Het begin van het beleg van Haarlem

Fragmenten uit ‘In opstand!’ van Pieter Serrien
/
10 minuten leestijd
Aanvals- en Verdedigingswerken van de Spanjaarden en de Haarlemmers - Negentiende-eeuwse prent
Aanvals- en Verdedigingswerken van de Spanjaarden en de Haarlemmers - Negentiende-eeuwse prent (CC0 - Noord-Hollands Archief - wiki)
450 jaar geleden kwam de geuzenopstand tot een voorlopig hoogtepunt in Haarlem. Sinds Den Briel en Vlissingen in april in geuzenhanden waren gevallen, was bijna elke dag iets ongeziens gebeurd. Tegen de zomer waren de geuzen erin geslaagd om het grootste deel van Zeeland en Holland in opstand te laten komen of te dwingen om zich aan Oranje te binden.
In opstand! Geuzen in de Lage Landen - Pieter Serrien
In opstand! Geuzen in de Lage Landen – Pieter Serrien
Verschillende hoofdpersonages uit het boek In opstand! van historicus Pieter Serrien, over de geuzen in de Lage Landen, stonden vooraan op de barricades. Uiteraard de beruchte Lumey, die de watergeuzen naar een onverwachte overwinning leidde in Den Briel en daarna plaatsvervangende stadhouder van Zuid-Holland werd tot Oranje zou arriveren. Ook Filips van Marnix die de Eerste Vrije Statenvergadering in Dordrecht voorzat, waar de basis werd gelegd voor de politieke onafhankelijkheid. En Lodewijk van Nassau die vanuit Frankrijk Bergen kon innemen, maar uiteindelijk de aftocht moest blazen door het overwicht van het Spaanse leger van de hertog van Alva. Uiteraard eiste ook Nicolaas Ruychaver een hoofdrol op, die van Den Briel tot Noord-Holland de geuzenlegers aanvoerde en uiteindelijk in zijn Haarlem de opstand zag zegevieren.


Een kantelmoment in de geuzenopstand

Er was veel geweld geweest. Soms leek 1572 meer op een burgeroorlog dan op een opstand. De geuzen waren als wilden tekeer gegaan tegen de katholieke instituties. Daarbij bleef het niet bij beeldenstormen en afpersingen. Priesters en kloosterlingen waren vermoord, onder meer in opdracht van Lumey. Geestelijken waren verminkt als wraak voor de katholieke onderdrukking. Zo was er Gautier Herlin die bij elke priester die hij te pakken kreeg de neus en de oren afgesneden zou hebben, een straf die hemzelf ook was overkomen. De regeringstroepen waren genadeloos gewelddadig in hun pogingen om de opstand neer te drukken. Steden die de kant van de Oranje en de geuzen hadden gekozen betaalden hun rebellie met plunderingen, mishandelingen en soms zelfs moordpartijen. De eerste was Rotterdam geweest. Het havenstadje had enkele dagen na de geuzeninname van Den Briel de poorten gesloten voor stadhouder Bossu. Maar toen die toch de toegang wist te forceren, volgde er een bloedbad. Het is gissen naar het aantal slachtoffers. De geuzenpropaganda dikte die maar al te graag aan, terwijl de Spaanse legerleiding en de regering in Brussel het eigen geweld relativeerde. Maar één ding is zeker: in 1572 vloeide het bloed in de Nederlanden als nooit tevoren…

Terug naar 18 december 1572. Toen het geuzenjaar ten einde kwam leek de opstand gedoemd te mislukken. Na het gefaalde bevrijdingsoffensief van Oranje was de hertog van Alva vanuit Bergen op een strafexpeditie vertrokken. De ene na de andere opstandige stad moest weer onder zijn gezag worden gebracht. Begin oktober was Mechelen als eerste aan de beurt. Dagenlang werd er in de Brabantse stad gemoord, verkracht en geplunderd.

De plundering van Mechelen door de hertog van Alva - Frans Hogenberg
De plundering van Mechelen door de hertog van Alva – Frans Hogenberg

