De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)

Oorzaken, verloop en gevolgen
100 minuten leestijd
Amerikaanse B-17 bommenwerper boven Europa - Header voor het complete dossier Tweede Wereldoorlog.
De Tweede Wereldoorlog was een strijd op ongekende schaal, gevoerd te land, ter zee en — zoals hierboven te zien — in de lucht. In dit dossier blikken we terug op alle facetten van het wereldwijde conflict tussen 1939 en 1945.
De Tweede Wereldoorlog (1939-1945) was het grootste en meest verwoestende conflict uit de wereldgeschiedenis. In dit uitgebreide overzicht schetst WOII-kenner Wesley Dankers de belangrijkste politieke, militaire en ideologische ontwikkelingen die leidden tot het uitbreken, verloop en de nasleep van de oorlog. Het artikel plaatst de gebeurtenissen in hun internationale context en belicht de strijd in zowel Europa als Azië.

Dit hoofdartikel focust op de mondiale militaire en geopolitieke geschiedenis. Voor specifieke thema’s raden wij de volgende uitgebreide dossiers aan. Een overzicht van alle artikelen over dit onderwerp is te vinden in de categorie Tweede Wereldoorlog.

Inleiding

Zonder Eerste Wereldoorlog geen Tweede. Dat lijkt een open deur, maar het is van belang om te beseffen dat veel oorzaken van dit grootschalige conflict, dat duurde van 1939 tot 1945, hun grondslag vinden in deze “oercatastrofe van de twintigste eeuw”.1 De Eerste Wereldoorlog liet in de woorden van de historicus Ian Kershaw een erfenis na in de vorm van etnische tegenstellingen, grensconflicten en klassenstrijd, gecombineerd met een ernstige en langdurige crisis van het kapitalisme.2

Verspreid door Europa, onder meer in Rusland (1917), braken bloedige revoluties uit. Nieuw ontstane landen, zoals Polen en Joegoslavië, probeerden zich een positie te verwerven in een vanuit geopolitiek opzicht totaal veranderde wereld. Onderwijl likten de verliezers van de oorlog – Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk – hun wonden en werden zij gekweld door gekrenkte trots. Het Verdrag van Versailles van 1919, dat Duitsland aanwees als schuldige aan de oorlog en het land enorme herstelbetalingen oplegde, zorgde voor veel rancune onder de Duitse bevolking. Op grond van dit verdrag en ook met andere landen overeengekomen verdragen, vonden diverse territoriale herschikkingen plaats. Hierbij werd echter niet zozeer gekeken naar de wensen van de aanwezige bevolking zelf, maar puur naar het belonen van overwinnaars en het bestraffen van verliezers.

Biljet van honderd biljoen mark, uitgegeven tijdens de hyperinflatie in Duitsland in de jaren twintig
Biljet van honderd biljoen mark, uitgegeven tijdens de hyperinflatie in Duitsland in de jaren twintig

Opkomst van gewelddadige regimes

In dit turbulente klimaat wankelde de democratie in vele landen. Zij bezweek als eerste in Italië, waar in 1922 een extreemrechts fascistisch regime onder leiding van de journalist (en voormalige socialist) Benito Mussolini aan de macht kwam.

In Duitsland ging het vanaf 1924, na het beteugelen van de hyperinflatie, beter dan in de eerste naoorlogse jaren, maar het land werd hard getroffen door de beurskrach van 1929 en de daaropvolgende Grote Depressie. De Weimarrepubliek, zoals Duitsland tussen 1918 en 1933 bekend stond, was sterk afhankelijk van Amerikaanse geldleningen en die stroom droogde op. Dit en het vasthouden aan de gouden standaard, zorgde begin jaren dertig voor het sterk oplopen van de werkloosheid.

Adolf Hitler in 1923
Adolf Hitler in 1923
Deze economische misère bood een rijke voedingsbodem voor extremistische partijen, die simpele en snelle oplossingen beloofden. Een daarvan was de in 1920 opgerichte NSDAP, die werd geleid door de geboren Oostenrijker Adolf Hitler. De eerste jaren bleef deze extreemrechtse partij in de marge opereren, uitgezonderd een mislukte couppoging in november 1923. Na het uitbreken van de economische crisis in 1929 won zij echter aan aanhang, vooral op het platteland en bij de middenklasse in de steden. Bij de verkiezingen in september 1930 ging de partij van 2,5 naar 18,3% van de stemmen en werd daarmee de op een na grootste. Deze uitslag wordt gezien als het begin van het einde van de democratie in Duitsland.

Het politieke establishment in de Weimarrepubliek zocht begin jaren dertig wanhopig naar een parlementaire meerderheid die in zou stemmen met grootschalige bezuinigingen. Deze werd als gevolg van de grote politieke verdeeldheid echter niet gevonden. Achter elkaar traden er tussen 1918 en 1933 diverse kabinetten aan die het geen van allen lang volhielden. Ten slotte regeerde de Rijkspresident voornamelijk per decreet. Vanaf 1930 groeide de aanhang van de NSDAP extreem. Veel kiezers verloren het vertrouwen in een democratisch systeem. Zij zagen meer in een door de nationaalsocialisten nagestreefde Volksgemeinschaft, een verenigd volk aangevoerd door een overheid die de ‘volkswil’ uitvoert.

Fotos die Heinrich Hoffmann in 1930 maakte van Adolf Hitler - cc
Fotos die Heinrich Hoffmann in 1930 maakte van Adolf Hitler – cc

De rechts-conservatieve fractie in Duitsland, onder aanvoering van Rijkspresident Paul von Hindenburg en de reactionaire katholieke politicus Franz von Papen, dachten Hitler te kunnen gebruiken om hun belangen te behartigen. Daarom boden ze hem, na de door de NSDAP gewonnen landelijke verkiezingen van november 1932, een regeringspost aan. De NSDAP-partijleider wilde echter alleen tot een regering toetreden als hij Rijkskanselier werd. In eerste instantie werd hem dat geweigerd. Later gingen Hindenburg en Papen toch overstag, in de overtuiging dat ze de Oostenrijker konden bespelen en zo nodig lozen. Zij onderschatten Hitler echter. “Hij wist precies wat hij wilde, terwijl zij dat niet wisten”, aldus historicus Antony Beevor.3 Op 30 januari 1933 kreeg hij de gewenste post.

Ondertekening van de Machtigingswet
Ondertekening van de Machtigingswet
Na de Rijksdagbrand nog geen maand later wist Hitler op gewiekste wijze president Von Hindenburg te overreden middels een aantal decreten de burgerrechten in te perken. De oppositie werd monddood gemaakt. Onder aanvoering van de SA en de SS (de knokploegen van de nazipartij) werd een klimaat van politieke instabiliteit gecreëerd. Alleen door middel van een Machtigingswet, die het parlement buitenspel zette, zou de rust volgens Hitler terugkeren. Na veel druk gingen de andere fracties – met uitzondering van de sociaaldemocraten (die tegen stemden) en de communisten (die gearresteerd, gevlucht of ondergedoken waren) – hiermee op 23 maart 1933 akkoord. Alle macht kwam daardoor bij de regering te liggen. Deze bevoegdheden gebruikte het regime voor grootschalige intimidatie en gevangennemingen van (daadwerkelijke en vermeende) politieke tegenstanders. Daartoe werden de eerste concentratiekampen geopend, onder meer in Dachau. Binnen zes maanden werd een dictatuur gevestigd, waarin geen ruimte meer was voor tegenspraak. Vanaf 14 juli 1933 was de NSDAP nog de enige toegestane partij in Duitsland.4

Japan trekt ten oorlog

Ook in het Japanse keizerrijk sloeg de economische crisis van de jaren dertig hard toe. Het leidde tot een opleving van het militarisme en nationalisme. Het leger won aan invloed. In 1931 bezetten soldaten, zonder daartoe de opdracht te hebben gekregen van de regering in Tokio, de Chinese provincie Mantsjoerije. Een door het leger gefingeerde aanslag op een Japanse spoorlijn nabij Mukden (tegenwoordig Shenyang) vormde hiervoor het voorwendsel. De Volkerenbond (de in 1919 opgerichte voorloper van de VN) kwam na een onderzoek van iets minder dan een jaar wel met een veroordeling van deze actie, maar dat kwam te laat om iets aan de situatie te veranderen. Bovendien beschikte de organisatie niet over militaire middelen om haar eis kracht bij te zetten. Daarentegen zorgde de internationale berisping wel voor een isolering van het Aziatische land.

Na de moord op de Japanse premier Inukai tijdens een mislukte staatsgreep in mei 1932, die was ondernomen door jonge militairen, boette de politiek nog meer aan macht in. Vanaf 1938 weigerde de generale staf nog langer verantwoordelijkheid af te leggen aan de burgerregering. Hij werd hiermee een staat in een staat. Net als Hitler in Duitsland was de militaire factie ervan overtuigd dat de Japanners meer levensruimte nodig hadden voor de groeiende bevolking op de thuiseilanden. Ook zochten politici en generaals naarstig naar afzetmarkten voor Japanse producten. De westerse machten sloten echter hun koloniale markten. Dit zorgde er ook voor dat Japan moeilijker aan grondstoffen, zoals olie, kon komen. Daarom werd besloten China binnen te vallen waar steenkool en ijzer verkregen konden worden.

Straatgevechten bij Taierzhuang tijdens de Tweede Chinees-Japanse Oorlog, 1938
Straatgevechten bij Taierzhuang tijdens de Tweede Chinees-Japanse Oorlog, 1938

Na het uitbreken van de Tweede Chinees-Japanse oorlog in juli 1937 (de Eerste duurde van 1894 tot 1895) verslechterde de economische positie van Japan nog verder. Aanvankelijk verliep de strijd gunstig en boekten de Japanners grote overwinningen in China. Het keizerlijke leger, dat kleiner, maar veel beter uitgerust en getraind was dan het Chinese (zowel de nationalistische als communistische strijdkrachten), veroverde onder meer een groot gebied aan de kust met daarin de steden Beijing en Shanghai. De strijd om de havenstad Shanghai was de bloedigste veldslag sinds de Slag om Verdun in 1916.5 De Japanse rancune over deze zware strijd tegen de door hen geminachte Chinezen leidde tot het bloedbad van Nanjing.

Na de verovering van de hoofdstad van de Chinese nationalisten werden van 13 december 1937 tot maart 1938 minimaal 60.000 Chinese burgers (en mogelijk zelfs het vijfvoudige) vermoord. Het behoort volgens de historicus Gary Bass tot een van de ernstigste gruwelen van de Tweede Wereldoorlog.6 Uiteindelijk bezetten de Japanners bijna de helft van het land, maar wisten zij de Chinese legers niet volledig op de knieën te dwingen. De aanhoudende gevechten vergden bovendien veel manschappen en middelen.

Hitler gaat in tegen Versailles

Hitler was in Duitsland in 1933 begonnen met een grondige herbewapening, die overigens al voor zijn machtsperiode in minder snelle vaart was gestart. De opdrachten voor de wapenindustrie deden de economie in nazi-Duitsland groeien. De dictator had er nooit twijfel over laten bestaan wat zijn doelen waren: teniet doen van het Verdrag van Versailles, Duitse herbewapening en expansie van het grondgebied. Hij wilde heel Midden-Europa en het hele gebied van Rusland tot aan de Wolga inlijven bij de Duitse Lebensraum om het zelfvoorzienend vermogen en de status als grootmacht veilig te stellen.7

Hitler en Goebbels met rijkswehrminister von Blomberg tijdens de Volkstrauertag in 1934
Hitler en Goebbels met rijkswehrminister von Blomberg tijdens de Volkstrauertag in 1934 (Bundesarchiv, Bild 102-00765 / CC-BY-SA 3.0)
In maart 1935 voerde Hitler de dienstplicht in en maakte hij bekend dat Duitsland een luchtmacht had. Hiermee ging hij in tegen het Verdrag van Versailles, maar dit leidde niet tot internationale sancties.

Een jaar later bezetten Duitse troepen het Rijnland, waarmee het regime ronduit inging tegen eerder gemaakte afspraken. Dit was een grote gok. Er werd gehandeld in strijd met internationale verdragen. Als Frankrijk ook maar aanstalten had gemaakt om militair in te grijpen, moest Hitler zijn soldaten terugtrekken, want tot een grote militaire inspanning was het leger op dat moment niet in staat. De Franse regering deed dat echter niet omdat het opzag tegen de kosten van een mobilisatie en er geen steun was van de publieke opinie.

Dit jaar (1936) kwam Hitler (volgens een van zijn biografen) voor een keuze te staan.8 Door de grote uitgaven die werden gedaan aan de herbewapening, dreigde een economische crisis. Er waren twee mogelijkheden: of de herbewapening werd afgeschaald, of het beleid werd voortgezet. Dat laatste was echter alleen haalbaar als het land zelfvoorzienend kon worden. Dat was niet mogelijk zonder de (gewelddadige) verwerving van nieuw grondgebied. Hitler koos voor deze agressieve oplossing, waarmee het aftellen naar een nieuwe oorlog was begonnen. Zijn uitgaven aan bewapening zouden de Duitse economie in 1939 in een hachelijke situatie brengen.9 De economische basis van Duitsland was te smal voor een langdurige oorlog. Dat wist de Duitse leider ook.10 Met snelle, korte oorlogen wilde hij langdurige uitputtingsslagen zoals in de Eerste Wereldoorlog omzeilen.

Op 5 november 1937 hield Hitler een bespreking met zijn opperbevelhebbers waarin hij concrete plannen voor een oorlog uit de doeken deed. Dit zou volgens hem snel moeten gebeuren, omdat Duitsland anders zijn voorsprong in de wapenwedloop zou kwijtraken.

Akkoord van München

Groot-Brittannië en Frankrijk waren beducht voor het gevaar van Hitler, maar wilden een nieuwe oorlog vermijden. Middels een politiek van appeasement (verzoening) probeerden zij de Duitse dictator gunstig te stemmen. De Britse en Franse regeringen zagen op tegen de kosten die een grootschalige herbewapening met zich meebracht. Zij protesteerden dan ook slechts zwakjes toen nazi-Duitsland in maart 1938 buurland Oostenrijk annexeerde, de zogenaamde Anschluss. Overigens zonder een schot te lossen.

Dit beleid bereikte zijn hoogtepunt met het Akkoord van München op 30 september 1938. Groot-Brittannië en Frankrijk stemden in met de Duitse inlijving van het Sudetenland, het deel van Tsjecho-Slowakije waar een Duitssprekende minderheid leefde. Een democratisch land en bondgenoot van Frankrijk werd doelbewust opgeofferd in de hoop dat daarmee Hitlers honger naar land was gestild. Dat bleek echter niet het geval.

Verdrag van München - Chamberlain, Daladier, Hitler, Mussolini en graaf Ciano
Conferentie van München – Chamberlain, Daladier, Hitler, Mussolini en graaf Ciano (Bundesarchiv, Bild 183-R69173 / CC-BY-SA 3.0)

Een aantal maanden later werd het resterende gedeelte van Tsjechië door Duitsland bezet. Slowakije werd onder Duitse druk omgevormd tot een fascistische satellietstaat. Het Akkoord van München werd aanvankelijk gepresenteerd als een overwinning. “Peace for our time”, zoals de Britse premier Neville Chamberlain het omschreef.11 Dit positieve sentiment bekoelde echter al snel toen men besefte hoe ver men door de knieën was gegaan en wat het woord van Hitler waard bleek.

Ook nu nog woedt onder historici discussie over (de beoordeling van) deze episode in de geschiedenis. De Britten en Fransen, met Chamberlain voorop, stelden dat zij in 1938 nog niet klaar waren voor een oorlog en in München tijd hadden gekocht voor de herbewapening. Feit is echter dat Duitsland in 1938 ook nog niet over de middelen beschikte voor een langdurig gewapend conflict. Daar hadden de hoge Duitse militairen hun Führer ook voor gewaarschuwd.12 De grondstofreserves, met name staal, waren zeer beperkt. De geallieerden konden als het erop aankwam meer manschappen in het veld brengen dan Hitler. Er werd weliswaar tijd gewonnen voor de herbewapening, maar dat gold des te meer, of misschien wel het meest voor Duitsland. Dat zijn arsenaal kon uitbreiden met genoeg buitgemaakt Tsjechisch materieel om twintig extra divisies te bewapenen.13 De militaire machtsbalans was in 1939 verschoven in het voordeel van Hitlers Derde Rijk.

Neville Chamberlain geeft zijn 'Peace for our time-speech' op het vliegveld in Londen
Neville Chamberlain geeft zijn ‘Peace for our time-speech’ op het vliegveld in Londen.

Aftellen naar oorlog

Na de Duitse inname van heel Tsjechië kwam er dan toch een einde aan de appeasement-politiek. De Britten en Fransen gaven op 31 maart 1939 een militaire garantie aan het volgende slachtoffer op Hitlers verlanglijstje: Polen. Deze toezegging was echter weinig waard. Beide landen konden immers niet direct troepen leveren aan Polen dat niet hun buurland was. Alleen met behulp van de Sovjet-Unie, die grensde aan Polen, had dit gekund. In 1936 hadden Frankrijk en de communistische staat reeds een veiligheidspact gesloten. Door onderling wantrouwen lukte het Groot-Brittannië, Frankrijk en de Sovjet-Unie echter niet om in 1939 ter bescherming van Polen gezamenlijk op te treden tegen Duitsland. Sovjetleider Jozef Stalin was op de conferentie in München zelfs niet uitgenodigd geweest, wat hem zeer griefde.

Ondertekening van het Molotov-Ribbentroppact
Ondertekening van het Molotov-Ribbentroppact
Groot-Brittannië was de onderhandelingen met de communisten, die in het voorjaar en de zomer van 1939 in Moskou plaatsvonden, met tegenzin aangegaan. Het establishment in Londen had van oudsher niet veel op met de communisten. De Sovjet-Unie eiste een vrije doortocht van haar troepen door Polen en Roemenië, voordat zij wilde ingrijpen. De Polen zagen dat, gelet op de bloedige oorlogen die in het verleden met Rusland waren gevoerd, niet zitten. Het mislukken van deze onderhandelingen tussen de Britten, Fransen en Sovjets leidde er mede toe dat Duitsland en de Sovjet-Unie diezelfde zomer wel tot een vergelijk kwamen.14

Hitler had er, in tegenstelling tot de Britten, geen moeite mee om gebied van andere landen aan Stalin toe te zeggen. Na de totstandkoming van een niet-aanvalsverdrag, het Molotov-Ribbentroppact van 23 augustus 1939, waarin de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland (middels geheime protocollen) Oost-Europa onderling verdeelden, hadden beide dictators hun handen vrij voor het uitvoeren van hun expansionistische plannen.15 Hiermee was onder andere het lot van Polen bezegeld.

Poolse veldtocht

Duitsland (ook de Weimarrepubliek) had de oostgrens met Polen, die na de Eerste Wereldoorlog was vastgesteld en Oost-Pruisen van het Duitse grondgebied afsneed, nooit officieel geaccepteerd. Polen had lang de hoop gekoesterd hierover een compromis te bereiken met het buurland. Toen in 1939 de taal van Hitler steeds dreigender werd, vervloog die echter. Duitsland onderhandelde nog wel met de Polen en de Britten, maar dat was puur voor de vorm.

Wieluń bombardement
Verwoest centrum van Wieluń na een van de eerste Duitse bombardementen van de Tweede Wereldoorlog, 1 september 1939
Op 1 september 1939 overschreden de Duitse troepen op meerdere plaatsen de Poolse grens en namen 55 divisies van de Wehrmacht het op tegen 39 Poolse. Polen werd zowel vanuit het westen als het noorden (vanuit Oost-Pruisen) aangevallen. Het startschot vormde waarschijnlijk het Luftwaffe-bombardement op de nabij de grens gelegen Poolse stad Wieluń, en niet, zoals vaak wordt geschreven, de aanval op het schiereiland Westerplatte.16 Conform hun toezeggingen verklaarden Groot-Brittannië en Frankrijk op 3 september 1939 de oorlog aan Duitsland. Eerder had de Franse opperbevelhebber beloofd dat bij een Duitse aanval op Polen, de Fransen een groot offensief in het westen zouden starten. Deze ‘belofte’ werd echter niet waargemaakt. Volgens historicus Max Hastings waren de “garanties bedoeld om Hitler af te schrikken, niet om Polen militair bij te staan”.17

Een Franse aanval bleef dus uit, op enkele grensschermutselingen in het Saarland na. Terwijl de Fransen op dat moment zeker kansrijk waren geweest. Er waren namelijk maar weinig Wehrmacht-eenheden aan het Westfront gestationeerd.

Al gauw bleek dat de Poolse strijdkrachten niet opgewassen waren tegen de Duitse. Deze hadden de beschikking over twee keer zoveel vliegtuigen en vijf keer zoveel tanks. Veel Pools materiaal was ook nog eens verouderd. Het is overigens niet zo dat Poolse cavaleristen het massaal met lansen en sabels opnamen tegen Duitse tanks, zoals soms wordt beweerd.18 Het Poolse leger was beter en moderner uitgerust dan bijvoorbeeld het Nederlandse. Het had echter geen weerwoord op de Duitse Blitzkrieg. Dat was een manier van oorlog voeren waarbij geconcentreerde, onafhankelijk opererende pantsereenheden snel oprukten om de vijandelijke formaties in de flank aan te vallen en indien mogelijk te omsingelen. Daarbij werden zij vanuit de lucht nauw ondersteund door jagers en bommenwerpers. De bekende Duitse pantsergeneraal Heinz Guderian merkte hierover op: “Je slaat iemand met gebalde vuist en niet met gespreide vingers”.19

Door de zware Duitse (lucht)aanvallen stortte het Poolse bevoorradings- en verbindingssysteem binnen enkele weken in. Om meerdere plaatsen werd hard gevochten, maar de Duitsers konden niet worden gestopt. Hoofdstad Warschau werd omsingeld, tot puin gebombardeerd en viel uiteindelijk op 28 september 1939.

poolse veldtocht
Poolse soldaten van een luchtafweereenheid tijdens het Duitse beleg van Warschau, foto – onbekende fotograaf, september 1939

Deel van het eerder overeengekomen Molotov-Ribbentroppact was dat de Sovjets Polen vanuit het oosten zouden aanvallen. Stalin wachtte hiermee totdat een opgelaaid grensconflict met Japan in Mongolië gewapenderhand in het voordeel van de Sovjets was beslecht. Nadat daar een wapenstilstand overeengekomen was, viel het Rode Leger op 17 september 1939 Polen in de rug aan, waarmee het lot van de natie was bezegeld. Op 5 oktober 1939 luwden de laatste gevechten.

