Isidorus van Sevilla (c. 556 – 636)

Isidorus van Sevilla was een theoloog en veelzijdig geleerde ten tijde van de Visigotische overheersing van het Iberisch schiereiland die duurde van het begin van de vijfde eeuw tot het jaar 711, toen de Moren aan hun veroveringstocht begonnen. Hij bezette de bisschopszetel van Sevilla gedurende dertig jaar.

Zijn invloed op de rooms-katholieke geloofsleer en kerkelijke organisatie beperkte zich niet tot Spanje, maar reikte tot ver in het Frankische rijk. Hij was raadgever van koningen, leermeester van talloze volgelingen, leider van concilies, biechtvader, wetgever en bovenal een onvermoeibaar schrijver. Isidorius miste de nieuwsgierigheid van de reiziger en beperkte zich tot bezoeken aan de hoofdstad van het Visigotische rijk, Toledo. Maar hij trok zich niet terug in de woestijn of beklom bergen om in eenzaamheid met God te spreken, noch sloot hij zich af van de buitenwereld om in kloosters te mediteren. Isidorus leefde in Sevilla te midden van zijn geloofsgenoten. Hij verrijkte de wereld niet met nieuwe ideeën of briljante filosofische bespiegelingen. Zijn kracht lag in het leraarschap en met geschriften als de Etymologiae, een encyclopedie waarin de kennis van die tijd op systematische wijze is beschreven. Daarmee is de inhoud van de toenmalige civilisatie voor het nageslacht bewaard gebleven. In 1722 werd Isidorus door paus Innocentius XIII postuum gelauwerd met de eretitel van ‘Kerkleraar’.

Afkomst en jeugd

Tijdens de Romeinse overheersing van het Iberisch schiereiland die begon in 200 v.Chr. en zeshonderd jaar later eindigde, drong het christendom, dat wil zeggen het rooms-katholicisme, door tot in alle hoeken van Hispania. De Romeinen werden in de loop van de vijfde eeuw verdreven door de Vandalen die op hun beurt moesten wijken voor de Visigoten. Rond het jaar 475 strekte het Visigotische rijk zich uit over het gehele schiereiland en werd er naast het rooms-katholicisme ook het arianisme gepraktiseerd. Het arianisme is een variant van het christendom die werd aangehangen door de Visigoten. In tegenstelling tot rooms-katholieken wordt door arianen binnen de heilige Drievuldigheid alleen aan de Vader goddelijke status toegekend en de Zoon beschouwd als eerste onder de mensen.

Rond 550 werd het Visigotische rijk geregeerd door koning Agila. Atanagildus, een edelman uit Sevilla kwam in dat jaar in opstand tegen Agila en riep daarbij de hulp in van de Byzantijnse keizer Justinianus I. Deze opstand werd een succes, maar gevolg was wel dat Justinianus een aantal havenplaatsen aan de Levantijnse kust veroverde, waaronder Carthago Nova (het huidige Cartagena), dat onder de naam Carthago Spartaria de hoofdstad werd van de Byzantijnse provincie Spania. Severianus, de vader van Isidorus, en geboren in de schoot van een vooraanstaande hispano-romeinse familie, was toentertijd een hoge militair of wellicht zelfs heer van Cartagena. Hij beschouwde Atanagildus als een tiran en de Byzantijnse monarch als een indringer. In 554 besloot Severianus aan de nieuwe heersers te ontkomen en vertrok hij met zijn gezin richting Sevilla. Severianus was rooms-katholiek en gehuwd met Teodora, een Visigotische vrouw die het arianisme aanhing. Dergelijke gemengde huwelijken waren toen niet ongebruikelijk. Wel drukte Severianus zijn stempel op het gezin en de kinderen werden geheel in de rooms-katholieke traditie opgevoed.

