Dark
Light

Hubert Pierlot, de Belgische oorlogspremier

Auteur:
20 minuten leestijd
Hubert Pierlot in 1947
Hubert Pierlot in 1947 (CC BY-SA 3.0 nl - Yousuf Karsh - wiki)

Vraag vandaag aan een gemiddelde Belg wie Hubert Pierlot was en hij zal wellicht het antwoord schuldig moeten blijven. De meeste Belgen, en zeker de meeste Vlamingen, weten niet dat deze strenge, diepgelovige en Nederlandsonkundige Waal tijdens de Tweede Wereldoorlog de Belgische regering in Londen leidde. Een regering die, in tegenstelling tot de Nederlandse regering in Londen, opereerde zonder koning en “in naam van het Belgische volk” de koninklijke macht uitoefende.

Pierlot zou er weinig plezier aan beleven. Hij werd achteraf door zijn eigen partijgenoten verguisd en vrijwel vergeten. Terwijl zijn regering ervoor gezorgd heeft dat België actief de strijd aan geallieerde zijde kon voortzetten.

Hubert Pierlot
Hubert Pierlot
Hubert Pierlot wordt in 1883 geboren in het dorpje Cugnon in de Ardennen als telg van een burgerlijke katholieke familie. Hij studeert rechten in Leuven en wordt advocaat. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog meldt hij zich als vrijwilliger bij de infanterie. Vier jaar lang brengt hij in de loopgraven door. Hij wordt officier en krijgt zowat alle militaire decoraties die er zijn. Meteen hierna begint hij een politieke carrière binnen de katholieke partij, waar hij tot de burgerlijke conservatieve vleugel wordt gerekend. Hij wordt kabinetschef van de eerste naoorlogse premier, Léon Delacroix.

In 1925 komt hij in het parlement, eerst als volksvertegenwoordiger, kort daarna als senator, wat hij tot na de oorlog blijft. In 1935 treedt hij toe tot de regering als minister van Binnenlandse Zaken. Een jaar later wordt hij benoemd tot minister van Landbouw, een positie die hij bijna vier jaar lang bekleedt. Hij is intussen een van de leidende figuren van de katholieke partij geworden.

Pierlot maakt deel uit van een aantal instabiele regeringen. Om de zware economische problemen te bestrijden vormen de drie grote partijen van het land – katholieken, socialisten en liberalen – in die tijd voortdurend een coalitie, maar die regeringen “van nationale eenheid” zijn sterk verdeeld. Elk jaar is er een regeringscrisis die soms lang kan aanslepen. In 1937 is Pierlot een van de acht (!) formateurs die elkaar opvolgen alvorens er weer een kabinet is. Tijdens een nieuwe, zeer zware crisis begin 1939 wijst koning Leopold III hem opnieuw aan als formateur. Hij slaagt er niet in de driepartijencoalitie te lijmen, maar vormt in plaats daarvan een katholiek-socialistisch kabinet onder zijn leiding. Deze “carnavalsregering” (zo genoemd naar de datum van haar ontstaan) houdt het nog geen week uit, waarna de koning de Kamers ontbindt en vervroegde parlementsverkiezingen uitschrijft.

De daaropvolgende verkiezingscampagne verloopt in een zeer gespannen klimaat. In Spanje eindigt de burgeroorlog met de totale nederlaag van de republikeinen, Italië annexeert Albanië en Duitse troepen bezetten Praag. De dreiging van een oorlog wordt zeer reëel.

De verkiezingen van 2 april 1939 betekenen een grote overwinning voor Pierlots katholieke partij, waardoor hij zichzelf kan opvolgen. Vanwege de ernst van de toestand probeert hij opnieuw een driepartijenregering te vormen. De socialisten, die een nederlaag hebben geleden, besluiten echter op het laatste moment niet toe te treden. Waarop Pierlot dan maar verder regeert met een katholiek-liberaal kabinet. Maar bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, begin september 1939, komt er dan toch een regering van nationale eenheid tot stand, steeds met Hubert Pierlot als eerste minister.

