Chantage en complotgeruchten achtervolgden koning Willem II

13 minuten leestijd
Koning Willem II zoals geportretteerd door Jan Adam Kruseman
Koning Willem II zoals geportretteerd door Jan Adam Kruseman, 1842

De nagedachtenis van Willem II Frederik George Lodewijk (1792-1849), koning der Nederlanden en groothertog van Luxemburg, rust op drie pijlers: zijn militaire activiteiten als ‘held van Waterloo’ (1815) en tijdens de Tiendaagse Veldtocht (1831), de biseksuele schandaaltjes die hem vatbaar maakten voor chantage en de politieke ontwikkeling die hem ‘in één nacht van conservatief tot liberaal’ maakte. Willem II was de laatste regerende Oranje van wie we geen fotoportret hebben: een detail dat hem onwillekeurig een mythisch tintje geeft als vertegenwoordiger van een voorgoed verzonken tijd. Wel liet hij dagboeken na.

Willem was een man van groot contrast. Behalve een erotische was hij ook een politieke avonturier, die bij verschillende complotten betrokken raakte. Hij sprak de landstaal van zijn eigen koninkrijk maar matig, zijn hart lag bij het in 1830-1839 verloren zuidelijk deel. Hij maakte vaak een hoogmoedige indruk, maar had niettemin een hekel aan de autoritaire stijl van zijn vader Willem I. Verder was Willem een verkwistende kunstverzamelaar, een passioneel bouwer, maar ook iemand met een hang naar de ‘natuurlijke’ pedagogie van Jean-Jacques Rousseau.

doop koning willem ii
Doop van prins Willem Frederik George, de latere koning Willem II, op 28 december 1792 in de Grote Kerk in Den Haag – Rijksmuseum

Opleiding

Willem (roepnaam Guillot) zag het levenslicht in Den Haag op 6 december 1792, als oudste kind uit het huwelijk van de latere koning Willem I en Wilhelmina van Pruisen, en kleinzoon van stadhouder Willem V. Na de Franse invasie in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vluchtte de stadhouderlijke familie in januari 1795 naar Engeland. Ruim een jaar later verhuisde Willem met zijn ouders naar Berlijn. Hier kreeg hij van 1803 tot 1809 een opleiding aan de militaire academie. Vervolgens studeerde hij tot 1811 aan de Universiteit van Oxford.

Een eerste seksuele schandaaltje vond plaats in december 1809. In Oxford sliep Willem tegen betaling met een meisje, waarbij hij haar zwanger zou hebben gemaakt. Het incident werd breed besproken en Willem vroeg vergiffenis aan zijn vader voor deze ‘jeugdzonde’. Zijn gouverneur stelde voor het meisje af te kopen. Uiteindelijk ging Willem op reis door Engeland, Schotland en Ierland om de roddels te ontvluchten.

Spanje en Nederland

Na zijn periode in Oxford diende Willem in Spanje en Portugal in het Engelse leger als aide-de-camp van Arthur Wellesley (Wellington). Hij maakte verschillende bloedige confrontaties met de Franse strijdkrachten mee en ontsnapte enkele keren ternauwernood aan de dood. Enkele weken nadat zijn vader op 30 november 1813 bij Scheveningen was geland om ‘soeverein vorst’ te worden, arriveerde ook Willem. Na de aanvaarding van het koningschap door zijn vader (1815) werd hij officieel troonopvolger.

Held van Waterloo

Als bevelhebber van de geallieerde Engelse, Nederlandse, Belgische en Duitse troepen was Willems rol tijdens de ‘Honderd dagen’ van Napoleon in de slag bij het strategisch gelegen Quatre-Bras cruciaal. Tegen de verwachting in hield zijn internationale troepenmacht stand tegen een Franse overmacht onder maarschalk Ney. Zelf raakte Willem ernstig gewond aan zijn schouder, een dankbaar onderwerp voor enkele heroïsche schilderijen van Nederlands artistieke chroniqueur Jan Willem Pieneman: ‘De heldenmoed van de prins van Oranje bij Quatre-bras’ (1817/18) en ‘De slag bij Waterloo’ (1824). Ook Willems paard Wexy raakte gewond.

Willem II 1815
Portret van Willem door Charles Pièrre Verhulst, 1817
De rest van zijn leven werd Willem zowel in binnen- als buitenland gezien als een van de grote helden in de finale strijd tegen Napoleon. Alleen de Engelse geschiedschrijving, die haar schijnwerpers vrijwel uitsluitend op Wellington richtte, vormde hierop al sinds 1815 een negatieve uitzondering; Engelse historici gebruikten graag denigrerende bijnamen als ‘Slender Billy’, ‘Young Frog’ en ‘Silly William’ voor Willem.

Huwelijk

Willem had ten tijde van Waterloo al een verloving achter de rug met de Britse kroonprinses Charlotte Auguste, die zelf de verbintenis verbrak en trouwde met de latere koning Leopold I van België; ze overleed na een dramatische bevalling al in 1817. Willem zelf trad op 21 februari 1816 in het huwelijk met Anna Paulowna (1795-1865), dochter van tsaar Paul I van Rusland en broer van tsaar Alexander I, die zijn zuster aan zijn vriend Willem ‘aanbood’ uit dankbaarheid voor diens verrichtingen bij Waterloo. Anna Paulowna was een uiterst begeerlijke partij, die op veertienjarige leeftijd al eens de hand van Napoleon had afgeslagen. Uit het huwelijk zouden vijf kinderen worden geboren, waarvan vier de volwassen leeftijd bereikten.

De latere Willem II en zijn jonge gezin in 1832
De latere Willem II en zijn jonge gezin in 1832. Van links naar rechts Willem, Alexander, het ouderpaar, Sophie en Hendrik. Jean-Baptiste Van der Hulst. Koninklijke verzamelingen, Den Haag.

Complotgeruchten

Nadat zijn vader in 1815 koning werd van de Verenigde Nederlanden, bekleedde Willem onder meer de functie van minister van defensie. Meestal verbleef hij in Brussel, ook gedurende de jaarlijkse zes maanden waarin de regering in Den Haag zetelde. In Brussel smeedde Willem volgens geruchten samen met Marc-René de Voyer de Paulmy d’Argenson – onder Napoleon prefect van Antwerpen – plannen om de Franse koning Lodewijk XVIII van de troon te stoten. Na de bonapartistische moord op Karel Ferdinand van Bourbon, zoon van de toekomstige koning Karel X (1820), raakte het complot in stroomversnelling. Uiteindelijk bood de Franse regering in februari 1821 haar officiële excuses aan bij kroonprins Willem, vanwege de aantijgingen zonder hard bewijs.

Legerkamp in Rijen
Legerkamp in Rijen, 1831-1835. Anoniem schilderij, Rijksmuseum, Amsterdam.

Belgische revolutie

In 1829 werd Willem benoemd tot vicepresident van de Raad van State en voorzitter van de ministerraad. Hij was in deze functies formeel de belangrijkste adviseur van zijn vader. Op 4 oktober 1830 riep het Belgische ‘Voorlopig Bewind’ de onafhankelijkheid uit. Zeer tegen het zere been van koning Willem I werd dit aanvankelijk bekrachtigd door zijn zoon, die hoopte op het Belgisch koningschap. Dat bleek een illusie; Willem draaide weer en leidde in 1831 de Tiendaagse Veldtocht tegen de opstandige Belgen. Hij behaalde overwinningen bij Hasselt en Leuven, maar moest zich na Franse en Engelse militaire en politieke interventie terugtrekken. In juni 1832 verlegde Willem, in de functie van hoofdveldmaarschalk, zijn bedreigd hoofdkwartier van Turnhout via Den Bosch naar Tilburg, waar het tot juli 1839 gevestigd bleef.

De band tussen Willem en Tilburg zou duurzaam blijken. Buiten de stad kocht hij het landhuis Koningshoeven (1833), waarover hij zou hebben verklaard: ‘Hier adem ik vrij en voel ik mij gelukkig.’ Het jaar nadien kocht hij nog drie boerderijen in de omgeving, inclusief een schapenfokkerij. In de stad logeerde hij meestal bij de koopman Thomas van Dooren, waar hij geregeld diners gaf voor hoofdofficieren en lokale patriciërs. Tot verbazing van Den Haag ontwikkelde zich ook een vriendschap met de pastoor en latere (aarts)bisschop Joannes Zwijsen.

onvoltooide paleis in Tilburg
Ontwerp van het onvoltooide paleis in Tilburg; de façade toont abusievelijk zes van de acht ramen. Litho door Wilhelmus Cornelis Chimaer van Oudendorp (1822-1873).