- advertentie -

San_Leandro
San Leander
Zeker is dat Isidorus’ oudere broers, Leander en Fulgentius en zijn zuster Florentina, in Cartagena geboren zijn, maar Isidorus zag waarschijnlijk het levenslicht in Sevilla rond het jaar 556. Het verhaal gaat dat Isidorus nog een jongere zuster had. Dat zou Teodosia zijn geweest, de latere echtgenote van de Visigotische koning Leovigildus die de Byzantijnen verdreef.

Vanaf het midden van de zesde eeuw slaagden de Visigoten erin om een centraal gezag te creëren, een nieuwe Pax Romana dat een vluchtelingenstroom uit andere delen van het Middellandse Zeegebied genereerde, waaronder Syriërs, Grieken, joden en Afrikanen. Aangetrokken door de relatieve welvaart van Spanje grepen zij niet alleen in economisch opzicht hun kansen in het Visigotische rijk, maar zorgden zij tevens voor een culturele opleving. Sevilla, dat gedurende de Romeinse overheersing van geen enkele betekenis was geweest, bloeide op en het waren Leander en Isidorus die de stad tot brandpunt maakten van cultuur en rooms-katholieke geloofsbeleving.

Leander, die begin twintig was toen zijn broer Isidorus werd geboren, nam na het overlijden van hun ouders de taak op zich om Isidorus op te voeden. Deze oudste broer was een man die eenvoud predikte, maar hij waakte voor overdrijving. Het kluizenaarsbestaan in de woestijn stond hem tegen. ‘Het nuttigen van de maaltijd is niet laakbaar, wel het misbruik en de begeerte’, aldus Leander. Zijn ideaal was niet de boetedoening, maar de eenheid met God. Deze levenshouding bracht hem ertoe zijn bezittingen te gebruiken om het kloosterleven te steunen en te propageren. Er verrezen twee kloosters in de buurt van Sevilla, een voor mannen en een voor vrouwen.

Isidorus en Florentina
Isidoro en Florentina
Florentina trad in in het vrouwenklooster waar haar gouvernante, Túrtura, moeder-overste was. Het mannenklooster werd geleid door Leander en Isidorus bracht er zijn jonge jaren door in volledige toewijding aan geloof en wetenschap. Ook bekwaamde hij zich in het Latijn, Grieks en Hebreeuws. Al vroeg legde hij de kloostergelofte af, waarbij Leander volgens de regels van het klooster het hoofdhaar van zijn broer schoor in de vorm van een kruis.

Geloofsstrijd

In het jaar 578 werd aan Leander de bisschopszetel van Sevilla aangeboden. Dat gebeurde niet alleen omdat Leander in spiritueel opzicht diepe indruk had gemaakt op de rooms-katholieke geloofsgemeenschap, maar ook omdat hij een aanzet had gegeven tot het taalonderricht van de jeugd, iets waartoe de clerus zich nog nooit had verwaardigd. Leander was bisschop, abt én leermeester. Nog maar net waren de feestelijkheden van Leander’s inauguratie als bisschop afgelopen, of de toenmalige kroonprins Hermenegildus – de oudste zoon van koning Leovigildus – maakte bekend zich in Sevilla te willen vestigen. Dat was het gevolg van een hoog opgelopen ruzie binnen de koninklijke familie. Leovigildus wilde zijn macht vergroten door Hermenegildus te laten huwen met prinses Ingunda uit Austrasië (het noordoostelijk deel van het Merovingische rijk), maar haalde zich daarmee wel een conflict om het geloof op de hals. In tegenstelling tot de leden van het Visigotische koninklijk huis die het arianisme aanhingen, was Ingunda rooms-katholiek. Zij kreeg het daarom zwaar te verduren van haar stiefmoeder die haar probeerde te bekeren en daarbij fysiek geweld niet schuwde. De koning bewoog zijn oudste zoon ertoe het hof in Toledo te verlaten onder de toezegging dat de kroonprins met de titel van koning over een deel van het Visigotische rijk kon regeren. Deze toezegging vermocht de kroonprins niet te troosten en zwaar gefrustreerd vertrok hij met zijn echtgenote naar Sevilla. Daar ontmoette hij bisschop Leander die een enorme indruk op hem maakte. Zijn gesprekken met Leander en de compassie die hij had met zijn vrouw, bewogen Hermenegildus ertoe zich te bekeren tot het rooms-katholicisme. Toen dit in Toledo bekend werd, trachtte Leovigildus, bang voor een massale overgang van zijn onderdanen tot de rooms-katholieke kerk, zijn zoon tot andere gedachten te brengen, maar tevergeefs.

