Tiendaagse Veldtocht (2 tot 12 augustus 1831)

/
12 minuten leestijd
De Vrijwillige Jagers der Leijdsche Hoogeschool, in het Avond gevecht te Bautersem, 11 augustus 1831
De Vrijwillige Jagers der Leijdsche Hoogeschool, in het Avond gevecht te Bautersem, 11 augustus 1831 - Jacobus Schoemaker Doyer

De Tiendaagse Veldtocht (2 tot 12 augustus 1831) is een gebeurtenis uit de moderne Nederlandse geschiedenis, die buiten de kring van vaderlandse historici niet zo bekend is. De Tiendaagse Veldtocht was een militaire missie van koning Willem I. Het was een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de burgeroorlog in de Nederlanden in de jaren 1830, die leidde tot de definitieve scheiding van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden in de afzonderlijke staten Nederland en België.

Dit artikel beschrijft wat er in de tijdens de Tiendaagse Veldtocht in hoofdlijnen gebeurde. Wat waren de oorzaken, motieven en algemene achtergronden van deze militaire operatie? Hoe verliep deze op instigatie van Willem I uitgevoerde veldtocht? En welke gevolgen had de Tiendaagse Veldtocht voor de Nederlanden?

Korte voorgeschiedenis: van de Franse Revolutie tot het Congres van Wenen (1789-1815)

Vlaggen gebruikt in de Bataafse Marine
Vlaggen gebruikt in de Bataafse Marine
Voor een goed begrip van de Tiendaagse Veldtocht is het belangrijk om eerst in hoofdlijnen de voorgeschiedenis van deze militaire operatie te beschrijven. Een goed startpunt zijn de Franse Revolutie (1789) en de daaropvolgende Napoleontische Oorlogen (1792-1815). Tijdens de Franse Revolutie brak er in Frankrijk een burgeroorlog uit, die resulteerde in het aan de macht komen van Napoleon Bonaparte. Deze legeraanvoerder versloeg in 1795 de contrarevolutionairen in zijn land, als bevelhebber een Franse legereenheid. In december 1804 kroonde Bonaparte zichzelf tot keizer. In 1795 vielen Franse troepen onder leiding van Jean-Charles Pichegru de Nederlanden aan, wat leidde tot de Bataafs-Franse Tijd in Nederland.

Tot 1813 zouden de Nederlanden onder Frans gezag staan. In dat jaar keerde de stadhouderlijke dynastie terug naar de Nederlanden, waarna Willem I, officieel op 2 december van dat jaar, als koning op de troon kwam. Nadat er op 29 maart 1814 in Amsterdam een nieuwe grondwet aangenomen was, vond een dag later de inhuldiging van Willem I plaats als soeverein vorst.

De Zuidelijke Nederlanden en Noordelijke Nederlanden werden kort hierna samengevoegd, zo besliste het Congres van Wenen (1814-1815). De samengevoegde Nederlanden zouden, samen met het hertogdom Luxemburg, als een krachtige bufferstaat moeten dienen tegen eventuele nieuwe militair-expansieve agressie van Franse zijde. Daarom werd Willem I naast het staatshoofd van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden ook groothertog van Luxemburg. Over dit alles was tijdens het Weense Congres in juni 1814 besloten in een geheime overeenkomst, die pas in 1815 algemeen bekendgemaakt werd.

Het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden (1815-1830): belangrijkste oorzaken van de Belgische Opstand

Koning Willem I beschouwde zichzelf als een soort ‘vader van het Nederlandse huisgezin’, wat duidelijk te merken was in zijn bestuur. Dat bestuur valt te typeren als activistisch en paternalistisch. De koning hield op allerlei samenlevingsterreinen de touwtjes stevig in handen. In lijn met het Verlichtingsdenken in die tijd, streefde Willem I ernaar om het verdeelde Nederlandse volk van Zuid en Noord maatschappelijke en christelijke deugden, normen en waarden bij te brengen. De klemtoon lag op consensus en eenheid. Dit ‘vaderlijke beleid’ kwam op allerlei manieren terug, met als kern dat Willem I zich feitelijk overal mee bezighield en dat dientengevolge de staatsinvloed op de maatschappij – zowel in het zuiden als noorden van de Nederlanden – aanzienlijk toenam.

