De terugkeer van de mammoet

(Historisch) geëxperimenteer met het leven

In Zweden werd het boek De terugkeer van de mammoet (De Geus, 2017), van de Zweedse wetenschapsjournaliste Torill Kornfeldt, door een recensent bestempeld als ‘het beste boek van het jaar’. Kornfeldts boek is inderdaad een kunststukje. Met vlotte pen beschrijft ze hoe wetenschappers in heden en verleden geprobeerd hebben om uitgestorven dieren weer tot leven te wekken. Tegenwoordig gebeurt dat met gentechnologie en DNA-onderzoek, vroeger op andere manieren. Kornfeldt behandelt onder meer vragen als waarom mensen dit doen en wat de gevolgen van dit biotechnologische geknutsel (kunnen) zijn.

Thematiek van De terugkeer van de Mammoet

Prometheus steelt het vuur - Jan Cossiers in Museo del Prado
Prometheus steelt het vuur – Jan Cossiers in Museo del Prado
De thematiek waarbij de mens zelf aan het leven gaat sleutelen, is al oud. Zo publiceerde Mary Shelley – een dochter van de beroemde feministe Mary Wollstonecraft – in 1818 de wereldberoemd geworden roman Frankenstein. Een moderne Prometheus, waarin ze beschreef hoe het fout kon lopen als mensen proberen om God te imiteren door te knutselen aan het leven. In de ondertitel verwees Mary Shelley naar het personage Prometheus uit de Griekse mythologie. Deze Prometheus gaf mensen de kennis om vuur te gebruiken en werd daarom door Zeus streng gestraft. Een verhaal dat overigens qua thematiek sterk lijkt op het Bijbelse verhaal van de zondeval in het paradijs.

Torill Kornfeldt gaat in De terugkeer van de mammoet in gesprek met een aantal wetenschappers die via gentechnologie onder meer een oeros, een uitgestorven geitensoort en een dinosaurus opnieuw tot leven willen wekken. Aan bod komen fraaie anekdotes uit de geschiedenis van dit geëxperimenteer. Maar ook de risico’s, kansen en ethische vragen die gentechnologie opwerpt. Iedereen herinnert zich nog wel de vragen die het in 1995 gekloonde Zwitserse schaap Dolly opriep in de media en politiek… Dit was de eerste kloon van een volwassen dier:

Alle eerdere pogingen waren met embryo’s gedaan (77).

Na Dolly het Schaap kregen onder meer de Spanjaarden het op de heupen. Zij probeerden in 1999 de uitgestorven Spaanse berggeit te klonen. Het resultaat was na de millenniumwisseling een vreemde geit met drie longen, die nauwelijks kon ademhalen omdat de mislukte long de andere twee longen wegdrukte. Teleurgesteld stopte de Spaanse regering in 2003 met het subsidiëren van dit project.

- advertentie -
Dolly (voor zover bekend) 's werelds eerste kloon van een volwassen zoogdier
Dolly (voor zover bekend) ‘s werelds eerste kloon van een volwassen zoogdier

Mogelijkheden genoeg

Voor biologen die willen experimenteren met het opnieuw levend maken van uitgestorven dieren, zijn er mogelijkheden genoeg. Zo schrijft Kornfeldt:

De International Union for the Conservation of Nature (IUCN) heeft 834 diersoorten op haar lijst van uitgestorven diersoorten staan, van de oeros die in de zeventiende eeuw is verdwenen tot nu. Ze heeft een lijst opgesteld met nog eens 69 soorten die in het wild zijn uitgestorven en die nu alleen nog maar in dierentuinen leven. (…) De negenhonderd dieren die op de lijst van de IUCN staan vormen nog maar het topje van de ijsberg. (47,48)

Inderdaad zijn er veel meer uitgestorven diersoorten. In totaal zijn er maar liefst acht miljoen geregistreerde levenssoorten, en tal van uitgestorven dieren zijn nooit gedocumenteerd. Tot de wel geregistreerde uitgestorven soorten behoren onder meer de trekduif, de lachuil, de dodo, de quagga, de mammoet, oeros en wisent (Europese bizon).

Nazistische oeros: knutselproject van de nazi’s

In het boek van Kornfeldt treffen we verscheidene interessante verhalen aan over geknutsel met ‘nieuw’ leven in de loop der tijd. Zoals het verhaal van de twee Duitse broers Heinz en Lutz Heck, beide directeur van een afzonderlijke Duitse dierentuin. De broers waren in de jaren 1920 geïntrigeerd geraakt door oude tekeningen van toen inmiddels uitgestorven oerossen. Genetica en erfelijkheidsleer waren hot in het Europa van die tijd, sinds de ontdekkingen van Gregor Mendel over erfelijkheidsleer (vanaf 1900) onder het grote publiek bekend raakten (hoewel de ontdekking van DNA ‘pas’ in 1953 volgde).

De terugkeer van de mammoet
De terugkeer van de mammoet
Beide Duitse broers gingen aan de slag om een ‘raszuivere’ oeros te maken, wat ze in 1934 lukte. Uiteraard waren de nazi’s zeer in dit genetische project geïnteresseerd:

Tegen die tijd was Hitler tot rijkskanselier gekozen en het idee om met behulp van het fokprogramma een trots en machtig ras van Europese oorsprong te creëren sprak, niet geheel onverwacht, de NSDAP zeer aan. Lutz Heck werd baas van de afdeling Reichsforstambt van het Derde Rijk en de nazistische oeros dook op in de propaganda. Vooral Hermann Göring was zeer betrokken bij het project en liet oerossen los zowel op zijn jachtgronden in het huidige Polen als op Carinhall, vernoemd naar zijn Zweedse echtgenote, ten noorden van Berlijn. (147)

Veel oerossen die het resultaat van dit project waren stierven uit, maar niet allemaal. Tegenwoordig leven er nog ongeveer 3.000 nazaten van deze ossen verspreid over de hele wereld. Ook andere dictaturen zouden zich later bezighouden met dit soort megalomane dierenexperimenten. Met als meest excentriek voorbeeld wellicht de ‘superkoe‘ van de Cubaanse dictator Fidel Castro.

~ Enne Koops

Boek: De terugkeer van de mammoet – Torill Kornfeldt

Bestel dit boek bij:

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier