Een vreemd boek uit 1852 over een vreemde streek, Payottenland genaamd

Binnenhof van het kasteel van Gaasbeek
Mensen hebben de gewoonte om te benoemen. Mensen hebben de behoefte om te benoemen. Mensen benoemen om orde in de chaos die hen omringt en waarvan ze deel uitmaken, te brengen.

Mensen benoemen zowat alles, ook landen en streken. Meestal zijn de benoemingen gelijkluidend, soms is het zoeken naar het equivalent in een andere taal. Soms zijn er andere verschillen. Vast staat dat er niet veel originaliteit uit blijkt.



De namen van Europa, Afrika en Azië stammen uit de Oudheid. Later zijn Amerika, genoemd naar Amerigo Vespucci, en Oceanië, een eilandengoep in een oceaan, er bijgekomen.

- advertentie -

Ook namen van landen gaan op een ver verleden terug. Niet zelden werd een beroep gedaan op het Latijn. Spanje komt van Hispania en België van een stam die Julius Caesar in “De Bello Gallico” dappere Belgae noemde. Engeland herinnert aan de Angelen, samen met de Saksen verantwoordelijk voor het begrip Angelsaksische cultuur.

Politiek is bijzonder. Politiek en geschiedenis veranderen landen. Bij splitsing in nieuwe landen kiest men de gemakkelijkste oplossing. Teruggrijpen naar namen die delen van landen aangeven: denk aan Joegoslavië, Tsjechoslovakije of de USSR. Soms voegt men zoals recent iets toe aan de oorspronkelijke naam: Zuid-Somalië.

Soms moet men nadenken. Duitsland, Germany en Alemania: één land. Amerika: USA of werelddeel? Nederland: het enkelvoudige Nederland is in het Franse Pays Bas meervoud. Moeilijk is het in het Castiliaans: Holanda. Ik weet ook wel dat Países Bajos, verwijzend naar de Nederlanden, al eens gebruikt wordt. Met Engeland wordt meestal Groot-Brittannië of zelfs het Verenigd Koninkrijk bedoeld.

Onderdelen van landen gaan vaak terug op periodes toen ze onafhankelijk waren. Denk aan Nederlandse en Belgische provincies. Toch is het niet altijd gemakkelijk. Problemen met Spanjolen leidden tot Brabant en Noord-Brabant. Problemen met Franstalige Belgen zorgden voor Vlaams- en Waals-Brabant en de Brusselse agglomeratie, een restje dat zelfs geen provincie is.


Brabantse trekpaarden – Henry Schouten (1857-1927)

Sinds 1852 heeft België er een streek bij die pas later bestaansrecht zou opeisen en krijgen. Toen verscheen ”’t Payottenland”, een boek van Franciscus Josephus Twyfelloos.

Waar ligt het Pajottenland zoals de naam nu geschreven wordt? Welke gemeenten waren er deel van? Twyfelloos heeft het over het hart van België, daer waer, ten onzen dage, de provinciën Braband, Vlaenderen en Henegauwe te samen loopen. Te vaag. Twyfelloos verduidelijkt: Anderlecht, Audenaeken, Beckerzeel, Bellingen, Beerth, Bierck (…), Berchem-St.-Laureys, Bodeghem-St.-Merten, Bogaerden, Borgraeve-Lombeek, Capelle-St.-Ulricx, Caster, Dilbeek, Elinghen, Esschene, Gaesbeke, Galmaerden, Goyck, Grooten-Bygaerden, Hekelghem, Heykruys, Herffelinghen, Herne (…), Itterbeek, Lerbeek, St.-Mertens-Lennick, St.-Pieters-Leeuw, St.-Quintens-Lennick met Eyseringen, Liedekerken, Lieferinghen, Lombeek-Onze-Lieve-Vrouw, Lombeek-Ste.-Catharina, Merbeek, Nyghem, Oetinghen, Pamel met Ledeberg, Pepingen-Beringen, Ruysbroek, Schepdael, Strythem, Teralphene, Ternath, Thollembeek, Vlesenbeek, Vollezeele, Wambeek, Zellick.

Een samenraapsel van gemeenten en gehuchten ten zuiden en zuidwesten van Brussel, die ooit op de wip tussen
Henegouwen en Brabant gezeten hebben.

Ze kunnen er fier op zijn dat ze er van onheugelyke tyden gestaen en gelegen hebben. Ze moeten dan ook oude geschiedenissen hebben. Twyfelloos vertelt een deel van die ongeloofwaardige histories. Hij heeft het over de streek zelf, Romeinen en de wreedste slag waer de geschiedenis van gewaegt, met 60.000 dode Belgen en Germanen, Caesar die nooit in de streek geweest is, in gesprek met de duivel, broedermin, vryheid en gelykheid, de slag van het niet-bestaande Batsweiler en een eigenaerdige volksage of legende, belangrijker nog dan die van Reinaert en Uilenspiegel. Het kasteel van Gaasbeek staat centraal: het ontstaan is honderd jaar naar voor geschoven, het is vruchteloos door Brusselaars aangevallen terwijl het eigenlijk verwoest werd, en de geslachten van Egmont en Hoorn, te Brussel terechtgesteld, zijn er heer van geweest.

Besluit: het Pajottenland van Twyfelloos heeft nooit bestaan. Heeft Twyfelloos bestaan? Kort en bondig: nee! Twyfelloos was het pseudoniem van Frans Jozef de Gronckel (1816-1871), een advocaat uit Lennik.

De Gronckel heeft zich grondig voorbereid: twee uitgaven gingen aan de derde, vermnderde en verbeterde uitgaef uit 1852 vooraf. Hij heeft er alles aan gedaan om serieus over te komen. Hij heeft Twyfelloos of zonder twijfel als pseudoniem gebruikt. Hij was Doktoor in de Philosofie en Advocaet, een gerespecteerd en intelligent man die raar genoeg analfabeet was: zijn boek is met een X ondertekend. Hij heeft zich ingedekt door een getuige, De Gronckel of zichzelf, het boek te doen bekleeden met den ouden zegel van de mannen van de wet. Daarbij is het niet gebleven: het graf van Twyfelloos is afgebeeld. Het gaat overduidelijk niet om een grap: het is eenieder geoorloofd dit boekje natedrukken op voorwaerde van herzelve te verspreiden onder de Payotten en de minnaers onzer dietsche tael.

Hij noemt zich een Payot. Hij heeft het boek opgedragen aen alle vrye en vrolyke Payotten. Wie of wat was een Pajot? Payot was de Waalse benaming voor een soldaat uit eigen streek, in tegenstelling tot de vreemde Oostenrijkse soldaten. Het woord is afgeleid van pays, streek, met het Franse suffix -ot: het betekent streekgenoot, bij uitbreiding streekgenoot in het leger. De betekenis viel samen met piot(e), al gebruikt in de prille achttiende eeuw en een algemeen bekend gewestelijk woord voor een infanterist of gewone soldaat. Vast staat dat de naam Pajot geen uitvinding van De Gronckel was.

Pajottenland heeft De Gronckel zelf uitgevonden. Zijn voorbeeld is nagevolgd. Vreemd is wel dat ‘zijn’ Payottenland door acolieten of slaafse navolgers in Pajottenland veranderd is. Wilden ze de naam vernederlandsen? Voelden ze een soort van plaatsvervangende schaamte wegens de vreemde schrijfwijze? Wilden ze hun steentje bijdragen tot het verspreiden van De Gronckels wishful thinking en waren ze zo uit op eeuwige roem voor zichzelf? Wie zal het zeggen.

Feit is dat Pajottenland erkenning heeft gekregen. De naam wordt gebruikt als streeknaam en staat zelfs op een toeristische bord langs de autosnelweg van Brussel naar Oostende vermeldt.

De Gronckel meende wat hij schreef. Hij was geen wereldvreemde, geen dromer en niet iemand die niet met beide voeten op de grond stond. Dat hij zijn verbazing de vrije loop liet, barstte van fantasie en dacht dat hij het beter dan wie dan ook wist, moet me erbij nemen. Het zou verwonderlijk zijn dat hij alleen maar een goede of minder goede grap heeft willen uithalen. Een grap haalt men slechts een keer uit: De Gronckel wilde een tweede boek schrijven: de behandelde publicatie was immers slechts het einde van de eerste aflevering.

Het Pajottenland heeft bestaansrecht gekregen. Het is samengevat een vruchtbare en heuvelachtige landbouwstreek met vooral dorpen dicht bij Brussel. Er is veel te ondergaan.

Ik denk aan het Gotische, Neo-Gotische en vooral Neo-Renaissancistische kasteel van Gaasbeek met herinneringen aan Karel V, een prachtig retabel in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek dat meer dan eens dieven op bezoek gehad heeft, het Bruegelmuseum in openlucht te Sint-Anna-Pede met reproducties van werk van Pieter Bruegel de Oude die in de Pedevallei inspiratie vond, watermolens, kerkjes in vooral Gotische en neo-stijlen, het “Museum van het Belgisch Trekpaard”, uitgevoerd over Europa tot in Rusland en naar Amerika om in bos-, land- en mijnbouw en in havens te werken, en gesloten vierkantshoeven.

Enkele Lambiek-bieren – Foto: CC/Donderwolk

Ik denk aan veel. Natuur en groen: het park van Groenenberg te Lennik, de belangrijkste rozentuin van Europa te Sint-Pieters-Leeuw, landschappen, velden afgebakend met knotwilgen die het te vele water uit vruchtbare gronden zuigen, bijna-ongerepte landschappen, de Bosberg, ooit de laatste beklimming uit de Ronde van Vlaanderen, en de boom van Witse, een politie-inspecteur uit een VRT-reeks, te Vlezenbeek. Vergezichten met zicht op dorpjes, velden, natuur en zelfs kankervlek Brussel. Lokale specialiteiten als kazen, lambiek en geuze. De Pauweltraditie te Galmaarden, ontstaan om de pest te bestrijden. Tal van (stand)beelden die grote en vooral kleine geschiedenissen vertellen. Ik denk aan … Ik denk aan nog zoveel.

Bestaat het Pajottenland? Men kan stellen dat het deel uitmaakt van 2 objectief te plaatsen regio’s: Zennevallei en vallei van de Dender.
Bestaat het Pajottenland echt? Tom Troch, in 2007 gedeputeerde voor cultuur voor Vlaams-Brabant, schreef dat je inderdaad al van ijzer moet zijn om aan de charmes van deze streek te weerstaan. De provincie heeft de streek dus bestaansrecht gegeven. Vreemd is dat hij het niet over het Pajottenland van Twyfelloos gehad heeft, maar over een streek op bijna dezelfde plaats die bestaat uit Bever, Dilbeek, Galmaarden, Gooik, Herne, Lennik, Pepingen, Roosdaal, Sint-Pieters-Leeuw en Ternat en hun deelgemeenten of slechts een groot deel van Twyfelloos’ Payottenland.

Pajottenland: een tuin van Eden aan de poorten van de hel die Brussel voor vele Vlamingen is.

Rik Wouters
Toeristische gids voor Vlaanderen, Barcelona
en gidsingen op aanvraag én maat
e-mail: rik.wouters@pandora.be
De citaten zijn ontleend aan:

  • TWYFELLOOS, Franciscus Josephus. ’t Payottenland. zoo als het van onheugelyke tyden gestaen en gelegen is. Drukkery Van Bols-Wittouck, Brussel. 1852 [in 1987 verscheen een facsimilé met inleidende verklarende teksten].
  • DDAA. Pajottenland. Een land om lief te hebben. Werkgroep Pajootenland, zonder plaatsaanduiding. 2007.
  • Mittelrhein-Museum in Koblenz - Foto: CC/Holger WeinandtAan de Florinsmarkt…
    Sant Martí d'Empúries - Foto: CC/Caos30In vele landen wordt…

    Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

    Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

    Gelijk naar geschiedenisboeken over:
    Ook adverteren op Historiek?
    Goede keus! Klik hier