Nepnieuws is van alle tijden

Misleiding basis voor heksenwaan, jodenvervolging en Deutsches Reich

De wereld wil bedrogen worden, ‘Mundus vult decipi, ergo decipiatur’. De Romeinse satiricus Gaius Petronius (27-65 n.Chr) gebruikte de uitdrukking in zijn roman Satyricon. De term is bijna 2000 jaar later nog even actueel, zeker sinds hij nieuw leven werd ingeblazen door de Amerikaanse president Donald Trump, die meteen na zijn ambtsaanvaarding hem onwelgevallige verslaggeving bestempelde als Fake News; nepnieuws in het Nederlands.

Nepnieuws - Een wereld van desinformatie
Nepnieuws – Een wereld van desinformatie
Sindsdien lijkt er sprake van een epidemische verspreiding van nepnieuws. De verwarring is zo groot, dat echt nieuws en nepnieuws zich moeilijk meer laten onderscheiden. Volgens sommige nieuwsbronnen is dat juist de bedoeling: de chaos moet zo groot worden dat sluwe krachten de macht over kunnen nemen.

Volgens historicus Han van der Horst getuigt de discussie die de laatste jaren rond ‘nepnieuws’ is opgestoken van een ‘diep pessimisme’.

“Alles is vergeven van leugen en bedrog. Je hebt geen houvast meer. De waarheid is onzichtbaar geworden. De mensen weten niet beter dan zich op te sluiten in hun eigen vooroordelen. En anders ondernemen zij een soort innerlijke emigratie en trekken zich uit alle meningsvorming terug.”

Hij stelt dat vast in Nepnieuws – Een wereld van desinformatie dat zó boordevol voorbeelden van misleiding zit, dat het geen wonder is dat we ons massaal om de tuin laten leiden door geraffineerde fantasten, die allerlei trucs, twitter, facebookpagina’s en ook de traditionele media gebruiken om ons om de tuin te leiden. Wie moet je tegenwoordig nog geloven?

- advertentie -

Geen reden tot wanhoop

Maar er is niets nieuws onder de zon en daarom is er ‘geen enkele reden tot wanhoop’, stelt Van der Horst bijna aan het eind van zijn 292 pagina’s vast.

“Nog maar twee generaties geleden liet een belangrijk deel van de Nederlanders zich informeren door media uit hun eigen zuilen, die bepaald een gekleurd beeld gaven van wat zich buiten de eigen kring van geestverwanten afspeelde.

De zuil, waar je meestal door geboorte toe ging behoren, werd vertegenwoordigd door kerken, kranten, vakbonden en vaak ook nog buren die dagelijks hun eigen gelijk bevestigden en beweerden dat alle andersdenkenden op fatale dwaalsporen zaten, wat hen uiteindelijk ook nog hun plaats in de hemel zou kosten.

“De huidige generaties nemen minder dan ooit alles voor zoete koek aan. Onze sterk getemperde autoriteitenvrees maakt ons kritisch. Nooit zijn gebruikers van media zo alert geweest op misbruik van hun goed vertrouwen als de laatste jaren.”

Op 1 september 1939 fingeerde Hitler een Poolse aanval op de Duitse radiozender Gleiwitz. „Seit 5 Uhr 45 wird zurückgeschossen!“ kondigde Hitler aan en begon zijn inval in Polen en daarmee de Tweede Wereldoorlog. Hier vernielen Duitse soldaten de grensboom.
Op 1 september 1939 fingeerde Hitler een Poolse aanval op de Duitse radiozender Gleiwitz. „Seit 5 Uhr 45 wird zurückgeschossen!“ kondigde Hitler aan en begon zijn inval in Polen en daarmee de Tweede Wereldoorlog. Hier vernielen Duitse soldaten de grensboom.

Van der Horst relativeert dat trouwens meteen weer door vast te stellen dat veel mensen zich laten leiden door hun vooroordelen; dat spijkerharde, op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde feiten worden weggewuifd als ‘ook maar een mening’. Dat mensen zichzelf opsluiten in hun eigen ‘bubbel’ en onwelgevallige meningen uitsluiten door ze te ‘blocken’.

En dat heftig geloof wordt gehecht aan door nepnieuws opgeklopte vijandbeelden die alleen maar tot doel hebben wantrouwen en haat te veroorzaken tussen medemensen. Dat kan hier nog zonder consequenties, maar in Duitsland is sinds 1 januari al een Netzwerkdurchsetzungsgesetz van kracht dat de sociale media aan strenge regels onderwerpt en boetes in het vooruitzicht stelt die op kunnen lopen tot vijf miljoen euro.

Propaganda-oorlog

Terwijl de EU sinds enkele jaren is verwikkeld in een propaganda-oorlog met de Russische Federatie die het beeld probeert te voeden dat Europa ten onder gaat aan decadentie, corruptie en machtsmisbruik en de voorbeelden daarvan, die inderdaad dagelijks in onze eigen pers te vinden zijn, graag een extra zetje geeft. Zie de Russische propagandazender RT op uw eigen kabelnet, dat zelden meer gewijd is aan gebeurtenissen in Russia today.

Van der Horst wijst op de EU-website EUvsDisinfo, die sinds 2015 de leugens probeert te ontmaskeren. Een recent voorbeeld: door Russische media werden in de propaganda-oorlog kort na de vergiftiging van de Russische ex-spion Sergei Skripal en zijn dochter twintig verschillende oorzaken aangewezen. Dat doet denken aan de misleidingen rond het neerschieten van de MH17, wat door Moskou aan van alles werd geweten, behalve aan Russisch ingrijpen. Doel lijkt niet oplossingen dichterbij te brengen maar verwarring te vergroten.

Soms worden door de Europese desinformatiebestrijders brokken gemaakt. In februari werden de Nederlandse website GeenStijl en journalist Chris Aalbers van ThePostOnline door de EU beschuldigd van het verspreiden van nepnieuws. Toen bleek dat feitelijke verslagen als desinformatie (tegen Oekraïne) waren geïnterpreteerd werden de beschuldigingen ingetrokken. Het maakt GeenStijl overigens niet meteen tot ‘objectieve’ bron.

‘Populistische politici namen het van de weeromstuit op voor de Russische media en hun manier om over Europa te berichten. Zij noemden sites als EUvdDisinfo.eu een voorbode van censuur’, constateert Van der Horst. Dat gaat hem te ver.

‘Er is geen enkele reden waarom de Europese Unie zich niet zou mogen verweren tegen valse berichtgeving zoals bijvoorbeeld (niet het sterkste voorbeeld – AH) de in Russische kranten gedane bewering als zou incest overal in Europa legaal zijn’.

Tijdperk van wantrouwen

Nepnieuws is van alle tijden, maar politici, geestelijken, wetenschapsmensen, captains of industry en media staan in dit ‘tijdperk van wantrouwen’ schijnbaar meer dan ooit bloot aan kritiek en scepsis. In zijn boek wandelt Van der Horst met zevenmijlslaarzen door de wereldgeschiedenis. Hij lardeert zijn voorbeelden met tal van anekdotes. Ze maken het boek uitermate boeiend, maar veel lijn is er niet in te ontdekken. Onderwerpen als politieke machinaties, wetenschappelijke ontdekkingen, censuur, antisemitisme, religieuze invloed en (gebrek aan) vrijheid van meningsuiting komen in vrijwel ieder hoofdstuk terug.

Hij maakt duidelijk dat de oermensen elkaar al sterke verhalen vertelden. Pilatus zwichtte voor ‘het volk’ in Jeruzalem dat pleitte voor de kruisdood van Jezus, die volgens hem onschuldig was. De uitvinding van het schrift maakte het mogelijk koninkrijken te runnen, maar toen de boekdrukkunst werd uitgevonden konden lezers zich met bedreigende lectuur in een hoekje terugtrekken en daarom werd er censuur ingevoerd. Een simpele uitvinding als de postzegel maakte het overigens mogelijk conspiratieve lectuur over de hele wereld te verspreiden.

Van der Horst besteedt aandacht aan de vervalsers, de verdraaiers en de vervolgers; het belang van het verspreiden van nieuws als middel van voorlichting en manipulatie; het schrappen en toevoegen van ongewenste en gewenste elementen in de geschiedenis; psychologische oorlogsvoering; de ontwikkeling van sociale media en hoe iedereen zelf nepnieuws kan vervaardigen en ook ontmaskeren.

Nepnieuws met grote gevolgen: de Antichrist

Paus Urbanus II
Paus Urbanus II
In 1095, op het Concilie van Clermont, hield paus Urbanus II de ‘beroemdste preek uit de hele Middeleeuwen’. Hij fulmineerde daarin tegen de moslims, ‘aanhangers van een vals geloof’. Het was een politieke preek, stelt Van der Horst. Urbanus droomde ervan Jeruzalem te heroveren, dat al een half millennium in handen van de moslims was. Hij gebruikte een tactiek die in de twintigste eeuw door propagandisten van totalitaire regimes als Goebbels werd geperfectioneerd en schetste een vijand die niet bestond, maar waarvan iedereen zich gemakkelijk een voorstelling kon maken: de antichrist.

’Want het is duidelijk dat de antichrist niet slag levert tegen de heidenen, niet tegen de joden, maar zoals de naam zegt de christenen aanvalt. En als de antichrist geen christenen vindt – want die wonen er nu nauwelijks – zal niemand hem tegenhouden. [Het bijbelboek] Daniël heeft verklaard dat hij zijn tenten zal opslaan op de Olijfberg en het is zeker dat hij, zoals de apostel leert, te Jeruzalem zal zitten in de Tempel des Heren alsof hij God was.”

De paus lardeerde zijn verhaal met gruwelverhalen over het lot van christenen in het Oosten. Het concilie reageerde uitzinnig en scandeerde: Deus vult; God wil het. ‘Het succes was verbijsterend’, constateert Van der Horst, ‘en tegelijk een blijk van de macht die het gerucht kon ontplooien. Daarna liep de zaak volledig uit de hand’.

Een all-in-formule voor de reis ontbrak. De 25.000 leden van het volksleger moesten, onderweg naar Jeruzalem, zelf aan de kost zien te komen. Als de boerenbevolking niet spontaan voldoende leeftocht schonk werd ze beroofd. In Lotharingen en Keulen veroorzaakten de eerste kruisvaarders bloedbaden onder de Joden; de eerste Europese pogroms (volgens Wikipedia werden met name Mainz en Worms getroffen).

Jeruzalem viel in 1099. De vrome kruisvaarders richtten een verschrikkelijk bloedbad aan. Ooggetuige Raymond d’Aguilers schreef:

“Een aantal van onze mannen – de meest genadige – hakten de hoofden van hun vijanden af. Anderen doorschoten hen met pijlen zodat ze van de toren vielen. Weer anderen martelden hen langer door ze in de vlammen te storten. Bergen hoofden, handen en voeten waren te zien in de straten van de stad. (…) In de tempel en de poort van Salomo reden mensen binnen met het bloed tot hun knieën en hun leidsels. Ja het was een rechtvaardig en prachtig oordeel Gods dat deze plek vol liep met het bloed van de ongelovigen.”

De inname van Jeruzalem door de kruisvaarders  (1099). Godfried van Bouillon dankt God in het bijzijn van Peter de Kluizenaar, een monnik die de leiding had over de eerste kruistocht, die was geïnspireerd op nepnieuws van paus Urbanus II. ( (Schilderij Emile Signolo, 1847).
De inname van Jeruzalem door de kruisvaarders (1099). Godfried van Bouillon dankt God in het bijzijn van Peter de Kluizenaar, een monnik die de leiding had over de eerste kruistocht, die was geïnspireerd op nepnieuws van paus Urbanus II. ( (Schilderij Emile Signolo, 1847).

Jodenvervolging bittere erfenis

Volgens Van der Horst is de jodenvervolging de bitterste erfenis van de kruistochten.

‘Deze was in zijn totaliteit gebaseerd op valse berichtgeving over de daden van deze minderheid. Joden waren in de eerste eeuwen van onze jaartelling overal in het Romeinse Rijk te vinden en er is misschien zelfs continuïteit tot de huidige dag. Het wekte wrevel dat het kerkelijk verbod om geld uit te lenen tegen rente niet gold voor de joden, waardoor zij konden worden beschuldigd van ‘woekerpraktijken’. Maar het wantrouwen tegen de joden werd eerder gevoeld door hun afwijkende levensstijl’.

Von den Juden und Ihren Lügen (Over de Joden en hun leugens)
Von den Juden und Ihren Lügen (Over de Joden en hun leugens) – Maarten Luther
Bovendien hadden ze Pilatus gevraagd om Jezus tot de kruisdood te veroordelen. Van der Horst herinnert zich:

‘In 1955 nog leerde broeder Blasius ons, eersteklassertjes op de Sint Jozefschool, dat dit de oorzaak was van het noodlot dat de joden getroffen had en tot het einde der tijden zou blijven treffen.’

De Duitse kerkhervormer Maarten Luther, die in zijn strijd tegen de aflaat in de katholieke kerk een bul van paus Leo X negeerde en een groeiende stroom van volgelingen achter zich verzamelde, pakte in zijn nadagen ook de joden aan, ‘die hij nog bekeerbaar achtte’. In 1543 schreef hij een brochure, Over de joden en hun leugens, waarin hij de joden ervan beschuldigde in hun synagogen de spot te drijven met de christenen en hun leerstellingen; het document werd door het Hitler-regime dankbaar opgediept in de propaganda om de Endlösung dichterbij te brengen. Luther ging niet zo ver. Wel pleitte hij ervoor het de joden onmogelijk te maken handel te drijven en bankzaken te doen. Hun huizen moesten worden verwoest en de jonge mannen moesten tot dwangarbeid worden verplicht. Overigens namen de vorsten uit de tijd van Luther het pamflet voor kennisgeving aan; het werd in Straatsburg zelfs verboden.

Heksenhamer

Het boek Malleus Maleficarum, beter bekend als de Heksenhamer
Het boek Malleus Maleficarum, beter bekend als de Heksenhamer
Tussen 1450 en 1750 was een groot deel van Europa in de ban van mensen die door de duivel waren bezeten; je buurvrouw zou er zomaar eentje kunnen zijn. In verband daarmee werden tussen de 30.000 en 60.000 ‘heksen’ om het leven gebracht, vooral in Zuid-Europa. Nederland reageerde nuchterder op de heksenwaan, al werden als triest dieptepunt in 1595 in de Peel 23 vrouwen op de brandstapel terechtgesteld.

In 1486 verscheen, na een bul van paus Innocentius VII, het handboek voor heksenjagers, de Malleus Maleficarum, de Heksenhamer. Dankzij de drukpers kreeg het geschrift een wijde verspreiding.

Volgens Van der Horst is er een zekere samenhang met de enorme groei van de bijbelkennis bij leken, dankzij de Reformatie. De gelovigen lazen in de Bijbel over de activiteiten van de duivel op aarde.

‘Men kwam tot de overtuiging dat deze nog steeds aan het werk was en bondgenootschappen sloot met mensen. De auteur van de Heksenhamer, de dominicaner pater Hendrik Kramer, schreef over ontmoetingen tussen duivels en mensen op heksensabbat. Heksen, tovenaars en duivels hadden gemeenschap. In de vervolging speelt foltering een belangrijke rol.’

‘Feiten zijn heilig, commentaar is vrij’

Volgens ons volkslied hebben wij ‘de Koning van Hispanje altijd geëerd’. We danken dit nepnieuws aan Willem van Oranje, die nota bene zelf afscheid nam van koning Filips II met het Plakkaat van Verlatinghe, dat in 2018 door de televisiekijker nog werd uitgeroepen tot het Pronkstuk van Nederland. Het ‘eren’ van de Spaanse koning was pure fictie, legt Van der Horst uit:

‘In de zestiende eeuw ontleenden koningen hun soevereiniteit aan God. Daaraan kon niet getornd worden. De Opstand was niet gericht tegen de koning, maar tegen zijn slechte dienaren’.