Portret van Willem I koning der Nederlanden Joseph Paelinck 1819 (Rijksmuseum)
Portret van Willem I koning der Nederlanden Joseph Paelinck 1819 (Rijksmuseum)
Zo maakte Willem I een eind aan de scheiding tussen kerk en staat, door in 1816 de Nederduits Gereformeerde Kerk om te dopen in de Nederlandse Hervormde Kerk (NHK). Via een Algemeen Reglement kon Willem I zelf de synode van de nieuwe staatskerk aanstellen, waardoor hij significante invloed kreeg in het nationale kerkgebeuren. Behouden critici betitelden de veranderde kerkregering als hiërarchisch, ambtelijk en ‘dominocratisch’ en uiteindelijk leidde dit tot diverse uittredingen uit de Nederlandse Hervormde Kerk, die culmineerden in de Afscheiding van 1834. Willem I beperkte zich echter niet tot religieus ingrijpen in de protestantse wereld, maar voerde ook beleid in de dominante katholieke gebieden in de Zuidelijke Nederlanden. Katholieken ervoeren het onder meer als pijnlijk dat in 1825 alle kleinseminaries, de opleidingsinstituten van de kerk, gesloten werden. De koning liet als alternatief een Collegium Philosophicum instellen, een gecontroleerd staatsseminarie, dat voortaan de priesters van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden zou gaan opleiden en vormen. Ruime aandacht was er in deze opleidingen voor het aanleren van burgerlijke gehoorzaamheid aan de overheid en verlichte deugdzaamheidsidealen.

Er waren echter meer problemen. Zo was de vrijheid om te demonstreren of vergaderen grondwettelijk gezien beperkt (tot de Grondwet van Thorbecke van 1848), evenals de persvrijheid. Pijnlijk voor de Zuidelijke Nederlanden was ook dat vereniging met de Noordelijke Nederlanden hen geld kostte. Al tijdens de Republiek hadden de Noordelijke Nederlanden een flinke staatsschuld opgebouwd. Deze staatsschuld was ten tijde van de Bataafse Republiek genationaliseerd. Vanaf 1815 ging de belasting voor het relatief arme zuiden dan ook fors omhoog. En in Den Haag kregen ze geen gehoor. In het boek boek De Lage Landen. Een geschiedenis voor vandaag, van de historici Marnix Beijen, Judith Pollmann en Henk te Velde, lezen we hierover het volgende:

“Volgens sommigen hoefden de Franstaligen daarom bij begrotingsdebatten in de Kamer maar drie woorden Nederlands te begrijpen: “jij mot betaal…” In het Noorden gaf de overheid wel weer meer uit…” (p.108)

Portret van Louis de Potter door Matilde Malenchini
Portret van Louis de Potter door Matilde Malenchini
Verder waren de culturele verschillen en het taalverschil geen samenbindende factor tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. In september 1819 vaardige Willem I per koninklijk besluit bijvoorbeeld het Taalbesluit uit, die bepaalde dat de ambtstaal in de provincies Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg Nederlands diende te zijn. Vanaf 1823 vernederlandste ook het onderwijs. Aanvankelijk leidde dit besluit niet tot veel onrust, maar dat veranderde vanaf eind jaren 1820. De zuidelijke katholieken en liberalen, altijd elkaars vurigste tegenstanders, besloten namelijk in de jaren 1827 en 1828 om te gaan samenwerken en een monsterverbond te sluiten, het zogenoemde Belgisch unionisme, met als centrale spil de journalist Louis de Potter. Er ontstond een diepe gezagscrisis. De liberaal-katholieke samenwerking op journalistiek en politiek vlak zou uiteindelijk resulteren in de Belgische Opstand, die in augustus en september 1830 op stoom kwam.

Opstand en onrust lopen uit op de Tiendaagse Veldtocht (1830-1831)

De Belgische Opstand in 1830 en 1831 kan, om een overzichtelijk beeld te schetsen, het beste beschreven worden vanuit een aantal gebeurtenissen, die we hieronder puntsgewijs in chronologische volgorde weergeven:

  • 16 mei 1830 – In Frankrijk ontbindt koning Karel X het parlement en bindt de persvrijheid in. Hierna breekt er een opstand uit in Frankrijk, die bekend is geworden als de Julirevolutie van 1830. Ook in Duitse gebieden (Westfalen, Würzburg) en in Polen is het onrustig en worden zittende vorsten vervangen door vorsten van het ancien regime. Deze ontwikkeling staat bekend als de Restauratie.
  • 25 augustus 1830 – In Brussel vindt een incident plaats, dat beschouwd kan worden als een aanleiding voor de Belgische Opstand. Vanwege de verjaardag van Willem I wordt er een concert van de Franse componist Daniel Auber opgevoerd in de Muntschouwburg in Brussel. Het optreden loopt uit op plundering van de huizen van rijke Nederlanders die in Brussel wonen, onder wie de woning van minister van Financiën Cornelis Felix van Maanen. Ook machines in fabrieken worden vernield. De politie en het Nederlandse leger komen in actie, maar moeten zich al snel terugtrekken vanwege de groeiende protesten. Koning Willem I doet een algemene oproep uitgaan in de Noordelijke Nederlanden om de schutterijen te mobiliseren.
  • 23-26 september 1830 – Er breken in Brussel felle gevechten uit tussen burgers en een leger van zo’n 10.000 man onder leiding van prins Frederik. Hierbij vallen honderden doden. Op 26 september trekt het leger van prins Frederik zich terug.
  • Tafereel van de Septemberdagen 1830 op de Grote Markt te Brussel, Gustaaf Wappers, 1835
    Belgische Opstand – Tafereel van de Septemberdagen 1830 op de Grote Markt te Brussel, Gustaaf Wappers, 1835
  • 4 oktober 1830 – De katholieken en liberalen, die samenwerken in het zogenoemde Monsterverbond, roepen de onafhankelijkheid van België uit. Belangrijke leiders bij de onafhankelijkheidsverklaring zijn Louis de Potter, Charles Rogier, Alexandre Gendebien en Sylvain Van de Weyer, die met een aantal anderen een Voorlopig Bewind vormen. De revolutionairen krijgen hierbij steun van de Conferentie van Londen (oktober 1830 tot november 1831), waar vijf Europese grootmachten de proclamatie van België steunen. Op 20 december 1830 wordt er buiten de Noordelijke Nederlanden om besloten tot de ‘indépendence future de la Belgique’. De Noordelijke Nederlanden erkennen deze toekomstige onafhankelijkheidsverklaring niet.
  • 5 februari 1831 – De Nederlandse kanonneerbootcommandant Jan van Speijk, die op de Schelde bij Antwerpen de scheepvaart moest controleren, drijft door een storm naar een Belgische kade. Boze burgers bezetten zijn kanonneerboot. Van Speijk besluit het vervolgens om de kruitvoorraad in het ruim te laten ontploffen, waarbij hijzelf en zijn bemanningsleden omkomen.
  • Jan van Speijk in de kruitkamer van kanonneerboot nr 2
    Jan van Speijk in de kruitkamer van kanonneerboot nr 2
  • 21 juli 1831 – België krijgt een eigen koning, namelijk de Duitse prins Leopold van Saksen-Coburg. Hij wordt op het Koningsplein in Brussel ingehuldigd na het afleggen van de eed.