Politieke eendracht is inderdaad geboden. België is bij het begin van de oorlog neutraal, maar iedereen begrijpt dat de kans op een Duitse aanval, zoals in 1914, reëel is. Begin 1940 herschikt Pierlot nog zijn kabinet, dat uiteindelijk uit veertien ministers bestaat: vijf katholieken, vier socialisten, drie liberalen en twee partijloze technici. Het wordt de meest “avontuurlijke” regering uit de Belgische geschiedenis…

De voortdurende regeringscrisissen veroorzaakten intussen spanningen tussen de politieke wereld en de koning. Leopold III ergert zich aan het gekibbel onder de politici en de invloed van de partijen op het regeringswerk. Hij toont zich voorstander van een meer autoritaire manier van regeren, waarbij de koning rechtstreeks macht over de ministers zou uitoefenen. Hierbij botst hij op Pierlot, die als conservatieve katholiek een overtuigd royalist is, maar tevens een fervent voorstander van het grondwettelijke parlementaire stelsel. Als het leger op oorlogsvoet wordt geplaatst gaat de koning, die volgens de grondwet opperbevelhebber is, ook daadwerkelijk het bevel voeren, zoals zijn voorgangers deden. Pierlot heeft daar bezwaren tegen. Bovendien wil de koning dat het land in de oorlog strikt neutraal blijft. Hij ergert zich eraan dat sommige kranten anti-Duitse standpunten innemen en wil dat er censuur wordt ingevoerd, maar de regering wijst dit af, omdat de grondwet geen censuur toelaat.

Leopold ergert zich dus al een tijd aan zijn ministers en zeker aan Pierlot, die de reputatie heeft koppig en stroef te zijn. Eind 1939 doet hij zelfs een poging hem te vervangen, maar de premier weigert op te stappen.

De regering Pierlot

Zoals samengesteld in mei 1940 (K: katholiek, L: liberaal, S: socialist).

  • Hubert Pierlot (K), Eerste Minister. In de Londense regering sinds 1940.
  • Paul-Émile Janson (L), Justitie. Omgekomen in 1944 in het concentratiekamp Buchenwald.
  • Paul-Henri Spaak (S), Buitenlandse Zaken. In de Londense regering sinds 1940.
  • Arthur Vanderpoorten (L), Binnenlandse Zaken. Omgekomen in 1945 in het concentratiekamp Bergen-Belsen.
  • Eugène Soudan (S), Openbaar Onderwijs. Overleefde het concentratiekamp Buchenwald.
  • August Balthazar (S), Arbeid en Sociale Voorzorg. In de Londense regering sinds 1943.
  • Luitenant-generaal Henri Denis, Landsverdediging. Vluchtte naar Zwitserland, waar hij de rest van de oorlog bleef.
  • Camille Gutt, Financiën. In de Londense regering sinds 1940. Werd op het einde van de oorlog de eerste directeur van het Internationaal Muntfonds.
  • Graaf Charles d’Aspremont Lynden (K), Landbouw. Werd later in de oorlog Belgisch gezant in Mexico.
  • Albert De Vleeschauwer (K), Koloniën. In de Londense regering sinds 1940.
  • Marcel-Henri Jaspar (L), Volksgezondheid. Ging als eerste naar Londen, werd niet meer als minister erkend maar kreeg ten slotte de functie van ambassadeur bij de Tsjechoslowaakse regering in ballingschap.
  • Antoine Delfosse (K), Verkeerswezen, PTT en Radio-Omroep. De enige minister die in 1940 in België bleef. In de Londense regering sinds 1942.
  • Léon Matagne (S), Openbare Werken. Bleef de rest van de oorlog in Frankrijk, waar hij enkele weken in de gevangenis doorbracht.
  • August De Schryver (K), Economische Zaken. In de Londense regering sinds 1943.

De Duitse invasie en de breuk met de koning

Op 10 mei 1940 vallen de Duitse legers België, Nederland en Luxemburg binnen: de Duitse Blitzkrieg in het westen begint. Vanaf dan bevindt Leopold III zich voortdurend op zijn militair hoofdkwartier. Het Belgische leger wordt zwaar onder de voet gelopen. Met de hulp van Franse en Britse troepen lijken de Belgen even de invasie te kunnen afremmen, maar ze raken ingesloten als het Duitse leger een grote omsingelingsbeweging door Noord-Frankrijk uitvoert.

Op 16 mei verlaat de regering Brussel en twee dagen later besluit ze naar Frankrijk uit te wijken. Pierlot blijft met drie andere ministers voorlopig in België om contact met de koning te houden. Dan wordt snel duidelijk dat Leopold niet van plan is om het land te verlaten, zoals de Nederlandse koningin dat eerder gedaan heeft.