In 1841 kocht Willem een woning die bekend werd als het ‘oude paleis’. De voltooiing van het in 1847 begonnen bouwproject van het ‘nieuwe paleis’, het latere raadhuis van Tilburg, maakte hij niet meer mee. Een andere herinnering aan de wederzijdse band is de in 1896 opgerichte voetbalclub Tilburgia, waarvan de naam in 1898 is gewijzigd in Willem II.

Op de troon

Na een grondwetsherziening in 1840 vanwege de Belgische afscheiding trad Willem I gefrustreerd af. Op 7 oktober 1840 besteeg zijn oudste zoon de troon als koning Willem II. Hij was bijna 48 jaar oud, tot op heden bij aantreden het oudste Nederlandse staatshoofd. De inhuldigingsplechtigheid vond plaats op 28 november 1840 in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

Inhuldiging van Willem II in de Nieuwe Kerk
Inhuldiging van Willem II in de Nieuwe Kerk, Amsterdam, door Nicolaas Pieneman, tussen 1840 en 1849. Rijksmuseum, Amsterdam.

In 1841 trad het kabinet De Kempenaer-Donker Curtius aan, dat een overwegend conservatieve koers volgde. In hetzelfde jaar was er een verkapt staatsbankroet, afgewend door vrijwel volledige liquidatie van de uitgestelde schuld.

Een medische hervorming in 1841 was de inwerkingtreding van de Krankzinnigenwet; deze regelde de voorwaarden voor opname in en ontslag uit krankzinnigengestichten, die in de plaats kwamen van de oude ‘dolhuizen’. Ook werd een minimum aantal artsen en een maximum aantal patiënten voor de inrichtingen vastgesteld.

Alweer een samenzwering

Anna Paulowna 1841
Anna Paulowna in 1820, door Jean-Baptiste Van der Hulst, 1841. Koninklijke verzamelingen, Den Haag.
Enkele jaren na het scheidingsverdrag met België kon Willem de actuele situatie nog steeds moeilijk verkroppen. Het gold ook voor de koningin. Volgens ordonnans-officier Eliza Pieter Matthes, die van oktober 1842 tot eind oktober 1843 aan het hof diende, haatte ze ‘die hele natie met heel haar hart’:

Het kwam mij voor dat het verlies van het mooiste deel van het koninkrijk een belangrijke rol speelde bij die oordeelsvorming.

De koning onderhield contacten met Belgische orangisten, die in september 1841 tijdens de herdenking van de revolutie van 1830 ’s nachts in Brussel brand wilden stichten. In de zo ontstane chaos zouden ze zich meester maken van de wapens in het kruitmagazijn bij de Naamse Poort en vervolgens optrekken naar het nabije koninklijk Paleis om Leopold af te zetten. Willem II was voornemens dit plan te financieren, maar trok zich terug toen hij doorkreeg dat zijn ministers noch zijn onderdanen op een hereniging zaten te wachten. Toch volgde in oktober een tweede complot, opnieuw met steun op de achtergrond van Willem II. Het amateurisme van de samenzweerders, die hun plan luid rond trompetterden, speelde ze snel in handen van de politie. In 1843 werd het Verdrag van Maastricht ondertekend, dat de grens tussen Nederland en België bepaalde. De droom was definitief uit.

Een sanering van de staatsfinanciën kreeg beslag in 1844 door F.A. van Hall. Deze hield een ‘vrijwillige’ lening van 127 miljoen met lage rente in. Bij onvoldoende inschrijving op de lening zou een extra vermogensbelasting volgen. Dat vooruitzicht bleek voldoende voor de intekenaars. Het voorstel voor een meer liberale grondwet van de door Thorbecke aangevoerde ‘negenmannen’ werd vooralsnog afgewezen.

De grote aardappelcrisis

Het volgende jaar (1845) grifte zich met diepere lijnen in de annalen, dankzij de internationale landbouw- en voedselcrisis wegens de mislukte aardappeloogst. Ook in Nederland ontstonden economische problemen en voedseltekorten. Twee jaar later waren er in het noorden nog rellen vanwege de hoge voedselprijzen en werkloosheid. In 1846 trokken ruim tweehonderd boeren naar Suriname om daar landbouwgrond te ontginnen.

