Dark
Light

Ghotuls – Een unieke jeugdcultuur in India

10 minuten leestijd
Dansceremonie in een ghotul van de Muria, een lokale stam in het noorden van India
Dansceremonie in een ghotul van de Muria, een lokale stam in het noorden van India, 2005 (CC BY-SA 3.0 - Yves Picq - wiki)
Lex Veldhoen ontdekte in 2011 een uniek, eeuwenoud, maar vrijwel onbekend fenomeen in de Indiase samenleving: Ghotuls. Dit is een sterk afwijkende jeugdcultuur met gemeenschappelijke (slaap)ruimten voor de jongeren bij lokale volkeren in India, ook wel adivasi genoemd.

Dit unieke samenlevingsmodel verdwijnt snel en er is weinig studie gedaan naar de ghotuls, zodat de kennis erover verloren dreigt te gaan. Antropologen zijn het bijvoorbeeld wat een aantal facetten betreft niet eens over de ware aard van de ghotul, die bovendien in meerdere gebieden verschillende verschijningsvormen kent. Soms is het alleen nog maar een jeugdclub, maar vaak veel meer dan dat: gemeenschapshuis, leerschool, het sociale hart van het dorp, maar ook de plek waar jongens en meisjes zich voorbereiden op het huwelijk. Soms is het zelfs de bank van lening. Al bij al en zeer unieke jeugdcultuur.

In 2011 bezocht Lex Veldhoen een aantal ghotuls in Bastar district. Ze liggen verspreid in een laagvlakte bij de oostkust van India.


Ghotuls

Samen met een tolk reed ik tegen de avond in een gehuurde Ambassador met chauffeur een dorp binnen, waar hutten verspreid langs zandpaden staan en de ghotul er verlaten bijlag. Naast de grote hut van de ghotul, die geen duidelijk afgebakend voorterrein had, lagen onder een afdak lakens en asresten van het vuur van de vorige avond. Een dorpeling die kwam aanlopen en zich voorstelde als Muhan Singh, legde ons uit dat de ghotul-jongens er niet waren, omdat ze een familie hielpen bij een begrafenis. Muhan (30) ging vroeger ook naar de ghotul:

‘Nog steeds worden de jonge leden traditionele waarden bijgebracht, zoals wat je wel en niet hoort te doen. Als je als dorpeling hulp nodig hebt, bijvoorbeeld als je wat aangedaan is, ga je naar de ghotul en vraag je de patel, de leider, met zijn hoorn iedereen bijeen te roepen om te beslissen wat er moet gebeuren.’

In de avondschemer kwam een groep meisjes naar de ghotul. Ze droegen brede, zilverkleurige banden om hun hals en toonden op verzoek van Muhan Singh hun dans; zingend, schouder aan schouder, bewegend op het ritme van handbekkens.

Zelfregulerend

De ghotul is volgens antropologische beschrijvingen een zelfregulerende jongerengemeenschap. Net als in dorpsgemeenschappen meestal ouderen leidersfuncties vervullen, gebeurt dat in de ghotuls door onderling gekozen oudere jongeren. Volwassenen is de toegang ontzegd tot het meestal omheinde terrein van de ghotul en binnen de groep leren nieuwelingen sociale vaardigheden van de oudere ghotulleden.

Jongens en meestal ook meisjes slapen vanaf ongeveer twaalfjarige leeftijd niet meer thuis. Overdag werken ze op de velden en eten ze bij hun ouders. Ze hebben veelal een slaapmaatje van de andere sekse en gaan soms als groep dansen en zingen in andere dorpen. Ze mogen niet trouwen met hun slaapmaatje en geen kinderen verwekken. Hebben ze eenmaal de huwbare leeftijd bereikt – ze verblijven zo’n acht jaar in de ghotul – dan treedt meestal het traditioneel Indiase ‘arranged mariage’ in werking.

Dat de ghotul vele gezichten kan hebben, blijkt als ik andere ghotuls bezoek. In het tweede dorp heeft de ghotul niet alleen een winterruimte met lemen muren, maar ook een zomerruimte: een rieten dak op palen. Markadebah, een van de ghotulleden, vertelt:

We hebben de ghotul als dorpelingen gezamenlijk gebouwd; het hout komt uit het bos, de klei van de rivier, de dakpannen bakken we zelf. ’s Zomers slapen we onder het rieten dak, samen met jongeren uit andere ghotuls die we uitnodigen om te komen zingen en dansen. De ghotul fungeert ook als bank van lening. We sparen geld op dat we van de leden vragen als ze fouten maken of lui zijn, bijvoorbeeld als ze de ghotul niet schoonvegen of geen hout meebrengen voor het vuur. Als een dorpeling iets wil aanschaffen, kan hij vragen of hij geld mag lenen uit dat potje. Als er veel geld is, houden we een feest met het hele dorp, met veel eten en drinken.

Lid van de ghotul van de Muria
Lid van de ghotul van de Muria (CC BY-SA 3.0 – Yves Picq – wiki)
Budh Sing (17) gaat al vanaf zijn zesde jaar naar de kostschool van een ashram (een religieuze Hindoe-gemeenschap) in een provinciestadje. Alleen tijdens korte vakanties gaat hij naar zijn geboortedorp terug. Daar wonen zo’n 700 mensen. Het ligt zes kilometer van het stadje vandaan, even van de hoofdweg. Samen met Budh Sing en een lokale tolk bezoek ik er de ghotul. De grote hut is omheind met een aarden wal met daarin recht opstaande, ingegraven stammen van palmbomen. In het midden van de buitenruimte staat een ’totempaal’ met in hout uitgesneden dansende en musicerende figuren. De ghotul heeft twee slaapruimten, evenals een bergruimte voor muziekinstrumenten en voor houten stelten, waarop de jongens niet alleen kunnen lopen, maar zelfs kunnen dansen.

Zittend op de veranda van de ghotul vertelt Budh Singh dat hij het jammer vindt dat hij niet meer naar de Ghotul kan gaan: ‘Ik mis het, maar ja, ik kan nu studeren. Als ik in de vakanties naar de ghotul kom, zijn de anderen wat afhoudend.’ Volgens hem is deze ghotul niet veel meer dan een jeugdclub en blijven de meisjes slechts enkele nachten per week slapen. Over het dorpsleven zegt hij:

‘Het heeft goede en negatieve kanten. De jongeren helpen de dorpelingen, maar er wordt ook veel toddy gedronken, een zelfgestookte drank.’

Twee meisjes van een jaar of veertien die komen aanlopen, beantwoorden de vraag bevestigend of ze de ghotul bezoeken. Giechelend vertellen Sumari en Rambati dat ze beiden een vaste ghotul-partner hebben.

Ik vraag ghotul-leden in diverse dorpen of er sprake is van vrije seksualiteit. Markadebah vertelt:

‘Vroeger werd er regelmatig van partner gewisseld om een te grote gehechtheid aan elkaar te voorkomen. Nu blijven meisjes minder vaak slapen. Seks is officieel niet meer toegestaan, maar het gebeurt nog weleens. Als andere ghotul-leden er achter komen, leggen ze een straf op.’

Lid van de ghotul van de Muria
Lid van de ghotul van de Muria
Muhan Singh, over de ghotul in zijn dorp: ‘In mijn tijd sliepen er meer jongeren, ze hadden onderling seksuele relaties. Nu zijn er meer meisjes in het dorp, maar ze blijven niet meer slapen. Er wordt alleen als broer en zus met elkaar gedanst en gezongen. Een aantal beter opgeleide volwassenen in het dorp – één van hen is leraar op de ashram-school – keurden seksueel gedrag af en stonden erop dat de meisjes thuis sliepen.’

Mijn tolk, een leraar Engels van de ashram, die nooit eerder in een ghotul-dorp is geweest, zegt na afloop:

‘Eigenlijk zijn deze mensen veel geciviliseerder dan wij. Ze zijn niet het slachtoffer van hoge bruidsschatten. Bruiden verbranden zichzelf hier niet, omdat ze slecht behandeld worden door de schoonfamilie en echtgenoten laten geen ongelukje, bijvoorbeeld met kerosine, gebeuren met hun vrouw, zodat ze een tweede bruidsschat kunnen incasseren.’

Uiteenlopende visies

Ook onder antropologen is veel te doen geweest over het seksuele aspect van de ghotul. Het is een mooi voorbeeld van uiteenlopende visies tussen antropologen ten aanzien van één en hetzelfde verschijnsel. Simeron Gell en Verrier Elwin hebben beide onderzoek naar de ghotul gedaan. Gell is een Indiaas-Engelse vrouw met hindoe-achtergrond, die haar onderzoek eind zeventiger jaren verrichtte. Ze beschuldigt Verrier Elwin (man, Engels, deed veertig jaar eerder onderzoek) ervan een te romantisch beeld van de ghotul geschetst te hebben. Gell bracht eenentwintig maanden door in één dorp met een ghotul en bestudeerde dat diepgaand, Elwin bezocht gedurende meerdere jaren circa honderd ghotuls. Hij beschrijft ze vanuit een harmoniemodel, Gell vanuit een conflictmodel. Zij ziet een aantal (loyaliteits-)conflicten voortkomen uit de ghotul, bijvoorbeeld vanwege de regel dat je trouwt met een ander dan je ghotul-partner.

The Tribal World of Verrier Elwin
The Tribal World of Verrier Elwin – Autobiografie van antropoloog Verrier Elwin
Het verschil spitst zich vooral toe op de vraag of er inderdaad sprake is van ‘een jeugd met een welhaast paradijselijke seksuele vrijheid’, zoals Elwin lyrisch schreef (die volgens hem overigens wel gebonden is aan clan-regels). Hij stelde dat het seksuele aspect moeilijk te bestuderen is, omdat het ontkend wordt tegenover buitenstaanders, vanwege de overheersende, restrictieve Hindoe-moraal die seksualiteit voor het huwelijk afkeurt. Simeron Gell:

‘De meisjes kiezen een jongen uit, zeggen met welke jongen ze op één mat willen slapen, maar dit houdt niet in dat ze een seksuele relatie hebben. Een romantische, seksuele relatie ontstaat slechts in een minderheid van de gevallen. Als een meisje zwanger wordt, is dat een groot schandaal en wordt ze de ghotul uitgezet.’

Tijdens mijn verblijf in 2011 zocht ik de Indiase antropoloog Satkar in Jagdalpur op. Hij werkte bij de lokale vestiging van The Antropological Survey of India en schaarde zich achter Elwin:

Volgens mij is er wel sprake van vrije seks, van wisselende partners. Als je het de mensen vraagt, ontkennen ze het, maar via omwegen kom je er achter dat het een onderdeel is van het leven in de ghotul. De jongen (chelik) benadert de gewenste partner op symbolische wijze, met een kam die voorzien is van de afbeelding van een vis, een symbool voor vruchtbaarheid. Als een mortiari (ghotul-meisje) deze accepteert, blijft ze bij hem slapen. Ze geloven dat een vrouw pas zwanger wordt na een langdurige relatie met een man. Toch gebeurt het regelmatig. Soms houden ze het kind, maar ze hebben ook kruiden om zwangerschap te voorkomen of abortus op te wekken.

Volgens Elwin komen echtscheiding, overspel en misdaad in ghotul-dorpen veel minder voor dan bij naburige volken, doordat de ghotul de jeugd socialiseert, verantwoordelijkheden bijbrengt en omdat er geen kindhuwelijken plaatsvinden.

Ashram

Tijdens mijn verblijf logeerde ik in de Ashram, waar ook Budh Sing op school ging. De ashram is gewijd aan de hindoe-heilige Sri Vivekenanda die rond het begin van de twintigste eeuw leefde. De ashram bestaat uit een groene, goed verzorgde campus met woon-, werk- en schoolgebouwen, naast een farm die de ashram deels selfsupporting maakt. De ashram geeft hulp aan een aantal ghotul-dorpen in een aangrenzend, ontoegankelijk berggebied.

Op een dag rijd ik met de secretaris van de ashram en zijn chauffeur in een jeep door het gebied. We hobbelen over onverharde wegen en steken rotsachtige rivierbeddingen over. De overheid en de ashram hebben het gebied, ter grootte van de provincie Utrecht, de afgelopen tien jaar opengelegd door onverharde wegen aan te leggen. Tegelijkertijd dringt hierdoor echter de commercie het gebied binnen. Onderweg zien we handelaren, die met metershoge ladingen hout op de bagagedragers van hun fietsen het gebied uittrekken. Ze kopen hout op van tribalen, waardoor geld zijn intrede doet in dit gebied en de tribalen geen autonome ruileconomie meer hebben, maar afhankelijk worden van de hindoe-samenleving, met alle gevolgen van dien. Bovendien vindt zo ontbossing plaats.

We komen laat in de ochtend aan in een klein dorpje dat er verlaten bijligt, omdat de meeste mensen in de velden werken of in de bossen natuurproducten verzamelen, zoals honing, vruchten en kruiden. De ghotul is hier simpel van opbouw; slechts een rieten dak op houten palen en een omheining van afgezaagde boomstammen, waar je – vanwege ‘wilde dieren’ in de omgeving – overheen klimt via twee boomstammen met inkepingen die aan weerszijden schuin tegen de omheining zijn geplaatst.

We bezoeken een schooltje op een heuvel dat door de ashram is gesticht om ook in dit gebied zelf de jongeren ontwikkeling bij te brengen. We worden op het kale voorterrein met de nodige eerbewijzen ontvangen, krijgen guirlandes met bloemen omgehangen. Men is kennelijk van onze komst op de hoogte gesteld. De secretaris brengt regelmatig van dit soort ‘werk’-bezoeken af. Als ware hoogwaardigheidsbekleders krijgen we stoelen en thee aangeboden. Eén voor één moeten de kinderen de secretaris komen groeten, wachtend in een lange rij in de hete zon, totdat ze voorovergebogen, met hun beide handen de voeten van de secretaris en van mij ‘mogen’ aanraken. Ik weer het eerst voorzichtig af, ik voel me erg opgelaten en vind het een gênante vertoning, maar stop ermee om de secretaris niet in verlegenheid te brengen, die het zienderogen op prijs stelt.

Dansceremonie van de ghotul in Chattisgarh:

Na dit ceremonieel en wat gepraat tussen de secretaris en de leerkrachten vertrekken we weer. Op de terugweg zie ik veldjes met afgekapte boomstammen waar jonge enten uitkomen. De tribalen passen shifting cultivation toe: bomen worden gekapt en na enkele jaren akkerbouw mag de natuur weer zijn gang gaan. De ashram propageert rationele akkerbouw vanwege de hogere opbrengst, maar hierdoor worden grote stukken grond definitief ontbost en de landbouw op een grootschalige, commerciële manier aangepakt.

De ashram-hulp is een typerend voorbeeld van goede bedoelingen – gestoeld op Westerse Missie-ideeën – die een cultuur om zeep helpen. In de ashram is bijvoorbeeld een kostschool voor vijfhonderd tribale kinderen. Doordat ze er wonen, kunnen ze niet meer naar de ghotul, ze krijgen geen les in hun eigen taal, maar in Hindi en aanbidden niet de eigen goden, maar moeten dagelijks meer dan een uur lang een Hindoe tempeldienst bijwonen. Antropoloog Satkar:

‘Dat organisaties als de ashram tribalen helpen zich te ontwikkelen is op zich goed, maar ze helpen op deze wijze niet de ghotul-cultuur in stand te houden. De kinderen wordt op school bijvoorbeeld voorgehouden dat vrije seks slecht is, waardoor ze denken dat hun cultuur minderwaardig is.’

Mysterie

Ghotuls blijven deels een mysterie, ze lijken zich verschillend ontwikkeld te hebben qua uiterlijk en functie. Over de toekomst ervan bestaat verdeeldheid, zowel onder dorpelingen als antropologen. Tijdens een van mijn bezoeken aan een ghotul-dorp zegt een oudere man dat hij het voortbestaan van de ghotul erg belangrijk vindt: ‘Wie zal het anders rondvertellen als er een kind geboren is of als er iemand overleden is, zodat de andere dorpelingen kunnen meevieren of -rouwen? Wie zal er dansen en zingen op trouwpartijen?’

Evenals andere dorpelingen is Muhan Singh bang dat de ghotul zal verdwijnen, vooral omdat steeds meer jongeren naar kostscholen gaan. Simeron Gell ziet het positiever in: ‘Deze tribalen hebben altijd naast Hindoe’s geleefd en hun economie is tamelijk zelfvoorzienend. De ghotul is zo stevig verankerd in de cultuur dat ik tamelijk optimistisch ben over het voortbestaan.’ Satkar stelt dat minder dan 50 procent van de dorpen nu nog een ghotul heeft:

‘Ik denk dat ze over twintig jaar verdwenen zijn.’

De ghotul is overigens een verschijnsel dat niet op zich zelf staat. Ook bij andere Indiase volkeren, en verspreid over de hele wereld, zijn er gemengde slaaphuizen (geweest), zoals in Bhutan en Nieuw Zeeland. Veel vaker komen dormitories voor waar alleen (jonge) mannen slapen, zoals in Melanesië, Nieuw Guinea, bij de Masai in Afrika en de Bororo in Brazilië.

Lex Veldhoen is journalist en auteur van diverse boeken en uitgaves. Hij schreef en schrijft onder meer voor NRC-Handelsblad, Trouw, HP-De Tijd en het Parool. Zijn specialisaties zijn biografieën, reisverhalen en de onderwerpen India, België, Kunst, wetenschap en techniek. Zie ook zijn website lexveldhoen.nl.