Leopold II’s koloniale erfenis

Oude kaart met daarop Congo-Vrijstaat
Wanneer er over ‘Congo’ wordt gesproken, legt men vaak onmiddellijk de link naar Belgisch-Congo (1909-1960). De koloniale geschiedenis van dit voormalig Belgisch gebied begint echter veel vroeger. Van 1885 tot 1908 was het immers het privébezit en wingewest van de omstreden Belgische vorst Leopold II en stond het bekend onder de naam Congo-Vrijstaat. Een schets:

De droom van een kroonprins

We schrijven donderdag 9 april 1835. In het kasteel van Laken wordt uit het huwelijk van Leopold I (1790-1865) en Louise-Marie van Orléans (1812-1850) een koningszoon geboren: Leopold Lodewijk Filips Marie Victor, prins van Saksen-Coburg en Gotha, hertog van Brabant en de latere Leopold II (1835-1909). In menig geschiedenisboek zal hij zowel omschreven worden als een visionair vorst, een koning-architect (zie Jubelpark Geschiedenis en Koninklijk Tervuren), maar ook als een meedogenloze onderdrukker en dwingeland.

Portret van een jonge Leopold

Reeds als kroonprins dweept de jonge Leopold met het idee om het grondgebied van België uit te breiden en overzeese kolonies te verwerven. Tal van megalomane ideeën worden naar voren geschoven en even snel weer van de kaart geveegd. Zo probeert hij achtereenvolgens delen van Borneo, de Fiji-eilanden en de Hebriden te bemachtigen. Tijdens een reis naar Istanbul ontmoet hij de Ottomaanse sultan Abdülhamit II (1842-1918) van wie hij tracht het huidige Griekse eiland Lesbos te kopen dat dan nog onder Ottomaanse heerschappij zucht. Volgens recent teruggevonden documenten in Brussel onderzocht hij zelfs op latere leeftijd de mogelijkheid om Nederland gewapenderhand binnen te vallen en te annexeren. Tot zijn grote frustratie draaiden echter al zijn inspanningen op niets uit.

In 1865 volgt de dan 30-jarige kroonprins zijn vader Leopold I op. Hij verbaast onmiddellijk iedereen door bij zijn troonsbestijging voor de gevestigde instellingen een opmerkelijke, niet mis te verstane toespraak te houden:

“Het is mijn streven om België groter, krachtiger en mooier te maken”.

Enkele jaren later zou hij zijn droom realiseren.

Het AIA, de Conferentie van Berlijn en Congo-Vrijstaat

Wapen van Congo-Vrijstaat
Medio negentiende eeuw komt de ontsluiting van het Centraal-Afrikaanse binnenland op gang. In 1866 verkent David Livingstone (1813-1873) de omgeving van het Tanganika meer en in 1875 ontdekt de Brit Verney Lovett-Cameron (1844-1894) de bovenlopen van de Lualaba en de Kasai rivier, beide belangrijke zijrivieren van de Congostroom.

De interesse van Leopold II is uiteraard gewekt en bijna onmiddellijk daarna, in 1876, richt hij in een pand aan de Naamsestraat te Brussel de “Association Internationale Africaine” (AIA) op. Deze instelling krijgt als opdracht de Afrikaanse kolonisatieplannen van Leopold II nauwgezet voor te bereiden. Via onder meer de bankier Léon Lambert (de latere oprichter van de Bank Brussel-Lambert, nu ING) en schoonzoon van de Rothschilds kan hij vrij vlug de nodige fondsen bijeenbrengen om verscheidene expedities te bekostigen die vanuit Zanzibar het Centraal-Afrikaanse binnenland verder moeten verkennen. Leopold II doet hiervoor een beroep op Henry Morton Stanley (1841-1904). Die slaagt erin om in 1879 de Congorivier af te varen en enige tijd later aan de monding van de rivier een handelspost te stichten die hij, verwijzend naar zijn opdrachtgever, Leopoldstad noemt, het latere Kinshasa.

Op de Conferentie van Berlijn in 1885, eigenlijk niet meer dan een assemblée van een vijftiental landen die onder elkaar het Afrikaanse continent wilden verdelen, haalt Leopold II eindelijk zijn slag binnen. Verwijzend naar de expedities die hij via het AIA had laten financieren claimt hij het ganse gebied rond de Congostroom. De toenmalige grootmachten die aan de conferentie deelnamen hadden geen enkele interesse voor deze regio en gingen akkoord met de aanspraken die de Belgische vorst naar voren bracht. Congo-Vrijstaat was geboren.