Bouwwoede

Willem II was een groot liefhebber van bouwkunst. Tijdens zijn Engelse studiejaren had hij belangstelling opgevat voor de gothic revival. De voorgevel van Paleis Kneuterdijk liet hij vervangen door de huidige classicistische voorpui; achter het paleis liet hij een groot neogotisch complex bouwen. Door langdurige leegstand sloeg het verval toe en moesten de galerij en torens in 1882 worden gesloopt; de Marmerzaal, bedoeld als schilderijengalerij, was al eerder geslecht. De wintertuin werd verkocht. Het enige restant dat beklijfde is de Gotische Zaal.

Anna Paulowna’s Russisch-orthodoxe kapel op paleis Kneuterdijk
Anna Paulowna’s Russisch-orthodoxe kapel op paleis Kneuterdijk. Tek. Alexandre Deloustau, 1832. Koninklijke verzamelingen, Den Haag.

Het ‘nieuwe paleis’ dat Willem in Tilburg bouwde was ook neogotisch; vlak voor het klaar was overleed hij. Het schaars door hem bezochte jachtslot Vaeshartelt bij Maastricht kreeg een fraaie ingangspartij. Ook in Gorp verrees een gotisch jachthuis. Omdat hij in Apeldoorn woonde op het neogotische Kasteel Het Oude Loo, liet Willem Paleis Het Loo vrijwel onveranderd.

Revolutiejaar 1848 en grondwet

Onder Willems koningschap was de macht van de vorst al minder dan voordien. Door de revoluties van 1848 (en 1849) werd Lodewijk Filips I van Frankrijk afgezet en moesten andere Europese vorsten concessies doen. In Amsterdam en Den Haag braken in 1848 rellen uit. Willem II vreesde voor zijn troon; dit was de achtergrond van de grondwetsherziening van 1848. Willem stemde ermee in, en verklaarde als grap dat hij in één nacht van conservatief tot liberaal was geworden.

Behalve dat hij al langer enigszins liberale opvattingen koesterde, speelde vooral een andere kwestie mee. Een groep journalisten en politici, ‘smeerlappen en intriganten’ zoals een minister hen noemde, waren op de hoogte van Willems biseksuele geaardheid. Ze dreigden met openbaarmaking als vergaande politieke concessies achterwege bleven. De grondwetsherziening zelf was vooral de verdienste van Thorbecke, die hem bijna volledig had geschreven.

Koning Willem II in 1848
Koning Willem II in 1848, door Jan Baptist van der Hulst. Koninklijke verzamelingen, Den Haag.

Voortdurende afpersing

Chantage wegens zijn erotische escapades achtervolgde Willem al vroeg. In 1819 werd hij afgeperst door twee officieren, die 63.000 gulden van hem eisten; anders zouden ze Willems relatie met zijn majoor-vleugeladjudant Ernest du Chastel openbaar maken. Ze werden met maandelijkse toelagen naar respectievelijk Suriname en Nederlands-Indië gezonden. Nog in 1845 werd een andere chanteur naar de Verenigde Staten gestuurd.

Adriaan van Bevervoorde
Adriaan van Bevervoorde op de schouders van bouwarbeiders, tijdens een betoging in Den Haag in maart 1848; tek. Egbert van Gorkum.
Journalist Eillert Meeter wees met smaak op Willems homoseksuele avonturen. Hij omschreef ze als de ‘afschuwelijke motieven’, waardoor Willem zich met bepaalde dienaren omringde. Een andere journalistieke nemesis was Adriaan van Bevervoorde, die net als Meeter zelf ook niet bepaald onkreukbaar was. In ruil voor het achterwege blijven van verdere onthullingen persten ze de koning flink af. Van Bevervoorde stond in 1848 voor 10.000 gulden op ’s konings betaallijst. Beiden waren maar enkelen van de groep die zich liet betalen in ruil voor stilzwijgen.

