Week van de koloniale geschiedenis
Dark
Light

Milena Rudnytska, de gedwongen feminist

Oekraïense vrouwenactiviste, politicus en schrijver
8 minuten leestijd
Milena Rudnytska
Milena Rudnytska

De Oekraïense feminist en politica Milena Rudnytska had genoeg werk te doen: ze maakte zich hard voor vrouwenrechten in Oekraïne maar bracht ook de Oekraïense hongersnood van 1933 onder de internationale aandacht. Zo voerde ze uiteindelijk niet alleen een strijd voor de Oekraïense vrouw maar voor alle Oekraïners.

In december 1921 werd er op een koude winterdag door de Soiuz Ukrainok (Oekraïense Vrouwenbeweging) in Lviv een congres voor vrouwen georganiseerd. Verantwoordelijk voor de organisatie waren onder andere schrijfster Konstantyna Malytska (1872-1947), net terug van gevangenschap in Siberië, Olena Stepaniv (1892-1963), de eerste vrouwelijke officier van het Oekraïense leger en de, zo op het eerste gezicht wat alledaagse, journalist en wiskunde- en pedagogieklerares Milena Rudnytska (1892-1972). Maar niets was minder waar, ze bleek een groot politiek talent en maakte, als een van de weinige vrouwen uit haar tijd, vanaf 1928 van de politiek haar carrière. Bovendien was ze een vooraanstaand feminist, voor haar was het feminisme dé manier om de natie vooruit te krijgen.

Haar Gallicisch-Joodse moeder en Oekraïense vader, die pas na tien jaar konden trouwen vanwege verzet van hun families, kregen vijf kinderen. Ze waren allemaal Oekraïense burgers. De broers van Rudnytska werden bekende leden van de intelligentsia en thuis werd er, behalve Oekraïens, ook Pools gesproken. Volgens de Amerikaanse historicus en Oost-Europa-kenner, Timothy Snyder was de Rudnytski familie…

“…een van de invloedrijkste families in de recente Oekraïense geschiedenis met Milena als meest interessante lid”.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog woonde de familie in Wenen waar Milena een promotietraject in pedagogiek volgde en veel aandacht trok met haar schoonheid, doordringende ogen en uitgesproken politieke meningen. Ze trouwde al snel met Pawlo Liviak (1887-1948) een vriend uit Wenen en ze kregen een zoon, Ivan. Maar Rudnytska bleek niet gemaakt voor het huwelijk. Na een echtscheiding voedde voedde ze haar zoon alleen op in een tijd waarin dat niet gebruikelijk was. Dit, en de dood van haar vader in 1906, leidde bij haar tot grote strijdbaarheid.

Vrouwencongres in Lviv

Na een lange tijd van organisatie brak het congres op die koude winterdag in december van 1921 eindelijk aan. Het doel van de bijeenkomst was om meer vrouwen te betrekken bij de politiek. Hoewel de gemiddelde Oekraïense vrouw genoeg voor haar kiezen kreeg, konden ze volgens Rudnytska namelijk best wat actiever deelnemen aan het publieke en politieke leven. De planning zag er goed uit: verschillende toespraken van prominente vrouwen, honderden afgevaardigden uit heel Europa en een heus bal om alles af te sluiten.

Boek van Martha Bohachevsky-Chomiak over (feministische) vrouwen in Oekraïne
Boek van Martha Bohachevsky-Chomiak over (feministische) vrouwen in Oekraïne
Nu moesten er ook nog genoeg bezoekers komen en dus werd het congres aangekondigd in de belangrijke krant Vpered (Voorwaarts). Vrouwen werd gevraagd deel te nemen, niet alleen voor het belang van de vrouw, maar ook voor het nationale belang. Volgens historica Martha Bohachevsky-Chomiak, die een boek schreef over het leven van (feministische) vrouwen in Oekraïne, was dit opvallend. Het ging Rudnytska dus niet alleen om de vooruitgang van de vrouw maar ook om collectieve vooruitgang. Tijdgenoten van Rudnytska zeiden zelfs weleens dat ze meer nationalist was dan feminist. Zelf zei Rudnytska hierover dat het doel niet was om als vrouwen los te komen van bepaalde restricties (hoewel dit voor sommigen Oekraïense feministen wel het geval was) maar dat het doel wél was om actief deel te nemen aan de samenleving. De meer westerse feministische doelen zoals stemrecht, waar bijvoorbeeld de Engelse suffragettes voor streden, waren voor Oekraïense vrouwen (nog) niet relevant.

Rudnytska’s opmars in de politieke wereld ging intussen gestaag door en ze ontwikkelde zich steeds meer tot een zelfverzekerde politica. Zo benadrukte ze dat het congres alleen om feminisme ging en met politieke voorkeur verder weinig te maken had. In het vrouwenblad Nasha Meta gaf ze daar in 1919 een duidelijke verklaring voor:

“Vrouwenorganisaties overal, en zeker in zo’n primitieve, onervaren en ongedifferentieerde samenleving als de onze, zouden geen politieke kleur moeten hebben. Ieder van ons zou bij een politieke partij moeten horen die bij ons past; de vrouwenorganisatie zal alle vrouwen uitnodigen ongeacht hun afkomst of politieke voorkeur, want onze wens voor vrouwen is voor ons allemaal hetzelfde.”

