‘Investeren in monumenten verdient zich terug’

Door investeringen in cultureel erfgoed stijgen de huizenprijzen in de buurt eromheen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Vrije Universiteit (VU).


Twee aan de universiteit verbonden economen – Hans Koster en Jan Rouwendal – onderzochten gesubsidieerde investeringen in restauraties van monumenten, die een zeer groot deel uitmaken van alle investeringen in cultureel erfgoed. Ze concluderen dat de investeringen zich terugverdienen.

Een investering van 100 procent zou grofweg 115 procent van dat bedrag op te leveren, gekeken naar de huizenprijzen van omliggende panden. Hans Koster:

“Als we dus alleen kijken naar het effect om de omgeving, is dus al de moeite waard om een mooi gebouw met cultuurhistorische waarde, dat achterstallig onderhoud heeft, te restaureren.”

Huizenprijzen

Volgens de economen is het effect van de monumentensubsidies goed te onderzoeken. Rouwendal en Koster gebruikten een nieuwe aanpak door te kijken naar het effect dat restauratiesubsidies voor monumenten hebben op huizenprijzen. Koster:

- advertentie -

“Je kunt dat goed onderzoeken. Het huis dat je onderzoekt blijft hetzelfde, terwijl de prijs varieert door veranderingen in de kwaliteit van de monumenten in de nabijheid van het huis. Die verandering in huizenprijzen kan dan dus apart onderzocht worden van allerlei andere factoren die gelijk blijven over de tijd.”

De onderzoekers maakten hun berekeningen op basis van metingen in heel Nederland van de afgelopen twintig jaar. Hun dataset, van de Nederlandse Vereniging van Makelaars en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, bestaat uit 2 miljoen huizentransacties met bijbehorende huizenprijzen en 12.000 investeringen in monumenten. De gemiddelde investering in een restauratieproject was 250.000 euro.

Het onderzoeksrapport van de economen is hier te bekijken

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: