/

‘De Oost’ ook relevant voor Indonesisch publiek

Still uit de film 'De Oost'
Still uit de film 'De Oost' - Foto: Milan van Dril (New Amsterdam Film Company)
De Indonesisch student Christopher Reinhart, betrokken bij een project van de Koninklijke Bibliotheek waarin Indische kranten uit de periode 1930-1957 digitaal worden ontsloten, biedt in onderstaand artikel een Indonesische blik op ‘De Oost’ van regisseur Jim Taihuttu, de eerste Nederlandse film over de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog die na de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië losbarstte. Wat Reinhart betreft is de veelbesproken film ook relevant voor een Indonesisch publiek.

Een gapend gat opgevuld

De film De Oost is nog geen maand uit (de première was op 13 mei 2021), maar heeft nu al veel stof doen opwaaien binnen Nederland. Palmyra Westerling – de dochter van Raymond Westerling (1919–1987) – keert zich af van de wijze waarop het bloedvergieten dat door haar vader op Celebes is aangericht vertoond wordt, maar ook veel KNIL-veteranen zijn niet tevreden. Allen vinden dat de geschiedenis op het spreekwoordelijke grote scherm verdraaid wordt.

Het klopt inderdaad dat de decennia-oude overtuiging dat het Nederlands leger uit was op ‘rust en orde’ op stelten staat. Dat is grotendeels te danken aan een groep onderzoekers van het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD), Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het Koninklijk Instituut van Taal-Land- en Volkenkunde (KITLV). Maar deze academici zetten zelf ook kanttekeningen bij de film. Geschiedkundigen als Anne van Mourik en Roel Frakking bekritiseren de ‘goede bedoelingen’ van de Nederlandse koloniale macht die binnen De Oost centraal staan. Ze waarschuwen dat dit afleidt van de gewelddadige handelingen van het leger. Daarnaast suggereert de verhaallijn dat de militaire campagnes tegen wil en dank uit de hand liepen. Vanuit die hoek bekeken zijn eigenlijk de chaotische Indonesische troepenmachten de onruststokers.1

“Het Indonesisch curriculum richt zich geheel op het opwekken van vaderlandsliefde, niet het kritisch becommentariëren van het verleden zoals in Nederland steeds meer de norm is geworden.”

Dit roept de vraag op hoe de film in Indonesië zelf is ontvangen. Tot nu toe (9 juni 2021) heeft De Oost in Indonesië weinig aandacht genoten. Dit heeft er grotendeels mee te maken dat Amazon het werk voorlopig niet voor haar Indonesische klanten beschikbaar stelt. Toch hebben verschillende kranten als Tirto2 en Kompas3 erover geschreven. Hoogstwaarschijnlijk zal de discussie pas echt goed op gang komen tijdens de oosterse première van de oorlogsfilm. Zoals Palmyra Westerling vermoedt, sluit de film aan op een bredere Indonesisch zienswijze waarbinnen de geschiedschrijving uit Nederland stelselmatig wordt afgewezen als koloniale hersenspinsels. In die lijn zal het Indonesische publiek ongetwijfeld wantrouwen, kritiek en zelfs afwijzing uiten.

Trailer van de film ‘De Oost’:

Nieuwe inzichten

Maar zetten wij deze gevoelens even opzij, dan kan deze film nog steeds op waarde worden geschat. Voor een Indonesisch publiek vult De Oost veel gaten op, al laat het na om een bredere context te geven. Toch: het feit alleen dat de film de oorlog vanuit Nederlands standpunt bekijkt leidt al tot vele nieuw inzichten voor de gemiddelde Indonesische filmganger. Zo heb ikzelf de film samen met mijn verloofde gekeken. We zijn, zoals ze dat in Indonesië graag benadrukken, millennials: twintigers opgegroeid na de val van Soeharto in 1998 (reformasi) met laptops en smartphones in de hand. Mijn verloofde had echter nooit over dit deel van de geschiedenis gehoord; 1945 was toch het jaar van onafhankelijkheid? Waarom zaten de Nederlanders er een jaar later dan nog? Dit zijn vragen die, in een land waar geschiedenislessen op het hakblok liggen, wel vaker opkomen als er ook maar een klein stukje van de sluier wordt opgelicht.