Meeters tactiek

Meeter, wiens postume waardering klom van ‘gewetenloze schotschrijver’ tot ‘martelaar voor de persvrijheid’ (hij bekocht zijn republicanisme en roddelzucht met verschillende verblijven in de gevangenis), kon jarenlang gerieflijk leven op kosten van de koning en wist zelfs tot binnen de paleismuren door te dringen. Zijn in Londen verschenen Holland. Its Institutions, Its Press, Kings and Prisons (1857), met onthullingen over Willems homoseksualiteit, verscheen pas in 1966 in het Nederlands. Pas begin eenentwintigste eeuw bleek uit vrijgekomen documenten in het Koninklijk Huisarchief dat de auteur niet had gelogen, wat decennia lang was beweerd.

Ook andere hooggeplaatsten proefden dergelijke chantagepraktijken. Meeter opereerde als volgt: hij drukte een publicatie waarin een gerucht over een malversatie, seksueel schandaal of andere pikante materie werd uitgewerkt, en liet vervolgens één exemplaar bezorgen bij de persoon die het doelwit was. Die kreeg dan de kans om de rest van de oplage te kopen en zo de schande te begraven. Ging men hier op in, dan verscheen in een volgende editie vaak een afgezwakte versie van hetzelfde verhaal – deze vorm van vroege riooljournalistiek was commercieel té aantrekkelijk.

Ziek

Prins Alexander in zijn tenue voor de valkenjacht op Het Loo
Prins Alexander in zijn tenue voor de valkenjacht op Het Loo. Koninklijke Verzamelingen, Den Haag.
Ten tijde van de grondwetsherziening was de koning fysiek al verzwakt. In maart 1847 was zijn gezondheid na een eerdere attaque snel achteruitgegaan. Het zag er ernstig uit, maar Willem knapte toch op. Een nieuwe attaque volgde eind april. Ook nu herstelde hij, hoewel zijn conditie blijvend geknakt bleek. Het overlijden van zijn tweede zoon Alexander in februari 1848 was een zware klap, terwijl er ook grote problemen waren met de kroonprins, de latere koning Willem III. Die had grote moeite met de grondwetsherziening, deed zelfs afstand van zijn rechten en vertrok naar Engeland. Ernstige hartkloppingen en pijn op de borst bij zijn vader waren het gevolg.

De laatste dagen

In maart 1849 ondernam Willem een door zijn lijfarts afgeraden reis naar Tilburg. Gehuld in een lange mantel en zijn Russische muts bezichtigde hij in Rotterdam een stoomjacht dat hij liet bouwen. Op de trap raakte de koning in zijn mantel verward, viel zes treden, stond meteen weer op en zei: ‘Ik gevoel mij wel. Ik verlang niets.’ Via Geertruidenberg ging het naar Tilburg. Het volk juichte Willem langs de weg toe; vanuit het rijtuig werd niet gereageerd, hetgeen ongebruikelijk was.

In Tilburg bleek Willem niet meer in staat om staatsstukken te bestuderen. Twee dagen lang was de koning ernstig kortademig. Op 16 maart bezocht zijn zoon Hendrik hem, kort daarna gevolgd door koningin Anna Paulowna, die niet meer werd toegelaten en achter de deur moest luisteren naar enig gerucht van haar echtgenoot. In de nacht van 17 maart kreeg Willem tegen drie uur een zodanige aanval van benauwdheid dat hij zijn arts in de armen vloog. Deze zette hem in zijn stoel terug, waar de koning overleed. Anna Paulowna was zo geschokt dat ze zich gillend op zijn lichaam wierp; vervolgens waakte ze dagelijks bij het stoffelijk overschot.

Bijzetting

Willems lichaam bleef op zijn verzoek ongebalsemd. Hij werd opgebaard in een zinken kist met glazen deksel, die in een zeshoekige lijkkist van mahoniehout werd geplaatst. Het lichaam werd op 3 april opgehaald om bijgezet te worden in de grafkelder van de Oranjes in de Nieuwe Kerk in Delft. Hendrik Tollens dichtte met ruim gesmeerd sentiment in ‘’s Konings begrafenis. (4 april 1849.)’:

Stil, doodsch en stil, in spijt dier duizendtallen
Drijft statelijk de volkszee voort;
Slechts wordt somwijl een snik gehoord,
Of zien we een traan uit de oogen vallen.