De Tiendaagse Veldtocht: een succesvolle én mislukte militaire operatie (2-12 augustus 1831)

Koning Willem I weigerde jarenlang om de afspraken die de vijf grote mogendheden – Engeland, Frankrijk, Pruisen, Rusland en Oostenrijk – onderling gemaakt hadden over een onafhankelijk België te aanvaarden. Zo sloeg hij in juni 1831 de door de Conferentie van Londen opgestelde XVIII artikelen af, die de voorwaarden rond de onafhankelijkheid van de Zuidelijke Nederlanden beschreven. De gesprekken raakten in een impasse en enkele weken later, op 21 juli 1831, werd koning Leopold I beëdigd als Belgisch vorst. Kort hierna gaf koning Willem I de opdracht de Nederlandse troepen te mobiliseren, in een poging de Zuidelijke Nederlanden te veroveren.

Deze operatie is bekend geworden als de Tiendaagse Veldtocht. De Tiendaagse Veldtocht was vanuit Nederlands perspectief militair gezien succesvol, maar leverde niet het beoogde resultaat op (namelijk een hereniging van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden). De Tiendaagse Veldtocht begon op 2 augustus 1831, toen Willem I een troepenmacht van ongeveer 37.000 soldaten naar de Zuidelijke Nederlanden stuurde. Het was een goed georganiseerd leger – met aanvoerders die in Franse dienst en in Nederlands-Indië militaire ervaring hadden opgedaan – dat het zou opnemen tegen een verzameling nauwelijks getrainde en onvoldoende bewapende groep Belgische vrijkorpsen van zo’n 24.000 man.