Het Poolse grondgebied werd, zoals al vaker in de geschiedenis was gebeurd, verdeeld: Duitsland kreeg het westen, de Sovjet-Unie annexeerde het oosten. De Sovjets deporteerden uit het door hen veroverde Poolse gebied honderdduizenden tot mogelijk zelfs een miljoen mensen. Slechts weinigen keerden terug uit de strafkampen of goelags in Siberië. Zo werden 30.000 Poolse intellectuelen (vooral officieren) geëxecuteerd.20 Het bloedbad van Katyn, waarbij meer dan 4.000 Poolse officieren werden vermoord, is het bekendste, maar er vonden meer van zulke massaslachtingen plaats.

De Duitse bezetting was niet minder dodelijk. Hitler wilde het Poolse volk tot slavernij brengen. Dat was volgens hem alleen mogelijk als de bovenlaag van de bevolking werd uitgeroeid. Ruim 60.000 ambtenaren, officieren en industriëlen werden in 1939 doodgeschoten door zogenoemde Einsatzgruppen.21

Winteroorlog tussen Finland en de Sovjet-Unie

Als uitvloeisel van het Molotov-Ribbentroppact annexeerde de Sovjet-Unie behalve Polen ook andere landen, of deed pogingen daartoe. De Baltische Staten werden in de zomer van 1940 onder dwang ingelijfd en de bevolking onderging hetzelfde lot als die in Oost-Polen (grootschalige deportaties naar Siberië). De Finnen, die eveneens werden geconfronteerd met Sovjet-eisen betreffende grenscorrecties en het dulden van militaire aanwezigheid op hun grondgebied, gaven zich echter niet zomaar gewonnen toen het Rode Leger op 30 november 1939 binnenviel. De Finse militairen hadden kennis van de winterse omstandigheden en hoe zij die in hun voordeel konden gebruiken. In een maanden durend conflict wisten zij dapper stand te houden tegen het slecht geleide en onbeholpen Rode Leger, en het zware verliezen (volgens schattingen 250.000 doden) toe te brengen.

De Finnen verplaatsten zich onder meer met ski's en rendieren door de sneeuw
De Finnen verplaatsten zich onder meer met ski’s en rendieren door de sneeuw
De Sovjets hadden lang geen antwoord op de Finse hit-and-run-tactieken, hun behendigheid op ski’s en hun nieuwe wapen, de molotovcocktail. Frankrijk en Groot-Brittannië hadden serieuze plannen om troepen naar het Scandinavische land te sturen, om de Finnen te helpen. Die zagen echter af van deze hulp. Mede omdat de Noren en Zweden weigerden mee te werken aan de doortocht van de Brits-Franse troepen die waarschijnlijk toch te klein in getal waren geweest om het verschil te maken.

Op lange termijn was het Finse leger niet bestand tegen de Sovjet-overmacht. De Winteroorlog (november 1939 tot maart 1940) eindigde ermee dat Finland behoorlijke grensconcessies moest doen aan de Sovjet-Unie, maar het land behield wel zijn onafhankelijkheid.

Hitler valt aan in het noorden

De Fins-Russische Winteroorlog had ook nog andere gevolgen. Door de beroerde prestaties in Finland verloor Hitler al zijn ontzag voor het Rode Leger. Ook besloot hij dat voor hij in het westen aanviel, transport van het voor de oorlogsindustrie essentiële ijzer- en nikkelerts vanuit Zweden moest worden veilig gesteld. Anders zouden de Britten en Fransen dit vervoer weleens kunnen hinderen of afsnijden. Op 9 april 1940 bezette de Wehrmacht daarom Denemarken en opende het middels landingen vanuit zee en de lucht de aanval op Noorwegen. Dit land bleek een moeilijke prooi. Het Noorse leger hield ruim twee maanden stand en de toegesnelde Britse Royal Navy joeg tijdens meerdere confrontaties tientallen Kriegsmarine-schepen naar de kelder.

Hoewel zij op het vasteland van Noorwegen ook te maken kregen met een geallieerde strijdmacht van 38.000 Britten, Fransen en Polen, wisten de Duitsers het verzet toch te breken.22 Daarbij profiteerden zij van een luchtoverwicht, warrige strategie en slechte leiding aan Brits-Franse zijde. De beroerde prestaties van de geallieerde legers in de Noorse campagne kostten de Britse premier Chamberlain de kop. Hij werd op 10 mei 1940 opgevolgd door Winston Churchill.

Het westelijk front komt in beweging

Van september 1939 tot mei 1940 waren er aan het westfront geen noemenswaardige militaire acties geweest. Deze periode werd spottend aangeduid als de ‘phoney war’ of ‘Sitzkrieg’. “De Fransen weigerden Hitler rechtstreeks militair uit te dagen”, aldus Hastings.23 Zij waanden zich veilig achter hun magistrale Maginotlinie. Het geallieerde idee was dat bij een eventuele Duitse aanval Brits-Franse troepen de Duitsers zouden tegenhouden op Belgisch grondgebied. Dat pakte echter anders uit.

We’re going to hang out the washing

Tijdens de Phoney War was de stemming onder de Britse troepen aanvankelijk goed, getuige het soldatenlied wat toen populair was.

“We’re going to hang out the washing on the Siegfried Line.
Have you any dirty washing, mother dear?
We’re gonna hang out the washing on the Siegfried Line
‘Cause the washing day is here.
Whether the weather may be wet or fine
We’ll just rub along without a care.
We’re going to hang out the washing on the Siegfried Line
If the Siegfried Line’s still there.
Mother dear I’m writing you from somewhere in France,
Hoping to find you well,
Sergeant says I’m doing fine, a soldier and a pal
Here’s a song that we don’t sing, this’ll make you laugh.
24

Op 10 mei werden de Lage Landen en Frankrijk over de grond en voor het eerst in de geschiedenis vanuit de lucht binnengevallen. De Duitse aanval bestond uit drie onderdelen. Heeresgruppe (legergroep) B richtte zich op Nederland en België. Terwijl Heeresgruppe C (afleidings)aanvallen uitvoerde op de Maginotlinie, om de Franse troepen daar vast te pinnen. Heeresgruppe A, die was uitgerust met de meeste pantsertroepen, voerde de belangrijkste manoeuvre uit, bedacht door generaal Erich von Manstein. Dit betrof een snelle opmars door de Ardennen, via Noord-Frankrijk naar de kust.

Het offensief was een groot succes. Qua manschappen en materieel waren de Fransen gelijk, in bepaalde opzichten zelfs in het voordeel ten opzichte van hun overweldigers. De Duitsers waren echter superieur qua strategie en tactiek. Alle Britse en veel Franse militairen trokken zich terug naar België, om daar de verwachte Duitse hoofdaanval te stoppen. Hierdoor werden hun achterhoede en flanken echter kwetsbaar.

Er was door de geallieerden geen rekening gehouden met een aanval door de ondoordringbaar geachte Ardennen, hoewel inlichtingendiensten er wel voor hadden gewaarschuwd. Daarom waren daar ook weinig geallieerde troepen gestationeerd. zonder al te veel problemen doorkruisten 1.000 Duitse tanks en 134.000 infanteristen van Heeresgruppe A het gebied. Op 13 mei staken zij de Maas over en braken door de Franse linies bij Sedan. Door het verkeerd (blijven) inschatten van de Duitse bedoelingen en het ontbreken van een Franse reserve-strijdmacht, lukte het niet om de Duitse doorstoot te stoppen. Vijf dagen later bereikten de Duitse eenheden de Kanaalkust bij Abbeville. Het geallieerde leger werd in tweeën gespleten en zijn beste (pantser)troepen zaten ingesloten in Noord-Frankrijk.

De toespraak tot het Lagerhuis op 13 mei 1940 waarin Churchill de vorming van zijn regering aankondigde, werd een van zijn beroemdste speeches.

Ik zou tegen het Huis willen zeggen, wat ik ook heb gezegd tegen hen die tot deze regering zijn toegetreden: Ik heb niets anders te bieden dan bloed, inspanning, tranen en zweet. Voor ons ligt een beproeving van het ergste soort. Voor ons liggen vele, vele lange maanden van strijd en van lijden. U vraagt wat onze politiek is? Dat zal ik u zeggen: oorlog voeren, ter zee, te land en in de lucht, uit alle macht en met alle kracht die God ons kan geven: oorlog voeren tegen een monsterlijke tirannie, die nog nooit in de duistere, trieste lijst van door mensen bedreven misdaden is overtroffen. Dat is onze politiek. U vraagt wat ons doel is? Dat kan ik met één woord zeggen: overwinnen.25

Ondanks het mislukken van een Duitse luchtlandingsoperatie rond Den Haag, gaf Nederland zich al na vijf dagen over, mede door een zwaar bombardement op de binnenstad van Rotterdam op 14 mei 1940. Op de Blitzkrieg bleven de Franse en Britse generaals een antwoord schuldig. Zij hadden hun tanks verdeeld om de infanterie te ondersteunen. Daardoor waren de Duitse pantserformaties bij een aanval altijd in de meerderheid. Het gebrek aan radio’s in de Franse tanks bleek een grote handicap.26 “In de hele krijgsgeschiedenis ben ik nog nooit zulk wanbeleid tegengekomen”, fulmineerde Churchill over de Franse bondgenoot.27 Zo erg was het ook weer niet. Op bepaalde plaatsen werd wel degelijk flinke weerstand geboden. Feit is echter dat veel van de Franse reserve-eenheden slecht getraind waren en kampten met een laag moreel. De strijdlust liet daardoor te wensen over. De Britse expeditiemacht deed het overigens niet veel beter. “De Wehrmachtofficieren legden meer energie, professionaliteit en fantasie aan de dag dan de meeste van hun Britse collega’s”, concludeert Hastings.28

In de week van 20 mei 1940 werd het Churchill en zijn generaals duidelijk dat de strijd tegen de Wehrmacht niet te winnen was. Het was nu zaak om zoveel mogelijk troepen in veiligheid te brengen. Zonder deze soldaten was Groot-Brittannië verloren. Daarbij profiteerden zij vreemd genoeg van een bevel van Hitler. De Duitse pantserdivisies in de sector Duinkerken waren zo ver opgerukt dat zij het contact met de infanterie dreigden te verliezen. Hitler en zijn generaals waren bang dat dit hen kwetsbaar zou maken voor aanvallen.

De Duitse dictator beval daarom op 24 mei 1940 dat zijn tanks halt moesten houden, totdat de soldaten hen weer hadden bijgebeend. Dit bevel was overigens niet uit de lucht gegrepen, want de pantsertroepen leden op dat moment ook daadwerkelijk verliezen. Vijandelijke acties of technische problemen hadden 600 tanks uitgeschakeld, op dat moment een zesde van alle die op dat moment beschikbaar waren.29 Ook verzekerde Luftwaffe-bevelhebber Hermann Göring hem dat zijn gevechtsvliegers wel konden afrekenen met de belaagde Britse troepen. Deze belofte kon hij echter niet nakomen.

Britse troepen verlaten het strand bij Duinkerken (cc - AWM)
Britse troepen verlaten het strand bij Duinkerken (cc – AWM)
Het respijt van twee dagen was precies genoeg om met de inzet van alle mogelijke vaartuigen 338.000 Britse en Franse soldaten te evacueren van het strand bij Duinkerken naar het Verenigd Koninkrijk. Zij moesten een groot deel van hun materiaal en 40.000 manschappen achterlaten. Zonder Hitlers Haltebefehl was de evacuatie niet mogelijk geweest. In een dergelijk geval had Groot-Brittannië de strijd in elk geval op de korte termijn niet voort kunnen zetten.30

Ondertussen rekenden de Duitse troepen af met het Franse militaire verzet. Frappant genoeg leed de Wehrmacht in de laatste weken van de campagne de zwaarste verliezen. Aan de uitkomst konden de Fransen echter niets meer veranderen. Op 14 juni werd Parijs door de Duitsers ingenomen. Een week later werd een wapenstilstand gesloten. Het noorden en westen van Frankrijk werden bezet door de Duitsers. In het overgebleven rompgebied kwam een collaborerend bestuur onder leiding van de bejaarde Franse generaal Philippe Pétain.

Battle of Britain (Luchtslag om Engeland)

De zomer van 1940 was een klassiek ‘what if’-moment. Als Hitler had besloten het hierbij te laten, had hij de oorlog mogelijk kunnen winnen. Hij had verschillende opties. Zo had hij zijn aandacht kunnen richten op het Middellandse Zeegebied, waar hij zonder veel moeite Malta had kunnen veroveren en de Britten uit Egypte had kunnen verdrijven. Het is de vraag of Groot-Brittannië dan oorlog had kunnen blijven voeren. In de woorden van Hastings: “Zulke vernederingen zouden de geloofwaardigheid van Churchills politiek om door te vechten hebben ondergraven”.31 Dat deed hij echter niet. Hitler hoopte tot vrede met de Britten te komen en deed daartoe ook (halfhartige) voorstellen richting Groot-Brittannië.

Er gingen ook binnen het Britse oorlogskabinet stemmen op om te onderhandelen. Churchill wilde daar echter niets van weten. Toen een voormalige privésecretaris hem een brief schreef, waarin hij opperde een vredesvoorstel te doen aan Hitler, antwoordde hij dat hij “plaatsvervangende schaamte” voelde voor zijn voormalige medewerker en retourneerde de brief, zodat deze “verbrand” kon worden.32 De strijd moest worden voortgezet. Alleen dan zou het land overleven.

Winston Churchill bezoekt door bommen beschadigde delen van Londen, 8 september 1940
Winston Churchill bezoekt door bommen beschadigde delen van Londen, 8 september 1940

In juli 1940 begonnen de Duitse luchtaanvallen op Zuid-Engeland. De bombardementen waren precies wat Churchill nodig had. Ze waren te kleinschalig om Groot-Brittannië te verslaan, maar wakkerden wel de woede en strijdlust bij de bevolking aan. Hastings stelt zelfs dat Hitler de Britten met deze strategie…

…de enig denkbare gelegenheid bood om een overwinning te redden uit het vuur van een strategische nederlaag.33

Tegelijkertijd met de bombardementen begonnen grootschalige gevechten tussen jachtvliegtuigen boven het Kanaal. In de Battle of Britain hanteerden de Duitsers een warrige aanpak. Eerst richtten zij zich op vliegvelden, industriegebieden en havens in Zuid-Engeland. Zeker de aanvallen op luchtbases waren zeer schadelijk voor de RAF, maar de Luftwaffe stopte daarmee toen zij dacht dat deze waren uitgeschakeld.

Nadat Britse vliegtuigen op 25 augustus 1940 een Berlijnse woonwijk hadden gebombardeerd, gingen de Duitsers als revanche over op zware bombardementen op de Britse burgerbevolking. Met name Londen, maar ook Birmingham en Coventry kregen het nodige te verduren. In totaal zouden in Groot-Brittannië 57.000 personen omkomen tijdens The blitz. Doordat haar vliegvelden nu met rust werden gelaten, kon de Britse luchtmacht wel effectiever optreden tegen de Duitse indringers. Daarbij had zij het voordeel dat zij vocht boven eigen gebied. Neergeschoten Britse jachtpiloten die het overleefden, konden vaak de volgende dag alweer de lucht in, terwijl hun Duitse tegenstanders, wanneer zij niet omkwamen, gevangen werden genomen.

heinkel battle of britain
Heinkel He 111-bommenwerpers tijdens de Battle of Britain

De keten van Britse radarstations langs de kust (Chain Home) was sterk en de RAF wist er effectief gebruik van te maken. Bij de meeste grootschalige luchtgevechten brachten de Britten het er het beste vanaf en verloor de Luftwaffe meer vliegtuigen. Tussen 7 en 15 september 1940 waren dit er maar liefst 175. Dat was op de lange termijn niet vol te houden.

Hitler overwoog om het Verenigd Koninkrijk binnen te vallen. Er werd een officiële datum vastgesteld voor de Duitse invasie, 15 september 1940. De Duitse dictator besloot echter tot uitstel, toen bleek dat de RAF op dat moment allesbehalve verslagen was. Ook nu nog woedt er discussie of de Duitse dictator ooit daadwerkelijk van plan was Groot-Brittannië binnen te vallen. Het ontbrak de Duitsers namelijk aan landingsvaartuigen en ervaring met grote amfibische aanvallen. De geallieerden bewezen later in de oorlog dat deze zaken wel vereist waren voor een succesvolle kustinvasie. Ook beschikten de Britten nog altijd over de Royal Navy. Een Duitse landing op de Britse kust zou een zeer risicovolle onderneming zijn geworden.

Een Duitse invasie op dat moment lijkt des te onwaarschijnlijker, omdat Hitler toen al druk broedde op een ander idee. Op 29 juli 1940 had hij zijn generaals namelijk de opdracht gegeven om plannen te maken voor een mogelijke aanval op de Sovjet-Unie. Er waren toen nog onderhandelingen met het land over (economische) aanvullingen op het niet-aanvalsverdrag, zoals (extra) grondstofleveranties. Er was volgens Roger Moorhouse sprake van een meersporenbeleid, “waarin de militaire optie het plan B vormde voor een diplomatieke benadering”.34

Toen de onderhandelingen mislukten, namen Hitlers voornemens medio december 1940 vaste vorm aan. De Sovjet-Unie moest nu verslagen worden, voordat het grootschalige bewapeningsprogramma dat het land in 1939 was gestart, op toeren kwam. Hitler vreesde een Sovjet-offensief om de Roemeense olievelden te veroveren. In het oosten lag bovendien de Lebensraum die het Duitse volk volgens hem nodig had.

Begin van de Afrikaanse veldtocht en Balkancampagne

In de zomer van 1940 begonnen de gevechten in Noord-Afrika. De Italianen deden toen een poging Egypte te veroveren. Het land van de Nijl was in naam onafhankelijk, maar stond feitelijk onder Brits gezag. De Italiaanse dictator Mussolini droomde ervan (het grondgebied van) het oude Romeinse Rijk in ere te herstellen en het door de Britten gecontroleerde Suezkanaal af te knijpen. In plaats daarvan werden zijn troepen (na aanvankelijke successen) teruggeslagen door de Britten, die diep doordrongen in de Italiaanse kolonie Libië.

Als Churchill niet had aangedrongen op het sturen van troepen naar Griekenland, had de Afrikaanse veldtocht al in februari 1941 in Brits voordeel kunnen worden beslecht. Halverwege die maand ontvingen de Italianen steun van hun Duitse bondgenoot in de vorm van het Afrikakorps, waarmee een nieuwe fase in de strijd begon.

Ook op andere strijdtonelen moest Hitler zijn Italiaanse bondgenoot te hulp komen. Op 28 oktober 1940 had Mussolini opdracht gegeven voor een invasie in Griekenland, vanuit het eerder door hem geannexeerde Albanië. Hij verwachtte een snelle overwinning, maar zijn ambities strandden bloedig. De Grieken sloegen de aanval af en drongen de Italiaanse legers zelfs terug in de Albanese bergen. Daar ‘bevroor’ de Italiaanse veldtocht letterlijk en figuurlijk. Hitler had weinig op met de Griekse avonturen van zijn bondgenoot, maar hij zat ook niet te wachten op een Italiaanse nederlaag en de vestiging van Britse bases in Zuid-Europa. Daarom greep hij in april 1941 in.

Tegen de honderdduizenden goed bewapende Duitse Wehrmachtsoldaten konden de Grieken en Joegoslaven (dat land werd en passant ook door de Duitsers bezet) geen weerstand bieden. De vanaf 7 maart gezonden Britse ondersteuningsmacht kon het tij niet keren. De troepen waren te ver verspreid en hadden te weinig vliegtuigen. Eind april was Griekenland veroverd door de Duitsers. Angelsaksische soldaten moesten opnieuw hals-over-kop worden geëvacueerd, met achterlating van veel materieel en 15.000 gedode, gewonde of gevangen genomen militairen.

Churchill en een aantal historici met hem beweren dat dit intermezzo zorgde voor uitstel van operatie Barbarossa, de Duitse invasie van de Sovjet-Unie, maar dat valt te betwijfelen. Wegens het regenachtige voorjaar in Midden- en Oost-Europa, de logistieke situatie en de benodigde aanvoer van grondstoffen en troepen, kon de aanval niet eerder beginnen dan juni 1941.35 De Balkancampagne had daar weinig invloed op.

Operatie Barbarossa

In het voorjaar van 1941 had Duitsland bijna geheel Europa onder controle. Op het neutrale Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland na, waren alle landen veroverd en bezet (zoals België, Nederland en Griekenland) of een (gedwongen) bondgenoot, zoals Italië, Hongarije en Roemenië. Dit was des te opvallender, omdat het Duitsland relatief weinig had gekost, slechts 70.000 gesneuvelde soldaten, ongeveer de helft van het aantal dat omkwam tijdens de Slag om Verdun in 1916.36 Overmoedig geworden door deze successen, volhardde Hitler in zijn invasieplan van de Sovjet-Unie. Het gevaar van een oorlog op twee fronten, waar hij in zijn in 1925 verschenen autobiografische politieke manifest Mein Kampf nog voor had gewaarschuwd, negeerde hij.

Stalin had vele waarschuwingen ontvangen die wezen op de Duitse bedoelingen. Deze had hij echter allemaal als verzinsels terzijde geschoven. Hitler had hem immers persoonlijk verzekerd dat er geen aanval zou komen en Duitsland was voor veel grondstoffen en landbouwproducten afhankelijk van de Sovjet-Unie. In de vroege ochtend van 22 juni 1941 trokken 3,6 miljoen soldaten (voornamelijk Duitsers, maar ook Roemenen, Hongaren, Italianen en Finnen) de 1.800 kilometer lange grens met de Sovjet-Unie over. Tegenover hen stond een vergelijkbaar aantal Sovjet-soldaten. Deze waren echter totaal niet voorbereid op de Duitse aanval.

Operatie Barbarossa (cc-Bundesarchiv)
Operatie Barbarossa (cc-Bundesarchiv)

Vele eenheden van het Rode Leger lagen in onbeschermde voorposten en de vliegtuigen stonden open en bloot opgesteld op bases dichtbij de grens. Stalin had verboden troepen en materieel te camoufleren, omdat dit de Duitse ‘bondgenoot’ kon provoceren. Zelfs toen de aanvallen begonnen, werd door het hoofdkwartier in Moskou aanvankelijk toestemming geweigerd om het vuur te beantwoorden, omdat ze een ‘Duitse provocatie’ zouden zijn.37

Hitler en generaal-veldmaarschalk Walther von Brauchitsch bestuderen een kaart tijdens de eerste dagen van Operatie Barbarossa
Hitler en generaal-veldmaarschalk Walther von Brauchitsch bestuderen een kaart tijdens de eerste dagen van Operatie Barbarossa
In de eerste weken leken de optimistische voorspellingen van Hitler uit te komen. Honderdduizenden Sovjet-manschappen werden gedood of krijgsgevangen genomen en 3.000 Sovjet-vliegtuigen werden (vaak zonder opgestegen te zijn) vernietigd. De noordelijke en middelste legergroepen van de Wehrmacht rukten in de eerste week meer dan 300 kilometer op. Het Rode Leger had zwaar geleden als gevolg van Stalins Grote Zuiveringen uit de jaren dertig. Daarbij was een groot deel van het officierskorps als vermeend verrader geëxecuteerd. Het hoger militair kader schoot dan ook ernstig tekort. De officieren die er nog waren durfden vaak geen initiatief te nemen uit angst voor repercussies. “Zelfs de dapperste commandant begon te trillen en zweten van angst als officieren met de groene patjes en klepband van de inlichtingen- en veiligheidsdienst NKVD plotseling op zijn hoofdkwartier verschenen”, schrijft Antony Beevor.38

De opmars van de zuidelijke legergroep van de Wehrmacht verliep aanvankelijk moeizamer. Het Rode Leger had in deze frontsector meer en sterkere eenheden gestationeerd en die werden ook beter geleid dan elders.

Hoewel de Wehrmacht snel oprukte, werd al gauw duidelijk dat de Sovjet-Unie niet voor de winter verslagen zou zijn. Daarvoor was de oppervlakte van het land te groot. Het was niet geheel duidelijk wanneer Barbarossa geslaagd zou zijn. Hitler stond twee doelen voor ogen. Een politiek doel: de vernietiging van de communistische machtscentra Moskou en Leningrad én een economisch doel: de verovering van de graan- en olierijke Kaukasus. Hij hoopte aanvankelijk beide doelen tegelijkertijd te bereiken. Toen dat niet lukte, vaardigde hij tegenstrijdige bevelen uit, eerst voor een offensief op Moskou en later weer voor een opmars naar de Kaukasus. In het najaar van 1941 werd de aandacht weer verlegd naar Moskou.

De strijdlust van de Sovjet-Unie

De Duitse verliezen aan het Oostfront waren zwaarder dan verwacht. De soldaten van het Rode Leger vochten zich letterlijk dood. Tot verbazing van de Wehrmacht doken er telkens weer nieuwe Sovjet-formaties op.

Met behulp van repressie en angst mobiliseerde de Sovjet-Unie de oorlogseconomie. De vervolging van (vermeende) tegenstanders kwam bepaald niet op een lager pitje te staan tijdens de oorlog, integendeel zelfs. Vele officieren en soldaten werden geëxecuteerd wegens (vermeende) lafheid. Berucht werden de zagradotrjady (barrière-eenheden), detachementen van de NKVD die een paar kilometer achter het front opereerden en elke Sovjet-soldaat die zijn formatie verliet (of daarvan verdacht werd) direct doodschoten.

Duitse troepen passeren de grens van de Sovjet-Unie
Duitse troepen passeren de grens van de Sovjet-Unie, 22 juni 1941

In totaal zouden tijdens de Tweede Wereldoorlog officieel 168.000 vermeende deserteurs en ‘lafaards’ binnen het Rode Leger worden geëxecuteerd en dat waren dan nog slechts de personen die een officieel ‘proces’ werd gegund.39 Honderdduizenden werden zonder plichtplegingen geliquideerd. Alleen al tijdens de Slag om Stalingrad waren het er 13.500.40

Terreur en dwang waren slechts een deel van de verklaring voor de motivatie van de Sovjets om door te blijven vechten. De Britse historicus Orlando Figes heeft het over een opofferingscultus: Sovjetburgers waren het gewend en bereid om offers te brengen voor de opbouw en verdediging van hun gemeenschap en moederland.41 Het hardvochtige communistische regime had hen gehard en voorbereid op deze strijd.

Moskou en Leningrad

In september 1941 boekte het Rode Leger op het centrale front bij Moskou enkele kleine successen. Daartegenover stond echter de val van Kiev op 26 september. In deze grootste omsingelingsoperatie van de oorlog wisten de Duitsers 600.000 vijandelijke militairen gevangen te nemen. Op 8 september begon in het noorden het Duitse beleg van Leningrad. Deze belegering, die bijna 900 dagen zou duren, was zelfs naar de maatstaven van het Oostfront gruwelijk. Hitler wilde de stad niet innemen, maar doelbewust uithongeren. Bijna drie jaar lang zuchtten de stedelingen onder Duitse luchtaanvallen en artilleriebeschietingen, terwijl het rantsoen terugliep tot 125 gram brood per dag. Dit zouden 650.000 tot mogelijk zelfs 800.000 Sovjet-inwoners niet overleven, maar de burgers en militairen gaven niet op, mede door de overheidsrepressie.42 “De beproeving van Leningrad werd een krachtvertoon zoals alleen een tirannie dat kon opleggen”, schreef Hastings hierover.43

Inwoners van Leningrad tijdens de 872 dagen durende belegering van de stad, die aan circa een miljoen burgers het keven kostte
Inwoners van Leningrad tijdens de 872 dagen durende belegering van de stad, die aan circa een miljoen burgers het keven kostte (CC BY-SA 3.0 – RIA Novosti – wiki)

Lidia Ginzboerg overleefde het beleg van Leningrad (nu St. Petersburg)

Over de gevolgen van de honger schreef ze het volgende:

De geest sleepte het lichaam voort […] Ik zet bijvoorbeeld mijn rechterbeen vooruit. Het andere beweegt naar achteren, steunt op zijn tenen en buigt in de knie (wat doet het dat slechts!), trekt zichzelf dan van de grond en beweegt door de lucht naar voren […] Je moet opletten hoe het naar achteren gaat, anders val je wellicht om. Het was de verschrikkelijkste dansles.

Nog erger, vanwege de abruptheid ervan, was het als je je evenwicht verloor. Het was geen zwakheid, en ook geen wankelen van uitputting, maar iets heel anders. Je wilt je voet op een stoelrand zetten om je veters te strikken; je verliest net op dat moment je evenwicht; je slapen bonzen en je hart bonkt. Het lichaam is de controle over zichzelf kwijt en wil als een lege zak in een onpeilbare afgrond vallen.

Een hele reeks beroerde processen speelde zich in het vervreemde lichaam af – een degeneratie, een uitdrogen, een opzwellen, allemaal heel anders dan een lekkere ouderwetse ziekte.44

Eind september 1941 startte het Duitse offensief met als doel Moskou te veroveren, onder de codenaam Tyfoon. Met klassieke tangbewegingen wisten de Duitsers bij Vyazma en Bryansk grote troepenmachten te omsingelen. Bij de daaropvolgende gevechten verloor het Rode Leger 700.000 manschappen, die werden gedood of krijgsgevangen genomen. Het Rode Leger wist de verdedigingslinie echter te stabiliseren. Daarbij geholpen door een materieel overwicht en felle herfstbuien die de wegen in modderpoelen veranderden.

De Duitsers, die eveneens zware verliezen leden en kampten met een gebrek aan reserves, konden de aanval niet volhouden. Deze strandde op enkele tientallen kilometers voor Moskou. Op 5 december 1941 openden de Sovjets de tegenaanval. Zij waren versterkt met 400.000 militairen, die waren overgeplaatst uit Siberië. Nadat duidelijk werd dat Japan de Sovjet-Unie in 1941 niet zou aanvallen, waren deze niet langer nodig voor de grensbewaking in het oosten. De Wehrmacht werd zo’n 100 kilometer en op sommige plaatsen zelfs 300 kilometer teruggeslagen.

Duitse gepantserde colonne aan het Moskouse front, oktober 1941
Duitse gepantserde colonne aan het Moskouse front, oktober 1941

Sommige historici noemen de Slag om Moskou de grootste en meest doorslaggevende veldslag van de oorlog. “Als Moskou zou zijn gevallen, zou de hele wereldgeschiedenis anders zijn verlopen”, concludeert de Britse historicus Simon Sebag Montefiore.45 Als Moskou was gevallen, had het Rode Leger de strijd, desnoods vanachter het Oeralgebergte, wellicht kunnen voortzetten. Dat had dan wel nog eens vele doden extra opgeleverd en het is de vraag of het regime een dergelijk offer overleefd zou hebben.

Hitler was altijd uitgegaan van een snelle overwinning in de veldtocht tegen de Sovjet-Unie. De Blitzkrieg-tactiek had nu echter niet het gewenste resultaat gehad. De Duitse legers hadden flinke klappen moeten incasseren (met ruim een miljoen verliezen). Dat betekende echter niet dat zij waren verslagen of dat het naziregime wankelde, integendeel zelfs. Hitler gebruikte het échec bij Moskou om zijn macht binnen het leger te versterken. Hij ontsloeg talloze generaals en verving ze door plooibaarder individuen. Ook de opperbevelhebber, generaal-veldmaarschalk Walther von Brauchitsch, moest het veld ruimen en Hitler achtte zichzelf de beste vervanger. Hij ontbeerde echter het militaire en tactische inzicht voor deze functie. Dat zou de komende jaren pijnlijk duidelijk worden. De Führer kende maar één adagium: standhouden en doorvechten. Een tactische terugtocht was uitgesloten, ook al was deze in veel situaties (in tactisch opzicht) te prefereren. Dit bezorgde de Duitse Wehrmacht veel (onnodige) verliezen.

Met zijn starheid en bemoeienis met de tactiek en strategie stelde hij de commandanten te velde voor steeds grotere problemen.46 Kershaw

Aanval op Pearl Harbor

In het Japanse keizerrijk woedde binnen de strijdkrachten intussen een conflict over welke richting het offensief in moest gaan. In september 1940 had Japan zich aangesloten bij de As van Duitsland en Italië. Een factie (het landleger) wilde oorlog met de Sovjet-Unie. De communisten werden verafschuwd en er was daar voldoende land voor de noodzakelijk geachte uitbreiding van het leefgebied van het keizerrijk. De andere (de marine) wilde juist gebiedsuitbreiding in het zuiden realiseren door de Amerikaanse, Britse en Nederlandse kolonies te veroveren.

Hirohito (1901-1989) – Keizer van Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog
Hirohito (1901-1989) – Keizer van Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog
Japans eerste offensieve stap tegen de westerse machten was de bezetting van het zuidelijke gedeelte van Frans Indochina op 25 juli 1941. Dat ging zonder strijd gepaard, maar leidde wel tot een olie-embargo van de Verenigde Staten tegen Japan. Deze brandstof was essentieel voor het voeren van een oorlog. Het keizerrijk wist waar het de benodigde olie kon halen. Dat was niet in de Sovjet-Unie, maar in de westerse koloniën, zoals Nederlands-Indië.

Als Japan zich had aangesloten bij de aanval op de Sovjet-Unie, hadden de As-mogendheden het land wellicht op de knieën kunnen krijgen. Ondanks dat een aanval op Rusland door het leger werd bepleit, waren er echter ook militairen die geen voorstander waren van een oorlog in Siberië. In 1938 en 1939 was het keizerrijk betrokken geweest bij twee grensschermutselingen met de communistische mogendheid, die niet goed afliepen voor de Japanners. Deze hadden mede als gevolg dat de militaristen huiverig waren geworden voor een nieuw conflict met de noorderbuur. Uiteindelijk werd een compromis gesloten. Het keizerrijk zou in zuidelijke richting aanvallen. Pas als de Duitsers de Sovjet-Unie definitief hadden verslagen en het Verre Oosten naderden, zou het land zich in het conflict mengen om Siberië te veroveren.

De Japanners hoopten met een aantal snelle uitvallen de westerse kolonies, die zwak verdedigd werden, in te nemen. De Amerikanen zouden volgens hen niet durven ingrijpen. Er werden gedurende 1941 onderhandelingen gevoerd tussen Japan en de Verenigde Staten in een poging de onderlinge verhoudingen te verbeteren. De militaristen waren echter niet bereid de veroverde gebieden in China op te geven, wat wel een harde eis was van de VS. Terwijl de gesprekken formeel nog werden voortgezet, stoomde de Japanse marine op naar Hawaii en andere zuidelijke doelen.

Aanval op de marinebasis Pearl Harbor - US Navy
Beroemde foto van de Japanse aanval op de marinebasis Pearl Harbor – US Navy

Op 7 december 1941 werd de Tweede Wereldoorlog daadwerkelijk wereldomspannend. Met een verrassingsaanval op de Amerikaanse marinehaven Pearl Harbor op Hawaii wisten de Japanners negen marinevaartuigen, waaronder acht slagschepen, en meer dan 300 vliegtuigen te vernielen of zwaar te beschadigen. Dit was des te pijnlijker, omdat de Amerikanen van tevoren directe aanwijzingen ontvingen dat de Japanners iets van plan waren. Deze werden echter verkeerd geïnterpreteerd. Dit was een politieke en operationele mislukking, vergelijkbaar met die van het Kremlin nog geen zes maanden daarvoor.47

Niet alles liep echter volgens plan voor de Japanners. Doordat de Amerikaanse vliegdekschepen buitengaats waren, bleven deze ongemoeid. De olietanks op de wal bleven ook onbeschadigd. Hastings typeert de aanval als een grove misser. Deze bracht de Amerikanen tot razernij, maar tastte hun oorlogvoerend vermogen niet ernstig aan.48

Day of Infamy speech

Vlak na de aanval op Pearl Harbor hield de Amerikaanse president Franklin Roosevelt een redevoering voor het Amerikaanse volk, die later bekend zou worden als de Day of Infamy speech:

Gisteren, de zevende december 1941 – een datum die zal voortleven in schande – zijn de Verenigde Staten van Amerika plotseling en doelbewust aangevallen door de zee- en luchtmacht van het Japanse Keizerrijk.

Het dient vermeld te worden dat de afstand van Hawaï tot Japan het duidelijk maakt dat de aanval doelbewust vele dagen of zelfs weken geleden werd gepland. Gedurende de tussenliggende tijd heeft de Japanse overheid doelbewust getracht de Verenigde Staten te bedriegen met valse verklaringen en uitdrukkingen van hoop voor voortdurende vrede.

Japan heeft hiermee een verrassingsoffensief ondernomen dat zich door het Pacifische gebied uitbreidt. De gebeurtenissen van gisteren en vandaag spreken voor zichzelf. De inwoners van de Verenigde Staten hebben reeds hun mening gevormd en hebben de vanzelfsprekende gevolgen voor de veiligheid van onze natie goed begrepen.

Als opperbevelhebber van het leger en de marine, heb ik opgedragen dat alle maatregelen ten bate van onze defensie worden getroffen. Maar onze gehele natie zal altijd het karakter van deze woeste aanval tegen ons herinneren. Hoelang het ook duurt om deze beraamde invasie te overwinnen, het Amerikaanse volk zal met al haar rechtvaardige kracht de totale overwinning behalen.49

Adolf Hitler houdt een toespraak in de Rijksdag waarin hij de oorlog aan de Verenigde Staten verklaart, 11 december 1941
Adolf Hitler houdt een toespraak in de Rijksdag waarin hij de oorlog aan de Verenigde Staten verklaart, 11 december 1941 (Bundesarchiv, Bild 183-1987-0703-507 / unbekannt / CC-BY-SA 3.0)

Diezelfde maand leed de Britse marine zware verliezen in het Verre Oosten. Op 10 december 1941 werden de Britse marineschepen HMS Prince of Wales en Repulse (een slagschip en een slagkruiser) in de Zuid-Chinese Zee tot zinken gebracht door Japanse vliegtuigen. Daarmee hoefde de keizerlijke marine voorlopig geen serieuze weerstand op zee te duchten.

Een dag na de aanval op zijn marinebasis verklaarde de Verenigde Staten de oorlog aan Japan. Hitler zag de aanval op Pearl Harbor als een geschenk. De oorlog tegen Japan zou er volgens hem voor zorgen dat de Amerikanen geen middelen vrij konden maken om Groot-Brittannië te steunen. Duitsland had er volgens hem nu een bondgenoot bij die “in 3000 jaar nog nooit overwonnen is”.50 Een conflict met de Verenigde Staten over de wereldheerschappij was volgens hem op de lange termijn toch onvermijdbaar.51 Bovendien zouden de Duitse onderzeeboten na een oorlogsverklaring in de hele Atlantische Oceaan kunnen opereren. Daardoor kon de bevoorradingsroute naar Groot-Brittannië worden afgesneden. Op 11 december 1941 verklaarde Hitler de oorlog aan de Amerikanen.

De grote alliantie

Churchill ondernam al direct na zijn aantreden in mei 1940 verwoede pogingen om de Verenigde Staten bij de oorlog te betrekken. Aanvankelijk zonder veel resultaat, behalve dan dat Groot-Brittannië 50 oude marineschepen te leen kreeg. De sympathie van president Franklin Roosevelt lag bij de Britten, maar het Congres en een groot gedeelte van de bevolking was sterk isolationistisch ingesteld. In november 1940 werd Roosevelt herkozen met de slogan: “He kept us out of war”. Na zijn herverkiezing ondernam de president wel meer stappen om de Britten te hulp te komen. In februari 1941 wist hij de Leen- en Pachtwet (Lend-Lease Act) door het Congres te loodsen. Op grond van deze wet konden de geallieerde landen onder gunstige voorwaarden geld lenen en wapens aanschaffen bij de Amerikanen.

Na de oorlogsverklaring van de Verenigde Staten aan Japan ontstond wat Churchill de grote alliantie noemde.52 De Amerikanen en Britten waren het snel eens over de Germany First-strategie. Dit hield in dat nazi-Duitsland als eerste aangevallen zou worden, als het sterkste land van de As.

De samenwerking tussen de geallieerde partners en dan met name tussen de westerse mogendheden en de Sovjet-Unie verliep lang niet altijd even soepel. Churchill en Roosevelt ontmoetten elkaar tijdens de oorlog regelmatig, onder meer in Washington (december 1941), Casablanca (januari 1943) en Quebec (augustus 1943). Stalin sloot slechts driemaal aan bij een geallieerde conferentie, die in Teheran (november-december 1943), Jalta (februari 1945) en Potsdam (juli-augustus 1945). De geboren Georgiër ijverde vooral voor het openen van een tweede front en voor het vergroten van de invloedssfeer van de Sovjet-Unie. Zo betoogde hij in 1941 al dat de grenzen van Polen naar het westen moesten worden opgeschoven. Het land stelde zich lang niet altijd even coöperatief op, maar de westerse geallieerden moesten dat wel accepteren. “Stalins Sovjet-Unie was een boosaardige en slecht meewerkende bondgenoot,” aldus historicus Nigel Hamilton.53 Deze bondgenoot nam echter wel het merendeel van de militaire inspanningen en verliezen voor zijn rekening.

De verovering van Singapore en de Filipijnen

Voor de oorlog werd in de westerse wereld vaak wat neerbuigend naar de Japanners gekeken. Churchill pochte tegen journalist John Gunther dat ze in de strijd net zoals de Italianen zouden “knakken”.54 Het bleken echter bekwame vechters te zijn die goed waren uitgerust. Ze hadden weliswaar een gebrek aan tanks en artillerie, maar in bepaalde opzichten liepen ze voor op de geallieerden. Hun torpedo’s waren bijvoorbeeld superieur. Dat bleek onder meer tijdens de Slag in de Javazee eind maart 1942. Daarbij werden vier geallieerde schepen tot zinken gebracht en aan Japanse zijde niet een. Daarna lag de weg naar de verovering van de Nederlandse kolonie Nederlands-Indië open, die op 9 maart 1942 werd voltooid. Een groot voordeel voor de Japanners daarbij was dat zij beschikten over meer en betere vliegtuigen dan hun tegenstanders. Ook hadden hun piloten meer oorlogservaring dan hun opponenten.

Slag in de Javazee (defensie.nl)
Slag in de Javazee

Ook de Britse kolonies Birma en Malakka werden dat jaar veroverd. De Japanse generaal Tomoyuki Yamashita verraste vriend en vooral vijand door op 8 februari 1942 Singapore over land, door de ondoordringbaar geachte jungle, aan te vallen. Uit onderschepte berichten wisten de Japanners dat het Britse rijk onvoldoende middelen kon vrijmaken om Singapore afdoende te beschermen. Het garnizoen bestond uit 130.000 manschappen, maar doordat er geen verdedigingswerken aan de landzijde waren aangelegd, werd effectieve weerstand bemoeilijkt.

Er viel ook wel een en ander aan te merken op de Britse leiding, die niet bepaald daadkrachtig optrad. Het bracht historicus Hastings later tot de verzuchting: “Het arsenaal aan onkrijgshaftige krijgerhoofdmannen van het Britse Rijk leek wel onuitputtelijk”.55

val singapore wwii
Britse officieren onderweg naar de capitulatieonderhandelingen met de Japanners in Singapore, 15 februari 1942. Van lunks naar rechts: kapitein CHD Wild met de witte vlag, brigade-generaal KS Torrance met de Union Jack, de Japanse luitenant Hishikara (tolk) en daarachter de Japanse kolonel Sugita, brigade-generaal TK Newbiggin en tot slot bevelhebber luitenant-generaal Arthur Percival.

Op de Filipijnen en dan vooral op het schiereiland Bataan, leverden de Amerikanen en Filipino’s sinds december 1941 een harde strijd tegen de Japanners. Vanwege het keizerlijke zee- en luchtoverwicht en het gebrek aan voorraden aan Amerikaanse zijde, stond de uitkomst bij voorbaat vast, maar de standvastigheid van de verdedigers was bewonderenswaardig. Na vier maanden strijd moesten zij capituleren.

De Japanners lieten al gauw zien dat ze lak hadden aan humanitair oorlogsrecht.56 De ruim 132.000 geallieerde krijgsgevangenen wachtte een zwaar lot, onderworpen aan dwangarbeid, martelingen en standrechtelijke executies. Hierdoor zouden 35.756 hun gevangenschap niet overleven.57 Dat kwam neer op zo’n 27%. Ter vergelijking: op het Europese toneel stierf ‘slechts’ 4% van de Amerikaanse en Britse krijgsgevangenen. De dodelijke behandeling van geïnterneerden in hun krijgsgevangenenkampen was geen doelbewust beleid van de Japanners. De vele sterfgevallen waren echter wel ingegeven door wanorde en incompetentie van het keizerlijke leger. De autoriteiten konden de logistieke uitdaging die het verzorgen van zoveel gevangenen vormde niet aan. Dat hun bewakers totaal geen respect hadden voor de ‘eerloze’ geallieerden hielp ook niet mee.

Kaart met de Jappenkampen in Nederlands-Indië (detail)
Kaart met de Jappenkampen in voormalig Nederlands-Indië (detail)

In door de Japanners bezet gebied werden 131.000 westerlingen door hen geïnterneerd in zogenoemde Jappenkampen. Het betrof zowel volwassen mannen en vrouwen als kinderen. In Nederlands-Indië stierf 13% van de civiele gevangenen. In andere gebiedsdelen waren de condities naar verhouding vaak minder slecht, maar ook daar stierven velen van honger, ziekte en uitputting.

De Nederlander Fred Seiker werd krijgsgevangen genomen door de Japanners en tewerkgesteld aan de brug over de rivier Kwai

Hij verklaart het volgende over de ontberingen:

Ik was een van de fortuinlijken. Mijn problemen waren beheersbaar ofschoon ik ze nog steeds meedraag. De problemen waarmee ik moest omgaan terwijl ik aan de spoorweg werkte bestonden voornamelijk uit een chronische dysenterie, af en toe opduikende malaria aanvallen, waarvan er eentje iets te zwaar was om leuk te vinden, enige beriberi symptomen, pellagra en een kleine tropische zweer die wonderlijk genoeg, genas. Deze zweren werden zeer gevreesd door de krijgsgevangenen. Ze veroorzaakten vreselijke vervormingen van de ledematen en vaak moesten die geamputeerd worden zonder verdoving! Maar het was steeds die ondervoeding die zo’n slachting aanrichtte onder de krijgsgevangenen. Velen werden blind door een voortdurend en langdurig vitaminegebrek. Anderen verloren al hun tanden als gevolg van chronische pellagra. De problemen die ik overgehouden heb, bestaan uit een vergrote milt, een vergrote lever en een voortdurende darmstoornis als gevolg van jarenlange dysenterie. Over het algemeen ben ik er redelijk goed vanaf gekomen in tegenstelling tot mijn oude kameraden die een beroerd leven hebben geleid sinds hun terugkeer uit de hel.58

Holocaust

Hitler had meermaals, ook al voordat hij aan de macht kwam, aangegeven dat het Jodendom moest worden vernietigd. Waarschijnlijk dacht hij op dat moment echter nog niet aan massamoord. De nazi’s stelden de Joden, of ze nu de Joodse religie aanhingen of niet, verantwoordelijk voor alles waar zij tegen waren, van het kapitalisme tot het communisme. Voor de oorlog wilden de nazi’s het “Joodse probleem” binnen Duitsland oplossen door (gedwongen) emigratie. Na het uitbreken van de oorlog ontstonden er plannen om de Europese Joden op grote schaal te deporteren naar Madagaskar, het Generalgouvernement (het bezette deel van Polen) of veroverd gebied in de Sovjet-Unie.

Deze plannen bleken door de oorlogsomstandigheden niet uitvoerbaar. De nazi-autoriteiten gingen vanaf 1940 in bezet gebied wel over tot het isoleren van Joden in aparte wijken of getto’s. Velen stierven hier door ondervoeding en uitputtende dwangarbeid, maar dit ging de nazi’s “te langzaam”.59 Er was behoefte aan een snellere moordmethode. Het is niet duidelijk wanneer Hitler het definitieve besluit tot de systematische uitroeiing van de Europese Joden nam. Wellicht in december 1941, toen de Slag om Moskou werd verloren en Duitsland de oorlog verklaarde aan de Verenigde Staten. In die maand voerde Hitler diverse gesprekken met SS-leider Heinrich Himmler. Na een daarvan op 18 december 1941 schreef de Reichsführer-SS in zijn agenda: “Joodse vraagstuk – uitroeien als partizanen”.60

Poolse vrouwen worden door leden van een Einsatzgruppe naar een executieplek geleid
Poolse vrouwen worden door leden van een Einsatzgruppe naar een executieplek geleid, 1940

De later bekend geworden Wannseeconferentie op 20 januari 1942, speelde geen belangrijke rol in het besluitvormingsproces. Deze bijeenkomst van functionarissen van de SS, nazipartij en overheid diende puur ter afstemming van het genocidale plan tussen de diverse instanties. De Holocaust of Shoa, zoals de massamoord op de Joden is gaan heten, was toen al in volle gang. Tezamen met de invasiemacht van operatie Barbarossa trokken ook Einsatzgruppen van de SS de Sovjet-Unie binnen. Geholpen door lokale collaborateurs vermoordden zij hier meer dan een miljoen Joden, Roma, Sinti en (vermeende) communisten. De slachtoffers werden op speciaal aangewezen locaties geëxecuteerd en in massagraven begraven.

Lege blikken Zyklon B, gevonden in Auschwitz (CC BY-SA 3.0 - wiki - Michael Hanke)
Lege blikken Zyklon B, gevonden in Auschwitz (CC BY-SA 3.0 – wiki – )
Deze executies werden echter als geestelijk te ‘belastend’ beschouwd voor de daders. Daarom ging men op zoek naar andere methoden. In 1940 en 1941 waren in zogenoemde ‘euthanasie’-centra in het Duitse rijk al meer dan 70.000 geestelijk en lichamelijk gehandicapten vermoord door middel van vergassing. Ook gaswagens waren voor 1942 door de nazi’s al ingezet, waarbij de slachtoffers in het laadcompartiment door de uitlaatgassen of door koolstofmonoxide uit cilinders werden gedood. Vanaf eind 1941 werden vervolgens in Polen vernietigingskampen ingericht waar Joden met koolmonoxide of pesticide Zyklon-B werden gedood in gaskamers. Anders dan de concentratiekampen, waar gevangenen tewerkgesteld werden, was het voornaamste doel van de vernietigingskampen het doden van Joden en Sinti.

“Tijdens de shoah door kogels gingen de moordenaars in de bezette Sovjet-Unie op zoek naar de slachtoffers, maar in de shoah door gas werden de slachtoffers naar de moordenaars gebracht,”, legt Beevor uit.61 Joden vanuit het grootste deel van door de nazi’s overheerst Europa werden naar deze locaties vervoerd per trein om vermoord te worden. In Nederland begonnen de deportaties in de zomer van 1942. Het beruchtste en bekendste kamp was Auschwitz, waar de vernietiging als een industrieel proces georganiseerd was, maar er waren er meer. In de vernietigingskampen Bełżec, Sobibór en Treblinka werden in totaal 1,7 miljoen Joden gedood. Driekwart van de Holocaustslachtoffers overleed in de periode maart 1942 tot februari 1943.62 Het aantal moorden per dag tijdens deze genocidale operatie is daarvoor en daarna nooit geëvenaard.63 In totaal werden circa 6 miljoen Joden en ongeveer 500.000 Roma en Sinti door de nazi’s vermoord.64

Kurt Gerstein legde vlak na de oorlog een schokkende getuigenis af over het verloop van een vergassing in augustus 1942 in Belzec

Kurt Gerstein
Kurt Gerstein
De meerderheid (van de slachtoffers, red.) weet het, de geur kondigt hun lot aan! Zo klimmen ze de kleine trap omhoog, en dan zien ze alles. Moeders met kinderen aan de borst, kleine naakte kinderen, volwassenen, mannen, vrouwen, allemaal naakt – ze aarzelen, maar betreden de moordkamers, door degenen achter hen voortgeduwd of voortgedreven door de lederen zwepen van de SS. De meerderheid zonder een woord te zeggen. Een Jodin van ongeveer 40 jaar, met vlammende ogen, roept om wraak op de moordenaars voor het bloed dat hier vergoten wordt. Ze krijgt vijf of zes slagen in het gezicht met de rijzweep van Wirth persoonlijk, daarna verdwijnt ook zij in de kamer. Veel mensen bidden. (…) Na 32 minuten zijn ze allemaal dood. Als basaltzuilen stonden de doden rechtop tegen elkaar gedrukt in de kamers. Er was ook geen ruimte om neer te vallen, zelfs niet om naar voren te buigen. Zelfs in de dood kon men nog families herkennen. Ze hielden elkaars handen, door de dood verkrampt, nog steeds vast, zodat men moeite had om ze uit elkaar te trekken om de kamer voor de volgende lading vrij te maken.65

Bezetting

De bezetting verliep in de West-Europese landen aanvankelijk relatief mild. De Duitsers hadden de hoop de overwonnen landen te kunnen incorporeren in hun rijk. Bovendien hadden zij de daar aanwezige productiecapaciteit hard nodig. Dat was ook de reden dat de Nederlandse economie, zeker in de eerste oorlogsjaren, best goed draaide. Het sterftecijfer in de West-Europese landen lag, in vergelijking met de periode van voor de oorlog, niet veel hoger.66 Daarbij wordt het Joodse deel van de bevolking wel buiten beschouwing gelaten.

WA'ers marcheren door een park, 1941. Links een bord 'Verboden voor joden' (Fotodienst der NSB)
Leden van de WA, de Weerbaarheidsafdeling van de NSB, marcheren door een park, 1941. Links een bord ‘Verboden oor joden’ (Fotodienst der NSB)
Aanvankelijk ontmoetten de nazi’s in het westen relatief weinig verzet. De nationale bureaucratische bestuurlijke bovenlaag, die na het vertrek van de regeringen was achtergebleven, en de collaborerende Vichy-Franse overheid voerden de Duitse bevelen over het algemeen zonder veel protest uit. Dit was inclusief de maatregelen die betrekking hadden op de uitsluiting en latere vervolging van de Joden.

Vanaf 1942, toen duidelijk begon te worden dat de Duitsers de oorlog weleens zouden kunnen verliezen, nam het verzet onder de West-Europeanen toe. Actieve verzetsleden vormden in West-Europese landen een kleine minderheid, maar het is echter verkeerd om hun rol te marginaliseren. Degenen die de moed hadden, waagden en verloren ook vaak daadwerkelijk hun leven. Ze hielpen honderdduizenden mensen onderduiken en behoedden hen zo voor arrestatie. Ook werden aanslagen gepleegd op Duitse doelen en personen en op hun collaborateurs. Dit soort acties, van onder meer de Franse Maquis, hadden een positieve impact op het moreel in de bezette landen en leidden tot onzekerheid en spanning bij de bezetters.67

Collaboratie

Naast mensen die kozen voor verzet waren er die juist de tegenovergestelde keuze maakten, door samen te werken ofwel te collaboreren met de vijand of bezetter. De motieven daarvoor waren divers, van politiek, economisch, crimineel tot puur opportunistisch. Een aantal fascistische politici die voor de oorlog in de marge opereerden, zoals Anton Mussert in Nederland, Léon Degrelle in Wallonië en Vidkun Quisling in Noorwegen, hoopte met hulp van de Duitse bezetter macht en invloed te verwerven. De nazi-autoriteiten waren echter niet geneigd hun al te veel speelruimte te geven op bestuurlijk of maatschappelijk vlak.68 Zij benutten deze medestanders vooral om de doelstellingen van het Derde Rijk te verwezenlijken.

Anton Mussert
Anton Mussert
Na de inval in de Sovjet-Unie werden in meerdere Europese landen vrijwilligers geworven om samen met de Duitsers te strijden tegen het ‘rode gevaar.’ Zo kregen onder meer Nederland, Vlaanderen, Wallonië en Frankrijk hun eigen SS-legioenen. Circa 25.000 Nederlanders namen dienst bij de Waffen-SS. In verhouding tot het bevolkingsaantal is dat het hoogste aantal van alle bezette West-Europese landen.69

Ook in hun eigen land hielpen collaborateurs de nazi’s in hun strijd tegen het verzet en bij de vervolging van de Joden. Juist deze actieve betrokkenheid bij terreur gaf collaborateurs hun beruchte reputatie. Burgers die voor de oorlog een onopvallend leven hadden geleid ontpopten zich tot gewetenloze Jodenjagers en brute ondervragers in de gevangenissen van de nazi-autoriteiten. Hoewel hun invloed op het militaire verloop van de oorlog gering was, veroorzaakten zij diepe wonden en onderlinge spanningen die tot ver na de bevrijding de samenleving zouden verdelen.

Ook met de Japanners werd gecollaboreerd, bijvoorbeeld door de latere Indonesische president Soekarno in het toenmalige Nederlands-Indië. Hij en zijn belangrijkste medestander Mohammed Hatta boden de Japanse bezetter hun diensten aan in de verwachting dat die hun onafhankelijkheidsstrijd tegen de Nederlanders steunde. Ook in onder andere Birma, Frans-Indochina en de Filipijnen kozen sommige leden van de lokale bevolking ervoor om de Japanners te steunen met de bedoeling af te rekenen met hun kolonisatoren en onafhankelijk te worden. Daartoe riepen zij onder meer hun landgenoten op om vrijwillig arbeid te gaan verrichten voor hun Aziatische ‘bevrijders’. Van degenen die dat deden, stierven er honderdduizenden.70 In China zetten de Japanners een marionettenregime op onder aanvoering van Wang Jingwei die daarom door de Chinezen werd beschouwd als landverrader.

Bezetting in het oosten

In Oost-Europa was het Duitse bezettingsregime van begin af aan uiterst hardvochtig. De Duitsers werden in Oekraïne vanwege de verdrijving van het door velen gehate Sovjet-bestuur aanvankelijk verwelkomd als bevrijders. “Dat sentiment was zo sterk dat zij wel heel ver moesten gaan om zich nog gehater te maken dan de Sovjets. Toch is dat precies wat de Duitsers vervolgens wisten te bereiken”, schrijft Kershaw.71 Drie miljoen Sovjet-krijgsgevangenen zouden hun verblijf in de Duitse kampen of het transport daarheen niet overleven. Twee derde van hen overleed al in 1941. Hun verblijfplaatsen waren vaak slecht omheinde akkers, zonder ook maar enige (sanitaire) voorzieningen, waar ze door de Duitsers werden vastgehouden om hen letterlijk te laten creperen. Dat idee wilde Hitler ook op grotere schaal uitvoeren in Oekraïne.

Het “Hungerplan” voorzag door middel van de doelbewuste vordering van voedsel in de dood van twintig tot dertig miljoen ‘Untermenschen’.72 Alle Duitse burgerlijke en militaire instanties stemden hiermee in. Alleen vanwege het verloop van de oorlog, werd het plan niet doorgevoerd. Dat neemt niet weg dat alsnog vele Oost-Europese- en Sovjet-burgers de dood vonden, onder meer bij lukrake executies uit wraak voor acties van het verzet.

Hongersnoden

De honger sloeg hard toe in Oost-Europa, met Leningrad als triest dieptepunt. Dit was indertijd niet uniek. Niet één conflict tot dan toe, of daarna, bracht zoveel hongerdoden als de Tweede Wereldoorlog. In kampen, waaronder die van de Duitsers, Japanners en Sovjets, stierven honderdduizenden aan honger en ondervoeding, maar ook daarbuiten verslechterde op meerdere plaatsen door oorlogsomstandigheden de voedselsituatie drastisch.

bengalen honger 1943 (1)
Een familie in Calcutta tijdens de Bengaalse hongersnood van 1943
Een berucht voorbeeld was de hongersnood in Bengalen, het oostelijk deel van het Indiase subcontinent. Dat gebied was afhankelijk van de rijsttoevoer uit Birma, maar door de Japanse verovering daarvan in 1942, viel die stil. Toen het jaar daarop door cyclonen en overstromingen de oogst werd verwoest, ontstond voedselschaarste, die werd verergerd doordat de Britse kolonisator alle transportmiddelen had gevorderd. De Britten konden of wilden maar weinig van de beschikbare scheepsruimte vrijmaken voor voedseltransport naar India. Sommige historici bestempelden dit later als genocide, maar dat gaat anderen te ver. Andrew Roberts betoogt dat de Britten simpelweg niet meer schepen konden vrijmaken voor het voedseltransport.

Door de Atlantische konvooien, steun aan de Sovjet-Unie en operationele inzet op het oorlogstoneel, waren de geallieerde mogelijkheden vrijwel uitgeput.73 Churchill was begaan met het lot van de Indiërs. Mede dankzij zijn inzet werd er in 1944 in totaal een miljoen ton naar het Indiase subcontinent vervoerd. Dat was niet genoeg. Zeker een miljoen Bengalen overleefden de honger niet, maar zonder die voorraad zou de hongersnood nog veel erger zijn geweest.

In Azië ontstonden op meer plekken grote problemen bij de voedselvoorziening. In de Chinese provincie Henan brak door misoogsten door slecht weer, gevolgd door een sprinkhanenplaag, gecombineerd met grootschalige graanvorderingen van de nationalistische regering in 1942 een hongersnood uit. Die duurde meer dan een jaar waardoor honderdduizenden burgers stierven. Deze gebeurtenis was helaas niet uniek. Op het door de Japanners bezette Java leidden grootschalige vorderingen van rijst en mannelijke dwangarbeiders vanaf 1943 tot een nijpend voedseltekort. Ruim 2,5 miljoen Javanen zouden daardoor de oorlog niet overleven. Het Japanse beleid pakte op meer plaatsen rampzalig uit. In Indochina dwongen zij de plaatselijke bevolking om jute en katoen te verbouwen, in plaats van rijst (hun belangrijkste voedselbron). Door overstromingen verslechterde de situatie vanaf 1944 nog eens. Anderhalf miljoen Vietnamezen (en misschien nog veel meer) kwamen om door honger.74

Ook in Oost- en Zuid-Europa maakte de honger slachtoffers. Door plunderingen en het Italiaanse wanbestuur, in combinatie met de blokkade van de havens door de Britse marine, brak in 1941 in Griekenland (welk land voor de oorlog al afhankelijk was van voedselimport) een hongersnood uit. Die duurde voort totdat onder internationale druk vanaf 1942 hulp vanuit de neutrale landen werd toegestaan. Toen waren echter al 300.000 Grieken overleden aan voedselgebrek.

Fall Blau

Dat de Sovjet-Unie de oorlog zou winnen, stond in 1942 allerminst vast. Volgens sommige historici had het land in de zomer van 1942 zelfs kunnen verliezen.75 Het jaar begon met zware nederlagen. De Krim met de havenstad Sebastopol moest in mei na een lange strijd worden prijsgegeven aan de Duitse veldmaarschalk Erich Von Manstein. Meerdere aanvallen van het Rode Leger liepen op een ramp uit. Bij Barvenkovo sneuvelden in mei bij een poging Charkov te heroveren 250.000 manschappen. Verschillende offensieven bij Rzjev in de omgeving van Moskou kostten tussen januari 1942 en maart 1943 het tienvoudige van dat aantal (2.300.000). Dat waren verliezen die zelfs het Rode Leger zich niet kon veroorloven. Een volledige nederlaag was niet ondenkbaar.

In totaal werd slechts 5% van de Sovjet-Unie bezet, maar dit betrof wel de landstreken waar een kwart van de bevolking woonde en die cruciaal waren voor de landbouw en industrie. “Als Stalin het Rode Leger op dezelfde onbezonnen wijze was blijven leiden, had het nieuwe zomeroffensief van de Duitsers (met de codenaam Fall Blau) kunnen slagen”, concludeert de Britse historicus Laurence Rees.76 Met een hernieuwde aanval wilde Hitler de olievelden en bergpassen van de Kaukasus veroveren.

Georgy Zhukov in 1944
Georgy Zhukov in 1944
Fall Blau bracht aanvankelijk grote terreinwinst, meer dan bij bijvoorbeeld de Poolse en Franse veldtocht. Hitler wilde echter te veel, te snel. Hij splitste de zuidelijke legergroep. Een deel moest de Wolga bereiken en een stad veroveren die volgens hem “toevalligerwijze de naam van Stalin droeg”, ofwel Stalingrad.77 Als dat lukte beheersten de Duitsers de scheepvaart op de Wolga, waardoor de bevoorrading van de Sovjet-Unie zou worden verstoord. De andere legergroep moest de oliebronnen zo’n 1.200 kilometer verderop innemen. De Duitse legers werden daardoor wel erg verspreid.

Stalin begreep intussen, in tegenstelling tot Hitler, dat hij de operationele leiding van de oorlog beter aan de professionals kon overlaten. De nieuwe Sovjet-generaals die opstonden, zoals Konstantin Rokossovski en Georgi Zhukov, bleken zeer bekwaam. Zij benutten de ruimte die het enorme landoppervlak hen bood en waakten ervoor dat hun legers werden omsingeld.

Slag om Stalingrad

Op 23 augustus 1942 begon de slag om de “stad van Stalin” daadwerkelijk. Stalingrad werd in de eerste dagen door Duitse bombardementen (waarbij 40.000 burgers omkwamen) tot puin gereduceerd. Dat was echter eerder in het voordeel van de verdedigers. De bekende Duitse pantsergeneraal Heinz Guderian had drie principes geformuleerd voor een succesvolle aanval: verrassing, goed terrein en massale inzet.78 Hoewel de Russische steppen geschikt waren voor de inzet van tanks, vielen alle drie deze elementen weg tijdens deze confrontatie in de ruïnes van Stalingrad.

Er ontspon zich een bikkelharde strijd, waarin om iedere straat, elk huis en zelfs elke kamer werd gevochten. In stadsgevechten was de Blitzkrieg-tactiek nutteloos.79 Het Duitse Zesde Leger wist desondanks, ten koste van vele doden, een groot deel van de stad te veroveren en de Sovjets werden teruggedrongen in een snel krimpend bruggenhoofd aan de Wolga.

Slag om Stalingrad
Slag om Stalingrad (Bundesarchiv, Bild 183-P0613-308 / CC-BY-SA 3.0)

Zhukov was zich er echter van bewust dat de Duitse troepen, waarvan de bevoorradingslijnen maximaal waren uitgerekt, kwetsbaar waren voor een aanval in de rug. De Sovjets profiteerden ook van de in het begin van de oorlog naar het oosten geëvacueerde industrie. Deze begon steeds beter te draaien, waardoor de wapen- en munitieproductie snel steeg. De tegenaanvallen begonnen op 19 november 1942. Binnen een week troffen de Sovjet-speerpunten elkaar en was het Zesde Leger (zo’n 220.000 man) omsingeld. Hitler verbood de ingesloten soldaten uit te breken. Hij ging ervan uit dat de troepen via de lucht bevoorraad konden worden. Dat bleek echter niet zo en de tekorten aan voedsel en munitie namen snel toe. Een ontzettingspoging in december 1942 liep op niets uit.

Op 10 januari 1943 gingen de Sovjets opnieuw in de aanval, met als doel de omsingelde troepen te vernietigen. De uitgeputte Duitse troepen en hun bondgenoten waren niet in staat om stand te houden. Op 2 februari capituleerden de laatste As-strijdkrachten. Zij verloren in Stalingrad totaal 600.000 man.

Sovjet-soldaat wappert met een vlag voor de overwinning om Stalingrad op 2 februari 1943
Sovjet-soldaat wappert met een vlag voor de overwinning om Stalingrad op 2 februari 1943

Door de tegenaanval bij Stalingrad moesten de Duitsers ook hun offensief in de Kaukasus, dat tot dan toe moeizaam verliep, afbreken. De door hen zo begeerde oliebronnen aldaar bleven buiten bereik. Tevens werd in januari 1943 een corridor bevochten naar het belegerde Leningrad, waardoor de situatie in de stad iets verbeterde. Stalingrad was niet hét beslissende keerpunt van de oorlog, maar wel verreweg de grootste Duitse nederlaag tot dan toe. Het was nu voor iedereen duidelijk dat de strijd aan het Oostfront steeds slechter verliep voor de Wehrmacht. Het moreel in Duitsland kreeg door de nederlaag een enorme knauw. Volgens Antony Beevor geloofden…

…alleen nazifanaten […] nog dat de oorlog kon worden gewonnen.80

Slag bij Midway

De Japanners droomden na hun successen van eind 1941 en begin 1942 van nog meer veroveringen in de Stille Oceaan. Het eiland Tulagi – deel van de Solomoneilanden ten noordoosten van Australië – en het nabij gelegen Guadalcanal werden bezet. Op die wijze wilden zij het zuidelijke continent isoleren. De daartoe in april 1942 voorgenomen landingen bij Port Moresby op Nieuw-Guinea werden echter verhinderd door de Amerikaanse marine in een opmerkelijke confrontatie in de Koraalzee.

Tijdens deze zeeslag, die duurde van 4 tot 8 mei, kregen de deelnemende schepen elkaar niet te zien. Alle aanvallende acties kwamen vanuit de lucht. De Amerikanen leden zwaardere verliezen, maar de Japanners durfden, vanwege de hun toegebrachte schade, niet door te zetten. “Nooit meer zouden ze zo’n kans krijgen om de Stille Oceaan te gaan beheersen”, aldus Hastings.81 Als Port Moresby was gevallen, had de weg naar Australië namelijk opengelegen.

Amerikaanse basis op het atol Midway, eind 1941
Amerikaanse basis op het atol Midway, eind 1941
Een Amerikaanse codebreker in Pearl Harbor achterhaalde op 13 mei 1942 uit onderschepte berichten waar de volgende Japanse aanval zou plaatsvinden: het atol Midway. De Japanners wilden dit eiland met het daarop gelegen vliegveld tot een hoeksteen van hun imperium maken. Door de oplettendheid van deze codebreker (Joseph Rochefort), konden de Amerikanen hun vloot bij Midway samentrekken, in afwachting van de Japanners. Op 3 en 4 juni vonden vervolgens diverse schermutselingen plaats, waarbij de US Navy veel vliegtuigen verloor. Een nederlaag dreigde. Tot het geluk een handje hielp laat in de middag van 4 juni.

Op het moment dat de jagers van Japanse vliegdekschepen niet konden ingrijpen omdat zij (wegens de eerdere luchtgevechten) te laag vlogen of juist werden bijgetankt, voerden Amerikaanse duikbommenwerpers vanaf grote hoogte een verwoestende aanval uit. Daarbij werden vier Japanse vliegdekschepen tot zinken gebracht, waarmee de Japanse marine haar offensieve kracht kwijt was. Door het gebrek aan industriële faciliteiten konden deze verliezen ook niet worden aangevuld. De Japanse marine-opperbevelhebber admiraal Isoroku Yamamoto had al voor het uitbreken van de oorlog voorspeld dat hij in de eerste zes maanden “tekeer zou gaan” en de ene na de andere overwinning zou behalen. Daarna verwachtte hij echter geen succes meer.82 Die woorden bleken heel profetisch.

Na Midway was Guadalcanal het volgende strijdtoneel in de Pacific. Ook hier was een strategisch gelegen vliegveld het doelwit van beide partijen. De gevechten vonden plaats van 7 augustus 1942 tot 9 februari 1943. De Japanse doodsverachting en gehoorzaamheid, die de militairen zulke taaie verdedigers maakten, veroorzaakten op dit eiland een bloedbad. Keer op keer stortten zij zich in frontale charges op de goed bewapende en stevig ingegraven Amerikanen die het door hen ingenomen vliegveld verdedigden. Duizenden Japanners kwamen daarbij om het leven.

Slag om Gualdalcanal
Amerikaanse mariniers op Guadalcanal

Tijdens diverse zeeslagen werden meerdere Amerikaanse schepen tot zinken gebracht. De Japanners wisten op zee echter geen doorslaggevende overwinningen te behalen en slaagden er niet in hun troepen op het eiland afdoende te bevoorraden. Eind januari 1943 moesten deze geëvacueerd worden. De verliezen die de Japanners tijdens de Slag om Gualdalcanal leden, maakten dat zij in de Pacific in het defensief moesten en geen grote acties meer konden ondernemen. Het Japanse oorlogsplan was om in de eerste fase van de oorlog de Amerikaanse vloot te vernietigen, terwijl haar marine ongeschonden bleef. Eind 1942 was haar vloot echter, evenals de Amerikaanse, zwaar toegetakeld. Vanaf dat moment werd het een wedstrijd wie het snelst vliegdekschepen kon bouwen en dat was volgens de historicus John Kirk “een productieslag die Japan wel moest verliezen”.83

Slag om de Atlantische Oceaan

Een belangrijk strijdtoneel tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Atlantische Oceaan. Voor zowel de Britten als de Amerikanen was de slag om deze oceaan doorslaggevend. Voor Groot-Brittannië was dat vanwege de afhankelijkheid van bevoorrading over zee. De Amerikanen konden pas overgaan tot een grootschalige invasie op het Europese vasteland als de verbindingsroutes veilig(er) waren. Duitse U-boten vormden echter een grote bedreiging voor de geallieerde koopvaardijschepen.

Tussen juni 1940 en maart 1941 brachten zij 2 miljoen ton aan scheepsruimte tot zinken, terwijl er maar 200.000 ton werd bijgebouwd. Dit was opmerkelijk, omdat er op dat moment door de Duitsers slechts enkele tientallen duikboten konden worden ingezet, in plaats van de 300 waar hun bevelhebber grootadmiraal Karl Dönitz om had gevraagd.84 Dönitz schatte in dat als het lukte om per maand 700.000 ton te doen kelderen, Groot-Brittannië zou moeten opgeven. Dat tonnage haalde de Kriegsmarine maar één keer, in november 1942.

Admiraal Karl Dönitz inspecteert een onderzeebootbasis in Saint-Nazaire, juni 1941
Admiraal Karl Dönitz inspecteert een onderzeebootbasis in Saint-Nazaire, juni 1941 (Bundesarchiv, Bild 101II-MW-3491-06 / Buchheim, Lothar-Günther / CC-BY-SA 3.0)

Als er eerder meer en betere U-boten beschikbaar waren geweest, had de oorlog mogelijk een andere uitkomst gehad. Niet voor niets merkte Churchill op dat hij zich voor het voortbestaan van zijn land meer zorgen maakte over U-boten dan over welke andere dreiging ook.85

Enigma-codeermachine in het Imperial War Museum in Londen (Publiek Domein - wiki)
Enigma-codeermachine in het Imperial War Museum in Londen
Aan de andere kant van de oceaan was de industriële productie doorslaggevend. In 1941 bouwden de Amerikanen 1,8 miljoen ton scheepsruimte. Dit liep in 1942 op tot 13 miljoen ton. Vanaf toen werden er sneller schepen gebouwd dan de Duitsers ze tot zinken konden brengen. In het najaar van 1942 vond ook een andere omslag plaats. Op 13 december wisten de Britse cryptoanalisten op hun hoofdkwartier Bletchley Park de Enigma-code te kraken. Doordat er nu weer kon worden meegelezen met de communicatie van de Duitse marineleiding met de U-boten, werd de opsporing daarvan vergemakkelijkt en konden konvooien om gevaarlijke plekken worden geleid.86

In februari 1943 werd met behulp van de inzet van langeafstandsbommenwerpers de ‘Atlantic air gap’ (een strook op de oceaan van 1.500 kilometer breed, waar geallieerde schepen geen luchtdekking hadden) gedicht. Ook kwamen er meer escorte-vliegdekschepen beschikbaar voor de konvooibegeleiding. In mei 1943 moest Dönitz, vanwege de vele U-boten die in de voorafgaande maanden waren gezonken, de patrouilles in de Atlantische Oceaan staken. De U-boten hadden aanzienlijke schade aangericht, maar relatief gezien was hun effect beperkt. Van de geallieerde schepen die uitvoeren in de Tweede Wereldoorlog, bereikte 99% veilig hun bestemming.87

Bevoorrading van de Sovjet-Unie

De westerse geallieerden, vooral de Amerikanen, stelden veel in het werk om de Sovjet-Unie te helpen. Middels de arctische konvooien werden voorraden aangevoerd naar de Noord-Russische havens. Hierbij gingen veel schepen verloren. In de zomer van 1942 werden deze konvooien daarom zelfs opgeschort. Hoewel het belang van deze bevoorrading, zeker door de Sovjets, is gebagatelliseerd, werden hiermee onder meer 5.000 tanks en 7.000 vliegtuigen vervoerd. Dat was geen geringe bijdrage, maar ook weer niet doorslaggevend.

In totaal waren de westerse geallieerden verantwoordelijk voor de aanvoer van 10% van het materieel en de grondstoffen die de Sovjets nodig hadden voor de oorlogvoering, onder meer 400.000 vrachtwagens en 50% van de gebruikte munitie. De meeste voorraden kwamen via de Aziatische routes, door Siberië of Iran. Sovjet-commandant Zhukov gaf na de oorlog toe dat “de Amerikanen materiaal naar ons verscheepten dat we absoluut nodig hadden om onze troepen uit te rusten en de oorlog voort te kunnen zetten”.88

Slag om El Alamein en Operatie Torch

Gedurende 1941 en 1942 golfde de strijd in Noord-Afrika op en neer zonder dat een van de partijen de overhand kreeg. Het ene moment wonnen de Britten terrein en dreven zij de Duitsers terug. Bij een volgend offensief heroverde de generaal-veldmaarschalk Erwin Rommel weer gebied en vice versa. Medio juni 1942 werd de Britse positie echter precair. Rommels Afrikakorps was honderden kilometers opgerukt. De val van de Libische havenstad Tobroek op 21 juni 1942, waarbij 30.000 gemenebest-militairen zich overgaven aan nog geen 15.000 Duits-Italiaanse troepen, was een schok voor de geallieerden.

Foto gemaakt tijdens de Slag bij El Alamein,1942
Foto gemaakt tijdens de Slag bij El Alamein,1942
Aan beide kanten van het front werd gefantaseerd of gewanhoopt over een Duitse verovering van Egypte en de daaropvolgende inpalming van de hele Arabische wereld met al zijn oliebronnen. De bevoorradingslijnen van het Afrikakorps werden door de veroveringen echter steeds langer en kwetsbaarder voor (lucht)aanvallen. Ook waren zij in minderheid qua materieel en manschappen. Het Britse Achtste Leger wist de opmars van Rommel te stoppen tijdens de eerste Slag om El Alamein in augustus 1942. Daarna trad er een korte pauze in.

Met een andere commandant, de scherpe, maar niet altijd even tactvolle Bernard Montgomery en nieuwe Amerikaanse tanks, begon het Britse leger op 23 oktober 1942 een tegenaanval. De Duits-Italiaanse troepen hielden het een week vol, maar op 3 november braken de geallieerden door de linies bij El Alamein en moest Rommel de aftocht blazen. Door zijn voorzichtigheid liet Montgomery echter de kans liggen om het Afrikakorps toen al totaal te vernietigen.

Dit zou echter niet lang meer op zich laten wachten. Al op 8 november landden de geallieerden met Operatie Torch in Noord-Afrika op de kust van Algerije en Marokko. Beide gebieden stonden onder controle van het pro-Duitse Franse Vichy-regime. Het aanvankelijke verzet was verwaarloosbaar. Er werden door de geallieerden belangrijke ervaringen opgedaan, die later bij volgende invasies van pas zouden komen. De Duitse troepen waar zij in Tunesië op stuitten, waren echter van een hoger niveau dan hun eerdere Franse tegenstanders.

Duitse tank in Afrika
Lichte pantserwagen (links) en een Pkw.Kfz 15 Horch, met op de achtergrond een Zundapp zijspan.

Bij de Kasserinepas leden de toen nog onervaren en slecht geleide Amerikanen in februari 1943 een zware nederlaag, waarbij ze 180 tanks verloren. Zij leerden echter snel en schroomden niet om incompetente commandanten te vervangen. Uiteindelijk waren de As-troepen niet opgewassen tegen de Amerikaans-Britse overmacht. Op 12 mei 1943 capituleerden zij op het schiereiland Kaap Bon in Tunesië. Omdat Hitler eerst veel versterkingen stuurde en vervolgens weigerde om troepen en materiaal te evacueren, werden 250.000 Duitsers en Italianen krijgsgevangen gemaakt.

Slag om Koersk

De Duitsers hadden zich begin 1943 onder druk van het Rode Leger moeten terugtrekken uit Zuid-Rusland. Ook het gebied rond Rzjev, waar in 1942 zo hard om was gevochten, werd nu prijsgegeven. Door de voortdurende Sovjet-aanvallen ontstond een saillant (uitstulping) in het Duitse front van meer dan 500 kilometer. Aan de top van deze saillant lag de stad Koersk. Uit de inlichtingen die de Sovjets kregen van de Britten (afkomstig uit gedecodeerde berichten) en hun eigen spionagenetwerk in Duitsland, wisten zij dat daar de volgende aanval zou komen.

Beide partijen gingen het offensief vol goede moed in. De Duitsers waren uitgerust met nieuw materieel, waaronder de Panther- en Tigertanks. Door velen werden deze tanks gezien als de beste van de oorlog, hoewel zij zich bij Koersk technisch niet altijd even betrouwbaar toonden. Het Rode Leger had zich echter letterlijk en figuurlijk diep ingegraven en wist dat zij qua manschappen en materieel de overhand had.

Sovjetgeneraals Georgi Zjoekov en Ivan Konev tijdens de Slag om Koersk, 1943
Sovjetgeneraals Georgi Zjoekov en Ivan Konev tijdens de Slag om Koersk, 1943 (CC BY 4.0 – Mil.ru – wiki)

De aanval begon op 5 juli 1943. De Wehrmacht wilde de saillant afknijpen met een klassieke tangbeweging. De Sovjets hadden echter meerdere verdedigingscirkels aangelegd, die ruim waren voorzien van manschappen, antitankmijnen, artillerie en raketwerpers. Deze bleken een te groot obstakel voor de aanvallers. “De verdedigers leden verschrikkelijke verliezen, maar het numerieke overwicht van het Rode Leger was gewoon te groot”, aldus Beevor.89

Bij Prochorovka, ruim 50 kilometer ten zuidoosten van Koersk, vond een van de grootste tankslagen ooit plaats. De Sovjets verloren de meeste tanks, maar uiteindelijk sloegen zij de Duitse aanval wel af. Koersk bleef behouden. Half juli gingen de Sovjets zelf in het offensief bij het ruim 100 kilometer noordelijker gelegen Orjol. De strijd ging door tot 25 juli, maar toen moest de Wehrmacht zich terugtrekken, mede vanwege de ontwikkelingen in Zuid-Europa. De Sovjet-verliezen waren twee keer zo hoog als die van de As, maar zij kon haar verliezen opvangen en de Wehrmacht niet. “Koersk boorde de Duitse hoop op een overwinning op de Sovjet-bodem de grond in,” aldus historicus Orlando Figes.90

Sicilië

De geallieerde leiders hadden tijdens de Conferentie van Casablanca (januari 1943) besloten dat het eiland Sicilië moest worden veroverd om de Middellandse Zee veilig te stellen. Over het vervolg van de strategie bestond echter onduidelijkheid. De Britse premier Churchill drong erop aan om geheel Italië te bezetten. Uiteindelijk werd in mei 1943 op de Trident Conferentie in Washington ingestemd met dat plan. Zo zouden de Duitse strijdkrachten ook verder worden verspreid, wat gunstig was voor de toekomstige landing in Frankrijk.

Ongeveer 160.000 troepen landden 10 juli 1943 op de kust van het Italiaanse eiland. Daarmee was deze Operatie Husky een grotere invasie dan die op D-Day, 6 juni 1944 een jaar later. Ondanks slecht weer en friendly fire van geallieerde marineschepen op eigen vliegtuigen, was de aanval een succes en waren de verliezen veel minder dan waar vooraf op was gerekend.91 De 200.000 Italiaanse troepen op het eiland toonden zich weinig vechtlustig. De twee aanwezige Duitse divisies konden het tij niet keren, hoewel zij de Amerikanen en Britten wel behoorlijke verliezen toebrachten.

Geallieerde troepen lossen voorraden op de eerste dag van de invasie van Sicilië, 10 juli 1943
Geallieerde troepen lossen voorraden op de eerste dag van de invasie van Sicilië, 10 juli 1943

De dreigende val van het eiland, luchtbombardementen op Rome en de algehele malaise in Italië, leidden tot de afzetting en vervolgens arrestatie van Mussolini op 25 juli 1943 in opdracht van koning Victor Emmanuel III. Hitler weigerde zijn mededictator en het Italiaanse grondgebied echter zomaar in de steek te laten. Hij gelastte de overplaatsing van eenheden van het Oostfront, waaronder zijn beste pantserdivisies, om de As-strijdmacht in het Middellandse Zeegebied te versterken. Half augustus was Sicilië veroverd door de geallieerden. De Duitsers konden tot hun eigen verbazing echter grote hoeveelheden troepen en materieel ongehinderd naar het Italiaanse vasteland verschepen. Het nieuwe Italiaanse regime onder leiding van generaal Pietro Badoglio onderhandelde ondertussen over overgave en sloot op 3 september 1943 een wapenstilstand met de geallieerden. De Duitsers reageerden echter snel en bezetten het Italiaanse vasteland.

Pietro Badoglio tijdens de Tweede Wereldoorlog (Publiek Domein - wiki)
Pietro Badoglio
Begin september landden geallieerde troepen op meerdere plaatsen in Italië. De invasie bij Salerno in het zuidwesten liep bijna uit op een ramp. De Duitsers boden hier hevige weerstand. Er werd zelfs overwogen om de aanval af te breken en de troepen te evacueren.92 Door zware beschietingen vanaf zee en uit de lucht en de inzet van versterkingen, onder andere parachutisten die op het strand werden gedropt, wisten de geallieerden de Duitse tegenaanvallen echter af te slaan en een bruggenhoofd te vestigen.

Op 8 september 1943 capituleerde de regering Badoglio. Mussolini werd door Duitse commando’s bevrijd uit zijn gevangenschap en door Hitler geïnstalleerd als dictator van de Italiaanse Sociale Republiek. Dit staat beter bekend als Republiek van Salò, een kleine fascistische rompstaat in Centraal- en Noord-Italië. Intussen groeven de Duitsers zich in op het schiereiland. Churchill had het vaak gehad over de “zachte onderbuik van Europa”. Het tegendeel bleek echter het geval te zijn. Het bergachtige smalle land was goed te verdedigen. Telkens moesten de Amerikaanse, Britse, Franse en Poolse troepen zwaar gefortificeerde Duitse posities frontaal aanvallen. Vanwege de terreingesteldheid konden ze daarbij geen tanks of ander zwaar materieel inzetten. Als deze met veel pijn en moeite waren ingenomen, viel de Wehrmacht terug op de volgende. “De tommy’s zullen zich een weg naar ons toe moeten vreten en we zullen ze heel wat te vreten geven”, aldus een Duitse soldaat in een brief.93

Geallieerde soldaten in de ruïnes van het klooster van Monte Cassino
Geallieerde soldaten in de ruïnes van het klooster van Monte Cassino, 1944

Onder meer bij Monte Cassino werd maandenlang gevochten. Daarbij werd een uniek eeuwenoud kloostercomplex op de top van de berg volledig verwoest zonder dat het tot een doorbraak leidde. Een amfibische landing in januari 1944 achter de Duitse linies bij Anzio ten zuiden van Rome, veranderde niets aan de impasse. De invasiemacht werd in het bruggenhoofd afgegrendeld door de Duitsers. Pas in mei 1944 wisten de geallieerden een doorbraak te forceren. Op 4 juni werd Rome veroverd. De Amerikaanse generaal Mark Clark verzuimde echter om de terugtocht van de Duitse troepen af te snijden. Die konden daardoor nieuwe stellingen inrichten in de Apennijnen. Over het nut van de Italiaanse campagne wordt ook nu nog gediscussieerd. Er zijn zeker vraagtekens bij te plaatsen. Aan de andere kant konden de geallieerden toen ze er eenmaal aan begonnen waren, de veldtocht niet zomaar beëindigen. Ook werden in Italië 37 Duitse divisies gebonden, die op andere strijdtonelen, vooral in het oosten, hard gemist werden.

Herovering van Oekraïne

Na de Slag bij Koersk begon eind augustus een groot Sovjet-tegenoffensief in de zuidelijke frontsector, met als doel Kiev en de rest van Oekraïne te heroveren. Er ontstond een wedloop tussen het oprukkende Rode Leger en de Wehrmacht om de Dnjepr als eerste te bereiken. Om een bruggenhoofd over de rivier te vestigen, zette het Rode Leger parachutisten in. Dat was een van de weinige keren dat zij daartoe zou overgaan.94 De westoever van de rivier bood voor de Duitsers goede verdedigingsposities. Toch wist het Rode Leger deze op diverse plaatsen, zij het ten koste van grote verliezen, succesvol te overschrijden. Op 6 november 1943 werd Kiev heroverd en er waren meer triomfen op het slagveld.

Eind januari 1944 werd het beleg van Leningrad gebroken. Nadat de dooi was ingetreden en de modder was verdwenen, werd in mei 1944 de Krim gezuiverd van Duitsers. In sommige sectoren waren de As-troepen als gevolg van het offensief ruim duizend kilometer teruggedrongen. Meer dan de helft van het gebied dat Hitler in 1941 had ingenomen, was in het voorjaar van 1944 weer in handen van de Sovjet-Unie.