In de zomer van 1572 koos Mechelen de kant van de geuzen. Ze verwelkomden de troepen van Oranje als bevrijders. Maar Oranje en de geuzen werden daarna bij Bergen door de hertog van Alva verslagen. Die nam wraak op het opstandige Mechelen. In de vroege ochtend van 2 oktober 1572 viel de stad weer in handen van het regeringsleger nadat de geuzen-tegenstanders de poorten hadden geopend. Hoewel de stad zich had overgegeven, gaf Alva toestemming om de stad te plunderen. Er volgden drie dagen van verschrikking. Een onbekend aantal burgers en geuzen kwam daarbij om het leven. In bendes trokken de Spaanse soldaten en huurlingen rond. Ze verkrachtten, mishandelden en bedreigden de Mechelaars. Zelfs kloosters werden niet gespaard. Een gerechtelijk onderzoek in enkele Mechelse parochies is een onthutsende bron over deze zogenaamde ‘Spaanse furie’. 42 geestelijken somden op wat ze verloren hadden, van overrokken en koorkappen tot paternosters en snuitdoeken. Daartussen gaven de geestelijken een angstaanjagende opsomming van de moorden en verkrachtingen. Als maagden het slachtoffer waren van seksueel geweld, was de verontwaardiging bij de ondervraagde geestelijken nog groter. In de Onze-Lieve-Vrouweparochie werden vijf of zes gedode mannen, één vermoorde vrouw en drie of vier verkrachtingen van maagden gemeld. De priester van Sint-Jan wist van negen verkrachtingen, één vermoorde man en twaalf mensen die aan hun verwondingen of ‘tristitia’ (verdriet) waren overleden. In Nekkerspoel waren er vijf verkrachte en drie ontvoerde maagden en acht getrouwde vrouwen die aangerand waren. En zo ging de lijst nog even door…

Fragment uit In opstand!, p. 350-351.

In november volgde Zutphen. Meer hierover lees je in het boek van collega Johan Visser. Op 1 december gaf Naarden zich over en daar kwam het tot een vreselijke slachtpartij waarbij honderden burgers omkwamen.

Het bloedbad van Naarden, geïllustreerd door Jan Luyken
Het bloedbad van Naarden, geïllustreerd door Jan Luyken

Op 1 december 1572 vond een van de gruwelijkste episodes van de geuzenopstand plaats; Het Hollandse stadje Naarden werd door de koninklijke troepen gestraft voor hun steun aan Oranje en de opstandelingen. De burgers moesten naar het stadhuis komen, maar daar wachtte hen een vreselijke dood. Ze werden een voor een afgemaakt. We weten nog steeds niet hoeveel doden er precies vielen, maar het grootste deel van het stadje verloor die trieste winterdag het leven. Lambertus Hortensius was een van de weinige overlevenden die later kon getuigen. Hij beweerde dat niemand in Naarden gespaard werd: ‘Menigeen werd met afgehouwen hoofd en handen op straat geworpen. Ook vrouwen, maar niet veel, kwamen om. In mijn huis werd een onmondige jongeling om hals gebracht.’ In zijn getuigenis noteerde hij enkele gruwelverhalen die hij achteraf vernam van andere overlevenden.

‘Ze drongen een smederij binnen en kapten de smid met zijn eigen bijlen de benen af. In het gasthuis mishandelden zij op een afschuwelijke wijze twee stomme, stokoude mannen. Een vrouw vond men verdronken in een put. Haar echtgenoot was vermoord en ze hadden gepoogd haar geld af te persen. Een zwangere vrouw werd door vier soldaten verkracht. Ze sneden de onvoldragen vrucht uit haar buik en stopten die in de zak die ze bij zich droeg. Zo verscheurd en gemarteld gaf ze de geest.’

Fragment uit In opstand!, p. 355-360.

Na Naarden werd het koninklijke leger in het regeringsgezinde Amsterdam onthaald als bevrijders. In Haarlem besefte geuzenkapitein Nicolaas Ruychaver dat zijn stad de volgende zou zijn. Hij wist dat het niet evident zou zijn om de meerderheid van katholieken in de stad te overtuigen om het verzet vol te houden. Tot overmaat van ramp trokken drie katholieke stadsbestuurders heimelijk naar Amsterdam om Haarlem over te geven. Maar onder impuls van ‘luitenant’ Wigbolt Ripperda en Filips van Marnix werd besloten om de stad niet op te geven. Daarop begon het regeringsleger de omsingeling. Een poging van Lumey om met een geuzenleger Haarlem te ontzetten mislukte. Op 18 december volgde de eerste bestorming en twee dagen later een tweede. Haarlem bleef zich verzetten, maar het beleg was nog maar net begonnen. En zo kwam exact 450 jaar geleden de geuzenopstand tot een kantelmoment dat de verdere geuzengeschiedenis zou bepalen.

Zicht op Haarlem en de vijandelijke stellingen voor de stad. Tekening uit een boek van Willem Jansz.Verwer.
Zicht op Haarlem en de vijandelijke stellingen voor de stad. Tekening uit een boek van Willem Jansz.Verwer.

In de zomer van 1572 kwam Haarlem in opstand. Maar begin december stonden de koninklijke troepen voor de stadspoorten. Na de gewelddadige inname van Mechelen, Zutphen en Naarden wisten de Haarlemmers dat er een strijd om leven en dood zou volgen. Het regeringsleger omsingelde de stad en een poging van Lumey om zijn medegeuzen te ontzetten mislukte. Op 18 december volgde de bestorming van Haarlem. Om acht uur begon de beschieting door de Spaanse artillerie met één schot op de noordelijke stadswal. Na tien minuten was er een tweede en daarna volgde een onophoudelijk salvo tot de duisternis inviel. Dagboekschrijver Willem Janszoon Verwer telde er maar liefst driehonderd. Haarlem was geen vestingstad. Behalve de zes meter hoge stadsmuur en de gracht was er een ravelijn bij de Kruispoort. Op dat versterkte uitsteeksel stonden de geuzen klaar om een mogelijke bestorming af te slaan. Het bombardement was zo heftig dat rond de middag het ravelijn verlaten werd ‘door een klein gaatje’ in de stadsmuur. Verwer schreef dat de burgers in allerijl de Kruispoort barricadeerden ‘met wolzakken, hobbezakken, aarde, hout en balken die ze in de gaten stopten, het geschut niet vrezend’. Zeker één burger kwam daarbij om het leven. Hij werd meteen begraven bij de poort. Een dienstmeisje overkwam volgens Verwer iets bijzonders.

‘Ze was beschoten met een grote kloot, die al haar kleren van haar billen tot beneden van haar lijf afgeschoten heeft zonder dat ze gewond werd.’

In een burgerwoning had zich bijna een drama afgespeeld toen ‘de schoorsteen waarin rookvlees en spek hing omvergeschoten werd’. De ‘kloot’, zoals de kogel genoemd werd, ‘viel tussen vier kleine kinderen in met al dat steen, vlees en spek’. Toch raakte niemand gewond.

Fragment uit In opstand!, p.372-373.

Gedenkteken voor het beleg 1572-1573 in de Grote Kerk in Haarlem
Gedenkteken voor het beleg 1572-1573 in de Grote Kerk in Haarlem – Negentiende-eeuwse aquarel van Antony Hoeting (CC0 – Noord-Hollands Archief – wiki)
Tegen alle verwachtingen in konden de burgers van Haarlem de Spaanse bestorming van de stad afslaan. Twee dagen later volgde een nieuwe aanval. Verwer hoorde de alarmklok en zag hoe alle verdedigers zich op de wallen positioneerden. Een geuzenpredikant leidde het calvinistische gebed: ‘Zo vielen zij altezamen neer op de aarde en baden God om gratie en moed om die Spangers [Spanjaarden] en de storm te resisteren. Zij zagen de dood voor ogen.’ Met tromgeroffel en hun kleurrijke vaandels hoog boven zich kwamen de koninklijke troepen op Haarlem af. Maar voordat ze de grachten over waren en de eerste ladders hadden geplaatst, waren de verliezen bij de Spanjaarden al te hoog. Hadden ze hun vijand onderschat? ‘Ze riepen maar van victorie, victorie’, schreef Verwer. ‘Maar Gods uur was nog niet gekomen. Onze kapiteins, soldaten en burgers hebben zich zo vromelijk geweerd.’ Alles wat de verdedigers konden vinden, smeten ze naar de bestormers: ‘Vorken, drietanden en spietsen, ijzeren kettingen, stenen en kransen met pek en smeer besmeerd die als brandende kronen door de aankomende vijand ontvangen mochten worden.’ Een Spaanse officier kreeg zo’n ‘vurige kroon’ rond zijn hals. ‘Hij sprong in het water van de gracht, maar kon de kroon niet van zijn hals trekken of afschudden, doordat de vlammen hem benauwden. Hij is tegelijk van het water en vuur gesmoord en al dansende gestorven.’ Bij de bestorming kwamen ongeveer tweehonderd regeringssoldaten om. De meeste doden verdwenen anoniem in de geschiedenis. Een Nederlandse soldaat in het regeringsleger getuigde: ‘De gewone soldaten worden niet meegeteld.’ Onder de verdedigers vielen naar schatting tien doden, die een paar dagen later ‘in de Grote Kerk op de geuzenmanier begraven werden’. Fragment uit In opstand!, p. 373-374
Dagboekschrijver Verwer was trots op het moedige verzet van zijn stad. ‘De burgers en soldaten, niemand uitgezonderd, rijk noch arm, jong of oud… zij deden alles om de wallen en vesten te versterken en te verhogen, dag en nacht.’ Een bijzondere vermelding kregen van hem de ‘maagden die op de vestingen gingen en zonder vrees arbeidden en op de wallen psalmen en lofzangen zongen’. ‘Ze waren zo moedig dat ze over de muur keken, en door de schietgaten, terwijl op hen werd geschoten. Met luide stem als zotheid zongen ze op een spottende manier: “Die meiskes van Haarlem, zij zijn zo mal, zij dragen de aarde al op die wal, dirredom deine dirredom doe…”’ Verwer hoorde hoe de vrouwen de papen toeriepen: ‘Papauw! Papauw!’ waarop de regeringstroepen brulden: ‘Jullie hoeren, hoeren! Jullie kerkrovers. We zullen jullie ophangen!’

Kenau Simonsdochter Hasselaer
Kenau Simonsdochter Hasselaer
Eén vrouw steeg boven ‘alle andere vrouwen en mannen’ uit, volgens Verwer. Dat was Kenau Simonsdochter Hasselaer, een scheepsbouwster die zich opwierp als de aanvoerster van de strijdende burgers. Zo werd de overwinning van 20 december een kantelpunt op het einde van het kanteljaar 1572. De laatste keer dat een aanval van het koninklijk leger voor de geuzen in een echte overwinning was geëindigd, was in de Slag bij Heiligerlee in 1568, vierenhalf jaar eerder. Haarlem triomfeerde, maar het beleg was nog maar begonnen. Dat beseften de verdedigers ook. Nog in de nacht na hun overwinning slopen ze in kleine groepjes geuzen naar buiten om de lijken van hun vijanden te doorzoeken op wat van waarde kon zijn. Fragment uit In opstand!, p. 374

Tijdens het beleg van Haarlem schreven de geuzen een van hun strafste strijdliederen, waarin ze de moed van de geuzenluitenant Wigbolt Ripperda bezongen. Ik bewerkte het 450 jaar oude geuzenlied en ter gelegenheid van deze bijzondere herdenking breng ik het jullie in onderstaande video:

~ Pieter Serrienpieterserrien.be

Boek: In opstand! Geuzen in de Lage Landen

Tekst van het gezongen geuzenlied:

Duc d’Alve zond drie getrouwen
voor Haarlem, die stad valiant
of zij de stad opgeven wouden,
of wij eisen de stad te zwaard en te brand.

Toen sprak een burger van waarde:
‘Wij hebben van zijn genade gehoord
aan die schamele burgers van Naarden
die zijn o deerlijk vermoord.’

‘Man, vrouw, kind, men sloeg alle dood
die van Zutphen deden open de poort
men wou ze in genade ontvangen
maar zijn geslagen en gehangen.’

‘De stad gaan wij niet opgeven,’
sprak die moedige geuzenluitenant,
‘wij willen haar bewaren van ’s konings wegen
en geven ons in Gods hand.’
Vive le geus dat blijft onze leus.
Slaat op de trommele van dirredomdeus!

‘Hoort, toe mensen nu ter tijd
Gij die de Spanjaard gunstig zijt
Gij wenst hem alle vrede.
Meent gij daar door te zijn bevrijd?’

‘Zijt gij zo slecht man en vrouw?
Meent gij dat u dat baten zou?
Dat men u katholieken noemen
zoals Bossu is gekomen.’

‘Hij nam Rotterdam met geweld.
Wie heeft hij van de geus vermeld?
Of naar geloof doen vragen?
Toch werden lieden doodgeslagen.’

‘Spiegelt u aan Mechelen in Brabant.
Zij kwamen ongewapender hand
de Spanjaard tegemoet gegangen.
Wat loon hebben die ontvangen?’

‘De stad gaan wij niet opgeven,’
sprak die moedige geuzenluitenant,
‘wij willen haar bewaren van ’s konings wegen
en geven ons in Gods hand.’
Vive le geus dat blijft onze leus.
Slaat op de trommele van dirredomdeus!

‘Men zag Haarlem bestormen.
Met macht vielen de Spanjaards aan.
Daar lagen zo velen gestorven.
Viermaal zijn ze geslagen daar van.’

‘Want de vrouwen kwamen zo stoutelijk aan
met stenen, pekrepen vuur en vlam
wierpen ze de Spanjaards van de muren
en die kreten als lelijke dieren.’

‘De stad gaan wij niet opgeven,’
sprak die moedige geuzenluitenant,
‘wij willen haar bewaren van ’s konings wegen
en geven ons in Gods hand.’
Vive le geus dat blijft onze leus.
Slaat op de trommele van dirredomdeus!

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Abonneer
Stuur mij een e-mail bij
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Eerder gepubliceerd

Veteranenzorg – Van afstandelijk naar betrokken

Hierna verschenen

Het fascisme als politieke religie