Bevrijdingsmissie

In De Oost volgen wij de tragische levensloop van een vrijwillige Nederlandse soldaat, Johan de Vries, die kort na Soekarno’s onafhankelijkheidsverklaring naar Indonesië trekt. We leren dat hij dit doet om de prominente rol van zijn vader binnen de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) te vergelden. Johan is zeker van zijn nobele doelstellingen: het bevrijden van een land dat in de ban van het fascistische Japanse keizerrijk heeft geleefd en daardoor in verwarring is geraakt. Dit aanschouwende, merkt mijn verloofde spontaan op:

“…ze [de Nederlanders in de film] zijn overtuigd dat ze een beschermende rol hebben en wensen het Indonesisch volk te bevrijden, maar waren er dan inderdaad Indonesiërs die destijds de behoefte hadden om beschermd en bevrijd te worden?”

Deze vraag komt niet uit het niets. Binnen die paar geschiedenislessen die op school worden gegeven, wordt simpelweg beweerd dat Indonesië één geheel was en tezamen de Nederlandse kolonisator bevocht.

Still uit de film 'De Oost'
Still uit de film ‘De Oost’ – Foto: Milan van Dril (New Amsterdam Film Company)

Een brief zoals die van het dorpshoofd uit Loloda, in de Noordelijke Molukken, aan de Nederlandsch-Indische Civiele Administratie (NICA)-officier – geschreven op 7 oktober 1944 – toont echter binnen een ogenblik al aan dat dit beeld niet met de werkelijkheid strookt:

“Wij zijn onze overheid, de Nederlandse regering, niet vergeten en houden van haar alsof het een vader of moeder is, want onder haar gezag hebben wij een gelukkig en rustig leven genoten”. 4

Van dit soort uitspraken zijn er wel meer, en soms doen ze denken aan hoe oudere Javanen vandaag de dag over de dictator Soeharto (president van 1968 tot 1998) spreken. De nostalgische oneliners zijn vaak op vrachtwagens en busjes te vinden met een kiekje van de glimlachende generaal die boven de volgende woorden uittorent: “Hoe gaat het? Vroeger was alles beter toch?” (Piye kabare? Enak jamanku to…? [zelfs het bijwoord ‘toch’ is deel van de koloniale erfenis…]). In Oost-Duitsland lopen genoeg mensen rond die hetzelfde over de Communistische DDR beweren: rust en vrede zonder zorgen aan je kop mits je je goed gedraagt. De afkeer tegen kolonialisme was dus niet voor iedere Indonesiër hetzelfde. Maar generaties aan Indonesische scholieren hebben nooit historische bronnen aangeraakt en weten niet beter dan wat ze door de overheid met de paplepel werd ingegoten toen ze op de basis- en middelbare school zaten.

Een alternatief perspectief

Zo gezien brengt De Oost op een pakkende manier een waardevolle discussie op gang. Het Indonesisch curriculum richt zich geheel op het opwekken van vaderlandsliefde, niet het kritisch becommentariëren van het verleden zoals in Nederland steeds meer de norm is geworden. Zodoende wordt de geschiedenis in twee kleuren afgebeeld: zwart-wit, goed-fout, rood-wit. Dit valt te betreuren aangezien kritische gedachtegangen juist een volgroeiing van nationaal erfgoed inhouden en verantwoordelijkheid opwekken voor keuzes en ontwikkelingen die aan de basis van de staatsvorming hebben gelegen. Die zijn immers inherent controversieel en vallen vaak lastig te begrijpen voor daaropvolgende generaties. Nu wordt in het Indonesisch lespakket alleen maar het gevoel opgewerkt dat Indonesië door buitenlandse plunderaars eeuwenlang is leeggeroofd. Bij de vraag welke redenen ‘de Nederlanders’ gehad zouden hebben voor hun meedogenloze acties staan weinigen in Indonesië stil, alsof ze er puur en alleen op uit waren de Indonesiërs te kwellen. De Oost neemt die waan binnen een paar minuten al weg want het toont iets waar in Indonesië een groot gebrek aan is: een alternatief perspectief. Het verhaal dat volgt gaat over een Nederland dat uit het gat van de Duitse bezetting kruipt, met Nederlandse soldaten die meer doen dan moorden. De kolonisator krijgt plotseling een menselijk gestalte.

Maar wat is er zo interessant aan het gezichtspunt van de kolonisator? Sympathie wekt de film niet op, maar vragen wel. De Nederlanders blijken inderdaad wreed, maar hun handelingen vallen te verklaren ondanks de soms wat vlakke personages. Het Indonesisch publiek heeft daar al veel aan want juist door de Nederlanders als meedogenloze vijanden af te schilderen neemt zij zelf een slachtofferrol aan. Het verontschuldigen voor oorlogsdaden, roofkunst en slavernij zet Nederland indirect op een hoger moreel voetstuk dan de voormalige kolonie die blijft pretenderen dan de eigen geschiedenis puur uit heldendaden bestaat. De goede bedoelingen van Johan de Vries zijn ook een voorbeeld van typisch Nederlandse, wat halfbakken, excuses: hij zat fout maar erkent dat op zo’n wijze dat hij zelf als slachtoffer overkomt. De ‘Turk’ verleidde hem tot moorden èn zelfmoord (excuses voor de spoiler, maar echt veel voegt de laatste scène verder niet toe aan de film).

Still uit de film 'De Oost'
Still uit de film ‘De Oost’ (New Amsterdam Film Company)

De Nederlandse overheid maakt vaak soortgelijke verontschuldigingen: door fouten uit het verleden af te wijzen presenteert het zichzelf als internationale bakermat van Vrede en Recht in de eenentwintigste eeuw. Dat de kolonisatie en slavernij in de huidige wereldeconomie simpelweg andere vormen hebben aangenomen – scheve economische verhoudingen, corrupte oligarchieën, dwangarbeiders, mensenhandel en kromme rechtspraak – met min of meer dezelfde resultaten als voorheen voor grote delen van de Indonesische bevolking doet er dan even niet toe. De kolonisatie valt dan ook, zelfs met de beste bedoelingen, evenmin recht te trekken als de genocides die de Duitsers onder Joden hebben uitgevoerd, de Turken onder Armeniërs, de Amerikanen onder ‘Native Americans’ en Afrikaanse slaven. Of om twee hedendaagse voorbeelden te noemen: de stelselmatige apartheid van Palestijnen in Israël of juist de geforceerde assimilatie van Turkse Oeigoeren in China. Op de lange termijn zijn de daders vaak ook slachtoffers en andersom.

“Niet alle Indonesiërs zaten op Indonesië te wachten.”

Zo gezien is het voorkomen van verder leed al een nobele doelstelling, want herhaling gebeurt helaas vaak genoeg. Het goedmaken van deze gruweldaden is echter vrijwel onmogelijk. Een automobilist die een moeder doodrijdt moet ook schadevergoeding betalen, maar het is niet dat de kinderen van het slachtoffer daardoor van hun trauma en ellende af zijn. De Republiek van Indonesië is wat dat betreft ook niet de liefste van de klas, maar in tegenstelling tot Nederland blijft het land allergisch voor verontschuldigingen. Onder andere daardoor is Indonesië zelf juist vaak in het nieuws te vinden als neo-kolonisator van gebieden als Oost-Timor, Atjeh, Ambon en Papoea. Maar De Oost trekt Indonesië in ieder geval onder de steen vandaan: er zijn plots twee verhalen over de anders zo heldhaftige onafhankelijkheidsstrijd.

Naast het gezicht van de Europese kolonisator komen in De Oost ook verschillende Indonesische groepen voorbij. Daarvan blijkt de identiteit ook niet eenvoudig vast te stellen. In één van meest controversiële scènes vraagt Johan aan een Ambonese soldaat, Samuel, hoe hij zich voelt over het ‘vechten tegen zijn landgenoten’, waarop de Ambonees antwoordt:

“…dit zijn mijn mensen niet, jullie [i.e. de Nederlanders] hebben dit land gemaakt”.

Niet alle Indonesiërs zaten op Indonesië te wachten. Dit soort uitspraken horen in het nationaal onderwijs besproken te worden aangezien ze aangeven dat het creëren van een nationale eenheid een worsteling is en niet een gegeven.