Spotprent waarin Leopold II afgebeeld wordt als een rubberslang die een Congolees wurgt – Linley Sambourne, 1906

Het nieuw verworven gebied dat zo’n tachtig maal groter is dan België en grote delen van het Equatoriaal regenwoud omvat, is voor Leopold II echter niet meer dan een banaal wingewest dat in de kortst mogelijke tijd met een minimum aan kosten de grootst mogelijke winst moet opleveren. In de beginjaren is het voornamelijk de ivoorhandel die voor de Belgische vorst zeer lucratief blijkt te zijn. Het is echter de uitvinding van de rubberband in 1887 door John Boyd Dunlop (1840-1921) die voor Leopold II een ware onuitputtelijke bron van rijkdom zal betekenen. De plotse immense vraag op de wereldmarkt naar rubber voor automobielbanden en andere afgeleide producten maken immers dat de export van het felbegeerde rubber algauw de belangrijkste bron van inkomsten vormt.

De ongeziene drang om zoveel mogelijk winst te maken leidt vanzelfsprekend – en bijna onafwendbaar – zowel tot een massale uitbuiting van de Congolezen, als tot talrijke barbaarse misbruiken. Dergelijke stelselmatige en uiterst gewelddadige praktijken blijven dan ook niet onopgemerkt. Langzaam maar zeker duiken overal in de wereld allerhande verhalen op en gaandeweg zijn de gemoederen niet meer te sussen en worden de protesten tegen het autocratisch bestuur van Leopold II in zijn privékolonie steeds groter.

Congo-Vrijstaat wordt Belgisch-Congo

Leopold II – Charles Lemaire, 1894

Pas nadat er opnieuw in de internationale pers alarmerende berichten worden gepubliceerd over de vele wantoestanden in Congo-Vrijstaat, besluit Leopold II dan toch om in 1908 zijn privébezit over te dragen aan België waarop het de naam krijgt van Belgisch Congo. De overdracht van Congo-Vrijstaat is echter een onderdeel van een uitermate sluw en uitgekiend plan. Zo brengt hij zijn immense rijkdom en bezittingen die hij te danken heeft aan de rubber- en ivoorhandel grotendeels onder in een zogenaamde ‘Koninklijke Schenking’, met drie niet onbelangrijke clausules, namelijk: de gronden en gebouwen mogen nooit verkocht worden; sommige kastelen en terreinen moeten hun oorspronkelijke functie bewaren en het vruchtgebruik ervan blijft een voorrecht van zijn opvolgers.

Leopold II had zich bovendien daarvoor al ingedekt door twee maatschappijen op te richten: de “Union Minière du Haut Katanga”, die zich voornamelijk toelegde op de ontginning van non-ferro metalen en de “Forminière” die zich specialiseerde in de verkoop van tropisch hout uit Katanga en in de ontginning van diamanten uit de Kasai provincie. Een uiterst winstgevende handel, want tot 1958 is de “Forminière” goed voor 61 procent van de wereldproductie van ruwe industriële diamant. Daarnaast was er nog de “Societé Générale”. Deze maatschappij behield tot 1932 het wereldmonopolie van uraniumerts. Het uranium, nodig voor de aanmaak van de eerste Amerikaanse atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, werd trouwens in de voormalige Belgische kolonie bovengehaald en aan de Verenigde Staten doorverkocht. Leopold II die zelf nooit een voet in Congo heeft gezet, overleed in 1909 op 74-jarige leeftijd in zijn paleis te Laken, niet zonder op zijn sterfbed nog voor een laatste ongeziene stunt te zorgen door te huwen met een jong Roemeens hoertje, Blanche Delacroix (1883-1948) genaamd.

Klik op de afbeelding voor een grotere afbeelding van dit bankbiljet
Blanche Delacroix en Leopold II
Deze Blanche Delacroix was 17, hij 65 toen ze elkaar ontmoetten op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1900. Wat begon als een flirt, groeide snel uit tot een heuse romance. Uit de verhouding werden twee zonen geboren die door Leopold II zelf in de adelstand werden verheven, de ene, Lucien, kreeg de titel Hertog van Tervuren, de andere, Philippe, werd Graaf van Raversijde terwijl Blanche Delacroix de titel van Barones de Vaughan kreeg toegemeten. Na de dood van Leopold II was de toenmalige Belgische regering haar liever kwijt dan rijk en betaalde omgerekend zo’n 25 miljoen euro aan haar, waarna ze met stille trom uit Brussel vertrok om er nooit meer terug te keren. Ze overleed aan suikerziekte in 1948 in Cambo-les-Bains in de Franse Pyreneeën.

De moeilijke bevalling van een soevereine Staat

Patrice Lumumba, de eerste minister van de Democratische Republiek Congo (1960)
Halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw begint het in Belgisch-Congo stilaan te rommelen en in 1959 breken de eerste onlusten uit, aangewakkerd door het Abako (Association des personnes de Bakongo ) van Joseph Kasavubu (ca. 1913-1969) en het MNC (Mouvement National Congolais) onder leiding van Patrice Lumumba (1925-1961) die beiden een volledige ‘Dipenda’ of onafhankelijkheid eisen. De snel escalerende situatie noopt België om per 30 juni 1960 de onafhankelijkheid van ‘Congo’ uit te roepen. Kasavubu wordt tot president verkozen en Lumumba krijgt de post van eerste minister toegewezen.

Amper enkele dagen na de ‘Dipenda’ begint het Congolese leger, of wat daarvoor moet doorgaan, te muiten en te plunderen. Eén en ander leidt tot een exodus van heel wat overgeblevenen Belgen. België grijpt militair in en stelt een luchtbrug in om zijn onderdanen te beschermen, hetgeen dan weer op zijn beurt door Kasavubu en Lumumba uitgelegd wordt als een ‘aanslag’ op de jonge Congolese Staat.

In al dat geharrewar ziet de CONAKAT (Conféderation des Associations Tribales du Katanga) haar kans schoon en roept hun leider, Moïse Tsjombe (1919-1969) op 11 juli, de onafhankelijkheid uit van de rijke mijnprovincie Katanga. Ook Albert Kalonji (ca. 1929-…) behorend tot de Luba-stam, maakt van de politieke instabiliteit gretig gebruik en volgt het voorbeeld van de Katangezen door de onafhankelijkheid uit te roepen van zijn provincie: Zuid-Kasai.

Ondertussen wordt Lumumba onder druk van België en de Verenigde Staten als eerste minister door Kasavubu de laan uitgestuurd en in 1961 in Katanga zonder enige vorm van proces meedogenloos gemarteld en nadien geëxecuteerd. In diezelfde periode proberen de Verenigde Naties te bemiddelen om tot een vreedzame oplossing te komen voor het conflict. Het is tijdens één van die vredesmissies naar Congo dat de Zweedse diplomaat en secretaris-generaal van de VN, Dag Hammarskjöld (1905-1961), in een vliegtuigcrash nabij Ndola in het huidige Zambia om het leven komt.

Joseph-Desiré Mobutu in
Uiteindelijk stelt een VN-troepenmacht dan toch orde op zaken en in 1963 wordt finaal komaf gemaakt met de verschillende afscheidingsbewegingen. Hiermee is de rust in het land echter geenszins teruggekeerd. Eind november 1965 pleegt Joseph-Desiré Mobutu (1930-1997) een militaire coup. Mobutu ontdoet zich vervolgens zonder enige vorm van scrupules van zijn tegenstanders, roept zichzelf tot president uit en vormt met zijn MPR (Mouvement Populaire de la Révolution) de enige toegestane regeringspartij. Hij zal het land gedurende meer dan dertig jaar met ijzeren hand regeren.

Na het Mobutu-tijdperk

In 1997 grijpt een rebellenleger onder leiding van Laurent-Désiré Kabila (1938-2001), een voormalige kompaan van de legendarische Che Guevara toen deze in 1965 in Congo een marxistische guerrilla beweging trainde, definitief de macht. Veel verandering komt er met deze machtswissel voor de Congolese bevolking niet. Op 16 januari 2001 vindt dan ook het onvermijdelijke plaats. Kabila senior komt tijdens een mislukte staatsgreep om het leven, vermoord door één van zijn kindsoldaten. Het is zijn zoon, Joseph Kabila (1971-…) en nog steeds de huidige president van de Democratische Republiek Congo, die hem opvolgt.

Ondanks de schijnbaar goede intenties van deze laatste kreunt het land nog steeds verder onder etnische twisten en allerhande interne conflicten. Ook politiek heerst er nog altijd grote verdeeldheid waardoor het zeer de vraag is hoe het nu eigenlijk in de toekomst verder moet met deze erfenis van Leopold II.

~ Rudi Schrever

Lees ook: Kongo. Een geschiedenis van racisme
Boek: Koning Leopold II, van constitutioneel monarch tot roofridder
Boek: Congo. Een geschiedenis – David Van Reybrouck

Icoon van de Heilige Drie-eenheid - Tikhon FilatievWanneer men…
Junge Feldhase - Albrecht DürerHeel wat vermaarde Duitse schilders…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net