Terug naar het congres waar Rudnytska zoveel werk in had gestoken en dat uiteindelijk toch een beetje voor niets bleek te zijn. Tijdens haar openingstoespraak werd Rudnytska toegejuicht, maar ook onderbroken door een Poolse politieagent die het niet met haar eens was. Dit was haar reactie:

“Oekraïense vrouwen zien een onafhankelijke, soevereine en democratische Oekraïense staat met Kiev als hoofdstad als het fundamentele onveranderlijke politieke ideaal. Oekraïense vrouwen denken dat de enige mogelijke manier om dat ideaal te bereiken de de facto bevrijding van het Oekraïense leven in al haar facetten is. Oekraïense vrouwen zijn, vanwege dit doel, van plan een actieve rol te spelen in het publieke leven en zullen de activiteiten en doelen van ons nationaal leiderschap steunen om dit te bereiken.”

Kiev rond 1930
Kiev rond 1930
Dit ging voor de Poolse politie te ver en er werd een einde aan de bijeenkomst gemaakt. Deze wat dramatische afloop betekende niet het einde van Rudnytska’s politieke carrière. Sterker nog, vanaf dit punt werd ze alleen maar succesvoller.

Vrouw als redder van de natie

Ondanks het mislukte congres bleef Rudnytska zich inzetten voor de vrouwenbeweging die alleen maar groter werd. En dat was wat de feministe betreft nodig ook want na de Eerste Wereldoorlog bevonden Europa, en Oekraïne, zich volgens haar in een culturele crisis. Er was daardoor weinig hoop op snelle verbetering van de situatie van vrouwen. Deze erbarmelijke toestand was deels te danken aan de “traagheid” van vrouwen, zo meende Rudnytska:

“Vrouwen zijn niet direct maar wel indirect verantwoordelijk voor de situatie waarin onze samenleving zich bevindt. Ze hebben gefaald, door zwakte en gebrek aan organisatie, om de wanorde die zo destructief is voor een samenleving, te voorkomen.”

Vrouwen moesten “hun rechten pakken” aldus Rudnytska, ze deed dan ook een duidelijke oproep:

“We eisen creatieve inspanning, zelfverzekerdheid, toewijding en offers om je rol te kunnen vervullen. We zullen je geweten trainen, je berispen als je fouten maakt, je sterker maken, je een doel geven en we maken duidelijk waar jouw plek is in de ontwikkeling van de natie.”

De Oekraïense vrouwenbeweging bracht deze beloftes in de praktijk door vrouwen aan te sporen deel te nemen aan het publieke en politieke leven. Dit deden ze door bijvoorbeeld kleinere bijeenkomsten te organiseren. Dat werkte en op het hoogtepunt, halverwege de jaren dertig, waren er tussen de 50.000 en 100.000 leden. De meeste leden waren boerenvrouwen, precies de vrouwen waarvan Rudnytska wilde dat ze actiever deelnamen, maar het leiderschap bestond daarentegen uit de intelligentsia.

Leiderschap

Tot de intelligentsia behoorde Rudnytska zelf ook en in 1928 werd ze verkozen tot voorzitter van de Oekraïense Vrouwenbeweging, een functie die ze tot 1939 zou blijven vervullen. Toen ze verkozen was besloot ze ook haar werk als lerares pedagogiek neer te leggen, zodat ze al haar aandacht op de Oekraïense Vrouwenbeweging kon richten. Deze focus bleek te werken want onder haar leiding ontstond er een professionele organisatie, met als hoogtepunt de bijeenkomst in juni 1934 toen er meer dan 10.000 vrouwen samenkwamen om het vijftigjarig bestaan van de beweging te vieren. Het was nu zo’n grote en goed geregelde organisatie dat ze door geen enkele Poolse politieagent meer gestopt konden worden en Rudnytska werd steeds meer beschouwd als effectieve goede organisator en een sterke spreker.

Rudnytska’s politieke gedachtegoed bleef niet beperkt tot haar werk voor de vrouwenbeweging. In 1928 werd ze, behalve voorzitter van de Vrouwenbeweging, ook verkozen tot lid van het Poolse Parlement, ofwel de Sejm. In het parlement was ze zeer kritisch op de Poolse onderdrukking van Oekraïense cultuur, op scholen en pleitte ze voor een volledige deelname van vrouwen aan het politieke leven. Hoewel dat nog een brug te ver bleek, werden vrouwen wel, zoals Rudnytska hoopte, langzaam zichtbaarder in het publieke leven.

Johan Mowinckel
Johan Mowinckel
Rudnytska probeerde begin jaren dertig niet alleen als voorzitter van de Vrouwenbeweging en Pools parlementslid binnen de grenzen verschil te maken, maar ze vond het ook van groot belang de Oekraïense zaak internationaal onder de aandacht te brengen. Ze was dan ook steeds meer in het buitenland te vinden: Zo werd ze onder andere uitgenodigd bij de Volkenbond.

Internationale tour

In 1933 woonde Rudnytska, samen met een ander lid van het Poolse Parlement, een bijeenkomst van de Volkenbond bij. Voorafgaand aan de vergadering hadden ze een afspraak met Johan Mowinckel (1870-1943), premier van Noorwegen en belangrijk adviseur van de Volkenbond. Rudnytska wilde hem vooral duidelijk maken wat voor afgrijselijke dingen zich afspeelden in Oekraïne door de Holodomor. Deze hongersnood, ook wel moord door uithongering genoemd en inmiddels door Nederland officieel erkend als genocide, was één van de grootste rampen uit de Oekraïense geschiedenis. De Holodomor was vooral het gevolg van het feit dat al het graan werd ingenomen door de Sovjet-Unie en geëxporteerd werd terwijl de Oekraïners die het moesten verbouwen, verhongerden. Ook werd het de bevolking verboden ergens anders in de Sovjet-Unie op zoek te gaan naar eten. Dat betekende een doodvonnis en kostte aan miljoenen mensen het leven.

Desondanks werd deze ramp door de media niet goed opgepikt. Zo schreef de New York Times in 1933 dat, hoewel de situatie ernstig was, “De Russen niet verhongerden”. Dit bericht had grote gevolgen en zorgde er onder andere voor dat Roosevelt besloot de Sovjet-Unie te erkennen én dat andere media berichtten dat er in Oekraïne echt nog wel wat te eten was waardoor er weinig hulp op gang kwam.

Aan Rudnytska de schone taak om Mowinckel ervan te overtuigen dat internationale hulp wel degelijk hard nodig was. Dankzij haar sterke diplomatieke kwaliteiten slaagde ze hier in, waarna Mowinckel en de Volkenbond de hulp van het Rode Kruis aanboden. Omdat deze hulp aan de Sovjet-Unie werd aangeboden, werd het aanbod niet geheel verrassend afgeslagen. Wel ontstond er al snel internationale verontwaardiging maar dat was voor Rudnytska niet genoeg, ze zei “te hebben gehoopt dat een sterkere internationale reactie de hongersnood gestopt had” en dat ze “teleurgesteld was in Europa’s stilte”.

Holodomor. Gebied van de hongersnood in zwart, 1932-1933
Holodomor. Gebied van de hongersnood in zwart, 1932-1933
Uiteindelijk berichtten dankzij diplomatieke inspanningen van onder andere Rudnytska steeds meer internationale media over de werkelijke situatie in Oekraïne. Toen ook meer hulpinstanties zich ermee begonnen te bemoeien was het einde van de Holodomor in zicht.

Rudnytska bleef zich ook daarna, net zoals de huidige Oekraïense president Zelensky nu doet, inzetten voor de Oekraïense zaak op internationaal niveau. Zo was ze in 1931 bij een internationale bijeenkomst in Genève waar ze contact legde met de Britse minister van buitenlandse zaken, hij nodigde haar vervolgens uit een toespraak te geven voor The House of Commons. Deze toespraak zorgde er vervolgens voor dat ze ook aandacht van de pers in Engeland kreeg waardoor meerdere politici zich uitspraken over het belang van onafhankelijkheid voor Oekraïners.

Rudnytska’s internationale tour was nog niet voorbij. Ze werd uitgenodigd in Rome, waar ze een ontmoeting had met Mussolini. Hoewel daar helaas weinig over bekend is sprak ze zich na deze afspraak fel uit tegen het Italiaans fascisme. Erg onder de indruk van Mussolini was ze waarschijnlijk dus niet.

Nazi

In 1939 werd Oekraïne bezet door de Sovjet-Unie. De aandacht die Rudnytska internationaal vergaarde voor de Oekraïense zaak, kwam haar duur te staan. Ondanks het feit dat ze half Joods was duurde het niet lang tot ze, zoals iedereen die zich uitsprak tegen de Sovjet-Unie, als nazi werd bestempeld. Rudnytska werd verbannen en samen met haar zoon reisde ze, uit angst vanwege hun Joodse achtergrond, naar Krakow, Berlijn en Praag. Tijdens deze periode focuste ze zich op het schrijven en in 1944 verscheen haar boek over Oekraïne onder de Bolsjewieken. Na de Tweede Wereldoorlog richtte ze een comité op dat zich inzette voor de wederopbouw van Oekraïne. Hier hield ze zich mee bezig tot 1950. Uiteindelijk kwam ze terecht in München waar ze, tot haar dood, schreef over de rol van vrouwen in de Oekraïense samenleving.

Haar eigen rol in de samenleving was duidelijk: Rudnytska werd een van de bekendste vrouwen uit de recente Oekraïense geschiedenis, gaf een stem en leiderschap aan de vrouwenbeweging en wist van de Oekraïense vrouw zowel een politieke als internationale zaak van te maken. Ze vertegenwoordigde uiteindelijk niet alleen de vrouw, maar elke Oekraïner, met hart en ziel, overal waar ze maar kon.

Josephine van der Klugt is historica en werkt als freelance journalist voor verschillende bladen en websites. Josephine is onder andere geïnteresseerd in de vergeten vrouwen van de geschiedenis.