Het interieur van de kamer waarin Willem overleed, werd in 1864 overgebracht naar het Koninklijk Huisarchief, waar het tot 1980 stond opgesteld in de Tilburgzaal naast de museumzaal. Anna Paulowna stierf in 1865. Zij leefde na Willems dood op paleis Soestdijk, waar ze haar vele Russische bezoekers herinneringen aan Willems militaire glorie placht te tonen, zoals de Waterloozaal en de Leuvenzaal en Willems botsplinters van zijn verwonding bij Waterloo, die ze koesterde in een speciaal daarvoor gemaakt kistje.

Moord?

De hybride reputatie van Willem II vertaalde zich in zonderlinge verhalen rond zijn dood. Zo zou hij zijn doodgeschoten door zijn eigen zoon, kroonprins Willem. De koning was namelijk op Het Loo verschenen, toen onder leiding van de kroonprins een liederlijk feest woedde, waarbij blote meisjes op de statietrap dansten. Het lijk zou na de moord halsoverkop naar Tilburg zijn gebracht. De brochure Koning Gorilla (1887) meldde dat de kroonprins de koning met een stok had doodgeslagen. Maar volgens een onder het volk circulerend verhaal was Willem II helemaal niet dood: hij was vertrokken en diende als generaal Totleben in het Russische leger. Deze graaf bestond werkelijk; hij onderscheidde zich in de Krimoorlog (1855) en de Russisch-Turkse Oorlog (1877).

Tabaksdoos met rouwstoet ter gelegenheid van de begrafenis van koning Willem II, 1849
Tabaksdoos met rouwstoet ter gelegenheid van de begrafenis van koning Willem II, 1849 (CC BY-SA 3.0 – Museum Rotterdam)

Moeizame erfenis

Aanvankelijk wilden Willems overlevende kinderen de erfenis niet accepteren. Een grote schuldeiser was tsaar Nicolaas I, zwager van de overleden koning. Willem II bleek niet lang voor zijn dood een persoonlijke lening van een miljoen gulden te hebben ontvangen ter vergroting van zijn befaamde kunstcollectie, met diezelfde collectie als onderpand.Zijn broer Frederik wilde de schuld aflossen, op voorwaarde dat de verzameling geveild werd. Na verkoop ging de tsaar ermee akkoord het restbedrag kwijt te schelden in ruil voor een aantal van de overgebleven schilderijen. Toen de daartoe belaste commissie in 1856 eindelijk de administratie van Willem II op orde had, bleek hij zoveel grond en huizen te bezitten dat de schulden afbetaald hadden kunnen worden zonder de kunstcollectie te verkopen.

Bronnen

– J.G. Kikkert, De drie Oranjekoningen: Willem I, Willem II, Willem III (Soesterberg 2010).
– Jeroen Koch, Oranje in revolutie en oorlog. Een Europese geschiedenis, 1772-1890 (Amsterdam 2018).
– Jan J.B. Kuipers, Willem III. De weerspannige koning (Zutphen 2017), 28-74.
– Eliza Pieter Matthes, Een jaar aan het hof. Het dagboek van Eliza Pieter Matthes 1842-1843. Een ooggetuige aan het hof van koning Willem II; vert. en inl. Peter Verloop (Zwolle 2009).
– L.J. Rogier, ‘De eerste twee koningen uit het huis Oranje’, in: L.G.J. Verberne, Geschiedenis van Nederland in de jaren 1813-1850 (Utrecht/Antwerpen 1958).
– Jeroen van Zanten, Koning Willem II 1792-1849 (Amsterdam 2013).
– Jeroen van Zanten, ‘Willem II en de Slag bij Waterloo 1815’. Historisch Nieuwsblad 27 mei 2015

Jan J.B. Kuipers (1953) publiceerde meer dan 80 boeken over veelal historische onderwerpen. Hij won verschillende prijzen en was stadsdichter van Middelburg. Bij Walburg Pers verschenen o.m. boeken over de Beeldenstorm, de VOC, de Franse tijd, de Hanze en tegenculturen in de twintigste eeuw.

Reageer

Abonneer
Stuur mij een e-mail bij
guest
2000
0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Gratis geschiedenismagazine

Ontvang, net als ruim 56.000 anderen, iedere week de gratis nieuwsbrief van Historiek:
0
Reageren?x
×