Nabootsing van de ontmoeting van Hubert Pierlot, Arthur Vanderpoorten, Leopold III, Paul-Henri Spaak en generaal Henri Denis in Kasteel van Wijnendale, 25 mei 1940
Nabootsing van de ontmoeting van Hubert Pierlot, Arthur Vanderpoorten, Leopold III, Paul-Henri Spaak en generaal Henri Denis in Kasteel van Wijnendale, 25 mei 1940 (CC BY-SA 4.0 Paul Hermans – wiki)

Op 25 mei hebben de vier ministers een laatste, dramatisch gesprek met de koning op het kasteel van Wijnendale in West-Vlaanderen. Het komt tot een open conflict. De ministers vinden dat België de strijd aan geallieerde zijde moet voortzetten tot de eindoverwinning. Voor Leopold heeft België enkel de taak zijn eigen grondgebied te verdedigen. Ook beseft hij – en hier is hij beter geïnformeerd dan de ministers – dat Frankrijk de strijd zal verliezen en dat de Britten alleen op hun eigen eiland en in hun koloniaal rijk kunnen standhouden. Zijn leger zal zich moeten overgeven en hij wil het lot van zijn soldaten delen. Bovendien hoopt hij, door in België te blijven, zijn volk te kunnen helpen. Maar wat als de regering zonder hem de strijd in het buitenland voortzet? Zal die, zoals Pierlot het hem vraagt, nog “altijd de Regering van de Koning zijn?” Na even te hebben nagedacht antwoordt Leopold: “Neen, die regering zal noodzakelijkerwijs tegen mij zijn”.

Daarmee is de breuk definitief. Pierlot en zijn collega’s verlaten nog dezelfde dag het land. Hijzelf zal Leopold nooit meer ontmoeten.

De dag daarop zijn de Belgische ministers – op één na, die niet heeft kunnen ontkomen – samen op de Belgische ambassade in Parijs. Daar ontvangen ze een telegram uit België: de koning vraagt hen een blanco koninklijk besluit te contrasigneren waarmee hij hen kan ontslaan en nieuwe ministers naar zijn keuze kan benoemen. Ze weigeren verontwaardigd: het is duidelijk dat Leopold in een aan nazi-Duitsland overgeleverd België een nieuwe regering wil aanstellen.

Belgische propagandaposter
Belgische propagandaposter met opschrift “28 mei 1940, halt, sire. Dat vergeten wij nooit”
In de vroege ochtend van 28 mei capituleert het Belgisch leger en gaat, de koning incluis, in krijgsgevangenschap. Door slechte communicatie en misverstanden zijn de Britse en Franse legerstaven daar pas op het laatst van op de hoogte gesteld. De Franse premier Paul Reynaud is woedend en houdt een radiotoespraak waarin hij de koning der Belgen vrijwel van verraad beschuldigt (zijn Britse collega Winston Churchill zal kort daarop eveneens harde kritiek op Leopold uiten). Diezelfde dag spreekt ook Pierlot op de Franse radio. Omdat hij vreest dat de Fransen hun woede over het “verraad” zullen koelen op de honderdduizenden Belgische vluchtelingen in Frankrijk, veroordeelt hij Leopold openlijk: “Belgen, tegen de formele en unanieme adviezen van de Regering in, heeft de Koning afzonderlijke onderhandelingen geopend en is hij met de vijand omgegaan. België is met stomheid geslagen, maar de fout van één man kan niet de hele natie worden aangerekend.”

De eerste minister kondigt meteen ook aan dat de koning als krijgsgevangene in de onmogelijkheid tot regeren verkeert. In dat geval zou het parlement een regent moeten aanwijzen, wat in de huidige omstandigheden onmogelijk is. Daarom zal de koninklijke macht “in naam van het Belgische volk” voorlopig worden uitgeoefend door de “in raad verenigde ministers”. Dit alles in toepassing van de Belgische grondwet, die Pierlot scrupuleus wil respecteren (al zal niet iedereen het met zijn interpretatie eens zijn).

Nooit eerder heeft een Belgisch regeringsleider de koning openlijk gedesavoueerd. Leopold zal het Pierlot nooit vergeven.

Een regering die niet mag terugkeren

Hoe dan ook zet de regering aan geallieerde zijde de strijd voort. Er zijn immers Belgische troepen naar Frankrijk kunnen ontkomen. Lang duurt die strijdlust niet. In enkele weken dringen de Duitse legers diep in Frankrijk door. De Belgische regering beslist op 15 juni om naar Engeland te vertrekken. Die reis gaat echter niet door omdat er maar een beperkt aantal plaatsen in de daarvoor aangeboden Britse vliegtuigen beschikbaar zijn, terwijl, zoals minister Gutt zich later zou herinneren, de meeste ministers hun “vrouw, kinderen, honden en ambtenaren” mee willen nemen. Een paar dagen later laat de nieuwe Franse premier maarschalk Pétain weten dat Frankrijk de strijd moet staken en een wapenstilstand vraagt. De Belgische ministers, die nu in de havenstad Bordeaux vergaderen, zijn zwaar aangeslagen.

Pierlot stelt meteen voor het Franse voorbeeld te volgen, want verder vechten lijkt zinloos. De regering zou zich wel moeten ontfermen over de vele Belgische militairen en vluchtelingen in Frankrijk. De meeste ministers stemmen daarmee in, te meer daar velen onder hen naar huis willen. Het is hen op dat moment niet duidelijk of Groot-Brittannië in zijn eentje de oorlog zal voortzetten. Ook weten ze niet dat op die dag – 18 juni – de vrij onbekende Franse generaal Charles de Gaulle vanuit Londen zijn landgenoten oproept om de strijd aan Britse zijde voort te zetten.

De liberale minister van Volksgezondheid Marcel-Henri Jaspar heeft een heel andere mening. Het jongste lid van de regering – negenendertig jaar – heeft nazi-Duitsland bezocht en er een grondige afkeer aan overgehouden. Bovendien heeft hij een joodse echtgenote. Zonder zijn collega’s te verwittigen stapt hij nog dezelfde dag op een boot richting Engeland. Op 23 juni houdt hij op de Britse radio een toespraak waarin hij een soortgelijke oproep doet als de Gaulle. Hij wil dat de Belgische militairen en zeelui de kant van de Britten kiezen. De andere ministers zijn zeer verontwaardigd over deze handelswijze, ook al omdat de minister van Volksgezondheid belast is met hulp aan de vluchtelingen. Ze laten weten dat Jaspar uit de regering is gezet.

Albert de Vleeschauwer in 1942
Albert de Vleeschauwer in 1942
Wie kort daarop ook Frankrijk verlaat, maar ditmaal met instemming van zijn collega’s, is Albert De Vleeschauwer, de katholieke minister van Koloniën. Op voorstel van Pierlot krijgt hij van de regering de volledige wetgevende en uitvoerende macht over Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi. Samen met enkele hoge ambtenaren moet hij ervoor zorgen dat België de controle behoudt over zijn koloniaal gebied, dat buiten de strijd gebleven is. Waar hij zich zal vestigen, is nog niet duidelijk.

De Belgische regering blijft dus in Frankrijk, soms in moeilijke omstandigheden. Ze moet zelfs een tijd in een dorpscafé vergaderen. Pierlot zet nu twee stappen waar hij later niet trots op zal zijn. Enerzijds brengt hij Leopold III op de hoogte en zegt dat hij hem het ontslag van zijn regering wil aanbieden. Anderzijds probeert hij contact op te nemen met het Duitse opperbevel om een wapenstilstand te sluiten en een regeling te vinden voor de Belgische troepen in Frankrijk. Beide demarches gebeuren langs ingewikkelde omwegen: telegrammen via de diplomatieke posten van neutrale landen. Daarnaast stuurt Pierlot nog een Belgische diplomaat naar de koning.

Leopolds antwoord is dat de koning als krijgsgevangene geen politieke daden kan stellen en geen “politici” (hij spreekt niet eens van ministers) kan ontvangen. De Duitsers van hun kant houden helemaal geen rekening met Belgische ministers. Hitler zelf zegt “dat er geen Belgische regering bestaat”. Op zijn bevel verbiedt de Duitse militaire overheid in België de leden van “de voormalige regering-Pierlot” om naar hun land terug te keren. De koning, die nu formeel als gevangene op het kasteel van Laken verblijft, krijgt verbod om nog te pogen een andere regering samen te stellen.

Door zo op te treden heeft Hitler er juist voor gezorgd dat de regering-Pierlot blijft bestaan! De regering, die niet kan terugkeren, zet haar werk in Frankrijk voort. Ze heeft zich intussen verplaatst naar een hotel in Vichy, het kuuroord waar de Franse regering-Pétain een onderkomen heeft gevonden.

De Vleeschauwer en Gutt

Rond die tijd is minister De Vleeschauwer via Spanje en Portugal naar Engeland gereisd. Eenmaal in Londen neemt hij meteen contact op met de Britse regering. Op 8 juli 1940 luncht hij met Churchill en biedt hem “alles wat hij kon aanbieden om de geallieerde zaak te dienen”. Dat zijn in de eerste plaats de rijkdommen van Congo, met zijn mijnen en plantages.

De Vleeschauwer deed die stap zonder dat zijn collega’s dat wisten. Toen hij Frankrijk verliet met volmachten over de kolonie was het de bedoeling dat hij zou beletten dat Belgisch-Congo in Franse of – waarschijnlijker – Britse handen zou vallen. Hij is niet alleen een voorstander van de voortzetting van de oorlog, hij wil ook voorkomen dat de Britten een “Belgisch Nationaal Comité”, dat Jaspar in Londen aan het vormen is, zouden erkennen. Maar dat comité heeft geen enkele macht, terwijl De Vleeschauwer wel degelijk het gezag over de kolonie heeft. Op 21 juli, de Belgische Nationale Feestdag, houdt de gouverneur-generaal van Belgisch-Congo een vlammende radiotoespraak waarin hij duidelijk maakt dat de koloniale overheid mee zal helpen met de oorlog te winnen “wat wil zeggen: Groot-Brittannië te helpen hem te winnen”. Ook de Belgische ambassadeur in Londen en andere Belgische diplomaten in het buitenland erkennen De Vleeschauwer als vertegenwoordiger van het wettige gezag.

Wie ook naar Londen wil, is de partijloze minister van Financiën Camille Gutt. Hij zegt hoe dan ook niet onder Duitse bezetting te willen leven omdat hij de reputatie heeft “liberaal, jood en bankier” te zijn, wat volgens hem overigens “driemaal onjuist” is. Deze financiële expert denkt aan een baan in Amerika, maar uiteindelijk stelt hij de ministerraad in Vichy voor dat hij De Vleeschauwer in Londen gaat vervoegen. Dat kan de positie van België bij de Britten versterken.

geallieerde leiders in Londen
Poster uit de Tweede Wereldoorlog met zwart-witfoto’s van geallieerde leiders, gerangschikt tegen de skyline van Londen in een V, een symbool dat geallieerden en bezette landen gebruikten om de overwinning op de As-mogendheden aan te duiden. Hubert Pierlot is linksboven te zien.

Gutt mag dus naar Londen, officieel om de financiële belangen te beheren (hij had er eerder een deel van de Belgische goudvoorraden in de Bank of England ondergebracht). Premier Pierlot en de socialistische minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak vergezellen hem tot aan de Frans-Spaanse grens. Daar ontmoeten ze, op 2 augustus, hun collega De Vleeschauwer, die speciaal uit Londen is overgekomen en al twee dagen op hen wacht aan de grensovergang – hij durft Frankrijk niet meer binnen te treden. In een douanekantoortje heeft De Vleeschauwer een lang gesprek met zijn drie collega’s alvorens hij met Gutt de reis via Spanje en Portugal naar Londen inzet. Pierlot en Spaak worden door hem overtuigd van het nut om de Britse kant te kiezen. Ze keren daarop terug naar Vichy om er met de andere ministers over te praten.

De odyssee van Pierlot en Spaak

Die (acht) andere ministers staan weigerachtig. Ze vinden dat ze niemand meer vertegenwoordigen. Niet alleen de koning, maar ook de publieke opinie in België heeft zich tegen hen gekeerd (in de zomer van 1940 keurt de grote meerderheid van de bevolking de houding van Leopold III goed). Midden augustus dringen De Vleeschauwer en Gutt vanuit Londen meermalen aan op een snelle beslissing. Anders zou de Britse regering zich genoodzaakt voelen om het Nationaal Comité van Jaspar als legitieme vertegenwoordiger van België te erkennen. Dat zou dan de beschikking krijgen over de Belgische goudvoorraad in Londen. De twee ministers en de Belgische ambassadeur in Londen vragen de Britten geduld uit te oefenen: Pierlot komt.

Camille Gutt in 1944
Camille Gutt in 1944
Op 22 augustus aanvaardt de Belgische ministerraad in Vichy een compromis: de eerste minister en de minister van Buitenlandse Zaken mogen vertrekken… naar Amerika, zogezegd om de bevoorrading van België te regelen. Van daaruit mogen ze naar Groot-Brittannië reizen. De acht andere ministers overhandigen de premier een ontslagbrief. Ze blijven in het onbezette deel van Frankrijk, maar zullen niet meer actief zijn. Het is Pierlot die deze regeling heeft bedacht. Als strenge jurist benadrukt hij dat er maar één regering en één beleid kan zijn.

Pierlot en Spaak vertrekken op 28 augustus. Het wordt geen plezierreis. Zowel de Franse als de Spaanse regering – die steeds meer de Duitse kant kiezen – steken stokken in de wielen. Ze bereiken de Spaanse grens zonder een Spaans visum. Omdat Pierlot koppig weigert naar Frankrijk terug te keren, brengt de Spaanse grenspolitie hen voorlopig onder in een herberg vlakbij de grens. Pierlots vrouw en kinderen – in tegenstelling tot Spaak heeft hij zijn gezin mee – mogen daarna naar Portugal doorreizen, maar de twee ministers krijgen van de Spaanse overheid een verplichte verblijfplaats in een hotel, eerst in Girona, later in Barcelona. Britse en Belgische diplomaten dringen er wekenlang in Madrid op aan hen te laten doorreizen naar Lissabon. Tevergeefs. De Belgen vragen zelfs een Brits oorlogsschip naar Barcelona te laten varen om hen op te halen, maar zoveel is Pierlot voor de Britten niet waard!

Uiteindelijk werkt de Belgische consul in Barcelona een ontsnappingsplan uit. Op 19 oktober weten Pierlot en Spaak aan hun bewakers te ontkomen en stappen ze in een bestelwagen die de consul voor hen klaar heeft gezet. De wagen rijdt met een Belgische chauffeur in één ruk naar de Portugese grens, terwijl beide ministers zich in een speciaal daarvoor gemaakte ruimte achter de cabine verborgen houden (in die ruimte ligt de diepgelovige Pierlot regelmatig een rozenkrans te bidden, althans volgens de niet-gelovige Spaak). Alles verloopt goed, maar in Portugal raakt de auto zonder benzine terwijl niemand Portugees geld op zak heeft. Uiteindelijk gaat een in Lissabon wonende Belg hen ophalen.

Op 22 oktober 1940 zijn Pierlot en Spaak in Londen – voor een reis naar Amerika was geen tijd meer – waar ze zich met De Vleeschauwer en Gutt verenigen om de officiële Belgische regering voort te zetten.

De Belgische regering in ballingschap kwam in Londen bijeen in Eaton Square 105.
De Belgische regering in ballingschap kwam in Londen bijeen in Eaton Square 105. (CC BY-SA 4.0 – CVB – wiki)

Een volwaardige Belgische regering

Bijna vier jaar lang blijft de regering-Pierlot in Londen. Ze oefent haar gezag uit over de kolonie, een groot deel van de Belgische handelsvloot en de Belgische diplomatieke posten in de hele wereld. Van overal melden zich Belgen om dienst te nemen in de bescheiden Belgische troepenmacht die in Engeland wordt getraind, die later zal worden ingezet bij de bevrijding van het continent. Intussen vechten koloniale troepen aan Britse zijde in Oost-Afrika.

De ministers in Londen hebben dan ook werk genoeg, des te meer daar ze maar over weinig ambtenaren beschikken. En dat terwijl ze aanvankelijk maar met vier zijn. De meeste Belgische parlementsleden die naar Londen zijn gevlucht vinden het viertal weinig representatief. Zo is De Vleeschauwer de enige Nederlandstalige minister (overigens spreekt enkel Gutt behoorlijk Engels) en de politieke linkerzijde herkent zich er niet in. Spaak, de enige socialist in de regering, staat niet bekend om zijn linkse standpunten. Gelukkig komen de jaren daarop nog drie andere ministers deze “vier musketiers” vervoegen. Het zijn de katholieken Antoine Delfosse (de enige minister die in België was gebleven) en August De Schryver, die uit Frankrijk komt, net als de socialist August Balthazar. Uiteindelijk is de helft van het oorspronkelijke kabinet weer verenigd. De overige ministers blijven ontslagnemend. Nadat de Duitsers later heel Frankrijk hebben bezet, belanden drie ministers in Duitse concentratiekampen, waarvan twee het niet zullen overleven.

Hubert Pierlot tijdens een ceremonie in Londen
Hubert Pierlot tijdens een ceremonie in Londen

De jurist Pierlot benadrukt de legitimiteit van zijn regering. De ministerraad vaardigt vrijwel soeverein wetten en besluiten uit, zonder koning en zonder parlement, want slechts een kleine minderheid van parlementsleden zit in Londen.

Voor Pierlot zelf is de Londense tijd niet alleen bijzonder zwaar – hij werkt vaak zeven dagen per week – maar ook tragisch. Twee van zijn zonen die met hem in Groot-Brittannië verbleven, komen om in een treinongeval. Ook zijn broers en zusters die in België gebleven zijn, overleven de oorlog niet: een van hen, die zich bij het verzet heeft aangesloten, overlijdt aan folteringen na zijn arrestatie. Als Pierlot zijn eigen schoonbroer boven België laat droppen om contact met de koning op te nemen, wordt deze door de Duitsers aangehouden en gefusilleerd.

Ondanks alles vermijdt Pierlot een openlijke confrontatie met de koning. Hij ging al meteen na de capitulatie van Leopold III niet in op eisen om hem vervallen te verklaren van de troon, wat in strijd zou zijn met de door hem zo gerespecteerde grondwet. In Londen blijven de ministers Leopold als staatshoofd beschouwen. Ze weten dat hij in het geheim een bezoek aan Hitler heeft gebracht, maar maken dat niet bekend. De gevangen vorst moet het symbool van nationale eenheid blijven. Hun toespraken op de BBC eindigen meestal met “Leve de Koning”. Zelf speelt Pierlot dan ook niet het grote boegbeeld van het strijdende België. Daarvoor mist hij het karakter en het charisma van een de Gaulle. Hij blijft gewoon de eerste onder de Belgische ministers.

Uigave van het Brugs weekblad "Burgerwelzijn", ter gelegenheid van de bevrijding van België, september 1944
Uitgave van het Brugs weekblad “Burgerwelzijn”, ter gelegenheid van de bevrijding van België, september 1944

Terug in België

Op 8 september 1944, vijf dagen na de bevrijding van Brussel door de geallieerden, kan de regering naar de hoofdstad terugkeren. Op het vliegveld is er niemand om het hoge gezelschap op te wachten – blijkbaar een communicatiestoornis. Het duurt even voor het nieuws van hun aankomst bekend raakt en een juichende menigte zich voor de regeringsgebouwen verzamelt.

Leopold III is drie maanden daarvoor naar Duitsland weggevoerd. Hij heeft wel een lijvig document achtergelaten voor de regering. Dit “politiek testament” wordt voor de ministers een ijskoude douche. Leopold eist daarin dat ze hun excuses aanbieden voor hun optreden in 1940. Bovendien heeft hij nauwelijks een goed woord voor de geallieerden. Opnieuw besluit de ministerraad niets daarover bekend te maken: als deze tekst toen was uitgelekt in de roes van de bevrijding, zouden de gevolgen voor de koning zeer zwaar zijn geweest. Maar Pierlot blijft het imago hoog houden van een eendrachtige natie die uitkijkt naar de bevrijding van haar gevangen vorst.

Op 19 september krijgt Pierlot een warm applaus van het opnieuw bijeengekomen parlement. Het moet zijn moment van glorie zijn geweest. De dag daarop kiest het parlement prins Karel, de jongere broer van de koning, tot regent. De eerste minister biedt hem meteen zijn ontslag aan. Na vijfenhalf jaar aan het bewind te zijn geweest, wil Pierlot het kalmer aan doen. Maar nadat een eerste formateur is mislukt, vraagt de regent hem opnieuw een kabinet te vormen. Er komt dus een nieuwe regering-Pierlot, weer een van nationale eenheid, en voor het eerst maken er ook communisten, die bijzonder sterk vertegenwoordigd waren in het verzet, deel van uit. Maar nog geen twee maanden later stappen de communistische ministers al op, als de regering beslist dat de verzetsgroepen hun wapens moeten inleveren. Van dan af hebben de communisten harde woorden voor Pierlot.

Voorbereidingen bij de start van een V2-raket, op de testlanceerbasis Peenemünde, maart 1942.
V2-raket, op testlanceerbasis Peenemünde (CC BY-SA 3.0 de – Bundesarchiv – wiki)
Tijdens de winter 1944-1945 neemt de ontevredenheid onder de Belgische bevolking toe. Er is teleurstelling omdat de snelle bevrijding niet gepaard is gegaan met een verbetering van de levensomstandigheden. De oorlog duurt voort. Antwerpen wordt zwaar gebombardeerd door Duitse V-wapens en in de Ardennen voeren de Duitse legers een nieuw offensief uit. Voor de burgers blijft er schaarste aan voedsel en brandstof. De bevoorrading van de geallieerde legers heeft voorrang op die van de bevolking. Er zijn betogingen en stakingen. Veel politici vinden dat de premier niet energiek genoeg optreedt. Tegelijk bestaan er binnen de regering spanningen tussen de ministers die in Londen zaten en de politici die tijdens de bezetting in België bleven. Die “Londenaars” vormen een minderheid: behalve Pierlot zijn alleen Spaak, Gutt, De Vleeschauwer en De Schryver nog minister.

Op 6 februari 1945 geeft Pierlot het op. Hij wacht niet op een stemming in de Kamer en dient zelf zijn ontslag in. Hij is het duidelijk moe en velen zijn hem moe. In de volgende regering blijft Spaak als enige “Londenaar” over.

Drie maanden later capituleert Duitsland en wordt Leopold III, die in Oostenrijk is, bevrijd. In België ontstaat een discussie of de koning, na alles wat er gebeurd is, kan terugkeren en zijn functie weer kan opnemen. Dat is het begin van de Koningskwestie, die snel oploopt tot een zware crisis. Pierlot spreekt zich uit tegen Leopolds terugkeer, die inderdaad voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld, maar hij gaat daarmee in tegen de meerderheid van zijn eigen katholieke partijgenoten.

De breuk met zijn partij

In februari 1946 moeten de eerste naoorlogse parlementsverkiezingen plaatsvinden. Pierlot wil zoals gewoonlijk weer kandidaat voor de Senaat zijn. Maar de Christelijke Volkspartij, zoals de katholieke partij nu heet, voert campagne voor de terugkeer van de koning en er komt kritiek op de houding van Pierlot tegenover Leopold III. Binnen de partij ontstaat verzet tegen zijn kandidatuur. Hij besluit dan maar uit de politiek te stappen.

Daar blijft het niet bij. In 1947 publiceren de aanhangers van de koning een eigen versie van de oorlogsgebeurtenissen waarin Leopold een heel andere houding tegenover de regering en de geallieerden zou hebben ingenomen. Dit maakt van Pierlot een zondebok. De oud-premier, die tot dan toe discreet is gebleven, geeft daarop zijn versie van de geschiedenis met enkele artikelen in de onafhankelijke krant Le Soir (alleen het feit dat de katholieke politicus hiervoor een niet-katholiek medium gebruikt, is bijna al een schandaal). De “Leopoldisten” gaan nu helemaal tekeer tegen Pierlot. Onder hen zijn oud-collega De Vleeschauwer, die hem verwijt “de kroon te hebben ontbloot”, wat wil zeggen dat hij het vertrouwelijk karakter van de contacten tussen koning en ministers heeft geschonden. De hele campagne tegen Pierlot gebeurt met instemming van Leopold, die volgens zijn secretaris zou hebben gezegd dat men hem “de rug breken” moet.

Prins-regent Karel, die Pierlot al tot minister van Staat had benoemd, verleent hem de titel van graaf. Die eerbewijzen kunnen niet beletten dat hij volkomen geïsoleerd raakt. Zijn politieke vrienden breken met hem, al was het om hun eigen carrière niet in gevaar te brengen. Nadat Leopold III in 1950 teruggekeerd is en kort daarna troonsafstand doet voor zijn zoon Boudewijn, is het Koninklijk Paleis verboden terrein voor graaf Pierlot. Koning Boudewijn wil hem nooit ontvangen en zal zich pas tijdens een plechtigheid in 1961 – tegen zijn zin – verplicht zijn hem de hand te schudden.

Hubert Pierlot in 1947
Hubert Pierlot in 1947 (CC BY-SA 3.0 nl – Yousuf Karsh – wiki)
Die pijnlijke breuk heeft ook verder eerbetoon aan de Belgische oorlogspremier verhinderd. Als Pierlot eind 1963 overlijdt, is het de socialist Spaak – dan nog altijd minister – die de voornaamste lijkrede houdt.

Al in 1945 werd in Brussel een grote laan naar Franklin Roosevelt genoemd, drie jaar later gebeurde hetzelfde ter ere van Winston Churchill (die daarbij zelf aanwezig was). Charles de Gaulle kreeg in verscheidene Belgische gemeenten een straatnaam. In Nederland heeft de oorlogspremier Pieter Gerbrandy zijn naam gegeven aan meerdere straten en lanen, een plein, een park en zelfs de hoogste toren van het land. Maar in België is niet één straat genoemd naar Hubert Pierlot.

Bronnen

– Bert Govaerts: ‘Het Spaanse oponthoud van de ministers Spaak en Pierlot in 1940’. Brood en Rozen (2017/1)
– Bert Govaerts: Ik alleen! : een biografie van Albert De Vleeschauwer 1897-1971. Antwerpen, 2012
– Jean Stengers: Léopold III et le gouvernement : les deux politiques belges de 1940. Paris-Gembloux, 1980
– Pierre Van den Dungen: Hubert Pierlot (1883–1963). Brussel, 2011.

Tim Trachet is journalist bij de VRT. Hij maakte verscheidene historische documentaires en een kroniek van de Eerste (en deels ook de Tweede) Wereldoorlog op de website VRTNWS. Erevoorzitter van Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale. (SKEPP). Auteur van Astrologie: zin of onzin? (1995), Het drama van Abbeville (2010), Alles over de monarchie (2011), De Ster van Bethlehem (2016) en Waar is Hitler? (2020).

Gratis geschiedenismagazine

Ontvang, net als ruim 51.000 anderen, iedere week de gratis nieuwsbrief van Historiek:
×