Geschiedeniswinkel - Duizenden geschiedenisboeken

Wereld in vlammen – Conflicten in kleur (1914-1945)

Bij uitgeverij Omniboek verschijnt komende week het boek Wereld in Vlammen. De conflicten in kleur 1914-1945 van Dan Jones en Marina Amaral. Deze opvolger van De tijd in kleur werpt letterlijk nieuw licht op de conflicten tussen 1914 en 1945, met meer dan tweehonderd beeldbepalende foto’s. Uiteraard komen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog aan bod. Daarnaast is er aandacht voor de burgeroorlogen in Spanje, Mexico, Ierland en China, en de koloniale oorlogen in Abessinië, Palestina en Soedan. De Braziliaanse kunstenares Marina Amaral heeft de zwart-witfoto’s uit deze periode bewerkt en ingekleurd. De Britse historicus Dan Jones voegde korte historische beschrijvingen toe. Op Historiek een aantal foto’s uit het boek.


De Führer in Parijs

Toen Hitler eind juni 1940 in Parijs arriveerde, waren twee miljoen Parijzenaars hun stad ontvlucht. In de schaduw van de Eiffeltoren mocht hij concluderen dat zijn legers in iets meer dan een maand voor elkaar hadden gekregen wat die van Wilhelm II in de vier jaar van de Eerste Wereldoorlog niet was gelukt. Hij had zijn revanche gekregen: op 22 juni werd de Franse overgave geformaliseerd in dezelfde treinwagon waarin in november 1918 de Wapenstilstand was getekend.

Foto uit: ‘Wereld in vlammen’ - Dan Jones en Marina Amaral, Uitgeverij Omniboek
Foto uit: ‘Wereld in vlammen’ – Dan Jones en Marina Amaral, Uitgeverij Omniboek

Nu de Fransen waren vernederd, was Hitler niet van zins Parijs schade te berokkenen – alhoewel hij twee anti-Duits geachte beelden liet afbreken, waaronder een van Edith Cavell. In een autocolonne toerde hij eerst langs de Opéra en vervolgens langs bezienswaardigheden als de Arc de Triomphe, Napoleons graf in Les Invalides, en Montmartre. Op zijn sightseeing-rondje werd hij vergezeld door twee architecten, Albert Speer (links) en Hermann Giesler, en de beeldhouwer Arno Breker (rechts). Hitler speelde met grootse plannen om Berlijn en andere Duitse steden opnieuw in te richten, zodat ze op een zekere dag Parijs zouden overtreffen.

Hoewel Hitlers bezoek aan de Franse hoofdstad amper drie uur duurde en hij er nooit terugkeerde, zei hij dat een droom in vervulling was gegaan. Maar voor vele Fransen zou de nazibezetting allesbehalve een droom zijn, eerder een aanhoudende, vreeswekkende nachtmerrie.


De Flying Tigers (1941)

Nog geen twee weken na Pearl Harbor voerden Amerikaanse piloten hun eerste gevechtsmissie tegen de Japanse vijand uit. Dit waren echter geen reguliere vliegers van de Amerikaanse luchtmacht, maar ‘Flying Tigers’ (of formeler: de First American Volunteer Group of AVG): drie squadrons gevechtsvliegtuigen die waren uitgezonden om de Chinese luchtmacht te helpen bij het verdedigen van strategisch belangrijke plekken tegen Japanse agressie.

Foto uit: ‘Wereld in vlammen’ - Dan Jones en Marina Amaral, Uitgeverij Omniboek
Foto uit: ‘Wereld in vlammen’ – Dan Jones en Marina Amaral, Uitgeverij Omniboek

De Flying Tigers stonden onder bevel van Claire L. Chennault, een piloot die nog had meegevochten in de Eerste Wereldoorlog en als adviseur voor Chiang Kai-shek fungeerde. Vanwege zijn verweerde voorkomen werd hij ook wel ‘Old Leatherface’ genoemd. Zijn piloten vlogen Curtiss P-40 Warhawk-eenzitters – zoals hier te zien, met de voor de Flying Tigers kenmerkende haaienkop op de neus. Hun drie squadrons heetten ‘Adam & Eves’, ‘Panda Bears’ en ‘Hell’s Angels’.

Aanvankelijk werden de Flying Tigers bij de Chinese grens met Birma gestationeerd en kregen ze de opdracht bevoorradingsroutes rond Rangoon te beveiligen. Op hun eerste missie, op 20 december 1941, onderschepten piloten van Adam & Eves en Panda Bears tien Japanse bommenwerpers, waarvan ze er ten minste vier uit de lucht schoten. In de zeven daaropvolgende maanden maakten de Flying Tigers ten minste vijftig vluchten over China, Birma, Thailand en Frans-Indochina en schoten ze bijna driehonderd vijandelijke vliegtuigen neer. Als eenheid hielden ze op 4 juli 1942 op te bestaan, maar het jaar was nog niet om of hun wapenfeiten haalden het witte doek. In oktober 1942 werd een film met John Wayne en Anna Lee uitgebracht, die afwisselend als titel Flying Tigers en Yanks Over the Burma Road voerde.


Spaanse burgeroorlog (1938)

‘Zoals zo veel foto’s van Bourke-White was ook deze zorgvuldig gecomponeerd met als bedoeling een emotionele boodschap over de aard van de oorlog te communiceren’

In 1938 maakte de Amerikaanse fotografe Margaret Bourke-White op weg naar Tsjecho-Slowakije een tussenstop in Spanje. Ze werkte voor Life, het wekelijkse fototijdschrift dat twee jaar eerder met een van haar foto’s op de omslag was gelanceerd. Life zou een baanbrekend en enorm populair blad worden, dat in zijn hoogtijdagen, tussen 1936 en 1972, de beslissende momenten van de twintigste eeuw vastlegde. Een aantal van de grootste fotografen van die tijd werkte voor het blad. En misschien was Bourke-White in haar jaren voor Life wel de grootste van allemaal.

Het Spanje waar Bourke-White aankwam, bevond zich midden in een driejarige burgeroorlog. In de beknopte krabbel op de achterkant van deze foto schemert door hoeveel schade de oorlog al had aangericht. Er staat:

‘Spanje – Angeles Gonzalez – 7 jaar – vluchtelinge uit Madrid.’

Zoals zo veel foto’s van Bourke-White was ook deze zorgvuldig gecomponeerd met als bedoeling een emotionele boodschap over de aard van de oorlog te communiceren (op andere foto’s uit deze reeks lacht Angeles Gonzalez en omklemt ze geen brood en aardappelen). Dit is dus geen reportagefoto. Wel draagt de foto een waarheid uit die werd opgepikt door Bourke-White en zoveel andere kunstenaars en activisten die verslag deden van de Spaanse Burgeroorlog – onder wie Martha Gellhorn, Ernest Hemingway, George Orwell, Emma Goldman, John Dos Passos en W.H. Auden. Deze in Spanje tussen 1936 en 1939 uitgevochten oorlog was een voorbode zowel van een toekomstig conflict tussen grotere internationale krachten als van het ontzagwekkende menselijke lijden dat zou volgen.

Foto uit: ‘Wereld in vlammen’ - Dan Jones en Marina Amaral, Uitgeverij Omniboek
Foto uit: ‘Wereld in vlammen’ – Dan Jones en Marina Amaral, Uitgeverij Omniboek

Angeles Gonzalez was slechts een van de vele duizenden die als gevolg van deze oorlog ontheemd raakten. Sinds eind jaren 1920 daagden Spaanse vakbonden en republikeinen, samen met separatisten uit Catalonië en het Baskenland, de traditionele autoritaire, royalistische en katholieke Spaanse machthebbers uit. Na de vernedering van het land in de Rifoorlog eiste de bevolking in 1931 veranderingen. Nadat koning Alfonso XIII het land ontvluchtte, werd de Tweede Spaanse Republiek uitgeroepen. Die bleek echter weinig stabieler dan de gammele monarchie die eraan voorafging. In 1936 kwamen de spanningen tussen de verbijsterende ris aan facties ter linker- en rechterzijde opnieuw tot uitbarsting. Een tegen de republiek gerichte militaire coup, op 17 juli uitgevoerd door onder meer Spanjes toekomstige dictator, generaal Francisco Franco, slaagde maar half, waarna de burgeroorlog begon.

De Spaanse Burgeroorlog was vrijwel direct meer dan een lokale strijd. In de context van de gepolariseerde Europese politiek werd de burgeroorlog gezien als een clash tussen ideologieën. Beide kampen kregen dan ook internationale steun. Nazi-Duitsland stelde aan de nationalistische coalitie troepen en een luchtmacht ter beschikking, het zogeheten Legioen Condor. Ook Mussolini stuurde vliegtuigen en Italiaanse soldaten. Tegen 1937 heersten de nationalisten in het luchtruim, en het geweld dat ze van bovenaf ontketenden, schokte de wereld. Het luchtbombardement van 26 april op het Baskische stadje Guernica werd vereeuwigd in een van de beroemdste antioorlogsschilderijen ooit gemaakt, Pablo Picasso’s Guernica. Die gebeurtenis stond allerminst op zichzelf: zes maanden later werd een school in het Catalaanse Lleida opzettelijk gebombardeerd, met tientallen dode schoolkinderen tot gevolg.


D-Day

In de kleine uurtjes van 6 juni staken bijna 7000 schepen en landingsvaartuigen het woelige Kanaal over. Vervolgens sprongen zo’n 160.000 soldaten de koude zee in, om naar de Normandische stranden te waden. Boven hun hoofden raasden 10.000 geallieerde vliegtuigen, terwijl de scheepskanonnen de in de kustlijn ingegraven Duitse verdedigingswerken bombardeerden. Het leger noemde deze eerste dag van Operatie Overlord: ‘D-Day’.

Karel III koning van Napels en Sicilië
Foto uit: ‘Wereld in vlammen’ – Dan Jones en Marina Amaral, Uitgeverij Omniboek

Deze foto, bekend als ‘Tussen de kaken van de dood’, werd tijdens de benadering van Omaha Beach genomen door de US Coast Guard-fotograaf Robert F. Sargent. De mannen die zich een weg richting het strand waden, behoren tot het 16e Infanterieregiment van de Amerikaanse Eerste Infanteriedivisie, die vanaf de USS Samuel Chase door een ‘LCVP’ – ‘Landing Craft, Vehicle, Personnel’ – naar de Normandische kust waren vervoerd. De gevechten die hun op het strand wachtten, behoorden tot de zwaarste van de hele invasie. Terwijl er in de 4e Infanteriedivisie tijdens de inname van Utah Beach amper tweehonderd Amerikaanse slachtoffers vielen, werd Omaha zwaar verdedigd. De soldaten werden direct door machinegeweerstellingen onder vuur genomen; en op het strand bleek het lastig hindernissen te verwijderen. Door het hoogtij en de sterke wind slingerden de landingsvaartuigen vervaarlijk heen en weer; bijna elk van de 29 te water gelaten tanks zonk – ondanks hun opblaasbare gordels (‘flotation screens’). Duizenden mannen werden gedood of raakten gewond. Pas de dag erna werd heel Omaha Beach ingenomen. Ondanks deze tegenspoed werd D-Day een succes: de geallieerde invasie van Frankrijk was begonnen.


Gifgas

Aan het oostelijk front deden militaire wetenschappers de eerste gifgasproeven tegen vijandelijke troepen. Op 22 april 1915 werd het voor het eerst op grote schaal ingezet, toen de Duitsers tijdens de Tweede Slag bij Ieper ruim 5700 bussen chloorgas op de Franse en Franse Noord-Afrikaanse troepen afschoten. Het door de lucht verspreide chloorgas verschroeide de longen van eenieder die het inademde en veroorzaakte zowel paniek als vreselijk inwendig letsel.

Foto uit: ‘Wereld in vlammen’ - Dan Jones en Marina Amaral, Uitgeverij Omniboek
Foto uit: ‘Wereld in vlammen’ – Dan Jones en Marina Amaral, Uitgeverij Omniboek

Het gebruik van gas voor oorlogsdoeleinden werd officieel beschouwd als een misdaad tegen de menselijkheid. De Haagse Vredesconferentie van 1899 verbood het ‘verspreiden van verstikkende of giftige gassen’ op het slagveld. Maar vanwege de efficiëntie waarmee het gifgas tegenstanders uitschakelde, maakten weldra alle partijen er gebruik van. Fronttroepen kregen standaard beschermende uitrusting.

Aanvankelijk bestond die antigas-uitrusting uit een bril en in natriumwaterstofcarbonaat – of urine – gedrenkte gezichtskapjes. In de herfst van 1915 kwamen de eerste prototypen gasmaskers beschikbaar, zoals deze Duitse soldaten tonen. Hun ezel draagt een gasmasker voor mensen, maar er bestonden ook speciale paardenmaskers.

Wereld in vlammen. De conflicten in kleur (1914-1945) - Marina Amaral & Dan Jones
Wereld in vlammen. De conflicten in kleur (1914-1945) – Marina Amaral & Dan Jones
Algauw werden nieuwe soorten gas ontwikkeld, zoals mosterdgas dat de huid verbrandde. Granaten vervingen de bussen en konden het gas betrouwbaarder verspreiden. De dichters legden de kwaadaardige effecten van het gas voor latere generaties vast: In ‘Dulce et Decorum Est’ schreef de Britse soldaat Wilfred Owen ‘hoe het bloed omhoog borrelde uit zijn verrotte longen/als gore etter uit een verkankerde wond in een onschuldig lijf’ (vert. Tom Lanoye). Het gas was slechts verantwoordelijk voor 2 procent van de oorlogsdoden, maar verloor nooit zijn nachtmerrieachtige macht.

~ Marina Amaral & Dan Jones

Boek: Wereld in vlammen – Dan Jones en Marina Amaral
Ook interessant: Welke kleur ogen had Charles Darwin?

Bestel dit boek bij:

Boektrailer


Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister


Uit het archief:

Meer tips ➱