Dark
Light

Dieren in WOII: Helden en martelaren in dienst van de mensheid

Auteur:
10 minuten leestijd
'Venus', de bulldog-mascotte van de HMS Vansittart, een Brits oorlogsschip
'Venus', de bulldog-mascotte van de HMS Vansittart, een Brits oorlogsschip, 1941
Als jongetje van acht jaar ging ik met mijn ouders op vakantie naar Italië. Spannend waren de alpenbeklimmingen vol haarspeldbochten, met de stille twijfel of de auto niet verhit raakte, de remmen het wel volhielden of mijn vader, als Hollander toch niet echt een bergrijder, een stuurfout zou maken. Hoog in de mistige bergen konden we onze ogen niet geloven.
Een olifant in de Alpen tijdens een onderzoek of Hannibal met olifanten de Alpen had kunnen oversteken.
Een olifant in de Alpen tijdens een onderzoek of Hannibal met olifanten de Alpen had kunnen oversteken. Foto: Niek Veldhoen.
We stuitten opeens op een olifant, begeleid door enkele mensen. Het betrof een wetenschappelijk experiment: onderzoeken of Hannibal, generaal uit Carthago, inderdaad al in 218 v.Chr. met zevenendertig strijdolifanten over de Alpen had kunnen trekken. Volgens overleveringen hadden slechts enkele olifanten deze barre tocht overleefd. Maar, zo bleek, dieren zijn dus al sinds eeuwen ingezet om oorlogen te winnen.

Trouwe viervoeters sterven de heldendood

Vanwege mechanisering en motorisering namen er veel minder paarden deel aan de Tweede dan aan de Eerste Wereldoorlog en er werd minder gevochten vanuit loopgraven, zodat glimwormen, gebruikt om ’s nachts onopvallend kaarten te lezen, overbodig waren geworden. Volgens het BBC-boek The Dog’s Tale, a History of Man’s Best Friend werden er wel honden ingezet, om de wacht te houden, gewonden te redden, munitie te vervoeren en ze namen deel aan aanvals- of spionage acties. Zo maakte War Dog Rob 471/322, een Engelse parachutistenhond, in Italië en Afrika twintig sprongen achter vijandelijke linies.

'War Dog Rob 471/322' ontvangt de Dickin Medal, 1945
‘War Dog Rob 471/322’ ontvangt de Dickin Medal, 1945
Door de Russen werd op heel destructieve manieren misbruik gemaakt van anti-tank honden, in een speciaal kamp buiten Moskou getraind als ‘zelfmoordcommando’s’. De Russische wapendeskundige Yuri Veremeyev, geciteerd in de Daily Mail:

‘De eerste experimenten werden gedaan met explosieven in dikke canvas verpakkingen, die op de rug van de hond werden bevestigd. Iedere verpakking bevatte 6 kilo TNT.’

Aanvankelijk werd geoefend met stilstaande tanks, vervolgens met de motor draaiend en daarna rijdend, begeleid door geweervuur en andere oorlog simulaties. Als de explosieve lading middels een uitsteeksel op het hondentuigje de (kwetsbare) onderzijde van de tank raakte, stierf de hond ter plekke een heldendood.

De anti-tank hond
Een anti-tank hond en zijn lading.

Vanaf 1941 werd deze tactiek aan het Duitse oostfront uitgeprobeerd. Het resultaat viel tegen. Veremeyev: ‘Eenmaal op het slagveld terechtgekomen, raakten de honden verward.’ Sommige weigerden onder bewegende tanks te kruipen, andere sprongen terug in de eigen loopgraven, waar de lading ontplofte. Later bleek nog een tekortkoming: de honden waren getraind met Russische tanks, die qua verf en smeerolie anders roken dan Duitse tanks, die bovendien niet op diesel, maar op benzine reden. De honden gingen op de ‘nestgeur’ af.

Een Russisch hondentrainingskamp.
Een Russisch hondentrainingskamp.
In de roman Kaputt beschrijft Curzio Malaparte, destijds Italiaanse oorlogscorrespondent:

Het blaffen van de honden overstemde het razende geronk van motoren, af en toe waren er zwakke stemmen te horen (…): ‘Die Hunde! Die Hunde!’.

Volgens Russische opgave werden honderden vijandelijke tanks beschadigd. Maar zelfs Russische historici deden dat later af als oorlogspropaganda. Dit lijkt ook het meest logisch, want na 1942 werd deze methode niet meer grootschalig toegepast.

Dogs Army

Er zijn ook andere pogingen gedaan om honden ‘de hete kolen uit het vuur te laten halen’. Zo wilden de Amerikanen zelfs een ‘Dogs Army’ inzetten. William A. Prestre, een geïmmigreerde Zwitserse legerofficier, overtuigde het Amerikaanse leger honden met duizenden tegelijk te laten landen op eilanden in de Grote Oceaan. De geschrokken Japanners zouden zo alle kanten op vluchten. Windhonden zouden eerst aan land gaan vanwege hun snelheid (zo paniek veroorzakend), gevolgd door herders en Deense doggen als dodelijke aanvalswapens.

The Dog’s Tale, a History of Man’s Best Friend
The Dog’s Tale, a History of Man’s Best Friend
De dieren werden getraind in een speciaal kamp op Cat Island bij de monding van de Mississippi. Luitenant kolonel Nichols schreef zijn meerderen in Washington, dat het trainingsprogramma het best zou werken met ‘levend aas’:

…de eerste keuze valt op gevangenen en de tweede op geneutraliseerde Japanners (…) het liefst zonder familie in ons land.

Zo werd soldaat Ray Nosaka, van origine Japans, met nog vierentwintig anderen ‘geselecteerd voor een uiterst geheime missie’ op Cat Island, opdat de honden konden wennen aan ‘de Japanse geur’ en de agressie van Japanners. De soldaten moesten de dieren in beschermende pakken aanvallen. ‘Als ze niet fel reageerden’, vertelde Nosaka later aan onderzoekers van de University of Hawaii ‘werden ze aan een hek vastgebonden en gaf mijn meerdere me een zweep om de hond te slaan’ waarna het dier hem wel aanviel.

Nosaka werd als ‘levend aas’ herhaaldelijk gebeten. Maar tijdens een demonstratie merkte kolonel Ridgley Gaither op: ‘Er was niet duidelijk een agressieve houding te bespeuren bij de honden om zo iemand kwaad te doen.’ Het programma werd stopgezet nadat miljoenen dollars waren uitgegeven.

Tegenwoordig worden onder meer ratten getraind om mijnen te detecteren. in The Dog’s Tale is te lezen dat ook honden goede mijndetectoren zijn: ‘Het geurvermogen is ongeveer een miljoen keer beter dan dat van de mens (…) en is zelfs de modernste technologie de baas.’ Ze hebben overal ter wereld voorkomen dat er tienduizenden slachtoffers vielen door achtergebleven mijnen. In de Tweede Wereldoorlog lieten de Russen ze ruim vijfhonderdduizend mijnen traceren. Grootste held was Zucha, die er binnen drie weken tweeduizend wist op te sporen.

Voytek, de beer

Voytek met een van zijn ‘maten’.
Voytek met een van zijn ‘maten’.
Markant is het verhaal over Voytek, een bruine beer die Poolse soldaten in 1942 adopteerden in Perzië. Hij werd zo beroemd, dat op allerlei plaatsen standbeelden zijn opgericht, zoals in het Jordana park in Krakau. Er werd een BBC-documentaire over hem gemaakt en een boek geschreven: Soldier Bear.

De Poolse soldaten waren Russische ex-krijgsgevangenen, die vervolgens met de geallieerden tegen de Duitsers en Italianen vochten binnen de 22ste verbindingscompagnie. In Perzië troffen ze langs een weg een uitgehongerd jongetje, die ze een blikje corned beef gaven. Hij had een zak bij zich, die begon te bewegen. Vervolgens ruilden ze het jonge, magere beertje, dat het jongetje gered had nadat jagers de moederbeer neerschoten, tegen wat geld. Het kroop meteen weg bij een sergeant, was voortaan onafscheidelijk van hem, sliep in dezelfde tent en de sergeant werd plagend ‘moederbeer’ genoemd.

Onderweg werd ‘Voytek’ bijna gegrepen door een gier, maar hij kroop net op tijd onder een vrachtwagen. Het beertje ging mee toen er in Palestina gevochten moest worden. Onderweg zat hij naast de sergeant in de truckcabine. Hij betrapte eens luid grommend een saboterende Arabier, die ’s nacht in het legerkamp op zoek naar de wapenopslag van schrik verstijfde bij het zien van ‘het harige monster’. Voytek kreeg als beloning twee flessen bier. De beer rookte ook sigaretten of peuzelde ze boven in een boom op en dronk zoete wijn tijdens de kerstdagen.

Voytek op een embleem van de 22ste verbindingscompagnie
Voytek op een embleem van de 22ste verbindingscompagnie
De Britse korporaal Ames stond versteld toen hij zag hoe de beer, inmiddels bijna twee meter hoog, ladingen uit vrachtwagens hielp lossen, waarbij hij munitiekisten tussen zijn voorpoten ingeklemd sjouwde tijdens de winterse slag om fort Monte Cassino, hoog op Italiaanse rotsen gelegen. Voytek bleek zich niet te storen aan het geluid van rondvliegende kogels en granaatinslagen.

Onderweg hield hij een konvooi op door een kraanwagen te beklimmen en acrobatische toeren uit te halen. Tijdens een bootreis van Italië naar Schotland, waar de Poolse soldaten werden ondergebracht, was de favoriete afleiding een dagelijks boksgevecht tussen Voytek en een van zijn bevriende compagnieleden, totdat hij voorbij Gibraltar, zeeziek werd. Niets menselijks leek het dier vreemd (één van zijn favoriete bezigheden was overigens douchen).

De Poolse soldaten bleven tot 1947 in Schotland. Voytek werd in een truck naar de dierentuin van Edinburgh gebracht. De directeur schreef later:

‘Ik had nog nooit zoveel medelijden met een dier, dat zoveel vrijheid had gekend en plezier had beleefd, toen hij zijn onderkomen binnenliep.’

Standbeeld van Voytek in Duns, Schotland (CC BY-SA 2.0 – Jim Barton – wiki)

Voytek leefde er tot 1963, nog weleens oplevend bij het bezoek van een van zijn ‘maten’. Hij werd tweeëntwintig jaar oud.

Voytek was niet de enige ‘mascotte’. Er waren ook geiten en zelfs een varken, die met troepen mee paradeerden en er waren gezelschapshonden van hoge militairen, zoals de terriërs Rommel en Hitler van de Britse generaal Montgomery.

Twee duiven, kort voor een vlucht met een Avro Lancaster bommenwerper (Publiek Domein - Royal Air Force - wiki)
Twee duiven, kort voor een vlucht met een Avro Lancaster bommenwerper (Publiek Domein – Royal Air Force – wiki)

Vleermuizen, dode ratten en olifanten

Duiven zijn veelal ingezet als koeriers, omdat radio en telegraaf niet altijd betrouwbaar bleken. Werden geallieerde duiven in de Eerste Wereldoorlog geplaagd door Duitse kogels en gifgas nu waren het getrainde haviken die hen belaagden.

G.I. Joe werd na zijn dood opgezet
G.I. Joe werd na zijn dood opgezet
De Amerikaanse duif G.I. Joe legde tweeëndertig kilometer in twintig minuten af, nog net op tijd om vliegtuigen tegen te houden, die gereed stonden op de startbaan om het Italiaanse dorpje Calvi Risoto te bombarderen. De Britten hadden het dorpje onverwacht zonder slag of stoot kunnen innemen en door de duif werd een bombardement op eigen soldaten (honderd man) voorkomen. G.I. Joe kreeg hiervoor (speciaal overgevlogen vanuit de VS) de Dickin Medal van de Engelse dierenbescherming, het dierenequivalent van de Victoria Cross.

De duif Gustav, die op D-Day als eerste de geslaagde geallieerde landing wist over te brieven, ontving hem eveneens, maar ging uiteindelijk roemloos ten onder: iemand stapte op hem. Mary of Exeter werd tijdens een missie door drie Duitse kogels geraakt, moest een vleugel missen, overleed toch pas in 1950 en werd toen op de militaire erebegraafplaats in Londen begraven.

Het graf van Mary of Exeter
Het graf van Mary of Exeter (CC BY-SA 4.0 – Acabashi – wiki)

Dierengedragspsycholoog B.F. Skinner, bekend van zijn Skinner Box, wilde duiven door conditionering (beloningsgedrag) leren geleide projectielen (zogenaamde Pelicans) te besturen. Ze werden met drie tegelijk voorin het projectiel gestopt en moesten op een scherm met daarop de omgeving door met hun snavel te tikken om de koers van het projectiel bij te stellen. Hoewel de training niet onverdienstelijk verliep, werd het project toch als onpraktisch afgeblazen.

Ook bij de marine zijn heldenrollen weggelegd voor dieren. Zo ving kat Simon van de Engelse torpedobootjager HMS Amethyst ratten, die het op de voedselvoorraad gemunt hadden. Simon raakte gewond toen het schip bestookt werd door Chinees kustgeschut, werd geopereerd, zette de aanval op zijn vijanden opnieuw in, maar overleed toch aan zijn verwondingen.

Zelfs dode ratten kunnen van nut zijn… en wel, gevuld met springstof. Engels gezinde saboteurs stopten ze in kolenvoorraden van ovens van Duitse munitiefabrieken, zodat die opgeblazen werden. Maar de eerste zending werd door de Duitsers ontdekt, zodat ze al snel gealarmeerd waren.

Vleermuis-bom
Vleermuis-bom

‘Dienst doende’ vleermuizen werden op gruwelijke wijze ingezet door de Amerikanen: tandarts Lytle S. Adams kwam bij president Roosevelt met de ultieme remedie tegen de ‘Jappen’: vleermuisbommen aan parachutes droppen, bestaande uit zesentwintig kooien met elk veertig vleermuizen die ieder twintig gram napalm meedroegen, die ontstoken werd via tijdmechanismen. Gekozen werd voor de kleine Guanovleermuis, die relatief veel gewicht kon vervoeren en bovendien in grote aantallen in Amerikaanse en Mexicaanse grotten leefden.

De uitgebroken brand op de luchtmachtbasis in New Mexico, nadat ‘napalmvleermuizen’ per ongeluk werden vrijgelaten.
De uitgebroken brand op de luchtmachtbasis in New Mexico, nadat ‘napalmvleermuizen’ per ongeluk werden vrijgelaten.
Een weinig scrupuleuze hoogleraar van Harvard (tevens medeverantwoordelijk voor de introductie van napalm), ontwikkelde de minibommen. Boven steden gedropt, zouden de kooien vanzelf openen waarna de duizenden vleermuizen branden moesten verspreiden tussen Japanse huizen en gebouwen van hout en papier. In 1943 werd het systeem getest, maar het ging mis toen een luchtmachtbasis in New Mexico in brand vloog, nadat vleermuizen per ongeluk werden vrijgelaten. Bovendien was er inmiddels een niet minder afschuwelijk, trefzekerder wapen ontwikkeld: de atoombom.

De Russen op hun beurt zetten ratten in, besmet met konijnenkoorts wat koorts, moeheid en hoofdpijn veroorzaakte bij zo’n vijftigduizend Duitse militairen. Het middel bleek echter zo effectief dat ook eigen troepen besmet raakten.

De Engelsen lijfden succesvol olifanten in. James Howard Williams, voormalig manager van een teakhout bedrijf in Birma, had veel met olifanten gewerkt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende hij bij de Special Forces, die middels guerrilla oorlogvoering, diep in de Birmese jungle bruggen bouwden, voorraden en wapens aanvoerden met hulp van olifanten. De Britten probeerden zo, door de Japanners verdreven, deze voormalige kolonie te heroveren.

Williams had op een gegeven moment zelfs de leiding over zestienhonderd olifanten en mahouts (olifantenverzorgers). Hem werd gevraagd vierenzestig Gurka vrouwen en kinderen (Gurka’s zijn vermaarde Indiase soldaten die voor de Britten vochten) een veilige aftocht te bieden. Maar ze moesten daartoe wel met drieënvijftig olifanten over bergruggen reizen, waar het krioelde van de Japanse soldaten. Er moest zelfs een olifantentrap uit een poreuze, negentig meter hoge rotswand gehakt worden, waarbij iedere tree net plek bood aan één olifantspoot.

Een olifant trekt in India een amfibische vliegboot, de Supermarine Walrus, 1944
Een olifant trekt in India een amfibische vliegboot, de Supermarine Walrus, 1944

Olifant Bandoola leidde de groep die er drie uur over deed om omhoog te klimmen. Williams was achteraf verbluft, want als er één olifant was uitgegleden, had hij alles in zijn val meegesleurd de diepte in.

Rin Tin Tin in 1929
Rin Tin Tin in 1929
Dieren kunnen ook onverwacht last bezorgen. Zo zouden vanwege Duitse aanvallen vrijgelaten apen en papegaaien uit Ouwehands Dierenpark een plaag zijn geweest voor Nederlandse soldaten. Ze hielden hen uit de slaap, omdat ze ’s nachts vlakbij hun stellingen vanuit bomen zaten te krijsen.

Dieren die de oorlog overleven, kunnen alsnog een heldenstatus verwerven. Zo nam militair Lee Duncan na de Eerste Wereldoorlog een getraumatiseerde hond mee, aangetroffen op een Frans slagveld. Eenmaal thuis in de VS ging hij hem trainen en zo leidde deze herder, later wereldberoemd geworden als Rin Tin Tin, een tweede werkleven in de filmindustrie. Duncan begon na de oorlog tevens een rehabilitatiecursus, zodat oorlogshonden weer konden terugkeren naar de baasjes waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen.

Lex Veldhoen is journalist en auteur van diverse boeken en uitgaves. Hij schreef en schrijft onder meer voor NRC-Handelsblad, Trouw, HP-De Tijd en het Parool. Zijn specialisaties zijn biografieën, reisverhalen en de onderwerpen India, België, Kunst, wetenschap en techniek. Zie ook zijn website lexveldhoen.nl.

×