ – een brandmerk voor elke boer met een goed draaiende onderneming of die niet in een rode commune wilde. Men wist nu goed dat men het dringend over een andere boeg moest gooiden als het sovjet-bewind zelf wilde overleven. Dus werd paal en perk gesteld aan de uitwassen van doctrinair progressivisme en van oorlogscommunisme.

Een andere koers

De opstand in Tambov versnelde de invoering van een nieuwe, pragmatischere economische politiek, die onder meer voorzag in het herstel van privé-ondernemerschap in landbouw en lichte industrie, een vaste taks in geld op de oogsten in plaats van wilde confiscaties, de legalisering van de boerenmarkten en monetaire stabilisering. De nieuwe koers kwam in feite tegemoet aan verschillende eisen van de groene opstandelingen en hun politieke arm. Voor de communisten was het een noodzakelijk kwaad. En gaf het de boerenbevolking zeker een adempauze, dan was het ook uitstel van executie. Want met de lancering van de stalinistische vijfjarenplannen en van de landbouwcollectivisering in 1928 werden veel van die maatregelen weer ongedaan gemaakt.

Aankomst in Kirsanov van een trein met sovjet-soldaten en communistische jeugdbrigades die de opstand komen neerslaan.
Aankomst in Kirsanov van een trein met sovjet-soldaten en communistische jeugdbrigades die de opstand komen neerslaan.

De ‘groene’ episode was een voorbeeld van een sociaalpolitieke stroming die de gangbare links-rechtsopsplitsing overstijgt. Ontstaan in een tijd van maatschappijcollaps waarin het opzetten van lokaal zelfbestuur en zelfverdediging bittere noodzaak waren, stonden de aanhangers vaak open voor vormen van socialisme en van sociaaleconomisch ‘linkse’ concepten. Die moesten echter combineerbaar zijn met hun traditionele eigenheid, die men niet wilde opgeven voor een drammerig progressivisme. In die zin heeft het verhaal van de groene beweging tijdens de Russische burgeroorlog, als men er abstractie van maakt, actuele én toekomstige relevantie.

~ Bruno De Cordier
Een eerdere versie van dit stuk verscheen in №181 van het conservatieve kwartaalblad Tekos

Geraadpleegde literatuur

– Георгий Болтнев, « Причины и последствия крестьянского восстания в Тамбовской губернии (через призму судьбы семьи) ». Исторические, философские, политические и юридические науки, культурология и искусствоведение. Вопросы теории и практики. Тамбов: Грамота, 2017. № 6(80): в 2-х ч. Ч. 2. C. 13-16.

– Martin Krispin. “Bolschewiki und bäuerliche Opposition im russischen Bürgerkrieg : Der Bauernaufstand im Gouvernement Tambow 1920–21”, in: Löwe, Heinz D., Volksaufstände in Russland. Von der Zeit der Wirren bis zur ‘Grünen Revolution’ gegen die Sowjetherrschaft. Harrassowitz Verlag, Forschungen zur osteuropäischen Geschichte, 65, 2006, pp. 519-560.

– Erik C. Landis, “Who were ’the Greens’? Rumor and collective identity in the Russian civil war”, The Russian Review, 69 №1, 2010, pp. 30-46.

– Вадим Николашин, « Экономические итоги социализации земли и истоки антоновского восстания ». Исторические, философские, политические и юридические науки, культурология и искусствоведение. Вопросы теории и практики. — Тамбов: Грамота, 2017. — № 6(80): в 2-х ч. — Ч. 2. — C. 79-82

– Jean-Louis Van Regenmorter, “Le concept d’une révolution paysanne unique de 1902 à 1922”, Revue russe, №14, 1998, pp. 33-39

– François Vilaldach, “Révolte à Tambov”. Regard sur l’Est, november 1999, regard-est.com/revolte-a-tambov

Abonneer
Stuur mij een e-mail bij
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Eerder gepubliceerd

De verloren heimat aan de Wolga

Hierna verschenen

Voor Poetin zijn geld en de ‘maffiacodex’ machtiger dan elke ideologie