Runtuhnya Hindia Belanda - Ong Hok Ham
Runtuhnya Hindia Belanda – Ong Hok Ham

Die worsteling had een gewelddadige weerklank aan beide kanten zoals een andere scène weer benadrukt. Daar aanschouwen wij een vuistgevecht tussen Indonesische KNIL-soldaten en Nederlandse vrijwilligers in een bar in de Javaanse havenstad Semarang, destijds een bolwerk van Indische royalisten. Het liep zo uit de hand omdat een Nederlandse militair koningin Wilhelmina (op de troon tussen 1890 en 1948) bespotte nadat zijn kameraad uit Overijssel – ook de Nederlanders zijn geen uniworst – middenin een stroom in de Javaanse achterlanden was doodgeschoten. In een ogenblik springt de hierboven genoemde Ambonese soldaat op er beveelt de Nederlanders om zijn woorden terug te nemen. Dit zal ongetwijfeld bij een groot deel van het Indonesisch publiek ongemakkelijk overkomen, maar dit weerspiegelt inderdaad hoe een aantal koloniale onderdanen ‘plus royaliste que le roi’ waren of, in andere woorden: verder gewaagd aan het rood, wit èn blauw dan de Nederlanders. Zoals de bekende Chinees-Indonesische historicus Ong Hok Ham ooit stelde in zijn De Val van Nederlands-Indië(Runtuhnya Hindia Belanda, 1989):

‘…de Indonesiërs hadden een hekel aan de koloniale overheid, maar hielden van Hare Majesteit!’

Helaas blijft het in de film bij knokken en worden deze dilemma’s niet verder uitgediept, ondanks dat de regisseur zelf van een Ambonees KNIL-gezin afstamt.

Ontsluiting van archieven

Wel maken dit soort scènes een discussie los onder Indonesische millennials en helemaal de Generatie Z’ers die vaak meer afweten van Koreaanse popplaten dan hoe hun land nou eigenlijk is ontstaan. Deze taferelen vullen een lacune ondanks het gebrek aan een groter geschiedkundig verhaal. Maar een film draait dan ook hoofdzakelijk om actie, voor de bredere context zijn er tegenwoordig genoeg andere opties. Zo werk ik momenteel bij de Koninklijke Bibliotheek (KB) mee aan een door kunstmatige intelligentie (AI)-gedreven zoekmachine voor de gedigitaliseerde Indische kranten op de Delpher-website. Door de reuzenstappen die de afgelopen jaren binnen dit veld zijn gemaakt wordt het binnenkort mogelijk voor een Indonesisch publiek om een gemakkelijke manier Nederlandstalige kranten op personen, plaatsen en gebeurtenissen te doorspitten. Zodoende kan aan dit soort scènes een verhaal gekoppeld worden dat veel dieper gaat dan één van helden en schurken; een verhaal dat de gebruiker zelf uitkiest en niet door anderen laat dicteren.

Zairin Zain als Indonesische ambassadeur in 1961
Zairin Zain als Indonesische ambassadeur in 1961

Met digitale zoekopdrachten vallen verrassend veel onderwerpen te ontdekken die nauwelijks in de Nederlandse of Indonesische literatuur en lespakketten besproken worden. Zo heeft de bèta-versie van onze zoekmachine nu al aangetoond dat een deel van de Nederlandse regering-in-ballingschap vanuit Londen in juni 1945 – twee maanden voor Soekarno’s onafhankelijkheidsverklaring – een autonome Indonesische federatie erkende. Dit gebeurde nadat een stel slimme Indonesische studenten gelijk na de Nederlandse Onafhankelijkheidsdag vanuit Rotterdam en Leiden het Kanaal overstaken om ook de bevrijding van hun eigen vaderland te eisen zoals koningin Wilhelmina dat in de befaamde radiorede van 6 december 1942 onbedoeld al als onderhandelingspunt aankondigde. Het hoofd van de delegatie, de Leidse alumnus Zairin Zain (1913–1974), speelde als ambassadeur in Washington (1961–1965) later ook een belangrijke rol in de machtsomwenteling van 1965, maar is sindsdien om onbekende redenen uit de geschiedenisboeken verdwenen.

De socialistische ministers van koloniale- en buitenlandse zaken gaven gelijk toe aan Zairin’s verzoeken en daarop ook de progressieve luitenant-gouverneur-generaal Hubertus van Mook (1894–1965). De Katholieke Volkspartij (KVK, opgericht op 22 december 1945), vertegenwoordigd door de medeoprichter Louis Beel (1902–1977), gooiden vervolgens echter roet in het eten. Deze controversiële politicus uit Limburg – goed geschoold maar met persoonlijke opvattingen die veel aan de stellingen van de zéér rechtse Indo Geert Wilders (1963) doen denken – liet de jaren daarop de oorlog escaleren als minister-president van Nederland (regerend van 1946 t/m 1948) waarop Van Mook als beul mocht optreden, een rol die hem grote afschuw veroorzaakte en zijn generaal Simon Spoor (1902–1949) zelfs een fatale hartaanval heeft opgeleverd.5

Still uit de film 'De Oost'
Still uit de film ‘De Oost’ (New Amsterdam Film Company)

Westerling valt makkelijk als oorlogsmisdadiger te herkennen en zo wordt hij dan ook afgebeeld binnen de Indonesische geschiedenislessen. Naast zijn moordpartijen op Celebes (1946-1947), heeft hij tenslotte ook nog eigenhandig een coup d’état proberen te plegen in januari 1950. Maar over de bedenkelijke besluitvorming in Den Haag die mensen als Westerling de vrije hand gaven wordt zelden gesproken, ook niet in deze film waarin alleen de Nederlandse politici uit Indië een paar seconde in beeld komen. Alsof het Christen-Democratisch Appèl (CDA) – waarbinnen de KVK in 1980 fuseerde – niets op zijn kerfstok heeft. Dit schrijf ik overigens als Indonesiër uit een Katholiek gezin, want ook in dit land leidt de mengelmoes van ‘religieuze normen en waarden’ en seculiere politiek vaak tot rampzalige gevolgen, vaak wel in de andere richting zoals de Ambonese soldaat in de film al voorspeld.

Het bloedvergieten had ook voorkomen kunnen worden. Beel was door koningin Wilhelmina naar voren geschoven om Nederland weer op te bouwen na de Duitse bezetting, maar helaas brak hij tegelijkertijd Indonesië op een gewelddadige manier af.6 Ironisch genoeg is het later één van de bovengenoemde Indonesische studenten geweest, Soemitro Djojohadikoesoemo (1917–2001), die de regering van de Amerikaanse president Harry S. Truman (1884–1972) in december 1948 vanuit zijn kantoor in New York overtuigde om de Marshallhulp terug te trekken indien Nederland niet per direct zijn wapengekletter en bloedige campagnes deed staken. Al in december 1945, schreef Soemitro in keurig Nederlands het volgende aan de Friese moeder van één van zijn studievrienden die hem in 1943 had helpen onderduiken in een afgelegen dorp in Drenthe:

“Nòg stel ik vertrouwen in de Ned. Regeering en met mij mijn geestverwanten. Doch gauw, heel gauw, zal dit vertrouwen gehonoreerd moeten worden. En wanneer ik merk, dat men trek nog van plan is, ons als speelbal te gebruiken, dan zal de regering mij ongetwijfeld tot één van haar bitterste tegenstanders vinden. Doch laten wij hopen, dat het nooit zover zal komen.” 7

Hadden conservatieve politici als Beel drie jaar eerder maar al geluisterd… Er valt dus nog heel veel te ontdekken aan deze periode, maar daarvoor moet wel eerst nieuwsgierigheid opgewekt worden, én dat doet De Oost voortreffelijk.

Nationalistische geschiedenis

'De Oost' - De filmposter
‘De Oost’ – De filmposter

We moeten daarom maar onze vingers kruisen dat Amazon – gezien zijn winstbelangen toch ook een beetje de VOC van de moderne tijd – ertoe besluit ook in Indonesië de film op het Prime-rooster te zetten. Wie weet zal dat eindelijk de hardnekkige overtuiging ontkrachten dat alleen nationalistische geschiedenis ertoe doet, het is namelijk juist dit soort geschiedschrijving die eeuwenlang het Nederlands gezag in de Gordel van Smaragd legitimeerde. Was er tóen maar een Indonesische film, radiorede of wayang-voorstelling uitgebracht waarmee de dominante westerse geschiedenis op zijn kop werd gezet… De literatuur van Multatuli en Kartini kwamen in de buurt, maar zelfs die werden door Nederlandse activisten voortgestuwd. Het mooie aan deze tijd is dat Indonesië en Nederland nu beiden hun eigen films kunnen maken, maar wat zou het goed zijn als we die allemaal in één marathon konden afspelen en vervolgens via hetzelfde online platform met elkaar over de grenzen heen konden bestuderen en bespreken. Deze week is deze droom een stukje dichterbij gekomen. De getalenteerde Indonesische regisseuse Mouly Surya (1980), bekend van Marlina de Moordenaar in Ver Bedrijven uit 2017, heeft bekendgemaakt de roman Weg zonder Eind van de bekende auteur Mochtar Lubis (1922–2004) te gaan verfilmen. Door dit internationale oeuvre zal spoedig blijken dat in de oorlog iedereen toch een beetje schuldig was.

~ Christopher Reinhart
Jakarta, 09 juni 2021
Vertaald uit het Indonesisch door Simon C. Kemper en Maarten Manse

Ook interessant: Aanloop naar de ‘politionele acties’ (1945-’47)
…en: Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1947-1949)
…en: Een nieuwe visie op kapitein Raymond Westerling?

Bronnen

1 -https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/wijzen-naar-goede-bedoelingen-maakt-nederland-onschuldiger-als-koloniale-geweldpleger-ten-onrechte~b799fc71/
2 -https://tirto.id/film-de-oost-dan-bagaimana-palmyra-westerling-membela-ayahnya-gf3n
3 -https://www.kompas.com/global/read/2021/05/24/151900870/kontroversi-de-oost-film-belanda-yang-berani-mengorek-kekejaman?page=all
4 -Deze bron komt uit een privécollectie van Jacob Cass (Washington, D.C.), die deze met mij per email heeft gedeeld op 3 mei 2021.
5 -Er waren destijds genoeg anderen partijen bevreesd voor de ‘Mohammedaanse Repoebliek Indonesia’, en Louis Beel was destijds nog ruimdenkend vergeleken met echte hard-liners als Hendrik Tilanus (1884–1966) van de Protestantse Christelijk-Historische Unie (CHU). Lambert J. Giebels, Beel – van vazal tot onderkoning: Biografie 1902–1977 (Amsterdam: Querido Fosfor, 2017 [1995], 65–66, 91–92; Jaap de Moor, Generaal Spoor: triomf en tragiek van een legercommandant (Boom, 2011)
6 – Deze bronnen zijn door Simon C. Kemper in de Bijzondere Collectie van Leiden onderzocht en digitaal verwerkt om een context te geven aan het Semangat Baroe (1945–1946) tijdschrift. Dit tijdschrift en de verwante brieven zijn één onderdeel van de veel bredere Gado2-app die binnenkort op de KB Lab (https://lab.kb.nl) beschikbaar wordt gesteld. Zie voor de oorspronkelijke bron Soemitro Djojohadikoesoemo, Brief aan Jacoba Lucretia van der Veen-Meinesz [geschreven in Rotterdam, 4 oktober 1945], 3–4. Universiteit Leiden, Bijzondere Collecties, ubl569.6.
7 – Zie voetnoot hierboven. Deze vriend was Hans van der Veen (1920–1998), die destijds in Utrecht en Leiden Geneeskunde studeerde. Na de oorloog actief als hoogleraar binnen de microbiologie. Soemitro Djojohadikoesoemo, Brief aan Jacoba Lucretia van der Veen-Meinesz [geschreven in Rotterdam, 2 december 1945], 8. Universiteit Leiden, Bijzondere Collecties, ubl569.6. “Hans van der Veen”, Radboud MC https://www.radboudumc.nl/personen/johan-van-der-veen

Bekijk meer over:

Nederlands-Indië, Opinie

Nooit uitgelezen

Historiek is uw online geschiedenismagazine. Ons archief bevat duizenden artikelen. Bekijk hier onze alfabetische onderwerplijst en blijf lezen. Of bekijk onze tips op de voorpagina.

Meer informatie of samenwerken? Klik dan hier. Heeft u zelf een artikel dat u wilt publiceren, mail ons dan.

Doorzoek ons archief: