Klein Duitsland in de tropen

Migratie en assimilatie van Duitsers in Zuid-Brazilië, 1820-1945
12 minuten leestijd
Duitse kolonisten in kolonie São Leopoldo, eind negentiende eeuw
Duitse kolonisten in kolonie São Leopoldo, eind negentiende eeuw

In de negentiende eeuw trokken miljoenen Duitsers naar de Nieuwe Wereld. De Verenigde Staten waren het bekendste reisdoel, maar ook andere Amerikaanse landen ontvingen migranten. Zoals Brazilië. Vandaag de dag zeggen zo’n 10 miljoen Brazilianen af te stammen van deze landverhuizers. In dit stuk wil ik kort ingaan op hun geschiedenis; waarom vestigden Duitse migranten zich in Brazilië en op welke manier veranderden zij in Brazilianen?

Brazilië als Wunderland en Wanderland

In het begin van de negentiende eeuw zaten de bestuurders van het zojuist onafhankelijk geworden Keizerrijk Brazilië met een probleem. Het immense land was erg dunbevolkt en daarmee een gemakkelijke prooi voor buitenlandse mogendheden. In de voorafgaande eeuwen hadden Europese ziektes en genadeloze slavenjachten voor een dramatische bevolkingsafname gezorgd onder de inheemse bevolking. Er woonden amper vier miljoen mensen in het jonge land. Een steenrijke Europese bovenklasse zwaaide op uitgestrekte suiker- en koffieplantages de scepter over grote aantallen Afrikaanse en Inheems-Amerikaanse slaven. De oostkust en het binnenland waren bedekt met het Atlantische Woud, een uitgestrekt oerwoud van een verbluffende diversiteit. Op de vlaktes zwaaiden de gaúchos de scepter, eigengereide cowboys die met hun kuddes rondzwierven. De elite in São Paulo wilde haar greep op dit onafzienbare land vergroten. Daarvoor hadden ze Europese kolonisten nodig.

“De Braziliaanse elite voelde zich bedreigd en zette actief in op een beleid van verblanking.”

Bovenaan de lijst met ‘gewenste migranten’ stonden de Duitsers, al was dit voor 1871 een vrij ruim begrip, gezien het grote aantal Duitse staten. Het kon duiden op Pruisen en Saksen, Zwitsers en Oostenrijkers, maar ook op een verdwaalde Pool of Noor. Dit zouden ‘kolonisten par excellence’ zijn, doorzetters, aanpakkers en zowel vaardige boeren als ambachtslieden. En niet onbelangrijk, ze waren blank. Door de import van miljoenen Afrikaanse slaven (tot 1880!) vormden volbloeds-Europeanen een krimpende minderheid in Brazilië. De Braziliaanse elite voelde zich bedreigd en zette actief in op een beleid van verblanking (branqueamento). Het zuiden van het land leek hen zeer geschikt als vestigingsgebied voor de nieuwkomers. Er woonden weinig Europeanen en het was een betwiste regio.

Nu moesten er in Europa kolonisten worden geworven. Daartoe werden agenten ingezet die actief reclame maakten voor vestiging in Brazilië. Ze hadden succes, al zouden sommige kolonisten bitter teleurgesteld raken over de wonderwereld die hen was voorgespiegeld.

Waarom besloten talloze boeren, burgers en buitenlui uit Centraal Europa hun bekende omgeving te verlaten, de tocht over de oceaan te wagen, en zich temidden van oerwoud, kaaimannen en Tupi vestigen?

Redenen om te migreren

In de negentiende eeuw groeide de bevolking in Europa snel. In de boerenfamilies was het gebruikelijk om het land onder de zonen te verdelen. Omdat de families steeds groter werden, viel er voor de talloze erfgenamen zo weinig te erven dat ze er niet van konden leven, laat staan dat ze een eigen gezin konden stichten. Wie de bittere armoede wilde ontlopen, had twee opties. Hij of zij kon naar de snelgroeiende sloppenwijken van de stad trekken om daar in de fabrieken te werken. Een andere mogelijkheid was migratie.

Terwijl in Europa de grond schaars was en de arbeidskracht overvloedig, was de situatie in Amerika juist andersom. Er was land zat, maar er waren te weinig mensen om het te bewerken. De migratieagenten vertelden dat de nieuwkomer met niets zou moeten beginnen. Maar, zo luidde de belofte, een harde werker kon een heel fatsoenlijk bestaan opbouwen en genieten van een onbezorgde oude dag. In de Nieuwe Wereld lag voor een arme drommel het fortuin binnen handbereik.

Duitsers in de wereld, circa 1930 | Verenigde Staten: 9 miljoen – Brazilië 620.000 – Canada 300.000 – Argentinië 130.000 – Zuid-Afrika 35.000

Technologie maakte grootschalige migratie naar Amerika in de negentiende eeuw mogelijk. De wereld was door een aantal uitvindingen stukken kleiner geworden. Met het stoomschip was de overtocht met weken verkort en sterk in prijs gedaald. Trein en telegraaf maakten vervoer en communicatie eenvoudiger en sneller dan ooit tevoren. Een Zwitserse migrant schreef dat hij voorheen viereneenhalve maand moest wachten op post van zijn familie in Genève, maar dat hij nu, op zijn boerderij in het Braziliaanse binnenland, al binnen vijf weken antwoord had. En de communicatie zou in de toekomst alleen maar beter zou worden, zo constateerde hij met verwondering.1 In Duitsland zongen de verarmde boeren die in drommen naar de havens trokken ‘Brazilië is niet ver van hier’.2

Aankomst

De Braziliaanse overheid had besloten dat de nieuwkomers zich in de drie zuidelijke deelstaten moesten vestigen. De migranten, die have en goed hadden verkocht om de overtocht te bekostigen, werden bij de toevaart op de zuidelijke havenstad Porto Alegre onthaald met een blik op hun nieuwe thuisland:

‘…en werkelijk toont deze, door prachtige wateren doorstroomde provincie, in elke richting een buitengewone vruchtbaarheid. De bergachtige gebieden zijn bijna geheel met oerwoud bedekt, (…). Voor het overige zijn het hoogvlakten of laagten, onbegrensd en golvend als de zee, slechts hier en daar onderbroken door plukjes bomen.’3

Hoe belofterijk en vruchtbaar het nieuwe land ook scheen te zijn, de nieuwkomers realiseerden zich maar al te goed dat ze een enkele reis maakten. Heimwee naar de Heimat bleef, zo getuigen talloze romans, brieven en herinneringen uit deze tijd.

Omdat de vlaktes in Zuid-Brazilië al bezet waren door de gaúchos en deze niet op boeren zaten te wachten, kregen de nieuwkomers stukken land toegewezen temidden van het Atlantisch Woud. Daar togen ze aan het werk; met fakkel en bijl drongen ze de weelderige begroeiing terug, met stalen hak braken zij de aarde en met vuurwapens ontdeden ze zich van de oorspronkelijke bevolking. Het woud en zijn bewoners waren een obstakel voor een betere toekomst voor de Europese kolonisten.

Kolonies

Ruim 220.000 mensen trokken tussen 1824 en 1945 uit de Duitse gebieden naar Zuid-Brazilië, de meerderheid deed dit vóór de Duitse eenwording in 1871. In de Nieuwe Wereld stichtten de migranten, net als thuis, omvangrijke gezinnen waarin tien of meer kinderen geen uitzondering vormden. De zoons en dochters waarvoor op het familiebedrijf geen grond beschikbaar was, trokken dieper het binnenland in. Daar stichtten ze nieuwe koloniën. Zo trokken de migranten langzaam maar gestaag steeds verder west- en noordwaarts.

Nikolau Gerhardt, nakomeling van Duitse migranten, omschrijft in 1924 zijn land:

‘…het vee is vet en glimmend, de huizen zijn solide en stevig, de grond en bomen dragen vrucht: dit is het beeld dat de bezoeker ziet. (…) langs de wegen is er nauwelijks nog wild bos te zien. Mooie kolonistenwoningen, omgeven door bloeiende sinaasappel-, perzik- en pruimenbomen tonen duidelijk de vooruitgang.’4

Aldus voltrok zich de transformatie van Zuid-Brazilië. Het Atlantisch Woud maakte geleidelijk plaats voor een boerenlandschap en volksplanting naar Europees voorbeeld.


Tussen twee vaderlanden

Duitsbrazilianen

De Braziliaanse overheid was slecht voorbereid op de komst van de Duitse migranten. De nieuwkomers waren arm, mondig en vrij. Dat paste slecht bij een samenleving die was verdeeld in slaven en meesters. Hoewel de eerste migranten kwamen op uitnodiging van de Braziliaanse staat, trok deze al snel alle hulp weer in. De landverhuizers stonden er alleen voor.

Daardoor waren de Duitse migranten al vroeg gedwongen zichzelf te organiseren. Ze clusterden samen in dezelfde woonplaatsen en trouwden onderling. Naarmate de jaren voortschreden en er een zekere mate van welstand ontstond, verschenen er kranten, kerken en verenigingen. Bovendien richtten de nieuwkomers een eigen schoolsysteem op. In Brazilië, waar de koloniale overheid de opkomst van een onderwijssysteem altijd had tegengewerkt, was dit volstrekt ongekend. Zo ontstond er tegen het einde van de negentiende eeuw een levendige Duitstalige middenklasse in de binnenlanden van Zuid-Brazilië.

De kolonie Santa Leopoldina, 1860
De kolonie Santa Leopoldina, 1860

Afgezonderd van de buitenwereld veranderden de Pommeriaan, Rijnlander en Hunsrücker in iets nieuws. De Duitse migranten waren een zelfredzame groep, wantrouwend ten aanzien van de staat, zonder levende banden met het land van herkomst, en vaak onmachtig in de taal van het land van aankomst. Waren ze nog Duits of waren ze nu Braziliaan? Of misschien iets er tussen in?

Over deze nieuwe identiteit debatteerden de migranten uitgebreid in eigen kring. De kolonisten zagen zichzelf als harde werkers die na talloze tegenslagen de vijandige natuur hadden onderworpen. Duits was hun moedertaal, Portugees leerden ze pas in tweede instantie voor handel en zaken. De kolonisten waren trouw aan Brazilië, maar Duits van ‘bloed en afstamming’. Kortom, de Deutschbrasilianer of teutobrasileiro was vlees noch vis. Ze vormden een nieuwe groep tussen twee culturen in. Ze wilden op eigen voorwaarden meedoen aan de wereld waarin ze zich bevonden.

Duits gevaar

Niet alleen de migranten zelf maar ook de Braziliaanse elite debatteerde eind negentiende eeuw over de Duitse kolonisten. Deze debatten kregen steeds vaker een negatieve ondertoon. Waar de Duitsers voorheen als voorkeurmigranten werden gezien, was deze nu uit de gratie geraakt. Het waren niet langer noeste modelburgers, maar een onassimileerbare minderheid die zich terugtrok in eigen enclaves. Ze vormden een alsmaar groeiende ‘staat binnen de staat’. Het waren ‘onaangepaste buitenlanders’ die niet pasten bij de Latijnse cultuur van het land.

Er migreerden nog steeds protestantse Duitsers naar Brazilië. Dit werd in toenemende mate gezien als een veiligheidsrisico, vooral nadat in 1871 een assertieve Duitse staat was opgericht in het hart van Europa. Zouden de Duitsbrazilianen niet streven naar afscheiding, of zich zelfs willen aansluiting bij het Duitse keizerrijk? Radicale nationalisten spraken van het ‘Duitse gevaar’. Deze aanvallen vanaf nationalistische zijde versterkte onder de Duitsbrazilianen juist het gevoel dat ze er niet bij hoorden, het gevoel dat ze eigenlijk Duits waren.

Tegelijkertijd zorgden sociaaleconomische processen ervoor dat de Duitsbrazilianen steeds meer geïntegreerd raakten. Industrialisering, verstedelijking en sociale diversificatie trok begin twintigste eeuw de minderheid uit zijn isolement. In de steden en fabrieken kwamen ze steeds vaker in contact met andere migrantengroepen, ze leerden de dominante Portugees-Braziliaanse cultuur kennen, en vermengden zich.

Assimileringscampagne

Getúlio Vargas in 1930
Getúlio Vargas in 1930
In 1930 kwam er in Brazilië een president aan de macht die goed naar de radicale nationalisten had geluisterd. De advocaat en politicus Getúlio Vargas trok de macht naar zich toe. Om het ‘communistische gevaar’ te bestrijden sloot hij in 1937 het parlement en verbood alle politieke partijen, inclusief de NSDAP, die door Duitse migranten in de jaren ’20 was meegebracht. Zijn plan: het pluriforme Brazilië moest cultureel homogeen worden. Daartoe besloot hij tot een rigoureuze assimileringscampagne.

Veel van de maatregelen hadden betrekking op taal. Scholen moesten voortaan in het Portugees onderwijzen, Portugese namen dragen en Braziliaanse directeuren hebben. Docenten werden ontslagen als ze de landstaal niet machtig waren. Veel Duitstalige scholen zagen zich gedwongen de deuren te sluiten. Vanaf 1939 was het verboden om in een andere taal dan Portugees kranten te drukken, boeken te schrijven, of zelfs in het openbaar te spreken. Het verenigingsleven dat niet in het Portugees plaatsvond, werd eveneens opgeschort. Het leger dwong het verbod af.

Een winkelmedewerker van in de twintig herinnerde zich hoe er op een dag een vrouw binnenkwam om een elektrische lamp te kopen. Hij toonde haar het gewenste product en gaf tekst en uitleg in z’n moedertaal:

‘Een agent van de geheime politie pakte me van achteren vast: ‘u bent gearresteerd!’. En ik moest gehoorzamen. (…) Ik was gearresteerd omdat ik Duits sprak.’5

Angst om te praten

Voor de Duitse minderheid was de assimileringscampagne een zware klap. Het sociale leven, georganiseerd rondom kerk en vereniging, kwam tot stilstand. Het totaalverbod op Duitstalige cultuuruitingen had het gewenste effect; mensen durfden amper meer hun mond open te doen, ‘iedereen had angst om te praten’.6

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, nam de druk toe. Duitsbrazilianen op strategische posten werden gearresteerd. Anderen werden gemolesteerd. Opgehitste menigten brandden lutherse kerken plat. De assimileringscampagne hield aan totdat Vargas in 1945 ten val kwam.

Voor het voortbestaan van het Duits in Zuid-Brazilië waren de jaren onder Getúlio Vargas een klap die het nauwelijks meer te boven kwam. De taal verdween uit de publieke ruimte. Alleen in huiselijke kring wist het te overleven.

‘Hier zijn we beschermd door onze vier muren. Hier spreken we Duits’,

… aldus een vader tot zijn kinderen. Tot op de dag van vandaag wordt er in de Duitsbraziliaanse minderheid nauwelijks over deze periode gesproken. Hoewel het Duits niet verdwenen is, wordt het nog slechts door een kleine minderheid gesproken.

Oktoberfest Blumenau
Oktoberfest Blumenau (CC BY 2.0 – Vitor Pamplona – Flickr)
Over de relatie tussen de Duitsbrazilianen en het Duitse nationaalsocialisme valt in de literatuur nauwelijks iets te vinden. Dit lijkt een onderwerp in de taboesfeer te zijn waar weinig onderzoek naar is verricht. Hoewel zo’n 5 procent van de Duitsbrazilianen zich bij de nazipartij aansloot, kreeg deze nauwelijks voet aan de grond. Het is evenmin duidelijk of Brazilië na de oorlog via de Rattenlinie veel hooggeplaatste nazi’s ontving, zoals buurland Argentinië. Daar zette Perón de deuren wijd open voor vluchtelingen uit het Derde Rijk. De bekendste nazi-banneling in Brazilië was vermoedelijk Josef Mengele. Op de hielen gezeten door de Israëlische geheime dienst verruilde hij Buenos Aires na een tussenverblijf in Paraguay voor het Braziliaanse binnenland. Daar bracht hij z’n laatste jaren geïsoleerd en paranoïde door, op de uitkijk vanaf een zelfgebouwde toren naar ongenode bezoekers.

Net als in de VS zijn in Brazilië de verschillende migrantengroepen hun land van oorsprong niet vergeten. Dit geldt ook voor de Duitsbrazilianen. In de stad Blumenau vindt sinds de jaren tachtig jaarlijks het grootste Oktoberfest buiten Duitsland plaats. Wie door de regio trekt ziet her en der Duitse vlaggen wapperen, een vrachtwagen met daarop een mannetje in lederhosen, of producten in de supermarkt met vergelijkbare afbeeldingen. Het doet allemaal wat folkloristisch aan.

~ Mathijs Eskes

Noten & Literatuur

Noten
1 – Jean Charles Moré, Die Colonisation in der Provinz São Pedro de Rio Grande do Sul in Brasilien. Von Jean Charles Moré. 1859. Aus dem französischen von H. Werthelm (Hamburg 1863).
2 – Amalia Schoppe, Os emigrantes para o Brasil ou A cabana às margens do Gigitonhonha (São Leopoldo 2019, org. 1828).
3 – Jean Charles Moré, Die Colonisation in der Provinz São Pedro de Rio Grande do Sul in Brasilien. Von Jean Charles Moré. 1859. Aus dem französischen von H. Werthelm (Hamburg 1863) 10.
4 – Gerhardt, história ambiental
5 – Fritzen en Ewald, ‚“Aqui somos protegidos pelas nossas quatro paredes. Aqui nós falamos alemão“. Histórias de letramentos interculturais no Vale do Itajaí, SC’, Trabalhos em Linguística Aplicada 52 (2016), 239-258.
6 – Fritzen en Ewald, ‚“Aqui somos protegidos pelas nossas quatro paredes. Aqui nós falamos alemão“. Histórias de letramentos interculturais no Vale do Itajaí, SC’, Trabalhos em Linguística Aplicada 52 (2016), 239-258.
7 – Fritzen en Ewald, ‚“Aqui somos protegidos pelas nossas quatro paredes. Aqui nós falamos alemão“. Histórias de letramentos interculturais no Vale do Itajaí, SC’, Trabalhos em Linguística Aplicada 52 (2016), 239-258.


Literatuur
– Dean, Warren, With broadaxe and firebrand. The destruction of the Brazilian Atlantic forest (Los Angelos 1997).
– Fritzen en Ewald, “Aqui somos protegidos pelas nossas quatro paredes. Aqui nós falamos alemão“. Histórias de letramentos interculturais no Vale do Itajaí, SC’, Trabalhos em Linguística Aplicada 52 (2016), 239-258.
– Gerhardt, ‘História ambiental, colonização e genealogia’, História. Debates e Tendências 14 (2014) 124-140.
– Schoppe, Amalia , Os emigrantes para o Brasil ou A cabana às margens do Gigitonhonha (São Leopoldo 2019, org. 1828).
– Schulze, ‚Auswanderung als nationalistisches Projekt. Aus Deutschen wurden Deutschbrasilianer‘, Tagesspiegel (11 januari 2017).
– Seyferth, ‚The diverse understandings of foreign migration to the South of Brazil (1818-1950)’, Vibrant 10 (2014) 120-162.
– Seyferth, ‘Deutsche Einwanderung nach Brasilien‘, in: Sérgio Costa e.a., Brasilien heute. Geographischer Raum, Politiek, Wirtschaft, Kultur (Frankfurt am Main 2010), 739-756.
– Klug, João, ‘Wir Deutschbrasilianer. Die deutsche Einwanderung und die Herausbildung einer deutschbrasilianischen Identitát im Süden Brasiliens’, Tópicos (2004) 26-7.
– Lanza en Lamounier, ‘A América Latina como destino dos imigrantes. Brasil e Argentina’ (1870-1930), Caderno Prolam / USP 14 (2015) 90-107.
– Moré, Jean Charles, Die Colonisation in der Provinz São Pedro de Rio Grande do Sul in Brasilien. Von Jean Charles Moré. 1859. Aus dem französischen von H. Werthelm (Hamburg 1863).
– Rückert, ‘A colonização alemã e italiana no Rio Grande do Sul. Uma abordagem na perspectiva da História Comparada’, Revista Brasileira de história e ciências sociais 5 (2013) 203-225.

Vorige verhaal

Victoria van Pruisen – Een ‘koninklijke missionaris’

Volgende verhaal

Peter Petersen en het Jenaplanonderwijs

×