De missie Westenenk

Dat het dit jaar 100 jaar geleden is dat de Armeense genocide in 1915 plaatsvond gaat niet ongemerkt voorbij. Vooral omdat het in bepaalde kringen nog steeds een heikel onderwerp is. In 1914 raakte Nederland actief betrokken bij de ‘Armeense kwestie’.

Het jaar 1914 was een druk jaar qua Nederlandse internationale missies. In Albanië raakten Nederlandse militairen in zware problemen tijdens een totaal uit de hand gelopen opbouwmissie. Albanië was recent onafhankelijk geworden van het Osmaanse Rijk en bleek een politiek wespennest. Toch smaakte het blijkbaar naar meer. Nederland reageerde positief op een verzoek mensen te leveren voor een opbouwmissie in Turks Armenië.

Armeense kwestie

Mehmet Talaat pasja
Mehmet Talaat pasja
De Armeense kwestie was een langslepend drama. Kort gezegd draaide het om de positie die de christelijke Armeniërs innamen in het oude ineenstortende Osmaanse Rijk. Dat rijk was een theocratische shariastaat geregeerd door de Turkse sultan-kalief. Bevolkingsgroepen waren ingedeeld op grond van religie. Armeniërs en andere christenen golden als inferieure mensen: dhimmi’s. Maar zolang zij zich koest hielden, netjes opzij stapten als zij een moslim op straat tegenkwamen en hun speciale belastingen betaalden, werden ze redelijk met rust gelaten. Net als brave zwarten in de Zuid-Afrikaanse apartheidsstaat.

In de negentiende eeuw begon er echter een emancipatiebeweging. De Armeniërs waren hun status als tweederangs burgers zat. Eerder hadden de christelijke volken op de Balkan zich met succes bevrijd van het Osmaanse juk. Vooral met steun van Rusland, dat het Osmaanse Rijk verder wilde verzwakken, kwam er een Armeense beweging op gang die gelijke rechten eiste.

- advertentie -

Februari Memorandum

In de leiding van het Osmaanse Rijk zelf vond ook een verandering plaats. De oude orde van de sultan verloor zijn macht aan de Jong Turken, een beweging van veranderingsgezinde intellectuelen en militairen. In 1914 hadden zij de macht in handen via het zogenaamde triumviraat van de drie pasja’s onder leiding van Mehmet Talaat pasja.

John Loudon
John Loudon
Onder internationale druk was er na lang gesteggel in februari 1914 een plan opgesteld, het zogenaamde Februari Memorandum. Het Armeense leefgebied in het oosten van Turkije werd opgedeeld in een noordelijk en zuidelijk deel. In ieder district moest een buitenlandse inspecteur-generaal leiding gaan geven aan het verbeteren van de juridische en sociale situatie van de Armeniërs.

Short list

Er werd een lijst samengesteld met geschikte buitenlandse kandidaten. De Turken mochten zich officieel niet met de samenstelling van de kandidatenlijst bemoeien. Toch liet grootvizier prins Said Halim aan de Nederlandse gezant in Istanboel weten graag een hogere Indische bestuursambtenaar op de lijst te zien. Minister van Buitenlandse Zaken John Loudon droeg daarop twee Nederlandse kandidaten voor.

De twee kandidaten waren majoor A.J. Doorman, secretaris-generaal van het ministerie van Oorlog, en de Nederlands-Indische assistent-resident L.C. Westenenk. Na internationaal overleg kwam er een shortlist met vijf neutrale kandidaten: twee Belgen, een Noor en de twee Nederlanders. Uiteindelijk koos de Turkse junta voor de Noor en Westenenk.

Louis Westenenk

Louis Westenenk
Louis Westenenk
Louis Constant Westenenk (1872-1930), assistent-resident van Tanah Datar (West-Sumatra), kreeg op 15 april te horen dat hij tot inspecteur-generaal van het noordelijke Armeense district was benoemd met als standplaats de stad Erzurum. Op 3 mei arriveerde hij met de Oriënt Express in Istanboel. Daar moest hij eerst over zijn contract onderhandelen met Talaat pasja. Het ging daarbij niet alleen over salaris en andere arbeidsvoorwaarden, maar ook over zijn bevoegdheden.

Op 23 mei tekenden Westenenk en zijn Noorse collega Nicolas Hoff hun contract. Westenenk keerde daarop terug naar Nederland. Daar zocht hij specialisten op het gebied van infrastructuur en landbouw voor de opbouw van zijn district. Op 29 juni arriveerde de inspecteur-generaal weer in Istanboel. Een dag eerder was de Habsburgse troonopvolger Franz Ferdinand in Sarajevo doodgeschoten. Het duurde tot 8 juli voordat hij Talaat pasja weer te spreken kreeg en de onderhandelingen over de te benoemen specialisten begonnen.

Op 25 juli liet Talaat aan Westenenk weten dat hij zich even niet met Armeense zaken kon bezighouden vanwege de internationale spanningen. Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ontstond er in Istanboel een chaos van overhaast vertrekkende diplomaten en buitenlandse adviseurs. Op 10 augustus stond de Nederlander op het punt om naar zijn standplaats Erzurum te vertrekken toen hij een onplezierig bericht van Talaat ontving.

Mandaatgebied

Talaat meldde Westenenk dat zijn missie vanwege de buitenlandse ontwikkelingen tot nader order was uitgesteld. Hij mocht terug naar Nederland. Zodra de oorlog voorbij was kon hij alsnog aan zijn missie beginnen. Westenenks vertrek was echter definitief. Talaat zou de Armeense kwestie op een geheel andere manier oplossen dan Westenenk en de internationale gemeenschap voor ogen stond.

Bij de Vrede van Sèvres (1920), waarin de opdeling van het verslagen Osmaanse Rijk werd geregeld, leek de missie Westenenk nog een curieus staartje te krijgen. Er was sprake van een Armeens mandaatgebied in Oost-Turkije. De winnaars van de Eerste Wereldoorlog konden in eigen gelederen echter niemand vinden die het wilde besturen. Daarop werd Nederland genoemd. Maar Nederland had gelukkig weinig belangstelling in het besturen van een Armeens mandaatgebied in een roerige regio. Met de stichting van de republiek Turkije in 1923 door Atatürk was ook dat plan van tafel.

~ Edwin Ruis

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Gelijk naar geschiedenisboeken over: