Dark
Light

De heilige Agatha en de Sint Aegtenkapel in Amersfoort

Van gebedsruimte tot muzikale tempel
13 minuten leestijd
De Sint Aegtenkapel in Amersfoort in 2023
De Sint Aegtenkapel in Amersfoort in 2023 - Foto: Willem Peeters

De Sint Aegtenkapel – ‘t Zand 37 te Amersfoort – kent een lange historie. Gesticht in 1410, draagt zij de naam van de martelares en heilige Sint Agatha. Na nog geen tweehonderd jaar dienst te hebben gedaan als gebedshuis, wordt het gebouw voor allerlei zaken gebruikt en raakt het in verval. Pas in de twintigste eeuw is de kapel grondig gerestaureerd en heeft zij een culturele bestemming gekregen.

Multiculturele tempels

Op 11 april van het jaar 2023 woont de auteur van dit artikel een concert bij in de Aegtenkapel te Amersfoort, waar het Ragazze Quartet muziek vertolkt van de Ierse altviolist en componist Garth Knox. De muziek van Knox, subtiel en soms razend complex, contrasteert met de eenvoud van de kapel, maar harmonieert tegelijkertijd met de sereniteit ervan.

Interieur van de Sint Aegtenkapel in Amersfoort
Interieur van de Sint Aegtenkapel in Amersfoort, 1977 (CC BY-SA 4.0 – RCE – wiiki)
De transformatie zoals die van de eeuwenoude Aegtenkapel van kerk naar cultureel trefpunt, treffen we in wat andere vorm aan te Maastricht, waar de Dominicanenkerk is ingericht als boekwinkel, een bestemming die ook de Broerenkerk in Zwolle ten deel is gevallen. Maar niet alleen kerken zijn veranderd in culturele hotspots. Neem bijvoorbeeld de voormalige Vleeshal in Middelburg, nu een ruimte voor tentoonstellingen, of het beroemde NatLab van Philips te Eindhoven, ooit een broedplaats van technisch en wetenschappelijk vernuft en kraamkamer van de compact disc, dat is omgetoverd tot een multicultureel centrum. Heel bijzonder is de Concertboerderij d’Rentmeester – voorheen ‘Onder de linden’ – in Valthermond nabij Emmen, waar onder het dak van de prachtig gerestaureerde stal op uitnodiging van de Stichting Klassiek in ‘t Veen bekende Nederlandse ensembles optreden.

De historie van de Aegtenkapel is niet alleen nauw verweven met de ontwikkeling van de stad Amersfoort, maar ook met de lotgevallen van Agatha van Sicilië, een door de Rooms-Katholieke Kerk heilig verklaarde martelares, naar wie de Kapel is vernoemd.

De legende van de heilige Agatha

Als het christendom in het Romeinse rijk aan zijn opmars begint, ondervindt het aanvankelijk weinig weerstand. Het Romeinse polytheïsme kan wel een stootje velen, dit nieuwe geloof wordt beschouwd als een eendagsvlieg. Uiteindelijk is het keizer Constantijn de Grote die aan het begin van de vierde eeuw het christendom omarmt, waarna het in 380 werd met het Edict van Thessaloniki de officiële godsdienst wordt in het Romeinse rijk. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot, want er zijn keizers die zich met hand en tand verzetten tegen de religieuze nieuwlichterij. Een van hen is Decius die regeert van 249 tot aan zijn dood in 251, tal van christenvervolgingen in gang heeft gezet en bekend is als de man die aan de wieg staat van de verering van Agatha, een van de bekendste heiligen in Europa.

Icoon van de heilige Agatha met haar borsten op een schaal.
Icoon van de heilige Agatha met haar borsten op een schaal.
De naam Agatha is van Griekse oorsprong: agathos (ἀγαθος), wat de goede betekent. In het jaar 251, zo verhaalt de legende van Agatha, is het Quintinianus, een trawant van Decius, die de scepter zwaait over Sicilië en verliefd raakt op de jonge, mooie Agatha, een vroom christenmeisje dat zijn avances afwijst. Dat komt haar duur te staan. In zijn hagiografie van Agatha citeert pater Dries van den Akker s.j. uit de Legenda Aurea van Jacobus de Voragine:

‘[….] Naar Sicilië zond Decius zijn vriendje Quintinianus; deze heerste als koning over het hele eiland. Zijn regeringsperiode was nog maar net begonnen of hij hoorde al van de geweldige schoonheid en volmaakte geest van het meisje Agatha. Hij liet haar dus voor zich verschijnen. Met rijke geschenken, vleierijen en mooie beloften probeerde hij haar te paaien, maar vol afschuw wierp zij dat alles ver van zich af. Toen liet Quintinianus een vrouw van lichte zeden komen, Frondisia. [….] “Zorg dat dit mormel zich aan mij onderwerpt, en ik zal je rijkelijk belonen.” 1

Maar Frondisia’s poging om het meisje in te palmen mislukt.

Witheet van woede beval Quintinianus dat zij bij hem gebracht moest worden, en hij zei haar: “Wie en wat ben jij eigenlijk, hoogmoedig nest?” En Agatha antwoordde: “Ik ben een vrije vrouw en een dienares van Jezus Christus.” En hij weer: “Hoe kun je je nou vrij noemen wanneer je een dienares bent?” En zij: “Ik ben het dienstmeisje van Christus; hem dienen is volmaakte vrijheid.” Daarop zei Quintinianus:

“Zweer je meester af, en dien onze goden; zo niet dan zal ik je laten martelen.” Waarop Agatha reageerde:

“Al zou u me voor de wilde beesten gooien, dan zou de macht van Christus er makke lammetjes van maken; en als u een vuur zou aanleggen om mij te doen verteren, dan zouden engelen vanuit de hemel het doven; en al zou u me uit elkaar rijten met raspen, dan zou de Heilige Geest in mij ervoor zorgen dat het allemaal niets uithaalde.”

Nu beval de tiran dat Sint Agatha moest worden vastgebonden en met roeden gegeseld. En twee slaven gaf hij bevel haar zachte borsten gruwelijk af te knijpen met ijzeren tangen. Op het moment dat het bloed over haar lichaam gutste, zei ze hem: “Jij tiran! Schaam jij je niet mij zo te behandelen; terwijl jezelf gevoed en gezoogd bent aan de borst van je moeder?” [….] Toen liet Quintinianus een groot vuur aanleggen; vervolgens bonden ze het meisje aan handen en voeten en gooiden haar zo op de vuurhoop. Precies op datzelfde moment deed zich een krachtige aardbeving voor; de stad schudde op haar grondvesten, de mensen renden in paniek naar het paleis en gilden: “Dit overkomt ons vanwege de folteringen van dat christelijke mormel.” En zij dreigden Quintinianus, dat als hij er niet mee ophield, dat zij dan hem met heel zijn familie in het paleis in het vuur zouden werpen. Toen gaf Quintinianus maar opdracht haar uit de vlammen te halen, en haar weer op te sluiten in de schuur: toegetakeld en misselijk van de pijn. En ze bad:

“Nu ik zoveel voor u heb moeten lijden, laat mij dan ook uw glorie zien.”

Haar gebed werd onmiddellijk verhoord, want haar zuivere ziel steeg op tot voor Gods eeuwige troon. [….]

Nu moet je weten dat er in de buurt van de stad Catania op Sicilië een geweldige berg ligt, en op de top van die berg is een gapende krater, die vuur en rook spuwt. [….] Nauwelijks een jaar na het martelaarschap van Agatha opende deze berg [de Etna, WP] zijn muil, en er kwam een stroom van vuur uit, die alles verteerde wat op zijn weg lag. En de inwoners van Catania, zowel mannen als vrouwen, christenen als heidenen, zochten een veilig heenkomen op het graf van de martelares Agatha. Daar pakten ze haar zijden sjaal die nog altijd op het graf lag, bonden die aan de spits van een lans en trokken toen in een lange processie het vuur tegemoet. Dat had intussen al de muren van de stad bereikt. Maar het behaagde God om krachtens deze heilige relikwie het vuur tot staan te brengen en het een gunstiger wending te laten nemen. In het inwendige van de berg hield het gerommel op en alles werd rustig. Door dit indrukwekkende wonder bekeerden zich alle heidenen die nog in Catania woonden tot het geloof in Christus en lieten zich dopen.’

De heilige Agatha - Francisco de Zurbarán
De heilige Agatha – Francisco de Zurbarán
Dankzij het wonder van de Etna wordt Agatha een jaar na haar dood heilig verklaard, waarmee de gebruikelijke zaligverklaring wordt overgeslagen. De Spaanse hofschilder Francisco de Zurbarán beeldt de heilige Agatha rond 1630 af met in haar handen een schaal waarop haar afgesneden borsten liggen. Omdat dit beeld terugkeert in tal van prenten en men dit gemakkelijk voor broodjes aanziet, wordt zij vereerd als patrones van de bakkers. Ook is zij patrones van klokkenmakers vanwege de gelijkenis met klokken. Voor vrouwen met pijn op de borst bestaat er een speciaal gebedje:

Agatha, vroom meisje klein,
Ach, jij leed ooit grote pijn;
Gaf het mooiste van een vrouw.
Kom toch hier en help mij nou.
Want mijn borst doet heel erg zeer.
Vraag verlossing aan de Heer.2

Vanwege het wonder van de Etna is Sint Agatha erg geliefd in de stad Catania waar haar stoffelijk overschot en haar sluier bewaard worden in de Domkerk. Agatha zou zich twee keer in Nederland hebben vertoond. In de zestiende eeuw nabij Leidschendam en in de negende eeuw in de buurt van het huidige Beverwijk. Vanwege deze vermeende verschijning en haar bekendheid als beschermheilige van brandwonden, wekt de aanwezigheid van een brandwondencentrum in Beverwijk geen verwondering. Tal van dorps- en stadsnamen getuigen van de populariteit van Sint Agatha zoals bijvoorbeeld Aagtekerke in Zeeland.3 En dan is er ook de aagtappel, een appelsoort en een bier, Zuster Agatha, die de naam dragen van de heilige.

De Aegtenkapel 1400-1800

Geert Grote keert zich in de veertiende eeuw tegen de in zijn ogen verloedering van de kerk. Hij fulmineert met nametegen het concubinaat en de persoonlijke verrijking van geestelijken. De kloosterhervormer weet een groot aantal volgelingen aan zich te binden, de zogeheten moderne devoten, die hun eigen geweten laten prevaleren boven de kerkelijke moraal. Dit leidt tot het ontstaan van een nieuwe religieuze beweging, de Zusters- en Broeders des Gemenen Levens. In 1379 wordt in Amersfoort een zusterhuis opgericht voor de tot deze beweging behorende Zusters van Sint Agatha. Op kerstavond 1399 sticht het echtpaar Van de Doem ten behoeve van de zusters het Convent van Sint Aagten:

‘Rutgerus van den Doem en zyne huysvrouw Belia hun huys en noch veele renten daarbij overgegeven ten dienste van S. Agathaas zusters.’4

Voorzijde van de Cronyk van Sint Aagten Convent
Voorzijde van de Cronyk van Sint Aagten Convent
In het jaar 1400 treden zes jonge vrouwen toe tot het Convent van Sint Aagten om zich hun hele leven te wijden aan een godsdienstig bestaan. Dat is ook het jaar dat begonnen wordt met het optekenen van de Cronyk van Sint Aagten Convent:

De Nonnen van het voorsz. S. Aagten Klooster hebben in haar tyd zelfs een omstandige Cronyk geschreven en gehouden, die in veele zaaken tot opheldering van de Historien dezer Stad noch dienen kan, en alhoewel dezelve door het menigvuldig uitschryven gansch gebrekkelyk is, zo hebben wy nogtans dienstig geoordeelt ’t geene men daar van vind en noch voor handen is, alhier mede te plaatzen.5

In de veertiende en vijftiende eeuw groeit de kloostergemeenschap. De kapel verrijst in 1410, rond het midden van deze eeuw wordt er een kerkhof ingericht6 en in 1458 volgt de inwijding van een aantal woongebouwen.

Het kloosterleven is geen sinecure en je moet beslist tegen een stootje kunnen:

‘De weinige slaap die men gegund werd tot de vroege ‘metten’ (gebeden die rond drie uur ‘s ochtends gezongen werden) moest worden gevat op een harde legerstede, in een onverwarmd vertrek en na het nuttigen van een uiterst sober en eenvoudig voedsel. (Teneinde na dit nachtelijk ritueel nog even te kunnen gaan liggen werden er vaak ‘korte metten’ gemaakt!). De enige afwisseling tussen de uren van het gebed bestond vrijwel uitsluitend uit spinnen en het eindeloos aanhoren van stichtelijke verhalen die men uit den treuren kende.’ 7

In 1463 wordt de kapel voorzien van een tussenverdieping waardoor kloosterlingen (boven) en leken (beneden) gescheiden van elkaar de dienst kunnen bijwonen. Dit wordt doorgaans aangeduid met de term dubbelkapel. Het klooster lijdt onder de terreur van de Spaanse overheerser, wordt bedreigd door pestepidemieën en valt ten prooi aan de grote stadsbrand van 1495 waarvan in de Cronyk wordt verhaald:

Op den 13. Martii geschiede een groote moortbrand8 binnen Amersfoort. Ende doen den brant opsloeg kwamen de vianden voor de Stad: maar de Borgeren lieten haar huysen branden, ende liepen op de muyren, ende bewaarden haar Stadt, soo dat wy in tweederley benautheyd waeren, als verderffenisse der vyanden, ende noot des brants, want daar verbrande wel het derdedeel der Stat met het Observanten Clooster, ende ons branden af vyfhuysen ende twee bergen. Den brand begon in de Teutstraat, ende soo daar een sterke Noord-Oosten wind was, soo sloegt haastig voert aan onse schuur en twee bergen, ende nog een dakhuys, dat op den anderen houk van de Straat stont, soo dat de vlamme sloeg op onse Paters solder, ende op de solder van ’t Vrouwenhuys lag veel droge heye, daar die vonken op vielen als sneeuw, die onse Susteren met de voet uyttraden, ende weynig waters hadden. De geut van de Kerk ontstak binnen ons besloten Convent, dat men de vlamme op sag slaan, soo datmer niet aancomen konde, d’welk by haar selfs weder uytging door de hulpe Godes alleen.’ 9
Westsingel met Aegtenkapel rond 1900
Westsingel met Aegtenkapel rond 1900

Een flink deel van het kloostercomplex gaat dus in vlammen op, maar de Kapel blijft gespaard.

In de zestiende eeuw verflauwt het enthousiasme voor het kloosterleven en er zijn zusters die het met de tucht niet erg nauw nemen of zelfs uittreden. Erg bont maakt zuster Marrie Timans het in 1558 door in dat jaar het klooster te verlaten om te bevallen van een baby. Er zijn ook vrolijke gebeurtenissen zoals het festijn dat wordt aangericht ter viering van het kloosterjubileum van Thonis en Marrichen Gerrits in 1598 ter gelegenheid waarvan de zusters zich tegoed doen aan een spijs en drank:

‘In den selven jaare op St. Sixtus dach hebben Jacobgen Thonis ende Marrichgen Gerrits haar gulde professie gedaan, ende was Marrichgen Gerrits 39 jaaren Procuratrix geweest. Sy gaven ons een vrolyken dach van gesoden, gebraden, Pastyen, Bier ende Wyn.’ 10

De Aegtenkapel krijgt het zwaar te verduren als de Reformatie een ware godsdienststrijd met zich meebrengt. Al in 1547 richt de beruchte ketter Johan Gruwel een ravage aan onder de kerkelijke geschriften van het Convent en is het bezit van een gebedsboek al reden om voor je leven te vrezen. In maart 1580 raast de beeldenstorm door de kapel en wordt alles kort en klein geslagen:

Op den 8. Maart is weder een grooten oproer in de Stadt gecomen, door dien de tyding quam, dat tot Utrecht de Kerken gesloten waeren, ende dat ment hier mede doen soude, ende de Cloosters plonderen, waar door wy onse goet vlugten. Eer wy sulks te recht doen conden, waren de Geusen met Trom en Vendel voor ons Kerke. Quamen daar in vallen als vyanden met cryten en singen. Sy smeten al aan stucken in de Kerk, ende bragtent in een vuyr op Cingel: waardoor wy seer ontstelt waeren, ende met tranen en droefheyt ons mosten gedult hebben. 11

Ondanks deze tegenslag blijven de zusters hun aantekeningen maken in de Cronyk. De kapel komt in handen van de stad en wordt, althans formeel, niet meer als kerk gebruikt. Wel doet zij later dienst als schuilkerk. In 1603 wordt de kapel ontwijd door er een Stadsturfschuur van te maken en in 1619 vestigt zich de zijdewever Hendrik de Hert zich in in het pand aan de St. Aagtensingel die in 1630 gedempt wordt en ‘t Zand wordt genoemd. Waar deze naam vandaan komt is niet helemaal duidelijk, maar is ongetwijfeld gerelateerd aan het zand waarmee de singel is opgevuld en die dan dienstdoet als parkeergelegenheid voor boerenkarren. Men parkeerde op ‘t zand. Maar het kan ook zijn dat deze straatnaam afgeleid is van de zandrug waarop de Aegtenkapel is gebouwd.12

Spits van de Aegtenkapel in Amersfoort
Spits van de Aegtenkapel in Amersfoort
Als in 1637 de laatste zuster, Marritje Jans, overlijdt, wordt een deel van het klooster geveild met uitzondering van de kapel die eigendom blijft van de stad. Zij doet achtereenvolgens dienst als weverij, stadsmagazijn, opslag van bombazijn en zelfs als opslagplaats voor stadswapens en tabakswaren. Het laat zich raden dat door voortdurende bouwkundige aanpassingen en slecht onderhoud de kapel gaandeweg in verval raakt. Rond 1800 wordt de spits van de kapel verwijderd vanwege de instabiliteit van de constructie.

De kapel in de moderne tijd

In de negentiende eeuw keert de kapel terug in de rooms-katholieke moederschoot en wordt rond 1880 verbouwd en ingericht als bibliotheek voor rooms-katholieke militairen. Na de Tweede Wereldoorlog blijkt hoezeer de kapel gedurende vele decennia verwaarloosd is en wordt zij in 1960 voor een bedrag van achtduizend gulden door de gemeente overgenomen van het bestuur van de St. Franciscus Xaverius parochie. Bedoeling is de kapel te restaureren en om te toveren tot raads- en trouwzaal van Amersfoort. Tot 1970, als de restauratie begint, doet het voormalige gebedshuis dienst als veilinghuis van inboedels en allerhande goederen.

In 1960 wordt besloten een bouwkundig onderzoek te laten doen en een restauratieplan op te maken. De toestand waartoe de kapel is vervallen blijkt gruwelijk te zijn: de plafonds zijn plaatselijk weggerot, het muurwerk is her en der door inwatering ‘verkankerd’, onderzoek naar de oorspronkelijke dakbedekking is onmogelijk vanwege de vergane bakgoten, en een vlierstruik heeft zijn wortels laten doordringen achter de muurstijlen, et cetera. Ook wordt geconstateerd dat de kapel aan een kant twintig centimeter is verzakt. In zijn onderzoeksrapport dat verschijnt in 1962 concludeert Haakma Waagenaar:

‘In de twintigste eeuw heeft het gebouw geen noemenswaardige veranderingen ondergaan, behalve de bemesting van de zolder en het vrij spel laten van dakvegetaties en regenwatermeanders door hout- en metselwerk.’ 13

Detail van de communiebank van de Sint Aegtenkapel
Detail van de communiebank van de Sint Aegtenkapel in Amersfoort, 1927 (CC BY-SA 4.0 – RCE – wiki)

En dan volgt de uitgebreide reconstructie in 1970 die de vervallen kapel in glorie doet terugkeren op basis van oude afbeeldingen en in het gebouw aangetroffen bouwsporen. Onderdeel van deze restauratie is het terugbrengen van de torenspits. Natuurlijk gaat deze restauratie gepaard met financiële perikelen en heftige debatten in de Amersfoortse raad.

Zo was in juni 1972 de raadszaal te klein toen VVD fractievoorzitter M. de Bruije donderde dat het verspilling van geld was eerst mooie handgevormde steentjes à fl. 2,50 per stuk te kopen om ze dan later onder gaaf pleisterwerk te verstoppen en daarna de stuclaag weer met nepvoegjes te beschilderen alsof je naar gevoegd metselwerk staat te kijken. Het betrof hier de schitterend en authentieke afwerking van de gewelfbogen… 14
Optreden in de Sint Aegtenkapel, 2023
Optreden in de Sint Aegtenkapel, 2023 – Foto: Nichon Glerum

In 2004-2005 volgt nog een herstelronde. Metsel- en voegwerk worden onder de loep genomen en gerepareerd. Daarbij blijkt dat de bevestiging van het torentje niet stabiel is en vervangen moet worden.

‘Met uiterste zorgvuldigheid en vakkundigheid is de toen opnieuw bekleed met duurzaam 25-ponds lood, ditmaal opgehangen aan koperen klangen. In februari 2005 plaatst wethouder P. Jonkman de opnieuw vergulde torenhaan terug op de toren als bekroning van deze werkzaamheden.’ 15

Sinds 1985 maakt de Aegtenkapel onderdeel uit van het Amersfoortse theater Flint. In de voormalige gebedsruimte worden regelmatig concerten ten beste gegeven die zich daarmee getransformeerd heeft tot een muzikale tempel.

Noten

1. – http://www.heiligen.net/heiligen/02/05/02-05-0250-agatha.php.
2. – Op. cit.
3. – Een overzicht van de patronage van de heilige Agatha is te vinden op: https://www.wikiwand.com/nl/De_heilige_Agatha_als_beschermheilige.
4. – Geciteerd in: Boerwinkel F.jr, Bed.), Cronyk van Sint Aagten Convent. Een oude kloosterkroniek uit de 15-17e eeuw. Knottnerus-Kramen, Amersfoort 1939 p. 63. Zie: https://www.dbnl.org/tekst/_cro002cron01_01/colofon.php.
5. – Op. cit., p. 13.
6. – Voor tal van details over de geschiedenis van het Convent is voor dit artikel dankbaar gebruik gemaakt van: Kesteren, K., van, 600 jaar Sint Aegtenkapel, Kloosterkapel, turfschuur, concertgebouw, Een worsteling door de eeuwen, 1410-2010. Amersfoort 2010. Dit boekje is tot stand gekomen met medewerking van theater de Flint, monumentenzorg Amersfoort en aannemersbedrijf van de Burgt en Strooij.
7. – Op. cit., p. 9.
8. -Met de term moortbrand wordt een heimelijke, verraderlijke, nachtelijke brandstichting bedoeld.
9. -Cronyk van Sint Aagten Convent, p. 19.
10. -Op. cit. p. 45.
11. -Op. cit. p. 36.
12. -Zie: https://indebuurt.nl/amersfoort/genieten-van/mysteries/mysterie-dit-iswaarom-deze-straat-het-zand-heet~52494/
13. -Geciteerd in: Hovens, S., Herstelwerkzaamheden aan de Sint-Aegtenkapel, Kroniek, Tijdschrift Historisch Amersfoort, jrg. 8 nr. 1, maart 2006 p. 4-5.
14. – Kesteren van, op. cit. p. 32.
15. – Hovens, op. cit.

Willem Peeters (1944) is redacteur van de website Casa Cultural waarop naast de complete geschiedenis van Spanje en biografieën van prominente Spaanse politici, artikelen te vinden zijn over tal van andere landen en onderwerpen. Zijn speciale aandacht gaat uit naar Amsterdam. Niet alleen schrijft hij over de historie van de hoofdstad, maar ook heeft hij fotoseries gemaakt waarin afbeeldingen van vroeger uit de Beeldbank van de stad gekoppeld zijn aan hedendaagse foto's (Amsterdam toen en nu). Regelmatig verzorgt hij lezingen in samenwerking met Station-West, een culturele hotspot in het centrum van Amsterdam.