‘Courante uyt Italien ende Duytschland’;  de oudste krant van Nederland (1632) Collectie KB
‘Courante uyt Italien ende Duytschland’; de oudste krant van Nederland (1632) Collectie KB
Aan het eind van de vijftiende eeuw begon de verspreiding van nieuws door drukkers met losse vellen en pamfletten over spectaculaire gebeurtenissen, die vaak ook nog werden geïllustreerd met houtsneden. Daarin werden politieke ontwikkelingen en de juist ontketende reformatie vol overtuiging(en) kracht bijgezet. ‘De nieuwsgierige lezer uit de zestiende eeuw stond voor dezelfde problemen als de internetsurfer een half millennium later’, constateert Van der Horst: ‘Wat is betrouwbaar? Waar gaat de betrouwbaarheid over in kwaadsprekerij? Wie liegt?’

Pas in 1605 kwam iemand op het idee nieuwsbrieven af te gaan drukken. Johann Carolus in Straatsburg begon zijn Relation aller Fürnemmen und gedenckwürdigen Historien, dat tot 1667 zou bestaan. De oudste Nederlandse krant, Courante uyt Italien, Duytslandt &c. volgde in 1618. Uitgever Broer Jansz was ook de uitvinder van de extra editie, in 1619 bij de executie van Johan van Oldenbarnevelt. De kranten deden niet aan politiek. Ze fungeerden als nieuwsbron.

Maar langzamerhand sijpelden andere belangen door. Van der Horst wijst erop dat in Engeland eerst een plaats voor de pers in het parlement werd afgedwongen en daarna lobbyisten hun werk gingen doen. In het laatste decennium van de achttiende eeuw begon een Britse krantenuitgever te beseffen dat je met omkoopbaarheid en subsidies van de regeringspartij geen zekerheid en continuïteit kocht. Hij begon een onafhankelijke en betrouwbare krant die sinds 1788 The Times heet.

Net op tijd: het volgend jaar brak de Franse revolutie uit.

‘Londen raakte overstroomd met nepnieuws. Aristocratische vluchtelingen vertelden oncontroleerbare gruwelverhalen. (…) Er liepen hardnekkige geruchten over samenzweringen in Engeland zelf en groepjes radicalen die de guillotine in werking wilden stellen’.

‘Feiten zijn heilig, commentaar is vrij’ was het motto waarmee The Times zijn objectiviteit beschermde en een buitengewoon winstgevende onderneming werd. Het voorbeeld vond navolging in de Verenigde Staten, waar de noodlijdende The New York Times (8000 abonnees) in 1896 de strijd tegen nepnieuws begon onder het motto All the news that is fit to print.

Misleiding als machtsmiddel

Bismarck als de IJzeren Kanselier, met een Pickelhaube op het hoofd (1880)
Bismarck als de IJzeren Kanselier, met een Pickelhaube op het hoofd (1880)
In Duitsland stond minister-president Otto von Bismarck in 1862 voor de ‘onmogelijke’ taak de lappendeken van Duitse staten en vorstendommetjes samen te voegen in één staat: Pruisen. Hij voerde drie oorlogen, tegen Denemarken, Oostenrijk-Hongarije en Frankrijk en slaagde er uiteindelijk in de Duitse staten te verenigen tot het Deutsches Reich. Tot vernedering van Frankrijk werden in 1871 niet alleen Elzas-Lotharingen (tegen de wil van de bevolking in) geannexeerd, maar bovendien werd koning Friedrich Wilhelm IV in de spiegelzaal van het paleis van Lodewijk XIV in Versailles uitgeroepen tot de Duitse keizer Wilhelm I.

Bismarck had de oorlog met Frankrijk persoonlijk veroorzaakt toen hij probeerde een familielid van koning Friedrich Wilhelm op de vacante Spaanse troon te krijgen. De Franse koning Napoleon III liet weten dat dat oorlog zou betekenen. Een telegram van een medewerker vanuit Ems, de Emser Depesche werd door Bismarck met strepen en schrappen onder handen genomen en vervolgens geopenbaard. De boodschap werd zo bedreigend gevonden dat hij kon dienen als aanleiding voor de Frans-Pruisische oorlog (1870-1871).

Bismarck wordt door Van der Horst de ‘nepnieuwskanselier’ genoemd. Hij was een meester in het manipuleren van de media en de publieke opinie. Hij aarzelde niet dissidenten tot zwijgen te brengen, maar hij hanteerde liever de honingpot. Op zijn initiatief ontstond de Provinzial-Correspondenz, een krant die nooit botte verdedigingen bevatte van de politiek van Bismarck, maar wel gemanipuleerde berichten waardoor bleek dat de houding van de kanselier de meest logische leek.

De Emscher Depesche was lang niet het enige vervalste document waarmee de publieke opinie werd gemanipuleerd. Van der Horst wijst op de valse Protocollen van de Wijzen van Zion (1903) waarin een geheim zionistisch complot werd onthuld dat later ook gretig door de nationaal-socialisten zou worden misbruikt. De Amerikaanse president John F. Kennedy creëerde het mislukte Varkensbaai-incident (1959) dat tot doel had de Cubaanse leider Fidel Castro ten val te laten brengen door Cubaanse ballingen. Zijn opvolger Lyndon B. Johnson zorgde er met het Tonkin-incident (1964) voor dat de aanvallen op Noord-Vietnam zonder toestemming van het Congres konden worden uitgebreid. Om er maar een paar te noemen.

De voorbeelden van manipulatie kunnen moeiteloos worden uitgebreid met tal van voorbeelden van de Duits-Duitse betrekkingen nadat Rusland het IJzeren Gordijn trok door Europa en Duitsland werd verdeeld in een ‘kapitalistische’ en een ‘communistische’ staat, inclusief blokkade van Berlijn (1946-1949) en de Muur (1962-1989). En het Oekraïne-referendum.

Massavernietigingswapens

Operatie tijdens de Vietnamoorlog - cc
Operatie tijdens de Vietnamoorlog – cc
Tussen 1946 en 1973 waren eerst de Fransen en later de Amerikanen verwikkeld in de Vietnamoorlog, die zou eindigen met 58.000 Amerikaanse doden. Opvallend in de strijd was de rol van de pers, die een vooraanstaande rol speelde in het verspreiden van (des)informatie van de Amerikaanse overheid en de groeiende protesten, maar vooral ook de gruwelen dagelijks in beeld bracht; het was de eerste ‘TV-oorlog’.

De fout met ‘vrije toegang’ voor de media in oorlogsgebieden zouden de generaals niet meer maken, constateert Van der Horst. Voortaan konden ze embedded mee, als gast van een strijdgroep en daarmee als verlengstuk van de overheidsvoorlichting.

De eenentwintigste eeuw begon in betrekkelijke rust. Tien jaar eerder was de Sovjet-Unie uiteen gevallen; Rusland en de voormalige Sovjetstaten waren nog bezig zichzelf opnieuw uit te vinden. Volgens de filosoof Francis Fukuyama was ’het einde van de geschiedenis’ bereikt. Tot de aanslagen van 11 september 2001. De mondiale onrust die daarop volgde is nog steeds niet tot bedaren gekomen.

Volgens de Amerikaanse president George W. Bush was de president van Irak, Saddam Hoessein, de grote boosdoener. ‘Regeringen maakten van nepberichten gebruik om oorlog te ontketenen’, constateert Van der Horst.

‘De War on Terror begon in 2001 tegen Afghanistan, om daar Al Qaida aan te pakken dat huisvesting zou bieden aan Bin Laden; de initiator van de aanslagen op het World Trade Center in New York. In 2003 leidden de Verenigde Staten een aanval op Irak, die zij samen met Arabische en Europese bondgenoten uitvoerden’. (…) Reden: Saddam Hoessein, de onberekenbare dictator van Irak, beschikte over massavernietigingswapens (lees atoombommen)’.

Hier ontbreekt een verwijzing naar de glansrol die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, met attributen en lichtbeelden, speelde voor het forum van de Verenigde Naties. Een aanslag was ‘een kwestie van tijd’. Het bleek pure propaganda.


Colin Powell waarschuwt in de VN voor de massavernietigingswapens van Saddam Hoessein en start daarmee de Amerikaanse oorlog tegen Irak.

De volgens Saddam ‘moeder van alle oorlogen’ eindigde na veel ellende in maart 2003 met een aanval op het presidentiële paleis door geallieerde vliegtuigen. Saddam verdween van de aardbodem, werd later opgespoord en op vernederende wijze geëxecuteerd. De Iraakse minister van informatie Mohammed al-Sahaf, ‘Baghdad Bob’, zou voor een komische afsluiting zorgen. Op zijn persconferenties kondigde hij aan dat de geallieerde troepen hun graf zouden vinden en wegzinken in een moeras, terwijl hun tanks al door de Iraakse hoofdstad reden.

Nepnieuws moet lezer verzwakken

Iedere ‘zuil’ interpreteerde de geschiedenis op zijn eigen manier. Volgens de priester werd de katholieke koning Filips II door de protestant Willem van Oranje vermoord. (Illustratie Albert Hahn)
Iedere ‘zuil’ interpreteerde de geschiedenis op zijn eigen manier. Volgens de priester werd de katholieke koning Filips II door de protestant Willem van Oranje vermoord. (Illustratie Albert Hahn)
Nepnieuws is nooit bedoeld om je te versterken, maar altijd om je te verzwakken, constateert Van der Horst. Besef dat de nepnieuwsfabrikant je ego streelt: je had het altijd al gedacht. Als in publieke uitingen voor maatschappelijke problemen slechts schuldigen worden aangewezen zonder dat er oplossingen worden gesuggereerd is er reden voor argwaan. Je wordt gegarandeerd bedrogen en om de tuin geleid als de vijand of de zondebok een amorfe groep is of een leer.

Als voorbeeld voor de eenzijdige berichtgeving tijdens de verzuiling citeert Van der Horst de katholieke Nieuwe Tilburgse Courant in 1917 over het liberalisme, dat kennelijk tot taak had….

“… de priesters te verdelgen en hen den arbeiders ter verdelging overgeven. De liberalen hebben de godsdienst uit de scholen verjaagd, met domme woede, tegen de wensen van het land in. Op de deuren der werkplaatsen hebben zij geschreven: Hier geen godsdienst, hier geen God.”

Hetzelfde geldt volgens hem voor de bestrijding van ‘het jodendom’, ‘de islam’, ‘de moslims’, ‘het kapitalisme’, ‘het neoliberalisme’; zelfs voor ‘het populisme’. Soms blijken de meest bizarre berichten toch waar.

‘Toen bericht werd dat de Islamitische Staat was overgegaan tot wederinvoering van de slavernij wilde ik dat niet geloven. Tot het Kalifaat dat zelf motiveerde met de stelling dat het verdwijnen van de slavernij als gevolg van de Kruistochten als een teken van verval moest worden opgevat’.

Hysterie

Hoax, ontmaskerd door Peter Burger: ‘Migranten die zich in Frankrijk misdragen’ protesteerden tien jaar eerder in Zuid-Afrika tegen een tolweg.
Hoax, ontmaskerd door Peter Burger: ‘Migranten die zich in Frankrijk misdragen’ protesteerden tien jaar eerder in Zuid-Afrika tegen een tolweg.
Er is niets nieuws onder de zon, constateert Van der Horst.

‘In de middeleeuwen zijn de mechanismen die heden ten dage worden ingezet al aanwezig: de verdraaiing, de gruwelpropaganda, het opzwepen van de menigte tot collectieve verontwaardiging, de verre vijand die het kwaad vertegenwoordigt, de moderne equivalent voor de antichrist met hun ronselpraktijken en hun radicaliseringsmethoden. Ook in onze seculiere tijd blijkt de wereld in de ogen van velen betoverd, opgezweept als zij zijn door nepnieuws over de omsingeling waarin het kwaad hun aangeharkte lichte wereld lijkt te houden.’

Om waarheid en fictie gescheiden te houden verdient het aanbeveling Peter Burger te volgen. Hij doceert wetenschapsjournalistiek in Leiden en onderzoekt ‘journalistiek, broodjes aap en andere folklore’. Hij doet van zijn zoektocht naar hoaxes verslag op twitter, vaak met de vriendelijke aansporing: ’Ik zou het rechtzetten’.

~ André Horlings

Boek: Nepnieuws – Een wereld van desinformatie (Han van der Horst)
Ook interessant: Hocus pocus, pilatus, pas? Hoax!

Bestel dit boek bij:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: