Caernarfon Castle en de verovering van Wales

Van Rome tot Rome – Dan Jones
///
8 minuten leestijd
Caernarfon castle
Caernarfon castle (CC BY-SA 3.0 - Petrusbarbygere - wiki)
Bij uitgeverij Omniboek verschijnt volgende week het boek Van Rome tot Rome waarin historicus Dan Jones een ‘nieuwe geschiedenis’ beschrijft van de Middeleeuwen. Hij begint in 410 bij de ineenstorting van het Romeinse Rijk en eindigt weer in Rome als keizer Karel V in de zestiende eeuw opnieuw voor de poorten van de stad staat. In een duizelingwekkend tempo laat Jones zien hoe het Westen de oude wereld herbouwde en de rest van de wereld ging domineren: door te ontdekken, ontwikkelen of domweg te stelen. Op Historiek een fragment over de dertiende eeuw, waarin wordt stilgestaan bij de ‘bouwers’ van de Middeleeuwen.


Bouwers

Dafydd ap Gruffudd, prins van Wales, werd in september 1283 door een Engels parlement dat in de Engels-Welshe grensstad Shrewsbury samen was gekomen, ter dood veroordeeld. Zijn dood diende wreed en ongebruikelijk te zijn. Dafydd beschouwde zichzelf als een vrijheidsstrijder die de rechten van de inheemse Welshmen verdedigde om volgens hun eigen wetten en gebruiken te leven, en niet te worden overheerst door hun gehate oosterburen. De Engelsen zagen dat anders.

Normandische en Plantagenet-koningen hadden sinds jaar en dag tijd, geld en bloed in de verovering van Wales geïnvesteerd, en de halsstarrige weerstand onder leiding van mannen als Dafydd begon hun geduld op de proef te stellen. In de brieven die Engelse grote heren opriepen het parlement in Shrewsbury bij te wonen, werd geklaagd dat ‘een mensentong nauwelijks de kwalijke daden kan vertellen die door de Welsh zijn begaan (…) sinds mensenheugenis’. Dafydd werd omschreven als…

‘de laatste overlevende van [een] familie van verraders’.

Het was tijd om een voorbeeld te stellen.

‘Dafydds dood was een gruwelijk stukje politiek theater, dat een gevreesde en nieuwe straf in Engeland introduceerde’

Het parlement had niet lang nodig om over het lot van Dafydd te beslissen. Hij was betrokken bij een samenzwering om koning Edward I om te brengen, en dus werd hij schuldig bevonden aan hoogverraad. Als eerste persoon in de Britse geschiedenis werd hij ertoe veroordeeld om te worden opgehangen, getrokken en gevierendeeld. Het was een afschuwelijke manier om te sterven, zoals Dafydd aan den lijve ondervond. Nadat hij uit zijn gevangeniscel in Rhuddlan Castle in Noord-Wales was gehaald, werd hij achter een paard naar het schavot in Shrewsbury gesleept, waar hij met een strop om zijn nek een poosje half stikkend moest worstelen om in leven te blijven. Vervolgens sneed de beul, ene Geoffrey uit de stad, hem los, waarna hij met een slagersmes zijn ingewanden naar buiten begon te halen. Pas toen werd Dafydd uit zijn lijden verlost: onthoofd en in vier stukken gehakt, die elk naar een andere Engelse stad werden gestuurd om zijn lot te verkondigen. Waar de delen precies naartoe gingen is niet opgetekend door de kroniekschrijvers, maar zijn hoofd ging naar het zuiden en werd op een staak op de Londense Tower gezet – het dreigende fort dat uitkeek over de hoofdstad van Engeland.

Edward I
Edward I (Publiek domein/wiki)
Dafydds dood was een gruwelijk stukje politiek theater, dat een gevreesde en nieuwe straf in Engeland introduceerde. Het betekende het einde voor een lange geslachtslijn van prinsen van Wales, en was een zware klap voor de hoop in Wales om zich ooit aan de Engelse heerschappij te kunnen ontworstelen. Het waren aldus twee belangrijke politieke en culturele mijlpalen in de Britse middeleeuwse geschiedenis. Maar als demonstratie van koninklijke majesteit en Engelse hegemonie in Wales was de dood van Dafydd bij lange na niet de spectaculairste of langdurigste bestraffing van Edward I. Want terwijl de laatste prins van Wales publiekelijk dood werd gemarteld door een beul, werd de aanblik van het landschap van Noord-Wales dat hij zijn thuis had genoemd, voor altijd veranderd door architecten en steenhouwers. Om zijn nalatenschap in dit gebied te bestendigen, had Edward I opdracht gegeven om voor een reusachtig fortuin een reeks zware stenen kastelen in het mooie bergachtige landschap van Powys en Gwynedd neer te zetten. De kastelen waren voor die tijd zeer geavanceerde militaire installaties en symbolen van de macht van de Engelse monarchie. Ze kostten een vermogen en boden duizenden mensen een paar decennia lang werk. Maar ze waren ook voorwerpen van haat voor de onderworpen Welshmen, wier gevoel van eigenwaarde diep wortelde in de vrijheid die zij terugvoerden tot in de Romeinse tijd en daarvoor.

‘Geen studie over de middeleeuwse macht is compleet zonder behandeling van deze glorieuze tijd van de bouwsteen’

Behalve dit alles waren de kastelen van Edward I echter ook een krachtige demonstratie van de ontluikende vaardigheden en visie van de laatmiddeleeuwse bouwers. De dertiende en veertiende eeuw waren een bloeitijdperk voor de monumentale architectuur in het Westen, waarin een aantal van de meest iconische gebouwen uit de wereldgeschiedenis werd gecreëerd. Ze werden ontworpen door burgerlijke en militaire architecten en opgetrokken door meester-steenhouwers en -metselaars die nieuwe wegen bewandelden om de zwaartekracht te trotseren, en die hun torens en spitsen hoog in de hemel lieten oprijzen waar ze getuigden van een mengeling van rijkdom, macht, vroomheid en overheersing. Veel van de kastelen, gotische kathedralen en luxe paleizen die in deze tijd werden gebouwd, zijn er nog steeds. Met hun silhouetten zijn ze nu het stereotype van de middeleeuwen en populaire toeristische attracties geworden (en in sommige gevallen worden ze nog praktisch benut). Geen studie over de middeleeuwse macht is compleet zonder behandeling van deze glorieuze tijd van de bouwsteen.

De verovering van Wales

Als er een plaats en tijd kan worden aangewezen waar en wanneer het kasteelbouwprogramma van Edward I in Wales is ontstaan, dan is dat het kleine Franse dorp Saint-Georges-d’Espéranche, vijftig kilometer ten zuidoosten van Lyon, in het jaar 1273. Op dat moment reisde Edward naar huis uit het Heilige Land waar hij op kruistocht was geweest en had geprobeerd de christelijke strijdkrachten te versterken in hun gevecht tegen de mammelukken van Egypte.

Tijdens zijn verblijf in het Oosten had hij allerlei buitengewone kastelen gezien en erover gehoord, niet in de laatste plaats het reusachtige concentrische heuvelfort Krak des Chevaliers van de hospitaalridders, een twaalfde-eeuwse militaire installatie die de gevaarlijke weg tussen de steden Tripoli en Homs bewaakte, en het even grote tempelierskasteel aan de kust, Château Pèlerin, een marinebasis en riddergarnizoen ten zuiden van Haifa in Atlit, dat 4000 man kon herbergen en trappen had die breed genoeg waren om er met paarden op en af te rijden. Deze twee behoorden tot de grootste prestaties van de bouwers in de kruisvaardersstaten, maar het Heilige Land was van boven tot onder bezaaid met verdedigingstorens en forten in alle vormen en maten. De belangrijkste methode van oorlogvoering was de belegering: legers die een kasteel of versterkte stad probeerden in te nemen door middel van bombardementen, uithongering of een bestorming, terwijl de verdedigers hun best deden om stand te houden tot hun belagers het geduld verloren en wegtrokken. De belangrijkste wedstrijd in de militaire technologie was daarom die tussen de kasteelbouwers en de ontwerpers van belegeringstorens, stormrammen en slingermachines. Dat gold voor de westerse wereld, maar in het bijzonder voor de kruisvaardersstaten waar oorlog en geweld min of meer aan de orde van de dag waren. Het was niet meer dan vanzelfsprekend dat een paar van de beste en grootste kastelen in en rond het koninkrijk Jeruzalem te vinden waren.

Saint-Georges-d’Espéranche Castle
Saint-Georges-d’Espéranche Castle. (CC BY-SA 4.0 – AJ Marshall – wiki)
En nu Edward een tussenstop maakte in Saint-Georges-d’Espéranche, trof hij nog een uitstekend kasteel in aanbouw. Het werd opgetrokken in opdracht van de plaatselijke heer, graaf Filips van Savoye, die een oude familievriend was. De bouw stond onder leiding van een briljante jonge architect-ingenieur, meester Jacobus, die soortgelijke projecten elders in het territorium van Filips uitvoerde. Wat Edward ook precies in meester Jacobus zag, het maakte indruk op hem. Vier jaar later, toen de oorlogen van Engeland tegen Wales in volle gang waren, liet hij hem het Kanaal oversteken en vertrouwde hem het project van zijn leven toe. Meester Jacobus van St. George, zoals hij nadien bekendstond, nam de leiding op zich als ontwerper en opzichter bij de bouw van kastelen in Noord-Wales in Flint, Rhuddlan, Conwy, Builth, Harlech, Aberystwyth, Ruthin, Beaumaris en elders. (Hij zou ook voor Edward in Gascogne en Schotland werken.) Vanaf de zomer van 1277 tot aan zijn dood in 1309 was hij de hoogste militaire ingenieur van Brittannië, die budgetten voor fortificaties toevertrouwd kreeg zoals die niet meer waren voorgekomen sinds Willem de Veroveraar het Saksische Engeland twee eeuwen eerder had veroverd. Meester Jacobus veranderde het landschap van Wales en creëerde een nieuwe standaard voor de militaire architectuur die tot het einde van de middeleeuwen nauwelijks meer werd verbeterd. Nergens kwamen zijn talenten beter tot hun recht dan bij zijn meesterwerk – een kasteel op de uiterste noordwestelijke punt van het vasteland van Wales, tussen de Menai Straat en de bergen van Snowdonia, in de stad die we tegenwoordig als Caernarfon kennen.

Caernarfon Castle
Caernarfon Castle (Publiek domein/wiki)

Ooit was Caernarfon Segontium geweest, een buitenpost van de Romeinse legioenen, en hoewel er rond 1280 niet veel meer over was van die keizerlijke nederzetting uit een ver verleden, leefde de herinnering aan een Welshe connectie met het Romeinse Brittannië nog altijd voort. Caernarfon werd (zij het twijfelachtig) geassocieerd met Constantijn de Grote, en met de westerse usurpator-keizer Magnus Maximus, die beiden tot keizer waren uitgeroepen in verschillende delen van Brittannië. Maximus, oftewel in het Welsh Maxen Wledig – speelde een bijzonder grote rol in de plaatselijke folklore. De grote nationale roman De Mabinogion vertelde in ronkende termen over een visioen dat hij in zijn droom kreeg:

Hij zag zichzelf reizen (…) en hoewel zijn reis lang was, bereikte hij eindelijk de mond van de grootste rivier die iemand ooit had gezien. Daar zag hij een grote stad, met een groot fort erin, met veel hoge torens in verschillende kleuren (…) Binnen [in het fort] zag Maxen een fraaie hal: het plafond leek helemaal van goud, de wanden van glimmende stenen alle even kostbaar, de deuren van puur goud. Er stonden gouden banken en zilveren tafels (…) Bij de voet van een zuil zag Maxen een witharige man op een stoel van olifantenivoor zitten, waarop een afbeelding stond van twee adelaars in rood goud (…)

Dit was het voorbeeld voor het kasteel dat Edward meester Jacobus van St. George opdroeg te bouwen. De koning hunkerde naar een fort dat fonkelde van imperiale symbolen, dat de Welshe droom van antieke waardigheid annexeerde en onder zijn eigen heerschappij stelde. Ook wilde hij iets wat alles oversteeg – zich niet alleen aan de tijd onttrok, maar ook aan de ruimte. Meester Jacobus maakte het, en meer. In de zomer van 1283, rond de tijd dat Dafydd ap Gruffudd in Shrewsbury werd berecht en afgeslacht, staken werklieden de eerste spade in de grond voor het nieuwe fort. Ze legden de fundamenten voor veelhoekige torens, en voor muren die gedecoreerd moesten worden met horizontale banden van gekleurde steen. Een van de torens moest voorzien worden van drie kleine torens die beelden van adelaars droegen, en de hele zuidkant van het kasteel moest uitsteken in de monding van de rivier de Seiont, die bij Caernarfon de zee bereikte.

Van Rome tot Rome - Dan Jones
Van Rome tot Rome – Dan Jones
Het was een vreemd en wonderlijk bouwwerk. Deels de realisering van een sprookje. Maar het was ook een doelbewuste echo van iets heel concreets: de muren met hun stroken verwezen naar de Theodosische muren van Constantinopel. Natuurlijk was Caernarfon wel heel erg Constantinopel in het klein: de ommuurde stad en het garnizoen herbergden nooit meer dan een paar honderd koningsgezinde inwoners – een schril contrast met de honderdduizenden die de straten van de Byzantijnse hoofdstad in haar hoogtijdagen bevolkten. Maar de overeenkomst was opzettelijk en betekenisvol. En Edward zorgde ervoor zijn punt verder te onderstrepen. Tijdens aanvankelijke graafwerkzaamheden in 1283 werden de vermeende stoffelijke resten van Maximus/Maxen Wledig gevonden, opgegraven en met gepaste eer herbegraven in een plaatselijke kerk. In 1284, toen het kasteel nog niet meer was dan een bouwplaats met een geïmproviseerd dorpje van tijdelijke houten barakken om de ambachtslieden en werklieden in onder te brengen, zond Edward zijn hoogzwangere koningin Eleonora van Castilië naar Caernarfon om er de laatste van hun vele kinderen ter wereld te brengen, een plicht die ze op 25 april vervulde, toen ze het leven schonk aan de toekomstige Edward II. Deze Edward groeide op als de eerste Engelse prins van Wales, wiens aanspraak op die naam gerechtvaardigd werd door zijn geboorte in het quasi-imperiale fort van Caernarfon. Zo kwamen propaganda, politiek en militaire strategie in Noordwest-Wales bij elkaar, onder het waakzame oog van meester Jacobus van St. George.

~ Dan Jones

Boek: Van Rome tot Rome. Een nieuwe geschiedenis van de middeleeuwen
Ook interessant: Stond Stonehenge eerst in Wales?

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Vorige verhaal

Stonehenge: een werk van vele generaties

Volgende verhaal

Kasteel Hoensbroek – Burcht van de heren van Hoen

×