Nadat Hermenegildus de hulp had ingeroepen van de Byzantijnse heerser van Cartagena, besloot Leander, die een gewapend conflict vreesde, de keizer van het Byzantijnse rijk te bewegen tot bemiddeling. Hij vertrok per schip naar Constantinopel, maar kreeg er geen gehoor. Leovigildus probeerde arianen en rooms-katholieken met elkaar te verzoenen door een voor iedereen acceptabele geloofsbelijdenis te formuleren. Het liep op niets uit, zijn onderdanen bleven trouw aan hun aloude geloofsopvattingen.

Dit geloofsconflict weerhield Leovigildus er niet van om de wapens op te pakken en de altijd rebellerende Basken de les te lezen. Tijdens zijn afwezigheid kwam Hermenegildus tegen zijn vader in opstand die in 582 besloot met geweld een einde te maken aan het conflict met zijn zoon. Hij trok op naar Sevilla. De inwoners van de bisschopsstad die grote sympathie voelden voor de kroonprins, maakten zich op voor een langdurig beleg. Verontrust door de berichten uit zijn vaderland besloot Leander terug te keren naar Sevilla, waar zijn broer Isidorus, volwassen geworden en gerijpt, zich in het strijdgewoel bevond en net als iedere inwoner van de stad leed onder de gevolgen van het beleg. Maar zijn sympathie ging niet uit naar de kroonprins, zijn geloofsgenoot. Hij keurde Hermenigildo’s gewelddadig gedrag tegenover diens vader af. Niet uit pacifistische overwegingen, maar omdat Isidorus niet kon accepteren dat een troonopvolger rebelleerde tegen het wettig gezag. De strijd om Sevilla duurde twee jaar, waarna Heminigildo zijn nederlaag moest erkennen. Zijn vader ontnam hem zijn eretitels en verbande zijn zoon naar Valencia. Leander viel in handen van de overwinnaar die de bisschop probeerde over te halen zijn kant te kiezen. Leander gaf niet toe en ook hem wachtte verbanning. Isidorus werd vanwege zijn geloofsijver gezocht en gezien als een gevaarlijk individu. Hij vreesde voor zijn leven, maar voordat er iets met hem gebeurde, kwam de strijd tot een opmerkelijk einde. Nadat Leovigildus gewapenderhand vergeefs getracht had zijn gehele rijk te ‘arianiseren’, keerde hij terug naar Toledo, geïrriteerd en vernederd. Of dat reden is geweest voor de koning om zijn oudste zoon te laten vermoorden is niet meer te achterhalen, maar geruchten daarover deden de ronde. Leovigildus, geschrokken van de gevolgen van zijn harde optreden, kwam tot inkeer. Hij legde de opvoeding van zijn tweede zoon, Recaredus, in handen van Isidorus en met de dood van de koning in 586 verloor het arianisme terrein. Bij zijn troonsbestijging begin 587 verklaarde Recaredus het rooms-katholicisme te belijden. Twee jaar later, tijdens het derde concilie van Toledo dat werd geleid door Leander, bekeerde Recaredus zich officieel.

Concilie van Toledo
Concilie van Toledo

Kloosterleven

Leander groeide uit tot een gezaghebbend man. In 590 riep hij het eerste concilie van Sevilla bijeen, waar naast geloofszaken ook disciplinaire aangelegenheden werden besproken. Intussen had Isidorus, die toen begin dertig was, zijn vorming voltooid en verving hij zijn broer als abt van het mannenklooster dat hij uitbouwde tot een centrum van spirituele oefening, gebed en arbeid. Het klooster verwierf rijkdom door middel van landbouw en veeteelt. Van zijn kloosterlingen verlangde Isidorus eenvoud en gematigdheid. Bijzondere aandacht besteedde Isidorus aan het opkomende fenomeen van extravagantie, een gevolg van gebrek aan uniformiteit van de kloosterregels. Aan het begin van de zevende eeuw leidde dat tot het ontstaan van een kaste van onechte monniken, de zogeheten circunceliones, die een landlopersbestaan leidden en de bevolking een rad voor ogen draaiden met hun fraai klinkende verhalen. In het besef dat de circunceliones de kerk in diskrediet brachten, begon Isidorus aan een nauwgezette inventarisatie van bestaande kloosterregels.

Hij simplificeerde en systematiseerde ze tot een compact en voor iedereen begrijpelijk stelsel: de Regula Monachum. Bijzonder was de manier waarop Isidorus omging met kloosterlingen die zondigden tegen de regels. Wekelijks verzamelde Isidorus zijn monniken om zich heen om in alle openheid hun gebreken te bespreken. Elke monnik was verplicht zijn zonde te melden bij enkele collega’s en indien de zondaar zijn leven niet onmiddellijk verbeterde, werd zijn probleem in de groep aan de orde gesteld. Isidorus geloofde rotsvast in de effectiviteit van publieke biecht en strafoplegging, maar strafte mild voor die tijd. Enkele dagen in een isoleercel voor minder ernstige overtredingen en voor zwaardere vergrijpen enige tijd geheel naakt in eenzame opsluiting op water en brood, waarna de zondaar werd blootgesteld aan de felle zon, slechts gekleed in een ruwe boetegordel. Jaarlijks gaf Isidorus tijdens het Pinksterfeest een algemene absolutie en konden de kloosterlingen met een schone lei beginnen. Daags daarna werden de overleden monniken herdacht. Deze gewoonte om de doden te herdenken was door Isidorus zelf geïntroduceerd en verspreidde zich gaandeweg over alle kloosters en de Kerk als geheel.

Isidorus was van mening dat in geen enkel klooster een bibliotheek mocht ontbreken. Zijn eigen bibliotheek bouwde hij uit tot een van de beste en veelzijdigste van zijn tijd. Hij had de gewoonte om van boeken die hij las samenvattingen te maken die ons nu een beeld geven van welke verloren gegane werken hij bestudeerde. Zijn eruditie was enorm en naast zijn belangstelling voor religieuze onderwerpen richtte hij zijn aandacht ook profane terreinen als de fysica, mineralogie en natuurlijke historie. Zonder twijfel was Isidorus kenner bij uitstek van de klassieke Oudheid. Isidorus verwachtte van de monniken dat zij ook veel lazen en dat zij regelmatig van gedachten wisselden over onderwerpen van religieuze en niet-religieuze aard. Gewoonte in het klooster was dat tijdens de gemeenschappelijke maaltijden door een van de monniken werd voorgelezen.

Hiëronimus van Stridon
Hiëronimus van Stridon
Veel waarde hechtte Isidorus aan de vertaling van werken uit de Oudheid, maar voor alles wilde hij een authentieke Bijbelvertaling maken, omdat in het Visigotische rijk tal van verschillende vertalingen in omloop waren die evenzovele interpretaties met zich meebrachten. Voor dit doel baseerde Isidorus zich op het werk van de kerkvader Hiëronymus van Stridon. De isidoriaanse Bijbelvertaling vond zijn weg in geheel Spanje en droeg veel bij aan het aanhalen van de banden tussen de kerkgemeenschappen. Zij staat niet alleen bekend om de kwaliteit van de tekst zelf, maar ook om het begeleidend kritische commentaar dat Isidorus aan de vertaling toevoegde. De invloed van dit werk reikte tot ver over de grenzen van het Visigotische rijk. In de negende eeuw bereikte het werk door toedoen van de uit Spanje afkomstige Theodulfus, bisschop van Orleans, het hof van Karel de Grote.

Prediker en leermeester

Bisschop Leander overleed in 599 en werd opgevolgd door Isidorus die geheel in de lijn van zijn voorganger de strijd tegen onwetendheid voerde gedurende zijn dertigjarige ambtsperiode. Onderwijzing, maar vooral ook prediking waren in de ogen van Isidorus de belangrijkste bisschoppelijke taken. Zijn eruditie en eloquentie stonden borg voor een voortreffelijke invulling ervan en het was Isidorus die na het overlijden van paus Gregorius de Grote in 604 als de meest gezaghebbende kerkleider werd beschouwd in het Middellandse Zeegebied en daarbuiten.

De Heilige Schrift diende volgens Isidorus steevast in drieledige zin begrepen te worden. De letterlijke of historische betekenis, de morele en de spirituele of mystieke zin. Alle in de Bijbel voorkomende personen zijn niet slechts historische figuren, maar hadden voor hem ook symbolische waarde.

Deze gedachte inspireerde Isidorus tot het schrijven van zijn Allegoriæ quædam sacræ scripturæ (Enkele allegorieën over de Heilige Schrift), waarin hij de weg wees tot het ontdekken van de symbolen die de meest illustere figuren uit het Oude en het Nieuwe Testament in zich droegen. Zo personifieerde Rachel (aartsmoeder van het Israëlische volk) met haar heldere blik het leerstuk dat door louter contemplatie de hoogst denkbare vorm van kennis over de waarheid kon worden bereikt. Vergelijkbaar met dit werk is het Liber numerorum (Het boek der getallen), waarin het niet gaat om historische symbolen, maar om getalsymboliek en dan vooral met betrekking tot getallen die in de Bijbel voorkomen. Het getal 22 kwam overeen met het aantal werken dat God volvoerde tijdens de zesdaagse schepping, maar ook met het aantal generaties tussen Adam en Jacob, de aartsvader van de Israëlieten, en met het aantal lettertekens uit het Hebreeuwse alfabet. Een bovennatuurlijk getal, aldus Isidorus.

Isidorus begreep heel goed dat een van de belangrijkste problemen van zijn tijd het gebrek aan goed onderwijs was. Tal van prelaten ontbeerden de meest elementaire kennis benodigd voor de uitoefening van hun ambt. Daarbij ging het Isidorus zowel om kennis van de Bijbel als van de wereld. Zijn visie was dat alles in het leven van adolescenten onzeker is en dat daarom jongeren die willen toetreden tot de clerus, onder één dak dienen te wonen onder toezicht van een ouderling die hen onderwijst. Deze ouderling had als taak om orde te houden, vrede te bewaren en te waken over de oprechtheid van hun gedrag. Het onderwijsprogramma van Isidorus kende twee fasen. Op het eerste niveau werd kennis bijgebracht van het alfabet en de cijfers, waarbij de leerlingen de symbolen in wasplaatjes kerfden die ze op hun knieën legden. Daarnaast werd een begin gemaakt met het uit het hoofd leren van de psalmen. Na deze, vrijwel geheel op mnemotechniek gerichte fase, traden de leerlingen toe tot de bestudering van het Trivium (grammatica, retorica, dialectiek) en het Quadrivium (rekenkunde, meetkunde, muziek en sterrenkunde). Waar Isidorus weinig mee ophad was de prikkeling van nieuwsgierigheid. In zijn ogen was alles van waarde al opgeschreven en leidde nieuwsgierigheid alleen maar tot ketterij en blasfemische fabels. Zoals hierboven aangegeven bracht Isidorus geen nieuwe theorieën. Hij was geen vorser en verwachtte die instelling dus ook niet van zijn volgelingen. Tenslotte was er de lichamelijke oefening. Isidorus realiseerde zich dat hij te maken had met kinderen van strijders en veroveraars. Kinderen die van jongs af aan hun spieren moesten ontwikkelen, zodat zij in staat zouden zijn tot het verrichten van lichamelijke arbeid en deelname aan het gevecht.

Hervormer en theoloog

In het Visigotische Spanje van Isidorus waren na het derde concilie van Toledo (589) staat en kerk innig verstrengeld en was de bisschop zowel een religieus als politiek bestuurder. Zo gaf Isidorus niet alleen leiding aan de clerus, zowel over de geestelijken die binnen als buiten de kloostermuren leefden, maar trad hij ook op als wereldlijk bestuurder en rechter. Graven en stadsbestuurders stonden onder zijn toezicht. De bisschop was als een herder die de kudde van Christus bewaakte zodat ‘noch de vijand haar uiteen zou drijven, noch de jager haar zou vernietigen, noch de hebzucht van de onverlaat het leven van de armen zou verontrusten’. Isidorus nam dit letterlijk en beschouwde zich als de natuurlijke beschermer van wezen en armen. Als abt van het klooster gaf hij opdracht een derde deel van de inkomsten te verdelen onder de armen en in zijn hoedanigheid van bisschop legde hij dit voorschrift op aan de Sevilliaanse Kerk, in de verwachting dat dit ooit voor het hele Iberische schiereiland zou gelden. Een belangrijke aangelegenheid voor Isidorus was de regeling voor het beheer van kerkelijke gebouwen die in rurale gebieden werden opgetrokken op initiatief van rijke gelovigen, veelal landeigenaren. Een nieuw verschijnsel dat de tijdens de Romeinse tijd ontstane dominantie van de steden terugdrong. Dat vereiste wetgeving, want de eigenaren van deze godshuizen claimden het recht op inning van de voor gelovigen verplichte bijdragen. Isidorus bestreed dit: kerken zijn eigendom van het bisdom, zoals dat naar Romeins recht bepaald was, maar – realist als hij was – stemde de kerkleider in met een vergoedingsregeling die voorzag in geldelijke compensatie en toekenning van het beschermheerschap. Minstens zo belangrijk als maatregelen van bestuurlijke aard waren voor Isidorus de liturgische hervormingen. Er was wildgroei ontstaan in de hantering van liturgieën en Isidorus wilde daar unificering in aanbrengen. Aan de heilige vorm van de liturgie – lofzang, psalmen, antifonen, responsoria, gebeden en onderwijzingen – mocht niet getornd worden. Als er gezongen werd, diende allen te zingen, werd er gebeden, dan bad iedereen en als er werd voorgelezen, dan luisterden de anderen in stilte.

Ook stelde Isidorus pogingen in het werk om de publiekelijke gebeden op de canonieke uren te laten uitspreken, net zoals dat in de kloosters gebeurde. Pogingen die schipbreuk liepen. Isidorus was een groot liefhebber van muziek, wat veel puriteinen een doorn in het oog was. Maar voor Isidorus nam de religieuze intensiteit van woorden juist toe wanneer zij ingebed waren in muziek. Zonder muziek was volgens de bisschop niets volmaakt. Er zijn geen aanwijzingen dat Isidorus zelf componeerde zoals zijn broer Leander deed. Wel heeft Isidorus een waardevol werk nagelaten over de Visigotische liturgie: de ecclesiastis officiis (Over de kerkelijke dienste), dat in feite een handboek was voor klerikale vorming. Dit boek is gepubliceerd rond de sterfdatum (619) van Isidorus’ broer Fulgentius die bisschop was van Ejica en aan wie het is opgedragen. Destijds verscheen ook de beknopte versie van het boek dat Isidorus schreef over de historie van Goten, Vandalen en Sueven: Historia de regibus Gothorum, Vandalorum et Suevorum, waarvan vijf jaar later een uitvoeriger versie uitkwam.

Invloedrijke theologische boeken van de hand van Isidorus waren De differentiis verborum (Over de verschillen in woorden), een verhandeling over synoniemen en het driedelige Sententiae libri tres (Drie boeken gedachten, uitspraken en zinnen), waarin hij dogma’s behandelde en schreef over de christelijke moraal. Laatstgenoemde werk was een van de meest gelezen theologische boeken in de Middeleeuwen. Interessant is de opvatting van Isidorus over predestinatie. Hij meende dat de verdoemenis was voorbeschikt, maar niet de zonde. God zou de zonde niet gewenst, maar wel gepermitteerd hebben.

Isidorus en de joden

Voordat Recaredo zich bekeerde tot het rooms-katholicisme, regeerden in het Visigotische rijk koningen die het arianisme aanhingen en die zich niet alleen tolerant opstelden tegenover de rooms-katholieken, maar ook joden in hun waarde lieten. Het toenmalige juridisch systeem was gebaseerd op het Romeinse recht en neergelegd in de Breviarium Alaricianum die regeerde van 484 tot 507. Maar toen tijdens het derde concilie van Toledo in 589 staat en rooms-katholieke kerk samensmolten, werden nieuwe regels ingevoerd waaronder het verbod op gemengde huwelijken. Kinderen geboren uit dergelijke huwelijken werden onder dwang gedoopt. Vanaf het begin van de zevende eeuw vlamde de jodenhaat op. Koning Sisebutus, die regeerde van 612 – 621 en met wie Isidorus intensieve contacten onderhield, decreteerde dat alle joden goedschiks of kwaadschiks gedoopt dienden te worden. Isidorus distantieerde zich van de gewelddadige geloofsijver van Sisebutus, maar was wel de mening toegedaan dat het judaïsme bestreden diende te worden. Dat standpunt verdedigde hij in zijn werk De fide catholica contra Iudaeos (Over het katholieke geloof tegen de Joden), dat hij schreef op verzoek van zijn zuster Florentina. Isidorus nam daarin afstand van de joodse opvatting dat Jezus niet gezien kan worden als de beloofde Messias en dat op theologische gronden het ‘joodse ongeloof’ diende te worden bestreden, zij het dat hij koos voor de weg van overtuiging in plaats van voor geweld. Dit werk is van grote invloed geweest en werd gebruikt als ideologische onderbouwing voor latere jodenvervolgingen zoals die bijvoorbeeld plaatsvonden onder koning Recesvintus (649 – 672).

De Etymologiae

Etymologiae
Etymologiae
Isidorus’ meesterwerk is de Etymologiae, samengesteld op verzoek van zijn tijdgenoot Braulius, een vooraanstaand intellectueel die van 631 tot 651 bisschop was van Zaragoza. Het is een monumentale weergave van de toentertijd beschikbare kennis, althans de kennis die Isidorus relevant achtte. Dit encyclopedische werk omvat twintig delen over de meest uiteenlopende onderwerpen zoals grammatica, retorica en dialectiek, etymologie, rekenkunde, meetkunde, muziek, sterrenkunde, geneeskunde, kerkelijke aangelegenheden als liturgie, hemelse en wereldlijke hiërarchie, oorlog, talen, steden, geologie, landbouw, dieren, et cetera.

Het was het meest gebruikte tekstboek gedurende de Middeleeuwen en tijdens de Renaissance verschenen nog zeker tien gedrukte edities. Deze compilatie van kennis uit de oudheid werd zelfs zoveel gebruikt dat men naliet veel van de documenten waarop zij gebaseerd was te kopiëren en die dus verloren zijn gegaan. Isidorus heeft vele jaren aan zijn Etymologiae gewerkt. Al in 620 droeg hij een eerste versie op aan koning Sisebuto en hij rondde het pas in 632 af, enkele jaren voor zijn overlijden toen hij zich oud en vermoeid voelde. Voor Braulius was dat een kwelling, maar Isidorus wilde voortdurend onderwerpen aan zijn werk toevoegen, een werk dat eigenlijk nooit af was in zijn ogen. Vanzelfsprekend zijn tal van zijn interpretaties gedateerd, maar doorgaans wel vindingrijk. Zo veronderstelde hij dat aardbevingen ontstonden ten gevolge van de sponsachtige structuur van de aarde wier holtes wind en dampen omsloten.

Wetgever en canonist

Rond 625 was het gehele Iberisch schiereiland bestuurlijk aaneengesmeed onder koning Suintilla en beleden de inwoners hetzelfde geloof. Suintilla werd beschouwd als een ‘spiegel van alle deugden’, maar hem en zijn vrouw stegen de roem naar het hoofd, wat uitliep op een poging van het echtpaar om het systeem van erfopvolging in te voeren. Een systeem dat in de wereld der Visigoten onbekend en onbemind was. Altijd waren koningen gekozen door en uit de elite om te voorkomen dat er machtige dynastieën zouden ontstaan. De populariteit van de koning daalde ook omdat hij het niet zo nauw nam met geloofszaken en joden met rust liet. Dat wekte de woede der prelaten en van Rome. Opstanden waren het gevolg en Suintilla moest het veld ruimen voor de (gekozen) Sisenandus die regeerde van 631 tot 636. De nieuwe koning, oud-leerling van de school van Sevilla, wendde zich onmiddellijk tot zijn ex-leermeester Isidorus die hij als een vader beschouwde en aan wiens oordeel hij veel waarde hechtte. Deze dociliteit van de koning kwam Isidorus goed uit en hij begon aan het inventariseren van bestaande wetgeving met als oogmerk een basis te creëren voor een civiel juridisch bouwwerk. Na de introductie van het reeds genoemde Breviarium Alaricianum waren tal van regels ingevoerd die niet met elkaar strookten of zelfs tegengesteld waren en Isidorus trachtte een en ander te normaliseren. Zijn geschriften hierover zijn verloren gegaan, maar hebben hoogst waarschijnlijk hun sporen nagelaten in het Liber Judiciorum (Boek der gerechtelijke beslissingen) dat rond 654 verscheen en waarmee het Visigotische rijk beschikte over een solide wettelijke basis. Behalve naar civiele wetgeving ging Isidorus’ aandacht uit naar systematisering van pauselijke decreten en de canons van concilies. Iedere kerkgemeenschap hanteerde zijn eigen canons die ook nog eens afkomstig waren uit verschillende streken zoals Frankrijk of Noord-Afrika en die niet altijd strookten met conciliaire uitspraken. Isidorus nam de taak op zich om een en ander te ordenen. Dat mondde uit in de Hispana, een immense verzameling van kerkelijke canons, waarvan een eerste versie verscheen tijdens het vierde concilie van Toledo in 633, dat geleid werd door Isidorus. Deze codex had rechtskracht over het gehele Iberisch schiereiland en is bepalend geweest voor de rooms-katholieke geloofsgemeenschappen tot in de twaalfde eeuw.

Overlijden

Vlak nadat koning Sisenandus stierf, kwam ook het einde voor Isidorus die op vier april 636 overleed te Sevilla. Zijn stoffelijke resten bevinden zich in de Real Colegiata Basílica de San Isidoro te León. In het Colegiata is ook een museum gevestigd gewijd aan Isidorus, het Panteón San Isidoro de León.

~ Willem Peeters

Bron: Pérez de Urbel, Fray Justo, San Isidoro de Sevilla, Universidad de León, 1995.

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: