Op 31 maart 1948 keurde het Amerikaanse Congres het Marshallplan goed, een ingrijpende economische hulpprogramma voor het naoorlogse Europa. Dit plan, officieel bekend als het European Recovery Program (ERP), had tot doel de verwoeste economieën van West-Europa te stabiliseren en tegelijkertijd het communisme in de regio te bestrijden. Het Marshallplan markeerde een keerpunt in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog en legde de basis voor de trans-Atlantische relaties.

Het Marshallplan is vernoemd naar de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George Marshall (1880-1959). Tijdens de oorlog had hij als stafchef van het Amerikaanse leger al aangetoond over veel organisatietalent te beschikken en na de oorlog zou hij dat als minister op een heel andere manier nog eens bewijzen. Het Marshallplan markeerde een breuk met de isolationistische traditie van Amerika. In plaats van zich afzijdig te houden, koos de VS ervoor zich actief in te zetten voor de wederopbouw van Europa en de herstructurering van de wereldpolitiek na de Tweede Wereldoorlog. Dit versterkte niet alleen de Europese economieën, maar ook de rol van de VS als wereldmacht.
Europese behoeften
George Marshall introduceerde het Marshallplan op 5 juni 1947 aan de Harvard-universiteit in Massachusetts. Hij ontving daar die dag een eredoctoraat en hield een opvallende toespraak, waarin hij de aandacht vestigde op de economieën in West-Europa die in slechte staat verkeerden. De agrarische en industriële productie was niet alleen enorm afgenomen, maar ook was ongeveer een derde van de handelsvloot verloren gegaan en een groot deel van het spoorwegmateriaal verwoest. Marshall stelde voor een grootscheepse hersteloperatie op gang te brengen. Over de problemen in Europa zei hij onder meer:
De kern van het probleem is dat de Europese behoeften in de komende drie of vier jaar met betrekking tot buitenlands voedsel en andere essentiële goederen – in het bijzonder uit Amerika – zoveel groter zijn dan de financiële draagkracht van Europa, dat dit werelddeel hulp van buitenaf nodig heeft ter aanvulling van de eigen bronnen, en dat zonder die hulp Europa economisch, sociaal en politiek zal verkommeren.
Het was duidelijk: Amerika moest Europa volgens George Marshall tegemoet komen. Dat besluit kwam niet helemaal onverwachts. Op 8 mei 1947, een kleine maand voor de toespraak van George Marshall dus, had toenmalig staatssecretaris Dean Acheson ook al voor een groots opgezet hulpprogramma gepleit. Marshall maakte bekend hoe het plan er ongeveer uit moest komen te zien.
Wederopbouw voor het Marshallplan

Nog voordat het Marshallplan werd uitgerold, had West-Europa zich al redelijk hersteld. Alleen West-Duitsland bleef achter, terwijl in de andere landen de vooroorlogse industriële productie alweer was bereikt. In de loop van 1947 stokte dit herstel echter. De betalingsbalans van de West-Europese landen verslechterde en er was een groot tekort aan buitenlandse betaalmiddelen, in het bijzonder aan dollars. Daarnaast kwam in de eerste helft van 1947 een einde aan de hulp van de UNRRA. Deze VN-organisatie had de hulp altijd als tijdelijk instrument beschouwd, en in 1947 werd deze dan ook stopgezet.
West-Duitsland
West-Duitsland was van groot belang voor de economieën in West-Europa, maar daar was aanvankelijk nauwelijks sprake geweest van economisch herstel. Kort na de oorlog was de industriële productie nog maar op een kwart van het vooroorlogse pijl en het herstel verliep ook in de periode hierna zeer moeizaam. Door het wegvallen van de Duitse industrie ontstond er in de omliggende landen een energieprobleem, aangezien de West-Duitse kolenproductie voor deze landen van groot belang was.

Trumandoctrine
Het Marshallplan kan niet helemaal los gezien worden van de zogeheten Trumandoctrine die eerder in 1947 was geformuleerd door de Amerikaanse president Harry Truman. Hierin was het begrip containment (indamming) geïntroduceerd. Amerika zou voortaan, als reactie op dreiging van de Sovjet-Unie, economische of militaire steun verlenen aan niet-communistische landen. Tijdens een speech op 12 maart 1947 zei de president tegenover het Congres hierover onder meer:
Ik geloof dat het de politiek van de Verenigde Staten moet zijn om vrije volken te ondersteunen tegen dreiging door gewapende minderheden of door buitenlandse mogendheden. Ik geloof dat vrije volkeren hun eigen bestemming moeten kunnen bepalen. Het zaad van totalitaire regimes wordt gevoed door miserie en tekorten. De vrije volkeren moeten kunnen rekenen op onze steun.
Hoewel de Verenigde Staten met de containment-politiek al duidelijk de strijd aan gingen met het communisme was het Marshallplan aanvankelijk niet alleen bedoeld voor West-Europese landen. Ook Oost-Europese landen en zelfs de Sovjet-Unie mochten in de oorspronkelijke plannen participeren, als ze dat wilden. Al snel werd echter duidelijk dat de communisten niets van het plan moesten weten. De Russische minister Molotov verzette zich fel tegen het Marshallplan dat hij een “bedreiging voor de soevereiniteit van de Europese landen” noemde. Toen in juli in Parijs een conferentie werd gehouden waarbij de verschillende Europese landen het Marshallplan bespraken, waren veel van die Oost-Europese landen waar Molotov het over had gehad niet aanwezig. Op last van Stalin waren deze ‘soevereine landen’ niet op de uitnodiging ingegaan.
Europese samenwerking
Naast humanitaire en politieke motieven waren er voor Amerika ook economische motieven voor het Marshallplan. Zo waren de exportmogelijkheden van het land gelimiteerd door dollarschaarste in de Europese landen. Door geld in de Europese economieën te pompen hoopte men dit probleem aan te kunnen pakken. Daarnaast was het voor Amerika interessanter om gecoördineerde hulp aan de hele regio te kunnen bieden in plaats van aan ieder land afzonderlijk. Het Marshallplan kon (en zou) bovendien leiden tot meer Europese samenwerking. Bij de introductie van het Marshallplan had George Marshall hier het volgende over gezegd:
Het is duidelijk dat, alvorens de Verenigde Staten hun pogingen kunnen voortzetten de situatie te verlichten en Europa te helpen op de weg naar herstel, er een zekere mate van overeenstemming moet zijn tussen de Europese landen ten aanzien van hun behoeften en het aandeel dat die landen zelf zullen leveren aan de hulp die onze regering zal verlenen, willen onze maatregelen het beoogde resultaat hebben. Het zou voor onze regering noch juist noch doeltreffend zijn een unilateraal hulpprogramma te ontwerpen om Europa economisch weer op de been te helpen. Ik ben van oordeel dat het initiatief van Europa dient uit te gaan.
Het politieke motief achter het Marshallplan werd pas echt actueel in 1948, na de communistische machtsovername in Tsjechoslowakije.

Feit is dat het Marshallplan, al dan niet bewust, de scheiding tussen Oost en West heeft versterkt.
Moskou besloot overigens, als een soort tegenhanger van het Marshallplan, een zogenaamd Molotov-plan te starten (vernoemd naar minister Molotov) voor de landen in Oost-Europa. Dit plan liep echter op niets uit.
Koerswijziging

Het Marshallplan was economisch gezien een succes. De West-Europese economieën bloeiden verder op en de Duitse wederopbouw werd versneld. Tussen 1948 en 1952 groeide het bruto nationaal product (BNP) in West-Europa van 120 tot 159 miljard dollar. Ook voor Amerika was het plan een succes. Het communisme boette aan invloed en aantrekkingskracht in en de Amerikaanse exportindustrie had er nieuwe stabiele klanten bij.
Het Marshallplan betekende een koerswijziging voor wat betreft de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten. Met het plan brak het land definitief met de isolationistische traditie.