Trans-Atlantische driehoekshandel

De Trans-Atlantische slavenhandel en de WIC

Onder de driehoekshandel wordt de driehoeksvaart van onder meer de West-Indische Compagnie verstaan, die in de zeventiende en achttiende eeuw plaatsvond tussen de Nederlandse Republiek, West-Afrika en Noord- en Zuid-Amerika.

De West-Indische Compagnie (WIC), op 6 juni 1621 opgericht door onder meer Willem Usselincx (1567-1647), stond aan de basis van de zogenoemde driehoekshandel, ook wel de Trans-Atlantische driehoekshandel genoemd. Maar naast de Republiek der Nederlanden deden ook andere landen in Europa aan deze handel mee, zoals Portugal en Spanje (al eind zestiende eeuw) en in de zeventiende eeuw met name Engeland, Frankrijk, Denemarken en Zweden.

De WIC ging in 1674 failliet. Het jaar erop maakte de WIC een doorstart als de ‘Tweede Geoctroyeerde West-Indische Compagnie’; men noemt deze tweede variant ook wel Nieuwe West-Indische Compagnie. Vooral vanaf dat moment, 1675, ging de heropgerichte WIC – die daarvoor meer met de kaapvaart bezig was – zich richten op slavenhandel. De slavernij was de spil van de Trans-Atlantische driehoekshandel.

Doorsnedes van een slavenschip, die de opslag van slaven illustreren.
Doorsnedes van een slavenschip, die de opslag van slaven illustreren.

Hoe zag de driehoekshandel eruit?

Vanuit West-Europa vertrokken handelsschepen naar West-Afrika. Ze namen handelsspullen en luxegoederen mee. Zoals geweren, aardewerk, metalen, textiel, ijzer en buskruit.

- advertentie -

Aangekomen bij de westkust van Afrika, vanaf 1637 vaak Fort Elmina in het huidige Ghana, ruilden ze hun waar voor goud, ivoor en slaven. De slaven kocht men op van lokale Afrikaanse machthebbers en Arabische slavenhandelaren.

Vervolgens voeren de schepen vol met slaven naar Noord-Amerika of naar het Caribisch gebied, specifiek Curaçao, Sint Eustatius en Suriname). Tijdens de reis overleden vaak al veel slaven door de barre omstandigheden aan boord. De slaven die de reis overleefden, werden in Amerika op slavenmarkten verkocht om op plantages en in mijnen te werken. De producten van die plantages – zoals suiker, koffie, tabak, katoen en zilver – werden vervolgens per schip weer naar Europa gebracht.

In totaal zijn er naar schatting 11 à 12 miljoen slaven verhandeld gedurende de tijd van de driehoekshandel. Nederland was in de jaren 1596 en 1830 verantwoordelijk voor de handel in ongeveer 500.000 Afrikaanse slaven.

Vanaf 1800 schaften diverse landen de slavenhandel af en kwam er in de negentiende eeuw steeds meer een einde aan de driehoekshandel. Het eerste land dat de slavernij verbood was Denemarken in 1803, gevolgd door het afschaffen van de slavenhandel door Engeland in 1807 (gevolgd door de algehele slavernij in 1833). Nederland schafte de slavernij in Oost-Indië in 1859 af en in West-Indië (Suriname en de Nederlandse Antillen) in 1863. In datzelfde jaar verboden de Verenigde Staten, onder Abraham Lincoln (1809-1865), in de noordelijke staten ook de slavernij.

Lees ook: Geschiedenis van de slavernij
…en: De Trans-Atlantische slavenhandel
Boekentip: Slavernij. Een geschiedenis – Dirk Tang

Bronnen

*Van der Meiden, H., J. Roesink en R. Series, Examenbundel geschiedenis havo 2013-2014, Groningen 2013, p.73 en p.78.
*Zanden, J.L. van, Arbeid tijdens het handelskapitalisme: opkomst en neergang van de Hollandse economie 1350-1850, 2017 & 1991, p.95-110.
*Postma, J., The Dutch in the Atlantic Slave Trade, 1600-1815, 2008.
*https://hart.amsterdam/nl/page/28202/de-driehoekshandel
*https://www.slavernijenjij.nl/driehoekshandel/
*https://www.quest.nl/artikel/afschaffing-slavernij-vandaag-in

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: