Dark
Light

De concentratiekampen: wist u ervan?

Heeft u Hitler gezien? – Walter Kempowski
6 minuten leestijd
Jonge overlevenden van de Holocaust, kort na de bevrijding van Auschwitz, januari 1945 (cc - USHMM)
Jonge overlevenden van de Holocaust, kort na de bevrijding van Auschwitz, januari 1945 (cc - USHMM)
Begin jaren zeventig stelde de Duitse schrijver Walter Kempowski aan allerlei mensen – schrijvers, kunstenaars, taxichauffeurs, de krantenverkoper op straat – de vraag: ‘Heeft u Hitler gezien?’ Enkele jaren later stelde Kempowski de vraag die niemand durfde te stellen: ‘Wist u ervan?’ Velen ontkenden of antwoordden ontwijkend, anderen vertelden juist gretig waar ze getuige van waren geweest. Beide boeken verschijnen nu bij Alfabet uitgevers in één band met een voorwoord van Roxane van Iperen onder de titel Heeft u Hitler gezien? Een bundeling van getuigenissen van mensen die het nationaalsocialisme hebben meegemaakt. Op Historiek een aantal fragmenten uit het tweede deel ‘Wist u ervan?’. De genoemde jaartallen zijn de geboortedata van de geïnterviewden. De vraag werd gesteld in 1979.


Wist u ervan?

Docent, 1931

Vreemd dat het buitenland er niet aan wil dat we niets van de vergassingen afwisten. Waarschijnlijk is het in Rusland tegenwoordig net zo of bijna net zo. Het zal in elke dictatuur wel een staatsgeheim zijn dat er mensen worden opgesloten.

Scheikundige, 1897

Deportatie van Joden naar Treblinka, 1942
Deportatie van Joden naar Treblinka, 1942
In de oorlog werd er over de vernietiging van Joden gesproken, waarop je bij jezelf dacht, god, ze kunnen je zoveel vertellen. In de Eerste Wereldoorlog werd ons immers ook verweten dat we de lijken naar de zeepfabriek stuurden en dat soort dingen… De Engelsen hebben wat dat betreft destijds van alles beweerd. Gedurende onze gevangenschap konden we kranten lezen (1917), en de haren rezen je te berge als je las wat er in de Daily Mail stond. Die gooiden hun lezers de hele tijd dood met gruwelverhalen, terwijl wij uit eigen ervaring wisten dat daar allemaal niets van klopte. En die ervaring had tot gevolg dat we in de Tweede Wereldoorlog zeiden:

‘Nou ja, god, ze kunnen zoveel zeggen… dat hebben ze van de buitenlandse zenders, er zal wel niet veel van waar zijn.’

Op die manier hebben we onszelf gerustgesteld.

Verkoper, 1905

Al voor de oorlog wisten de mensen dat er concentratiekampen waren, ze zeiden ‘concertkampen’ en associeerden dat met het idee van afranselen en geschreeuw. Men nam aan dat er asocialen heen gestuurd werden en daar tewerkgesteld werden.

Boer, 1913

Even kijken wanneer ik hoorde dat Joden negatief waren behandeld; dat was toen onze huisarts op het platteland… Hij was Joods, zijn vrouw arisch, en zijn zoon was dus een half-Jood. Ze waren al drie jaar verloofd, toestemming om te trouwen kregen ze niet. Het was de zoon van Lilienthal, dat weet ik nog, en er was niets aan te doen. Toch moest hun tweede zoon later nog voor soldaat spelen; daar was hij goed genoeg voor.

Man, 1909

Kleding van een gevangene in Auschwitz (CC BY-SA 3.0 – Takk – wiki)
Je had er natuurlijk geen idee van dat het er in de concentratiekampen zo uitzag als je dat na 1945 te horen kreeg. Ik weet alleen dat een kennis werd opgeroepen voor de Waffen-SS. Hij had het juiste postuur (ze waren immers de toekomstige fok-stieren van de nazi’s) en toen kwam de Poolse veldtocht en is hij naar Polen gestuurd, en toen die jongen later een keer met verlof kwam was hij erg depressief en in de war, omdat ze hem naar zo’n plek hadden gestuurd, ergens in Polen naar de vernietigingskampen.

Wat zich in de concentratiekampen in Duitsland heeft afgespeeld was waarschijnlijk nog humaan vergeleken met die vernietigingskampen. En die jongen vertelde dat hij zich wilde laten overplaatsen, omdat hij het niet uithield. En later heeft hij zich een kogel door het hoofd geschoten omdat ze het hadden afgewezen. Maar dat was waarschijnlijk een incidenteel geval. Ik zeg het ook alleen maar om te laten zien hoe je er als onschuldige volksgenoot iets van hoorde zonder dat je je er iets concreets bij kon voorstellen. De omvang ervan.

Schrijver, 1910

Ik wist precies wat er gebeurde. Ik zat in Polen bij de grensbewaking van de douane. Het was augustus 1942 en ik beheerde in Zakopane het leermagazijn, waar we met twee aantrekkelijke Joodse meisjes heel onschuldig wat hebben gescharreld. Ik liet een schoenmaker, Blau heette hij, een prima vent, schoenen voor me maken. En toen begonnen de executies. Niemand mocht het weten. Later kwamen een paar manschappen terug van patrouille en die zeiden: ‘Ze hebben er een stel doodgeschoten. Die twee mooie meisjes zaten er ook bij.’ Ik zei tegen Blau: ‘Probeer weg te komen!’ Hij had over de grens naar Tsjecho-Slowakije gekund. ‘Nee, dat is niet nodig, ik werk ook voor de Gestapo. Ik ben hier onmisbaar.’ Twee dagen later was hij weg en we hebben hem nooit teruggezien.

In Krakau heb ik daarna de lange treinen gezien. Toen al werd er gefluisterd over gaskamers. Ik zeg: ‘Kinderen…’ Die mensen in de trein riepen om water. En een vrouw die naast me stond, zei: ‘Het is hun verdiende loon.’ Haar dochter zei: ‘Maar dit is toch verschrikkelijk!’ Waarop haar moeder: ‘Dat is hun verdiende loon.’

Vlak daarna kwam ik in Berlijn, maar niemand wilde me geloven! ‘Hans, je begint te fantaseren!’ Dat waren allemaal antifascisten. Dat van de gaskamers ging er gewoon niet in. Dat was nog nooit gebeurd. Daarom geloofden ze het niet. Ze hadden altijd in een rechtsstaat geleefd en er was er geen enkele historische parallel. Zonder veroordeling mensen executeren… Ik bedoel, bij Napoleon was dat niet voorgekomen en ook niet bij de Pruisen. Oké, er werden weleens mensen doodgeschoten, maar altijd nadat ze waren veroordeeld, al was dat nog zo doorzichtig. Hoewel ze Hitler haatten, wilden ze me niet geloven. Ik weet nog hoe dat ging. Het was tijdens het middageten. Iemand zei dat het een grote smeerlapperij was. Waarop de douanecommandant zei: ‘Maar mijne heren, we zitten te eten!’ Hij was onmogelijk er verder op in te gaan, want er zaten ook een paar nazi’s bij.

Huisvrouw

Er wordt altijd beweerd dat alle Joden om het leven zijn gebracht. Dat klopt helemaal niet. Toen ik in 1947 in Belsen kwam, woonden er nog altijd Joodse gezinnen in de barakken. Die mensen hebben me foto’s laten zien van hun familieleden die allemaal dood waren. Het was schokkend en ik was echt verdrietig. Maar deze Joden zagen er heel goed uit. Maar goed, dat was ook na de oorlog.

Huisvrouw, 1914

Amerikanen stuiten bij Farsleben op een trein vol Joodse gevangen - 13 april 1945
Amerikanen stuiten bij Farsleben op een trein vol Joodse gevangen uit Bergen Belsen – 13 april 1945
Ik heb een keer op een zondagmiddag even voor vier uur, in de buurt van de dierentuin van Frankfurt en van de Ostbahnhof, een grote groep mensen met bundeltjes en koffers en zo gezien, en je zag natuurlijk dat het Joden waren, vooral nu ze allemaal zo bij elkaar stonden, en je vroeg je af:

‘Wat gaat er met hen gebeuren?’

Je hoorde zeggen dat ze naar het oosten gingen. Maar wat dat betekende, was voor ons natuurlijk niet duidelijk. Van de concentratiekampen wisten we alleen maar dat daar criminelen zaten, maar wat er met ze gebeurde, wisten we niet. En dan al die geheimhouding. Nu weten we precies dat het onmogelijk was om uit te zoeken wat er eigenlijk met die mensen gebeurde.

We waren door de bombardementen ’s nachts zo bezig met overleven, dat we in feite geen kracht meer hadden voor andermans lot. Dat klinkt hard, nietwaar, maar je werd ’s morgens wakker en dacht bij jezelf: ‘Goddank, weer een nacht.’ En ’s avonds: hoe later het werd, hoe banger je was als je naar bed ging.

Man, 1932

In de winter van 1944-1945. Als ik naar school ging, liep ik altijd langs de spoorlijn Berlijn-München. Ik zag een gigantische goederentrein, veewagons zonder daken en allemaal hoofden. Mijn god, wat is dit?! Maar ik had niet de moed het aan mijn moeder te vragen. Geen dak erop, en dan al die hoofden.

Ambtenaar (m), 1920

Het gaat slecht met ons, werd er gezegd, en dat is hun schuld.

Leraar, 1925

Heeft u Hitler gezien? - Walter Kempowski
Heeft u Hitler gezien? – Walter Kempowski
Ik ben SS’er geweest en toch heb ik nooit een concentratiekamp gezien. Bij de verbindingstroepen had ik een hoofdtelegrafist die Totenkopf-Führer was geweest. Hij moet iets geweten hebben, maar zelfs van hem heb ik er niets over gehoord.
Het moet in 1943 geweest zijn dat we een feestje hadden waar ook een kwart-Joodse vrouw was. Ik heb haar uitvoerig uitgelegd dat het niet zo mooi was wat ze met de Joden deden, dat ze onderdrukt werden enzovoort, maar dat ze toch moest accepteren dat als een heel volk dat wilde, de minderheid in kwestie daaronder moest lijden en het maar moest verduren. Je had gewoon niet in de gaten hoe onmenselijk je was.

Boek: Heeft u Hitler gezien? – Walter Kempowski

Walter Kempowski (1929-2007) behoort tot de grote auteurs van de naoorlogse Duitse literatuur. Op negentienjarige leeftijd werd hij in Oost-Duitsland wegens spionage tot vijfentwintig jaar dwangarbeid veroordeeld. Toen hij na acht jaar werd vrijgelaten vestigde hij zich in West-Duitsland. Hij publiceerde meerdere succesvolle romans alsook het tiendelige Echolot, een standaardwerk over de Tweede Wereldoorlog.

×