  • 1 augustus – Een oproep van Willem I om zich vrijwillig te melden voor het leger, eind 1830, levert weinig respons op. Daarom mobiliseert de koning in de loop van 1831 Nederlandse troepen via de gewestelijke en stedelijke schutterijen. De troepen worden verzameld tussen Breda en Eindhoven en in drie divisies ondergebracht, plus een reservedivisie (onder aanvoering van generaal Gijsbertus Heyligers) die bestond uit onder meer Amsterdamse, Bossche en Noord-Hollandse schutterijen. Daar liggen de troepen enkele maanden op de heide, ten westen van Breda. Op 1 augustus 1831 gaf de koning de troepen bevel om in de ochtend van 2 augustus op te marcheren richting de grens. Het doel van de operatie was om een wig te drijven tussen de twee Belgische legereenheden. Deze lagen bij de Maas (onder leiding van generaal Nicolas Joseph Daine) en bij de Schelde (onder aanvoering van generaal Charles Niellon). Na het doorbreken van de Belgische linies moest het Nederlandse leger doorstoten naar Brussel, zo was het tactisch plan. Daarbij hoopte Willem I dat pro-orangistische Nederlanders in het zuiden zich bij het Nederlandse leger zouden aansluiten.
  • 2 augustus – In de vroege ochtend marcheren de drie noordelijke divisies richting de Zuidelijke Nederlanden. Bij de Noord-Brabantse plaats Poppel trokken de troepen de ‘grens’ over. De Belgische plaats werd voor zo’n 4500 gulden beroofd, aan wapens, voedsel en drank. Die dag vonden bij het grensgehucht Nieuwkerk de eerste gevechten plaats. Bij Zondereigen behaalde de Noord-Nederlandse generaal Josephus van Geen een overwinning.
  • 3 augustus – Op de heide bij Ravels verzamelen zich 11.000 troepen van de Noordelijke Nederlanden om de stad Turnhout aan te vallen. De inwoners van Turnhout vluchten de stad uit, richting Antwerpen. De tweede divisie – geleid door de Duitse generaal Karel Bernhard van Saksen Weimar – van het Noord-Nederlandse leger vestigde zich bij Turnhout. De eerste divisie trekt door richting Antwerpen en vestigt zich in de plaats Vosselaar, terwijl de derde legerdivisie onder generaal Adrian Frans Meijer zijn tenten opslaat in de dorpen Retie en Arendonk.
  • 4 augustus – De tweede divisie van het Nederlandse leger onder leiding van Van Saksen Weimar trekt Turnhout binnen, waar ze een Vrijheidsboom met de Belgische vlag in top tegen de grond trekken. In Turnhout plunderen de Nederlandse troepen tal van huizen. Vanuit daar vertrekt deze divisie naar Diest. De generaal van het Maasleger van de Belgen, Nicolas Joseph Daine, besluit bij Diest de strijd niet aan te gaan, waardoor de Nederlanders een bres sloegen en kunnen doorstoten naar Diest. Intussen marcheert de derde divisie naar Limburg.
  • 5 en 6 augustus – In Brabant, tussen Turnhout en Diest, en bij het plaatsje Beeringen vinden felle gevechten plaats. Ook wordt er gevochten bij Helchteren en Houthalen. Hier valt het Belgische leger onder leiding van Daine de Nederlandse troepen aan, maar de reservedivisie weet deze aanval af te slaan. Verder wordt er op 6 augustus nog een gevecht bij Lanaken geleverd. Belgische troepen proberen daar de Nederlanders te verhinderen om richting Maastricht te trekken. De reservetroepen en de derde divisie vallen de Belgische stelling aan, maar lijden grote verliezen.
  • Slag bij Kermt op een aquarel van Alting von Geusau, ca. 1835
    Slag bij Kermt op een aquarel van Alting von Geusau, ca. 1835
  • 7 augustus – De Slag bij Kermt vindt plaats. De Noord-Nederlandse troepen leiden tijdens deze slag een onverwachte, maar kleine nederlaag. Aan beide zijden vielen enkele honderden slachtoffers. De Zuid-Nederlandse overwinning bij Kermt zou de enige overwinning van de separatisten tijdens de Tiendaagse Veldtocht blijken te zijn.
  • 8 en 9 augustus – Op 8 augustus behalen de legers van Willem I in de Slag om Hasselt een vrij eenvoudige overwinning op het zuidelijke Maasleger van generaal Daine. Aan Belgische sneuvelen ongeveer 700 soldaten en worden er 400 gevangengenomen. De vluchtende soldaten worden door de Noord-Nederlandse troepen een tijdje achtervolgd, maar niet helemaal afgeslacht. Op 9 augustus ontruimen de Belgen voor de zekerheid de plaats Tongeren.
  • Noord-Nederlandse spotprent. Nicolas Joseph Daine neemt de benen als hij vrijwilliger schutters en militairen uit de Noordelijke Nederlanden ziet naderen
    Noord-Nederlandse spotprent. Nicolas Joseph Daine neemt de benen als hij vrijwilliger schutters en militairen uit de Noordelijke Nederlanden ziet naderen – Anoniem, 1831 (Rijksmuseum)
  • 11 en 12 augustus – de eerste linies van het zuidelijke Scheldeleger worden bij Boutersem door Nederlandse divisies verslagen. Een dag later, op 12 augustus, lijkt het Belgische leger ten onder te gaan in de Slag bij Leuven. Op 9 augustus zijn er echter Franse hulptroepen, een leger van 70.000 man, de Belgisch-Franse grens overgestoken, op weg naar Leuven. Deze legermacht, die onder leiding stond van maarschalk Étienne Gérard, zou de Zuid-Nederlandse legers te hulp schieten. Hierop besluit koning Willem I, die een confrontatie niet ziet zitten en ook door Engeland onder druk werd gezet, om de veldtocht af te blazen. Geleidelijk trekken de Nederlandse divisies zich hierna terug, tot ze op 20 augustus 1831 allemaal in Nederland gestationeerd zijn.

Gevolgen van de Tiendaagse Veldtocht

Aan Nederlandse zijde vielen ongeveer 130 doden. De Belgen verloren vermoedelijk enkele honderden militairen. Economisch ging het met Nederland sinds de Belgische afscheiding niet slechter dan daarvoor. De geldstroom uit de voormalige Zuidelijke Nederlanden droogde weliswaar op, maar rond 1830 kwam daar iets anders voor in de plaats. Via het zogenoemde Cultuurstelsel (1830-1870/91) vloeide er namelijk veel geld vanuit Nederlands-Indië de staatskas in. Ook de gedeeltelijke Belgische compensatie van de staatsschuld van hun noorderburen, waarover in april 1839 in het Verdrag van Londen afspraken werden gemaakt, deed een duit in het zakje.

De Eendracht, monument te Amsterdam voor de Tiendaagse Veldtocht
De Eendracht, monument te Amsterdam voor de Tiendaagse Veldtocht – Jan D. Brouwer, ca. 1860 (Stadsarchief Amsterdam)

Het duurde tot 1839 voordat Willem I de Belgische onafhankelijkheid erkende. Op 19 april 1839 gebeurde dit met het Verdrag van Londen. Het was een compromisverdrag, waarin de Zuid-Nederlanders in vergelijking met de in 1830 gestelde eisen in het eerdere Verdrag der XVIII Artikelen enkele zaken loslieten. Zo moesten de Belgen een deel van de staatsschuld van de Noordelijke Nederlanden betalen (namelijk 16/31e deel). Ook mocht Nederland delen van Limburg en Zeeuws-Vlaanderen behouden. Willem I stemde in 1838 in met de onafhankelijkheid en ondertekende de nieuwe XXIV artikelen het jaar erop.

~ Enne Koops

Boekentip: Tiendaagse Veldtocht. Burgeroorlog in het Koninkrijk der Nederlanden 1830-1839

Bronnen

Boeken & artikelen
-J.C.H. Blom (red.), Geschiedenis van de Nederlanden (Amsterdam: Prometheus 2014) 307-310.
-W. Walthuis, ‘De Tiendaagse Veldtocht, 2 tot 12 augustus 1831. Een relativering na anderhalve eeuw’, Militaire Spectator, jrg.150, nr.8 (augustus 1981) 337-354.
-Marnix Beijen, Judit Pollmannen Henk te Velde, De Lage Landen. Een geschiedenis voor vandaag (Brugge: Ons Erfdeel ZWV, 2021) 107-113.
-Anne Doedens en Liek Mulder, Tiendaagse Veldtocht. Burgeroorlog in het Koninkrijk der Nederlanden 1830-1839 (Zutphen: Walburg Pers, 2018).
-Willem Velema (sam.), ‘De Tiendaagse Veldtocht 1831’, in: idem, Het aanzien van een millennium. Kroniek van historische gebeurtenissen van de Lage Landen 1000-2000 (Utrecht: Het Spectrum, 1999) 190-192.
-Elsevier, Kroniek van de mensheid (Amsterdam & Brussel, 1986) 728-731.

Internet
-https://www.defensie.nl/onderwerpen/historische-canons/historische-canon-garderegiment-grenadiers-en-jagers/het-regiment-paraat/de-tiendaagse-veldtocht
-https://www.historischnieuwsblad.nl/willem-i-en-de-tiendaagse-veldtocht/
-https://historiek.net/hoe-koning-willem-i-in-1830-eigenzinnig-belgie-verspeelde/53743/
-https://nl.wikipedia.org/wiki/Tiendaagse_Veldtocht
-https://www.heemkundekring-hlz.nl/heemkronijken/item/399/de-tiendaagse-veldtocht-augustus-1831
-https://encyclopedia2.thefreedictionary.com/London+Conference+of+1830-31
-https://nl.wikipedia.org/wiki/Conferentie_van_Londen_(1830)
-https://historiek.net/belgische-republikeinen/134672/