De bekende journalist Vasili Grossman deed verslag van een ontmoeting met een jongen in het pas heroverde gebied in Oekraïne

Hij vroeg waar zijn vader was. “Vermoord,” antwoordde hij. “En je moeder dan?” “Die is gestorven.” “Heb je broers of zussen?” “Een zus. Ze hebben haar meegenomen naar Duitsland.” “Heb je verder geen familie?” “Nee, ze zijn allemaal verbrand in een dorp van de partizanen.”95

Gedenkplek bij de Duklapas met een Duitse Panzer IV en Sovjet T-34
Gedenkplek bij de Duklapas met een Duitse Panzer IV en Sovjet T-34

Stalins militairen konden volgens Hastings niet tippen aan het tactisch vernuft van de Duitsers.96 De Sovjet-tactiek bestond voornamelijk uit grootschalige frontale infanterieaanvallen. Deze weinig verfijnde aanpak leidde tot zware verliezen bij het Rode Leger, maar door de numerieke superioriteit kon het deze opvangen. De artillerie en dan vooral de Katjoesja-raketlanceerinstallatie – door de Duitsers Stalinorgel genoemd – was echter gevreesd en met de T-34 beschikte zij over een van de beste tanks van de oorlog, in ieder geval in kwantitatief opzicht.97 Deze middelzware tank was namelijk een stuk eenvoudiger en sneller te produceren dan zijn Duitse tegenhangers, terwijl hij deze qua vuurkracht en snelheid ook zeker partij kon bieden.

Operatie Overlord

Al vlak na de Duitse veroveringen in 1940, werd er nagedacht over (en door de onderworpen volken gehoopt op) een geallieerde invasie in West-Europa. Een invasie voorbereiden kost echter veel tijd. Er moesten miljoenen soldaten worden opgeleid en uitgerust. In 1942 en 1943 waren er nog niet voldoende manschappen en scheepsruimte beschikbaar voor een grootschalige aanval op West-Europa. Ook was de Luftwaffe toen nog relatief sterk en voor een succesvolle landing was een luchtoverwicht cruciaal. In januari 1944 begon de daadwerkelijke planning voor de geallieerde invasie in Frankrijk, die de codenaam Overlord zou krijgen.

De Sovjets beklaagden zich er tijdens en na de oorlog over dat de landingsoperatie onnodig werd uitgesteld en zij al het vechtwerk moesten doen. De aanval wierp echter zijn schaduw vooruit, waar het Rode Leger baat bij had. Al voor de landing waren de beste Duitse pantserdivisies in het westen gestationeerd en er zouden er nog meer worden overgeplaatst vanaf het Oostfront na 6 juni 1944.

Hitler en zijn generaals wisten dat er een aanval zou komen, maar niet waar en wanneer. Door een grootschalige geallieerde misleidingsoperatie, bestaande uit onder meer een fictieve legermacht en valse codeberichten, waren zij in het ongewisse over de precieze locatie. Juist vanwege het slechte weer waren zij niet bedacht op een invasie op 6 juni 1944. Toch gingen de geallieerden die dag, na eerder nog een uitstel van 24 uur vanwege de weersomstandigheden, tot de aanval over.

Beroemde foto gemaakt tijdens de eerste dagen van Operatie Overlord (Publiek Domein - wiki)
Bekende foto gemaakt tijdens de eerste dagen van Operatie Overlord

Er werden verdeeld over meerdere dagen 150.000 manschappen en 50.000 voertuigen aan land gezet op een 50 kilometer breed front in Normandië. Mede omdat Hitler sliep en niemand hem durfde te wekken, konden de Duitse pantserdivisies, die landinwaarts waren gelegerd, niet direct worden ingezet. De Führer moest daar persoonlijk toestemming voor geven. Als zij eerder de stranden hadden bereikt, was de geallieerde landing wellicht heel anders gelopen. Nu waren de vijf invasiestranden in de loop van de ochtend in geallieerde handen. Alleen op Omaha Beach, een van de vijf landingsstranden, werden door de Amerikanen zware verliezen geleden. De eerste dag sneuvelden 3.000 geallieerde militairen en raakten er 6.000 gewond. In de prognoses was uitgegaan van het dubbele daarvan.

De bekende fotograaf Robert Capa maakte D-Day mee vanuit een landingsvoertuig

De zee was wild en we waren nat voordat ons vaartuig van het moederschip werd afgestoten. Het was al duidelijk dat generaal Eisenhower [de geallieerde opperbevelhebber] zijn mannen niet over het Kanaal zou leiden met droge voeten, of iets anders droogs. Binnen een mum van tijd begonnen de mannen te kotsen. Maar dit was een nette en goed voorbereide invasie, en er waren kleine papieren zakjes voor dit doel uitgereikt. […] De kust van Normandië was nog mijlen ver weg, toen het eerste onmiskenbare knallen onze oren bereikte. We doken neer in het met braaksel vermengde water op de bodem van het landingsvaartuig. […] De bootsman liet de met staal gepantserde voorkant naar beneden zakken en daar, tussen de groteske vormen van stalen obstakels die uit het water staken, was een dunne streep land gehuld in rook – ons Europa, het strand ‘Easy Red’.98

Er was veel geoefend op de landingen, maar niet op de daaropvolgende strijd in het kenmerkende Normandische heggenlandschap.99 Volgens de historicus Norman Davies ontbeerde het de infanterie aan de juiste (zware) wapens, leiderschap en expertise om hun materiële voordeel maximaal uit te buiten.100 De geallieerde legers hadden een overwicht aan tanks en vliegtuigen, maar dat kwam in deze gevechten niet goed tot zijn recht. Qua bewapening en bepantsering waren de Duitse gevechtsvoertuigen bovendien beter uitgerust. Daarom liep de grondoperatie aanvankelijk niet volgens plan. Dat neemt echter niet weg dat de Duitsers de zwaarste verliezen leden. In de lucht waren en bleven de geallieerden superieur.

Een van de slachtoffers van hun jachtvliegtuigen was de bekende Duitse generaal Rommel. Hij raakte zwaargewond. Diezelfde zomer pleegde hij onder druk van zijn Führer zelfmoord. Hij werd beschuldigd van betrokkenheid bij de mislukte aanslag op Adolf Hitler, uitgevoerd door kolonel Claus von Stauffenberg op 20 juli 1944. Verschillende hoge officieren en vele andere (vermeende) betrokkenen werden erna terechtgesteld. Bij de omsingeling van Falaise in het Normandische binnenland in augustus 1944 werden 50.000 Wehrmachtsoldaten gevangen genomen, terwijl er 10.000 sneuvelden. Mede door slechte onderlinge afstemming tussen de Amerikaanse en Britse formaties ontsnapten er echter ook meer dan 50.000 soldaten van het Duitse Zevende Leger. Deze kwamen uiteindelijk in Zeeland terecht.

Operatie Bagration

Het grote zomeroffensief van het Rode Leger in 1944, met de codenaam Bagration, startte in het gebied dat nu bekendstaat als Belarus. De Duitsers gingen uit van een aanval in Oekraïne en werden daarom totaal verrast toen in plaats daarvan de middelste en niet de zuidelijke sector van het Sovjet-front in beweging kwam. Stalin zette 2,4 miljoen manschappen en meer dan 5.000 tanks in. De Duitse troepen tegenover hen moesten het met minder dan de helft doen. Hitler weigerde als vanouds toestemming voor een tactische terugtocht, waardoor meerdere legers werden omsingeld en in de pan gehakt.

In enkele weken tijd verloor Legergroep Midden 350.000 man in een catastrofe groter dan die bij Stalingrad.101 De verovering van Warschau stond gepland voor 2 augustus 1944, maar ‘Hitlers brandweerman‘, veldmaarschalk Walter Model (zo genoemd omdat Hitler hem altijd dirigeerde naar een frontsector als daar een doorbraak dreigde)102, deed een tegenaanval met vier pantserdivisies. Daardoor en wegens de uitgerekte bevoorradingslijnen stokte het offensief vlak voor de Poolse hoofdstad. In twee maanden tijd was het Rode Leger desondanks zo’n 700 kilometer opgerukt.

Sovjet-soldaten in de Wit-Russische stad Polotsk
Sovjet-soldaten in de Wit-Russische stad Polotsk, 4 juli 1944

Het Poolse verzet kwam bij nadering van hun vermeende bevrijders in opstand. Mede omdat de Sovjets halt hielden werd de Poolse opstand in bloed gesmoord. Ook nu nog woedt er tussen westerse en Russische historici een debat over de vraag of Stalin in augustus 1944 Warschau niet kon óf niet wilde veroveren. Feit is dat hij niet veel op had met de nationalistische Polen en dat het hem niet slecht uitkwam dat de Duitsers korte metten maakten met de opstandelingen die zich later tegen hem hadden kunnen keren.

Ook had Stalin andere prioriteiten. Het Rode Leger boog voor Warschau af en begon zuidelijke offensieven richting de Balkan. Stalin wist dat de Amerikanen en Britten voorlopig toch nog niet in Duitsland zouden zijn. De Balkanlanden waren rijk aan grondstoffen, waaronder olie. Deze regio wilde hij dus graag inlijven bij het Sovjet-imperium. Dit offensief in zuidelijke richting kostte Hitler ook zijn bondgenoten die niet langer geloofden in een Duitse zege. Roemenië verliet op 23 augustus 1944 de As en verklaarde Duitsland de oorlog. Bulgarije verklaarde zich op 26 augustus neutraal. Hierdoor kwam de zuidelijke flank van het Duitse leger open te liggen en moest de bezetting van Griekenland worden opgegeven.

Sovjet- en Poolse Armia Krajowa-strijders in Vilnius (Litouwen), juli 1944
Sovjet- en Poolse Armia Krajowa-strijders in Vilnius (Litouwen), juli 1944
Aan het noordelijke front liet ook Finland weten de strijd niet te kunnen voortzetten en tekende op 5 september 1944 een wapenstilstand met de Sovjet-Unie. Hongarije maakte aanstalten hetzelfde te doen. Toen vond er echter een coup plaats en het nieuwe regime, van de fascistische Pijlkruisers, zette de strijd aan Duitslands zijde voort. Ook dat kon het Rode Leger echter niet afstoppen. Van eind december 1944 tot 13 februari 1945 werd Boedapest belegerd en veroverd. De gevechten in het land zouden voortgaan tot april 1945, met veel slachtoffers tot gevolg.

Ook voor de Baltische Staten hadden de Sovjets een plan. Zij stootten door naar de Oostzee waardoor de Duitse Noordelijke Legergroep geïsoleerd raakte. Deze werd samengedreven in een steeds kleiner wordende pocket rond het schiereiland Koerland in Letland. Deze werd afgegrendeld door sterke Sovjet-eenheden. Hierdoor vormden de Duitsers daar geen bedreiging meer voor de verdere opmars van het Rode Leger. Hitler weigerde deze troepen tijdig te evacueren, hoewel deze 31 divisies elders zeer goed gebruikt hadden kunnen worden.

Operatie Höss

Terwijl de kansen voor de Duitsers op het oorlogstoneel rap afnamen, bleven zij alles in het werk stellen om hun vermeende rassenvijanden uit te roeien. De Duitse bezetting van Hongarije in maart 1944 ‘noodzaakte’ een grootschalige opschakeling. Terwijl in grote delen van Europa de Joodse bevolking grotendeels was gedeporteerd en vermoord, waren de Joden hier nog ongemoeid gelaten.

Regent Horthy
Miklós Horthy
Onder aanvoering van de regent admiraal Miklós Horthy was Hongarije altijd een trouwe bondgenoot van Duitsland geweest. Het genocidale beleid had hij echter niet overgenomen. Dat veranderde toen Hongarije werd bezet door de Duitsers. Met behulp van de Hongaarse politiediensten werd binnen enkele maanden de vervolging van de nog aanwezige Joden georganiseerd. Hiervoor werd de oude commandant van Auschwitz, Rudolf Höss, in actieve dienst teruggeroepen. Zijn naam werd ook verbonden aan de onderneming: Operatie Höss. In 40 dagen werden 437.402 Joden naar het vernietigingskamp gedeporteerd.103

Op 5 juli 1944 beval Horthy onder geallieerde druk dat de transporten gestopt moesten worden. Nadat hij in oktober 1944 was afgezet, werden de Joden echter opnieuw slachtoffer van grootschalige moordpartijen door het nieuw geïnstalleerde regime van de antisemitische Pijlkruisers.

V-Wapens

Het naziregime verkondigde vaak dat de grootschalige bombardementen op Duitsland vergolden zouden worden. Daartoe ondernam zij ook daadwerkelijk pogingen. In juni 1944 vielen de eerste V-1’s (V stond voor Vergeltungswaffe) op Groot-Brittannië. In totaal zou het eiland getroffen worden door 9.500 van deze onbemande vliegtuigen, waarbij 6.184 personen omkwamen.104

In september 1944 werden de eerste V-2 langeafstandsraketten richting Groot-Brittannië gelanceerd. Er zouden er nog 1.500 volgen. Ook België (en dan met name de haven van Antwerpen) werd onder vuur genomen met raketten. Vooral de potentie van de V-2 was groot. Door zijn supersonische en hoge vlucht, die hem buiten de dampkring bracht, was er geen luchtafweer mogelijk. De wapens kwamen echter te laat om nog iets aan het oorlogsverloop te veranderen. Vele concentratiekampgevangenen, onder andere in Dora-Mittelbau, sneuvelden bij de aanleg van ondergrondse fabrieken om de wapens te produceren.

Verslag van een ooggetuige

De toen 26-jarige mevrouw Toke van Beek hield een dagboek bij over de bevrijding en de daarop volgende maanden. Zij schreef ook over de V-1’s. Haar woonplaats Dongen in Noord-Brabant lag op de vliegroute van de lanceerplaatsen naar (de haven van) Antwerpen.

16 december 1944
“Zaterdagmorgen om vijf uur. Plotseling schoten we allemaal wakker door een raar snorrend geluid. `t Leek wel een vliegtuig waar van den moter defect was, maar dan heel angstig om te horen. We dachten rechtoe aan een vliegende bom, omdat daar de laatste tijd zoo druk over gesproken werd, en dan hier en dan daar over, en soms ook wel naar beneden kwamen. Nou `t was griezelig om te horen hoor. Een half uur later was er weer èèn, en daarna weer èèn. en zoo ging `t heel de tijd hoor. Als een pijl uit de boog schoot `t door de lucht, `t Was net zoo’n jager, maar dan wat spitser en korte vleugeltjes, een griezelig ding zoo’n V 1.

20 december 1944
Een V 1 valt op den Kaatsheuvel op een huis en doodt twee menschen. Heel den dag trekken die dingen maar door, en zijn verschrikkelijk angstig als hun moter stil valt omdat ze dan elk oogenblik naar beneden kunnen komen, sommige drijven nog wel enkele kilometers door, om daarna met een geweldige slag uit elkaar te springen.105

Lancering van een V-2 raket (Publiek Domein - wiki)
Lancering van een V-2 raket

Operatie Market Garden

Na de uitbraak uit Normandië en een Amerikaans-Britse landing tussen Marseille en Nice (Operatie Dragoon) op 15 augustus 1944, werden Frankrijk en België vrij gemakkelijk veroverd. Ter illustratie: de geallieerden rukten in deze campagne sneller op dan de Duitsers in mei 1940. Tot verbazing van de een en ontzetting van de ander, leken de Duitse legers volledig ineen te storten. De geallieerde bevelhebbers spraken openlijk over het beëindigen van de oorlog in 1944. Over hoe dat moest gebeuren, verschilden zij echter van mening.

De Britse commandant Montgomery wilde graag over een smal front aanvallen, om zo met één felle push (uiteraard onder zijn leiding) het Derde Rijk op de knieën te krijgen. De geallieerde opperbevelhebber in het westen, de Amerikaan Dwight Eisenhower, propageerde echter aanvallen op een breed front. Dit dwong de Duitsers hun troepen te spreiden. Bovendien was een smal front kwetsbaar voor tegenaanvallen en was de bevoorrading lastiger. Dat dit zo was bleek tijdens Operatie Market Garden in Nederland. Een doldriest plan, van de doorgaans zo voorzichtige Montgomery.

Parachutisten tijdens operatie Market Garden
Parachutisten tijdens operatie Market Garden

Middels diverse luchtlandingen moesten bruggen over de Nederlandse rivieren worden veroverd, waardoor een groot bruggenhoofd over de Rijn kon worden gevestigd. De aanval mislukte eigenlijk al na een dag. De landingszones lagen te ver van de beoogde doelwitten. De Duitse troepen reageerden met de hun kenmerkende snelheid. Het geallieerde grondleger dat de parachutisten moest ontzetten, werd geacht meer dan 100 kilometer op te rukken door een smalle corridor over terrein dat ongeschikt was voor tanks. Dat bleek een onmogelijke taak. Een aantal bruggen werd nog wel veiliggesteld, maar Arnhem was een brug te ver.

Na het mislukken van Market Garden probeerden de Amerikanen en Britten om Duitsland via een zuidelijkere route door Limburg binnen te dringen. Op 21 oktober werd de eerste grote stad van het Derde Rijk Aken veroverd. De gevechten in het najaar van 1944 in het Hürtgenwald, ten zuidoosten van Aken, waren bloedig en kostbaar voor de Amerikanen. Dat is des te pijnlijker omdat deze slag te vermijden was geweest. Als zij om het zwaar gefortificeerde bos heen waren getrokken, had het aantal slachtoffers van 30.000 een stuk lager gelegen. Nu eindigde de uitputtingsslag pas door toedoen van Hitler zelf, die zijn daar gestationeerde soldaten elders wilde inzetten.106

Slag om de Schelde

Market Garden zorgde ervoor dat de Duitsers de tijd kregen om de verdediging van Zeeland te versterken. De haven van Antwerpen, reeds begin september 1944 ingenomen, was nutteloos zo lang de oevers van de Westerschelde stevig in vijandelijke handen waren. Montgomery had echter verzuimd daar eerder iets aan te doen. Het vergde dat najaar een wekenlange zware strijd van Canadezen, Polen en ook Nederlandse militairen om de Wehrmacht hier weg te krijgen. Daarvoor waren meerdere amfibische landingen op de zwaar gefortificeerde Zeeuwse eilanden nodig. De geallieerden spraken dan ook terecht over een tweede Normandië.107

Bombardementscampagne

Aanvankelijk dachten en hoopten de Britten het Derde Rijk op de knieën te krijgen met precisiebombardementen op louter militaire en industriële objecten, zoals fabrieken, havens en bases. Daarbij zou de burgerbevolking ongemoeid blijven. Toen bleek dat dit in de praktijk niet werkte (de vliegtuigen hadden grote moeite hun doelwitten te vinden en raken), werd deze aanpak in 1942 radicaal overboord gegooid. De burgerbevolking werd juist het doelwit. Met de strategie die bekend werd als ‘area-bombing‘ werd gefocust op het hele stedelijke gebied rondom industriële complexen.108 Deze waren niet te missen. Door het doden van de bewoners en het vernietigen van hun huizen (dehousing), moest de oorlogsproductie afnemen en de Duitse bevolking worden gedemoraliseerd.

bombardement hamburg wwii (1)
Het verwoeste stadsdeel Hamburg-Steinwerder, 1942

Voor de Britten was dit, tot de invasie in 1944, een van de weinige manieren waarop zij direct tegen Duitsland konden vechten. Om die reden werd er dan ook veel in de bombardementen geïnvesteerd, zowel in materieel als menselijk opzicht. Van alle bemanningsleden van Bomber Command zou 46% (56.000) om het leven komen. Van de 100.000 bemanningsleden van de Amerikaanse luchtmacht (USAAF) haalden 26.000 het eind van de oorlog niet.109 Mede vanwege deze investeringen en verliezen werden de aanvallen juist voortgezet. Er was nu zo veel uitgetrokken voor de campagne, dat de geallieerden weigerden ermee op te houden, zo lang de oorlog nog voortduurde. Ook al was volgens historicus Beevor…

…de militaire logica tegen het eind van de oorlog vaak ver te zoeken – om nog niet te spreken van de morele rechtvaardiging.110

Studies tijdens de oorlog toonden al aan dat de effecten van de luchtaanvallen marginaal waren. Sterker nog, september 1944 was de maand met de hoogste productie van de Duitse industrie in de hele oorlog. Dit kwam vooral door het beleid van minister van bewapening Albert Speer, die fabrieken had verspreid en ondergebracht in bombestendige ruimten buiten de grote industriecentra.111 Het doel van de bombarderen was mede het terroriseren van de bevolking. Daar slaagden zij zeker in, maar dit leidde niet tot capitulatie. Er vielen minimaal 350.000 doden in Duitsland. Ook meer dan 200.000 burgers in andere Europese landen, onder wie 10.000 Nederlanders kwamen als gevolg van de geallieerde bommen om het leven.112

P51 Mustang
P51 Mustang

In de laatste vijftien maanden van de oorlog werden de Amerikaanse bombardementen wel wat effectiever.113 Met de nieuwe P51 Mustang langeafstandsjagers braken zij de Luftwaffe. In één enkele maand (februari 1944) verloor deze een derde van haar gevechtsvliegtuigen.114 De Amerikaanse luchtmacht voerde de aanvallen uit op oliebronnen, raffinaderijen en synthetische brandstoffabrieken. De brandstofproductie nam daardoor af van 180.000 ton naar 25.000 ton per maand.115

Staff Sergeant T.C. Gibbs, een neusschutter in een b-24 bommenwerper van de Amerikaanse luchtmacht, verhaalde na de oorlog over een missie boven Duitsland

De eerste missie, zoals trouwens alle missies van de Air Force, was een succes (voor alle crews was een succesvolle missie er één waarbij je behouden terugkeerde op je basis in Engeland.) Onze 6de missie was een echt griezelverhaal: naar de treinloodsen in Hamburg. Op de ochtend van de briefing werd ons meegedeeld dat bij het aanvliegen naar ons doel er meer dan 600 kanonnen op ons gericht zouden zijn. De tranen schoten bij velen van ons in de ogen en ongetwijfeld lekte de urine in menig vluchtpak langs de pijpen.

B-24 bommenwerper
B-24 bommenwerper
We cirkelden naar het westen van Hamburg, wonnen zoveel mogelijk hoogte, draaiden naar het doel en de neuzen van de B-24’s zakten een beetje om zoveel mogelijk vaart te maken. En met een rugwind van 90 mph (ca 160 km/u) smeten we de grootste lading explosieven naar beneden die de mensheid ooit had gezien of gehoord. We verloren veel van onze B-24’s in deze aanval waaronder ook enige met onze maten aan boord. Nadat we terugkeerden op onze basis werden we eerst gedebriefed en namen we een welverdiende dubbele whisky. Sommigen van ons waren te zeer over hun toeren om zelfs maar een slok whisky te kunnen nemen en daar maakten Croom, Naifeh en ik dankbaar gebruik van. Na een paar uur aan de zuurstof te hebben gehangen met daarna drie dubbele Bourbons gaven die je het gevoel dat je, als je met je armen wapperde, zo weg kon vliegen.116

Churchill had gelijk dat het bombarderen meer een knuppel was dan een rapier (een lang, dun zwaard).117 Echter, ook met een knuppel kun je flinke klappen uitdelen. De Duitse productie had te leiden onder de luchtaanvallen, zonder deze zou de output nog veel hoger zijn geweest. Vanaf januari 1945 begon de Duitse productie ten slotte sterk terug te lopen, vooral vanwege de aanvallen op waterwegen en spoorlijnen. Hierbij speelde ook het verlies van de industriële regio Opper-Silezië aan het Rode Leger een grote rol. Voor de bescherming van Duitsland werden honderdduizenden manschappen en veel oorlogsmaterieel ingezet. Zonder de bombardementen was dit aangewend op andere strijdtonelen.

Strijd in de Pacific

Doordat de geallieerden in de Pacific geen overeenstemming konden bereiken over de precieze strategie, kozen zij uiteindelijk eind 1942 voor het zogenaamde dubbele as-beleid.118 Dat hield in dat op meerdere plaatsen tegelijkertijd werd aangevallen. De Amerikaanse landmacht, onder leiding van generaal Douglas MacArthur, ging in het offensief op Nieuw-Guinea. Na de inname van een aantal tussenliggende eilanden was het uiteindelijke doel om de Filipijnen te heroveren. MacArthur, die vóór de Japanse bezetting opperbevelhebber van de geallieerde troepen op de Filipijnen was geweest, had bij zijn gedwongen vertrek in 1942 immers beloofd terug te keren.

De Amerikaanse marine, onder aanvoering van admiraal Chester Nimitz, veroverde centraal gelegen eilanden in de Grote Oceaan om zo sprongsgewijs (Island Hopping) op te rukken naar Japan en vijandelijke garnizoenen op die manier te isoleren. De eerste stap in deze campagne was de inname van het atol Tarawa in november 1943. Dat ging niet zonder slag of stoot. Het was volgens Hastings een…

…pijnlijke les om te leren hoe hard ze moesten vechten tegen verdedigers die vastbesloten waren hun leven te offeren.119

Gevechten op Tarawa
Gevechten op Tarawa

Japanse soldaten waren goed in nachtgevechten en het doorstaan van ontberingen, maar naarmate de oorlog vorderde bleek dat zij niet konden tippen aan de gevechtskracht van het Amerikaanse marinierskorps.120 De lagere rangen waren slecht opgeleid, hun commandanten incompetent en fantasieloos, en op technologisch gebied liepen zij achter op hun tegenstanders. Op elke plek waar de Amerikanen en ook de Australiërs aanvielen, zegevierden zij.

Isoroku Yamamoto
Isoroku Yamamoto
Een andere opsteker voor de geallieerden in de Pacific was de uitschakeling van de Japanse bevelhebber Yamamoto. Doordat de code van de keizerlijke marine was gekraakt, kon zijn vliegtuig op 18 april 1943 worden onderschept en neergeschoten door Amerikaanse P38 jachtvliegtuigen.

In juni 1944 werden de Marianen door Nimitz veroverd. Hierdoor kregen de nieuwe B-29 bommenwerpers de beschikking over bases waarvandaan ze de Japanse thuiseilanden konden bereiken. De Japanse strijdmacht was toen al lang niet meer zo superieur. De standaard-jachtvliegtuigen waren verouderd en konden niet op tegen de modernere toestellen van hun opponenten. Veel van de ervaren Japanse piloten waren gesneuveld. De nieuwelingen werden zonder afdoende training het gevecht ingestuurd, waardoor zij een makkelijke prooi waren voor hun geallieerde, vooral Amerikaanse concurrenten. Dit bleek onder meer bij de zogenaamde Great Marianas Turkey Shoot van 19-20 juni 1944, waarbij de keizerlijke marine honderden vliegtuigen verloor en de Amerikanen niet meer dan 30.

Bombardement op Tokio

Uitgezonderd de kleinschalige Doolittle Raid in april 1942 op het Japanse eiland Honshu, waren de Japanse hoofdeilanden tot november 1944 gevrijwaard van grote bombardementen. Dat leidde ertoe dat zij hun luchtverdediging verwaarloosden. Het luchtafweergeschut was verouderd en de Japanse radar niet effectief.121

De Amerikanen waren aanvankelijk terughoudender met het inzetten van grootschalige gebiedsbombardementen, in vergelijking met hun Britse bontgenoot in Europa. Toen echter bleek dat de precisieaanvallen op Japan niet het gewenste resultaat hadden (door de bewolking en sterke straalstroom boven het land kon er niet goed gericht worden), gingen zij over op een andere strategie.122 Op aandringen van Curtis LeMay, de pas benoemde luchtmachtcommandant in de Pacific, werd de nieuw ontwikkelde B-29 bommenwerper grootschalig ingezet voor aanvallen op lage hoogte (onder het wolkendek en de straalstroom) op de Japanse steden.

Tokio lag na het bombardement voor een groot deel in puin
Tokio lag na het bombardement van maart 1945 voor een groot deel in puin

De Japanse huizen, die voornamelijk waren opgetrokken uit hout en papier, waren zeer gevoelig voor brand, wat het recent ontwikkelde napalm een geschikt wapen maakte. Het bombardement op Tokio in de nacht van 9 op 10 maart 1945 was en is met 100.000 slachtoffers de dodelijkste luchtaanval ooit. Daarna werden meerdere Japanse steden op deze manier letterlijk in de as gelegd.

Japans grootste offensief

Na 1941 waren de frontlinies in China amper verschoven. De Japanners concentreerden zich vooral op de strijd tegen de Amerikanen in Zuidoost-Azië en hadden al moeite genoeg om het bezette Chinese gebied onder controle te houden. Dat lukte alleen door grootschalige terreur, waarbij honderdduizenden doden vielen.

Operation Ichi-Go
Japanse gemechaniseerde troepen rukken op richting Luoyang (China)
In juli 1944 kwam het front weer in beweging. Toen startten de Japanners met Operatie Ichi-Go hun grootste militaire operatie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er gingen 500.000 manschappen in de aanval met als doel de bases van de Amerikaanse luchtmacht in China te vernietigen en een landroute te creëren naar Frans Indochina. Beide doelen werden behaald. Het Chinese leger was groot, maar slecht uitgerust. Operatie Ichi-Go leverde volgens Hastings het doorslaggevende bewijs van hun onmacht. Het Chinese leger “smolt weg waar de Japanners optrokken”.123 Enkel omdat de Japanse bevoorradingslijnen te lang werden, stopte de aanval eind december 1944 in Zuid-Centraal-China.

Ardennenoffensief

Nu de geallieerde legers in Europa de Duitse grens snel naderden, werden door Hitler wanhopige pogingen ondernomen om meer mankracht te mobiliseren. Dit leidde tot de oprichting van de Volkssturm, een nationale volksmilitie waarvoor alle nog niet in dienst zijnde mannen tussen 16 en 60 jaar werden opgeroepen. De Duitse bevolking bespotte het uit jongens en oude mannen bestaande leger binnenskamers als het verwachte “wonderwapen”. Alom werd het gezien als een teken hoe wanhopig de zaken ervoor stonden. De manschappen konden niet adequaat worden uitgerust of getraind, maar ontvingen wel een grondige politieke scholing. Militair gezien speelden ze weinig klaar, maar hun inzet zorgde wel voor een verlenging van een reeds verloren oorlog en nog meer nodeloze verliezen aan mensenlevens (ongeveer 170.000).125

ardennenoffensief sneeuw
Amerikaanse infanteristen vechten in de sneeuw bij Amonines (België) tijdens het Ardennenoffensief, december 1944

Een van de laatste stuiptrekkingen van het Derde Rijk vormde het Ardennenoffensief. Ondanks de geallieerde bombardementen en het grondstoffentekort, draaide de Duitse industrie in 1944 nog goed. Ook omdat op grote schaal (buitenlandse) dwangarbeiders (bijna acht miljoen) werden ingezet. Daardoor was het regime in staat om duizenden soldaten en meerdere pantserdivisies opnieuw uit te rusten. Hitler wilde deze inzetten om met een massale aanval de haven van Antwerpen te heroveren en zo een wig te drijven tussen de geallieerde legers aan het westfront. Volgens Hitler zou het bondgenootschap dan uit elkaar vallen en konden gunstige vredesvoorwaarden worden bedongen.126 Het plan had raakvlakken met dat van mei 1940. Toen had Hitler echter de beschikking over twee keer zo veel troepen en meer voorraden en luchtsteun. Op 16 december 1944 gingen 200.000 Duitsers in de aanval tegen (aanvankelijk) zo’n 80.000 Amerikanen op een 65 kilometer breed front in de Ardennen.

De eerste dagen vlotte het offensief redelijk. De relatief zwakke en voor een deel onervaren Amerikaanse troepen die de zuidelijke sector van het front bezetten, werden totaal verrast. Het Duitse Vijfde Pantserleger rukte 100 kilometer op en bereikte bijna de Maas. In de Schnee-Eifel aan de grens met België vond de grootste Amerikaanse overgave plaats sinds die in Bataan in 1942. Bij de Elsenborgrug werd echter dapper standgehouden en de Duitsers slaagden er niet in om het belangrijke verkeersknooppunt Bastogne te veroveren. Rond Kerstmis werd de aanval door de inzet van versterkingen en grootschalige luchtaanvallen gesmoord. De Amerikaanse generaal George Patton maakte veel indruk door zijn Derde Leger 90 graden te draaien en de belegerde 101st Airborne Division na een opmars van 180 kilometer te ontzetten op tweede kerstdag.

Twee uitgeschakelde 'Wirbelwinds' in België, januari 1945
Twee uitgeschakelde ‘Wirbelwinds’ in België, januari 1945

In een poging geallieerde troepen uit de Ardennen weg te lokken, ging Hitler op 1 januari 1945 opnieuw, en naar later zou blijken voor het laatst, in de aanval aan het westfront. Operatie Nordwind, een aanval in de Elzas, was echter niet meer dan “een tijdelijk stevig briesje”.127 De Amerikanen konden het offensief een halt toeroepen zonder dat zij troepen aan het Ardennenfront hoefden te onttrekken.

Hoe heftig de gevechten ook waren. Geen moment bestond het gevaar dat de kansen voor Duitsland zouden keren…

…concludeert Antony Beevor.128 Zij kwamen niet in de buurt van Antwerpen, maar hun offensief resulteerde voor de Amerikanen wel in een van de bloedigste veldslagen van de oorlog. Ook kwamen er honderden burgers om door het geweld. “Hitler had gegokt en verloren”,129 aldus historicus Tucker-Jones. De Duitse strijdkrachten waren na afloop totaal uitgeput en hadden veel onvervangbaar materieel en 90.000 man verloren (dood, vermist, of gewond). Zelfs Hitler besefte hierna volgens zijn biograaf Ian Kershaw dat de oorlog verloren was, maar hij dacht desondanks niet aan overgave. “We kunnen ten onder gaan. Maar we nemen een wereld met ons mee”,130 zo verklaarde Hitler volgens een van zijn adjudanten.

Oderoffensief

In januari 1945 kwam de midden-sector van het Oostfront, waar het sinds augustus 1944 vrij rustig was geweest, weer in beweging. De Sovjets lanceerden een groot offensief en de Duitse troepen vielen uiteen. Warschau en grote delen van Oost-Pruisen werden veroverd. De rivier de Oder (het laatste natuurlijke obstakel voor Berlijn) werd overgestoken. Miljoenen Duitsers sloegen uit angst voor het Rode Leger op de vlucht. Onder leiding van de Kriegsmarine werd een grootschalige evacuatie van militairen en burgers naar het westen opgestart.

oderoffensief
Bewoners van Łódź verwelkomen Sovjet-tanks bij de intocht in de stad, 1945
Meerdere Duitse schepen werden in de Oostzee tot zinken gebracht. Met als beruchtste voorbeeld de Wilhelm Gustloff, waarbij ruim 9.000 vluchtelingen om het leven kwamen. Dat was het volgens haar bevelhebber Dönitz echter waard om miljoenen uit handen van de Sovjets te houden.131 De gevechten in deze laatste maanden, toen voor iedereen duidelijk was dat het einde naderde, waren opvallend bloedig. In de laatste vier maanden van de oorlog kwamen meer Duitsers om dan in de hele periode 1942-1943.132

Op 27 januari 1945 bevrijdden Sovjet-troepen Auschwitz. De meeste gevangenen waren al eerder geëvacueerd middels ronduit gruwelijke dodenmarsen. Ook uit andere concentratiekampen werden de gevangenen, vaak te voet en zonder goed schoeisel, warme kleding en voldoende rantsoen, op transport gesteld als de geallieerde legers naderden. Velen van hen kwamen zo alsnog, vlak voor hun aanstaande bevrijding, om het leven.

Jalta

In februari 1945 ontmoetten de drie belangrijkste geallieerde leiders – Stalin, Churchill en Roosevelt – elkaar in Jalta op de Krim. Hier werden de grenzen van en invloedssferen in het naoorlogse Europa voor (naar later zou blijken) de komende vijftig jaar vastgelegd. Tegen beter weten in probeerden de westerse geallieerden de verstandhouding met de Sovjet-Unie goed te houden. Ook omdat zij wilden dat Stalin de oorlog aan Japan zou verklaren en lid zou worden van de Verenigde Naties. Deze toezeggingen deden de Sovjets en kwamen ze uiteindelijk ook na. Dat gold echter niet voor Stalins verzekering dat het zelfbeschikkingsrecht van het Poolse volk door de Sovjet-Unie geaccepteerd zou worden. Vrije verkiezingen zouden er tot 1991 niet komen.

Later zijn de westerse leiders bekritiseerd omdat ze te veel aan Stalin zouden hebben toegegeven. Volgens historicus Andrew Roberts was het “centrale doorslaggevende feit” echter dat er ruim zes miljoen soldaten van het Rode Leger in Oost-Europa stonden en de Sovjets niet van plan waren ook maar iets van de door hen met grote offers veroverde gebieden op te geven.133 Er zat voor de westerse landen dan ook weinig anders op dan de status quo te accepteren.

Rijnoversteek

Na het afgeslagen Ardennenoffensief hergroepeerden de westerse geallieerde legers zich en trokken Duitsland binnen. De Rijn vormde met zijn breedte en diepte een obstakel, en een mogelijk geduchte verdedigingslinie. Op 7 maart 1945 wisten de Amerikanen in Remagen echter een van de weinige bruggen die nog niet vernietigd waren te veroveren. Later in de maand slaagden de geallieerde troepen er ook op andere plaatsen in de rivier over te steken. Honderdduizenden Duitse soldaten die zich eerder niet hadden mogen terugtrekken achter de Rijn, werden nu gedood of gevangen genomen.

Hitler had het Roergebied tot vesting uitgeroepen. Er waren daartoe ook 325.000 Wehrmachtsoldaten gelegerd. Door de snelle oversteek van de Rijn en daaropvolgende opmars, werd het industriegebied echter omsingeld. Afgesneden van de bevoorrading en zonder munitie was verzet zinloos, er gaven zich 317.000 man over. De Amerikanen hadden wellicht direct daarna kunnen doorstoten naar Berlijn, maar dat doel werd conform eerder gemaakte afspraken aan de Sovjets overgelaten. Eisenhower splitste zijn troepen om Noord-Duitsland te veroveren en Denemarken eerder te bereiken dan het Rode Leger. Een ander deel trok op naar Oostenrijk, om te voorkomen dat Hitler daar een ‘Alpenvesting’ zou stichten.

De brug bij Remagen viel in 1945 ongeschonden in handen van de geallieerden

Slag om Berlijn

Nadat het Rode Leger de Oder was overgestoken, moest het halt houden om de logistieke situatie op orde te brengen. Ondertussen bereidde het zich voor op de laatste beslissende slag. Voor de aanval op Berlijn werden 2,5 miljoen soldaten van het Rode Leger ingezet. Ter vergelijking: dat was meer dan de volledige troepenmacht van de westerse geallieerden in Europa. Een eerste frontale aanval op de Seelower Höhen verliep aanvankelijk moeizaam, maar Zhukov zette door. Onder zware verliezen braken zijn troepen door de verdedigingslinies. Een grote omsingelingsoperatie werd gestart en er braken in de Duitse hoofdstad bloedige straatgevechten uit. Op 24 en 25 april 1945 ontmoetten Amerikaanse en Sovjet-troepen elkaar op meerdere plaatsen aan de Elbe. Het Derde Rijk was daarmee in tweeën gespleten.

Een anonieme dagboekschrijfster getuigde over de Slag om Berlijn:

Onze dag wordt bepaald door luchtafweergeschut en artillerie. Vreemde tijd. Je maakt geschiedenis mee uit de eerste hand, dingen waarover later zal worden gezongen en verteld. Maar van dichtbij lossen ze op in zorgen en angst. Geschiedenis is iets heel moeizaams. Morgen wil ik brandnetels zoeken en kolen halen.134

Verwoest Berlijn, 1945
Verwoest Berlijn, 1945

Mussolini was twee dagen daarvoor gevangen genomen door Italiaanse partizanen en geëxecuteerd. Een paar dagen later gaven alle As-troepen in Italië zich over aan de geallieerden. Op 4 mei 1945 capituleerden de Duitse troepen in Nederland, Denemarken en het noordwesten van Duitsland. Karl Dönitz, die door Hitler was benoemd tot zijn opvolger als Rijkspresident, trachtte te onderhandelen met Eisenhower. Door de zelfmoord van Hitler was (volgens Ian Kershaw) de grootste barrière voor overgave weggenomen bij de Duitsers.135

De geallieerde opperbevelhebber maakte echter duidelijk dat alleen met onvoorwaardelijke capitulatie van de Duitse strijdkrachten genoegen zou worden genomen. Deze werd op 7 mei 1945 getekend in Reims en trad de volgende dag in werking. Op aandrang van Stalin vond er op 8 mei 1945 ook een capitulatieceremonie plaats in Berlijn.

Atoombom

In Azië kwam MacArthur op 20 oktober 1944 zijn belofte na en keerde terug op de Filipijnen om de eilanden te heroveren. Honderdduizenden, voor het merendeel Filipino’s, kwamen bij de gevechten en moordpartijen door het Japanse leger om het leven. Of de campagne op de Filipijnen uiteindelijk bijdroeg aan de keizerlijke nederlaag valt te betwijfelen. Bij de zeeslagen die het gevolg waren van pogingen van de Japanse marine om de landingen op Leyte te verhinderen, verloor deze wel de meeste van de haar nog resterende vliegdekschepen.

In februari-maart 1945 werd het zwaar gefortificeerde eiland Iwo Jima, strategisch gelegen tussen de Marianen en Japan, na zware gevechten veroverd door Amerikaanse mariniers.

Beroemde foto die door Joe Rosenthal werd gemaakt op Iwo Jima
Raising the Flag on Iwo Jima – Beroemde foto die door Joe Rosenthal werd gemaakt op Iwo Jima

Na de verovering van Iwo Jima was het volgende doel Okinawa. Dat moest een springplank worden voor de invasie van de thuiseilanden van het keizerrijk. De Japanners pasten hier een nieuwe strategie toe. In plaats van de stranden te verdedigen, hadden zij dieper landinwaarts stellingen aangelegd. Tijdens de slag voerden de Japanners grootschalige kamikaze-aanvallen uit, met honderden vliegtuigen. Deze zelfmoordpiloten die zich doelbewust te pletter vlogen op een doelwit, wisten, gecombineerd met conventionele bombardementen, 36 vijandige schepen tot zinken te brengen. Honderden werden er beschadigd. Dat was een gevoelig verlies voor de Amerikaanse en Britse marine, maar het was niet beslissend.

De Amerikanen hadden grote moeite om de diep ingegraven vijand te verslaan. Een Japanse tegenaanval in mei 1945 pakte echter verkeerd uit voor de keizerlijke troepen. Door de zware verliezen die zij hierbij leden, was het lot van Okinawa bezegeld. Op 22 juni 1945 gaven de laatste Japanse verdedigers zich over of (zoals in het geval van de hoogste bevelhebbers) pleegden zelfmoord. De Amerikanen hadden 12.000 doden te betreuren. De Japanners bijna het tienvoudige. Er waren ook tienduizenden burgers op het eiland om het leven gekomen. Met hun halsstarrige verdediging wilden de Japanners duidelijk maken dat een invasiemacht zwaar zou boeten voor een amfibische aanval op de thuiseilanden. Die waarschuwing kwam over, maar de Amerikanen trokken er een andere les uit dan het Keizerrijk voor ogen had.

USS Bunker Hill kamikaze
Het Amerikaanse vliegdekschip USS Bunker Hill staat in brand na twee kamikaze-aanvallen binnen dertig seconden, mei 1945

Sinds 1942 werd in de Verenigde Staten gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuw destructief wapen, dat alles wat daarvoor op dat gebied was ontwikkeld in de schaduw stelde: de atoombom. In de jaren dertig hadden diverse experimenten aangetoond dat het mogelijk was een bom te bouwen die was gebaseerd op kernsplijting. De ontwikkeling in de Verenigde Staten kwam pas echt op gang nadat het land bij de oorlog betrokken raakte, maar toen zette het ook alles in, op zowel wetenschappelijk, organisatorisch als financieel vlak. Met succes: op 16 juli 1945 vond de eerste proefexplosie plaats. Dat de bom zou worden ingezet tegen Japan, stond niet ter discussie, althans niet binnen de politieke en militaire leiding. Amerika beschikte nu over een middel om het conflict snel te beëindigen, waarvoor twee miljard dollar was uitgegeven.

Op 6 augustus 1945 werd de eerste atoombom genaamd Little Boy afgeworpen boven de stad Hiroshima. Deze had een explosieve kracht van ongeveer 15 kiloton. Als gevolg van de drukgolf, hitte en straling die vrijkwamen door de explosie, waren 78.000 mensen op slag dood. Een vergelijkbaar aantal zou nadien, ook nog na de oorlog, overlijden als gevolg van de straling en daardoor veroorzaakte ziektes.

Atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, 1945
Atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, 1945

Toen Japan nog geen aanstalten leek te maken om te capituleren, werd op 9 augustus 1945 een tweede atoombom genaamd Fat Man gedropt boven Nagasaki. Na consultatie van de keizer ging de Japanse regering nu wel akkoord met de geallieerde voorwaarden. Ook de militaire hardliners zagen in dat tegen een dergelijk wapen niet te vechten viel. Zo communiceerde de keizer het ook richting de buitenwereld in een radiotoespraak op 15 augustus 1945, waarin hij bekendmaakte dat Japan zich overgaf.

De vijand beschikt over een nieuw en verschrikkelijk wapen met de macht om vele onschuldige levens te vernietigen en onberekenbare schade toe te brengen.136

De atoombom verschafte Japan feitelijk een excuus om de oorlog te beëindigen. Dit gebeurde uiteindelijk officieel op 2 september 1945 toen de capitulatie werd getekend aan boord van een Amerikaans slagschip in de Baai van Tokio.

Koichi Tagawa overleefde de atoombomaanval op Nagasaki

Op 23 augustus 1945 schreef hij in zijn dagboek:

De vijandelijke toestellen hebben onlangs een nieuw ontworpen bom afgeworpen. Wat een absurde kracht had die. Kijk naar de afgrijselijke schade die hij heeft aangericht. Niet één huis onbeschadigd, voor zover ik kan zien. Ik ben nog maar alleen op de wereld. Niet langer kan ik mijn moeder zien, mijn enige troost. Binnen een paar seconden ben ik mijn moeder en mijn thuis kwijtgeraakt. Ik heb geen kleren, geen bezittingen. Mijn moeder heeft drie jaar lang voor me gezorgd, toen ik ziek was. Nooit verloor ze de hoop, altijd gaf ze warmte en licht. Zonder haar is mijn leven zinloos, niets om naar uit te kijken.

Hoe moet ik vanaf nu verder leven? Het enige wat lonkt is een berg ontberingen. Mijn hoofd is een en al mist. Het enige wat ik zie, is eindeloze vernietiging en dood. Ik voel me een totale dwaas.137

De Japanse buitenlandminister Mamoru Shigemitsu ondertekent het overgave-document aan boord van de USS Missouri, terwijl generaal Richard K. Sutherland toekijkt, 2 september 1945
De Japanse buitenlandminister Mamoru Shigemitsu ondertekent het overgave-document aan boord van de USS Missouri, terwijl generaal Richard K. Sutherland toekijkt, 2 september 1945

Had Japan zich ook zonder inzet van kernwapens overgegeven? Zonder twijfel. De historicus Richard Overy heeft het over een ‘cocktail van nijpende crises die op dat moment grote druk zetten op de Japanse machthebbers’ – de wens om het ‘thuisland’ en de keizer te beschermen tegen nog meer (nucleaire) bombardementen, de angst voor het communisme (die werd versterkt door de Sovjet-invasie in Mantsjoerije), zorgen over de binnenlandse stabiliteit en de ‘belabberde’ defensieve voorbereidingen, die allemaal van belang waren bij het besluit tot overgave.138

De (militaire) situatie van het land was medio 1945 onhoudbaar en de voorraden waren uitgeput. De productiecapaciteit bedroeg nog maar een derde van die in 1930.139 Aan de andere kant kon de keizer nog een beroep doen op twee miljoen soldaten en tientallen miljoenen burgers die konden worden gemobiliseerd. “De strijd had veel gruwelijker kunnen verlopen zonder de atoombom”, is daarom de conclusie van Beevor.140 Een geallieerde invasie van de thuiseilanden zou bepaald niet gemakkelijk zijn geweest. Zeker is dat de atoombommen de oorlog met een aantal maanden hebben bekort.

Slot

Zo kwam er een eind aan het grootste en bloedigste conflict uit de wereldgeschiedenis. De door de oorlog veroorzaakte problemen waren echter verre van voorbij. Dertig miljoen mensen, onder wie vluchtelingen, vrijgelaten gevangenen en dwangarbeiders, waren op drift. Een journalist merkte indertijd op dat op de Duitse wegen “de hele geschiedenis van Europa te zien is”.141

Vertriebenen postzegel
Duitse postzegel ter herinnering aan de Vertriebenen, de miljoenen Duitsers die na de Tweede Wereldoorlog uit Oost- en Midden-Europa werden verdreven
Europa werd verdeeld in twee machtsblokken. In Oost-Europa werd de ene tirannie vervangen door de andere. De veiligheidstroepen van Stalin waren de komende jaren in de Baltische Staten en Oekraïne nog druk bezig om deze met harde hand te vestigen. Na de oorlog vonden er verspreid door Europa vele dodelijke afrekeningen plaats. Het geweld was op sommige plaatsen intens, maar het hield relatief kort aan. Uitzonderingen daargelaten, zoals in Griekenland (waar tot 1949 een burgeroorlog woedde) en in Joegoslavië (waar naar schatting 100.000 mensen werden vermoord door partizanen). In Nederland vielen als gevolg van vergeldingen ‘slechts’ enkele tientallen doden. In Oost-Europa werden miljoenen Duitsers verdreven van hun geboortegrond. Een half miljoen kwam daarbij om het leven. Datzelfde lot trof ook miljoenen Polen en Oekraïners die vanwege de in Jalta overeengekomen grensverschuivingen gedwongen werden geherhuisvest.

De westerse landen verkeerden in de illusie dat zij hun gezag in hun overzeese koloniën snel zouden kunnen herstellen. Dat pakte echter anders uit. Geïnspireerd door de Amerikaanse afkeuring van imperialisme riepen veel koloniale gebieden de onafhankelijkheid uit, waaronder, India, Frans-Indochina en Nederlands-Indië. Voor de Europeanen zat er weinig anders op dan deze status, al dan niet na een bloedige oorlog, te erkennen.

Beklaagdenbank tijdens het Neurenbergproces.
Beklaagdenbank tijdens het proces van Neurenberg, november 1945

Tijdens en vlak na de oorlog bestonden er plannen voor een grootschalige denazificatie van Duitsland. Er vond ook een aantal processen tegen oorlogsmisdadigers plaats, waarvan het van 20 november 1945 tot 1 oktober 1946 gevoerde Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg het bekendst is. Al snel nam de urgentie van de vervolging van nazi’s echter af. De geallieerde bezettingsautoriteiten waren bang dat het staatsbestel zou instorten als te veel mensen werden vervolgd. Ook wilden zij, nu de onderlinge spanningen tussen de bondgenoten toenamen, het Duitse volk niet te veel tegen zich in het harnas jagen. Dit resulteerde er onder meer in dat van de meer dan 6.000 kampbewakers slechts 10% werd vervolgd. Velen met een dubieus verleden ontsprongen de dans, “dankzij een mildheid die ze zelf nooit voor hun slachtoffers hadden kunnen opbrengen”, aldus Kershaw.142

Japan kende ook een ‘Neurenberg’ in vorm van het Proces van Tokio. Uitgezonderd die rechtszaak werden er echter maar weinig oorlogsmisdadigers vervolgd, nog minder als in Duitsland. Mede op aandrang van de na de capitulatie aangestelde gouverneur MacArthur, kwam er een nieuwe grondwet, waarin de macht van de keizer werd beperkt. Het Japanse leger mocht voortaan alleen nog maar voor zelfverdedigingsdoeleinden worden ingezet. “De grondwet van MacArthur is nu nog steeds grotendeels van kracht in het land.”143

De Joden die de verschrikkingen van de Holocaust hadden overleefd, wachtte bij thuiskomst vaak een kille ontvangst. In Polen werden bij een aantal naoorlogse pogroms zelfs meer dan 300 mensen vermoord. Velen van hen emigreerden, onder meer naar het Britse mandaatgebied Palestina, waar in 1948 de Joodse staat Israël werd opgericht.

Monumentale begraafplaats en herdenkingsplek voor gesneuvelde Sovjetsoldaten
Monumentale begraafplaats en herdenkingsplek in Warschau, voor gesneuvelde Sovjet-soldaten (CC BY 3.0 – Wistula – wiki)

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vielen er zeventien miljoen doden. Dat was toen ongekend. In de Tweede stierven minimaal 60 tot mogelijk 70 miljoen militairen en burgers. De twee aanstichters, Duitsland en Japan, verloren respectievelijk 6,9 miljoen en 2,69 miljoen mensen. Daarvan was 5,3 respectievelijk 1,74 miljoen militair personeel.144

Absoluut gezien telde de Sovjet-Unie de meeste slachtoffers: 26,6 miljoen, dit was 15% van de bevolking.145 In dat getal zijn echter ook miljoenen Polen, Oekraïners en Belarussen meegerekend.146 Meer dan de helft van het Rode Leger bestond uit niet-Russen. De zwaarste gevechten werden geleverd in het westen van de Sovjet-Unie, het grondgebied van het huidige Belarus en Oekraïne. Deze landen werden dan ook zwaar getroffen. In Belarus stierf 25,3% van de bevolking (ruim 2,3 miljoen) tussen 1941 en 1945, het hoogste percentage van alle oorlogvoerende landen. Ook zo’n 6,85 miljoen Oekraïners kwamen om het leven.147 De verliezen van de westerse geallieerden waren naar verhouding minder groot. Er stierven 449.000 Britten door oorlogsomstandigheden, terwijl de Verenigde Staten in totaal 419.000 mensen verloren.

‘Sag mir wo die Blumen sind’

Twee coupletten uit het anti-oorlogslied Sag mir wo die Blumen sind dat Marlene Dietrich in 1962 zong.

Sag wo die Soldaten sind
Wo sind sie geblieben?
Sag wo die Soldaten sind
Was ist geschehen?
Sag wo die Soldaten sind
Über Gräben weht der Wind
Wann wird man je verstehen?
Wann wird man je verstehen?
Sag mir wo die Gräber sind
Wo sind sie geblieben?
Sag mir wo die Gräber sind
Was ist geschehen?
Sag mir wo die Gräber sind
Blumen wehen im Sommerwind
Wann wird man je verstehen?
Wann wird man je verstehen?

De Tweede Wereldoorlog was in de woorden van Norman Davies “een gevecht tussen twee boosaardige ideologieën”.148 Zowel de nazi’s als de Sovjets vervolgden mensen, zoals Joden, Polen en politieke tegenstanders, niet zozeer omdat ze iets gedaan hadden, maar puur om wie ze waren. “Het is lastig om het Sovjet-systeem in vergelijking met nazi-Duitsland ook maar enige morele superioriteit toe te dichten”, aldus Hastings.149 Het enige verschil is dat aan de genocide van de nazi’s een raciale ideologie ten grondslag lag, terwijl de door de Sovjet-Unie gepleegde massamoorden werden gemotiveerd door het wantrouwen en de wraak van Stalin.

De Tweede Wereldoorlog legde de basis voor een relatief vredige periode in Europa en voor een betere internationale samenwerking en rechtsorde. “De geallieerde overwinning leidde allerminst tot de wereldvrede”, constateert Beevor.150 Deze redde de wereld wel van “een veel erger lot dat een overwinning van Duitsland en Japan mee zou hebben gebracht”.151 De herinnering is blijven bestaan. Er is geen andere oorlog die zoveel monumenten, herdenkingen, discussies, boeken, artikelen, films en videogames heeft opgeleverd als de Tweede Wereldoorlog. Op de website www.tracesofwar.nl vindt u meer informatie hierover.

Met dank aan Robert Jan Noks, Ed Woertman, Herma de Vries en Kevin Prenger.

Noten en bronnen

Bronnen
Boeken
-Anoniem, Een vrouw in Berlijn, Amsterdam, 2004
-Bass, G., Het Tokiotribunaal, Amsterdam, 2023
-Beevor, A., De Tweede Wereldoorlog, Amsterdam, 2012
-Davies, N., Europa in oorlog, Houten, 2009
-Figes, Ol., Het verhaal van Rusland, Amsterdam, 2022
-Funnekotter, B., Ze waadden tot hun enkels in het bloed, Amsterdam, 2009,
-Hamilton, N., Roosevelt versus Churchill, Amsterdam, 2016
-Hastings, M., De geheime oorlog, Amsterdam,, 2015
-Hastings, M., Inferno, Amsterdam, 2020
-Kershaw, I., De Afdaling in de hel, Houten – Antwerpen, 2015
-Kershaw, I., Hitler de biografie, Houten, 2011
-Kershaw, I., Tot de laatste man, Houten, 2011
-Matthews, O., De onfeilbare spion, Amsterdam, 2019
-Mayer, S. (redactie), De Japanse oorlogsmachine, Amsterdam, 1978
-Moorhouse, R., Duivelspact, Utrecht, 2016
-Naoke, A., De martelaar en de rode kimono, Amsterdam, 2024, p. 202
-Overy R., Regen van verwoesting, Utrecht, 2025
-Prenger, K. Kerstmis onder vuur, Spijk, 2018
-Reid, A., Leningrad, Amsterdam, 2011
-Roberts, A., Churchill, Amsterdam, 2019
-Roberts, A., (redactie) Legendarische veldheren 3, Utrecht, 2012
-Rossem, M. van, Drie oorlogen, Amsterdam, 2008
-Taylor, F., 1939, Amsterdam, 2019
-Tucker-Jones, A., Hitlers winter, Meppel, 2022
-Vos, L., De strijd van de witte adelaar, Leuven, 2005
-Vos, L. de, De Tweede Wereldoorlog, Leuven, 2004

Artikelen
-Harmsen, M., “De man die de Blitzkrieg uitvond”, Geschiedenis Magazine, nr. 3, 2016
-Jansen, M., “Klem tussen Hitler en Stalin”, Historisch Nieuwsblad nr. 5/2022
-Klemann, H., “Nederland productieland”, Historisch Nieuwsblad nr. 5/2016
-Klep, C., “Het tweede Normandië”, Historisch Nieuwsblad nr. 9/2019
-Kromhout, B., “Stalin kreeg alles wat hij wilde”, Historisch Nieuwsblad, nr. 5/2023
-Melching, W., “De onderschatting van Adolf Hitler”, Historisch Nieuwsblad, nr. 2/2013
-Melching, W., “Hitlers Russische roulette”, Historisch Nieuwsblad 5/2014
-Middelwijk M., “Duinkerken 1940”, Geschiedenis Magazine, nr. 8/2023
-Riel, M. van, “Een vergeten bondgenoot”, Historisch Nieuwsblad, nr. 5/2020
-Roekel, E. van, “Vechten voor de vijand. Nederlanders bij de Waffen-SS”, Historisch Nieuwsblad, nr.
-Steen, P. van der ,“Een militair meesterwerk”, Historisch Nieuwsblad nr. 5/2014
-Stevens, R., “Krappe economie nekt Hitler”, Historisch Nieuwsblad, nr. 1/2025
5/2019
-Vossen, K., “Quisling, een archetypische landverrader”, Historisch Nieuwsblad, nr. 5/2019
-Wijdeven, I. van de, “Hitlers waagstuk”, Geschiedenis Magazine, nr. 3/2024
-Wijdeven, I. van de, “Een Hongaarse held, de vaderlandsliefde van Miklós Horthy”, Historisch Nieuwsblad, nr. 3/2018

Online
-https://en.wikipedia.org/wiki/Romani_Holocaust.
-https://historianet.nl/oorlog/tweede-wereldoorlog/slagen-van-de-tweede-wereldoorlog/de-langste-slag-op-duitse-bodem-amerikanen-gingen-bos-des-doods-binnen
-https://historianet.nl/maatschappij/geschiedenis-van-rusland/poetin-erfde-rampspoed-zo-vaagde-hitler-de-toekomst-van-rusland-weg
-https://historiek.net/holocaust-betekenis-samenvatting-jodenvervolging/135570/
-https://www.musicanet.org/robokopp/english/weregoin.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/567/Slag-om-de-Atlantische-Oceaan.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/1103/Regeringsverklaring-Churchill-13-05-1940.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/1133/Slag-om-Stalingrad.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/1238/Toespraak-Roosevelt-na-Pearl-Harbor-08-12-1941-Day-of-Infamy-speech.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/1361/Gerstein-Rapport-04-05-1945.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/1642/Wannseeconferentie.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/1671/TC-Gibbs-sergeant-in-de-Amerikaanse-luchtmacht.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/1988/T-Dankers-Van-Beek-dagboek-van-september-1944-tot-de-bevrijding.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/2397/Nazischip-Wilhelm-Gustloff.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/2887/Fred-Seiker-Opdat-Wij-Nooit-Vergeten-Lest-We-Forget.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/4114/Martin-Bormann.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/4470/Arthur-Harris.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/4490/Atoombommen-op-Hiroshima-en-Nagasaki.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/4696/T-34.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/8000/Be%C5%82%C5%BCec.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/4721/Poolse-cavalerie-1937-1939.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/5354/Walter-Model.htm
-https://www.tracesofwar.nl/articles/7331/Douglas-MacArthur.htm
-https://www.musicanet.org/robokopp/english/weregoin.htm
-https://www.youtube.com/watch?v=eXZHX6oB_4w
-https://www.youtube.com/watch?v=PvJtwWyZcPM
-https://www.youtube.com/watch?v=yDbquD4Svyc

Noten
1 – Deze aanduiding is door meerdere historici gebruikt, onder meer George Kennan.
2 – Kershaw, I., De Afdaling in de hel, Houten – Antwerpen, 2015 (hierna: Kershaw 2015), inleiding
3 – Beevor, A., De Tweede Wereldoorlog, Amsterdam, 2012, (hierna: Beevor 2012), p. 13
4 – Melching, W., “De onderschatting van Adolf Hitler”, Historisch Nieuwsblad, nr. 2/2013
5 – Riel, M. van, “Een vergeten bondgenoot”, Historisch Nieuwsblad, nr. 5/2020
6 – Bass, G., Het Tokiotribunaal Amsterdam, 2023, (hierna: Bass 2023), hoofdstuk 7
7 – Beevor 2012, p. 16
8 – Kershaw 2015, hoofdstuk 5
9 – Hastings, M., De geheime oorlog, Amsterdam,, 2015 (hierna: Hastings) 2015, p. 44
10 – Stevens, R., “Krappe economie nekt Hitler”, Historisch Nieuwsblad, nr. 1/2025
11 – Kershaw 2015, hoofdstuk 7
12 – Roberts, A., (redactie) Legendarische veldheren 3, Utrecht, 2012 (hierna: Roberts 2012), p. 268
13 – Kershaw, I., Hitler de biografie, Houten, 2011 (hierna: Kershaw 2011), p. 538
14 – Moorhouse, R., Duivelspact, Utrecht, 2016 (hierna: Moorhouse 2016), hoofdstuk 1
15 – Kromhout, B., “Stalin kreeg alles wat hij wilde”, Historisch Nieuwsblad, nr. 5/2023
16 – Taylor, F., 1939, Amsterdam, 2019 (hierna: Taylor 2019), p. 374-376
17 – Hastings, M., Inferno, Amsterdam, 2020 (hierna: Hastings 2020), p. 19
18 – https://www.tracesofwar.nl/articles/4721/Poolse-cavalerie-1937-1939.htm
19 – Roberts 2012, p. 287
20 – Moorhouse 2016, hoofdstuk 2
21 – Kershaw 2011, p. 588
22 – Wijdeven, I. van de, “Hitlers waagstuk”, Geschiedenis Magazine, nr. 3/2024
23 – Hastings 2020, p. 58
24 – https://www.musicanet.org/robokopp/english/weregoin.htm
25 – https://www.tracesofwar.nl/articles/1103/Regeringsverklaring-Churchill-13-05-1940.htm
26 – Beevor 2012, p. 112
27 – Roberts, A., Churchill, Amsterdam, 2019 (hierna: Roberts 2019), p. 610
28 – Hastings 2020, p. 82
29 – Beevor 2012, p. 128
30 – Middelwijk M., “Duinkerken 1940”, Geschiedenis Magazine, nr. 8/2023
31 -Hastings 2020, p. 102
32 – Roberts 2020, p. 645
33 – Hastings 2020, p. 742
34 – Moorhouse 2016, hoofdstuk 7
35 – Kershaw 2011, p. 686
36 – https://www.youtube.com/watch?v=eXZHX6oB_4w
37 – Moorhouse 2016, hoofdstuk 9
38 – Beevor 2012, p. 221
39 – Hastings 2020, p. 179 en https://www.youtube.com/watch?v=PvJtwWyZcPM
40 – Hastings 2015, p. 714
41 – Figes, Ol., Het verhaal van Rusland, Amsterdam, 2022 (hierna: Figes 2022), p. 250
42 – De genoemde aantallen komen uit Reid, A., Leningrad, Amsterdam, 2011, (hierna: Reid 2011) p. 359-361
43 – Hastings 2020, p. 205
44 – Reid 2011, p. 189
45 – Roberts 2012, p. 328
46 – Kershaw 2011, p. 869
47 – Hastings 2015, p. 235
48 – Hastings 2020, p. 230
49 – https://www.tracesofwar.nl/articles/1238/Toespraak-Roosevelt-na-Pearl-Harbor-08-12-1941-Day-of-Infamy-speech.htm
50 – Kershaw 2011, p. 735
51 – Melching, W., “Hitlers Russische roulette”, Historisch Nieuwsblad 5/2014
52 – Beevor 2012, p. 248
53 – Hamilton, N., Roosevelt versus Churchill, Amsterdam, 2016 (Hierna: Hamilton 2016), p. 214
54 – Roberts 2019, p. 775
55 – Hastings 2020, p. 237
56 – Bass 2023, hoofdstuk 11
57 – Beevor 2012, p. 853 en Bass 2023, hoofdstuk 15
58 – https://www.tracesofwar.nl/articles/2887/Fred-Seiker-Opdat-Wij-Nooit-Vergeten-Lest-We-Forget.htm
59 – Beevor 2012, p. 324
60 – https://www.tracesofwar.nl/articles/1642/Wannseeconferentie.htm
61 – Beevor 2012, p. 326
62 – Hastings 2020, p. 586
63 – https://www.tracesofwar.nl/articles/8000/Be%C5%82%C5%BCec.htm
64 – https://historiek.net/holocaust-betekenis-samenvatting-jodenvervolging/135570/#google_vignette en https://en.wikipedia.org/wiki/Romani_Holocaust. Ten aanzien van de moord op de Roma en Sinti worden verschillende aantallen genoemd die variëren tussen de 100.000 en 1,5 miljoen. Bij herdenkingen spreekt men meestal over 500.000 slachtoffers.
65 – https://www.tracesofwar.nl/articles/1361/Gerstein-Rapport-04-05-1945.htm
66 – Klemann, H., “Nederland productieland”, Historisch Nieuwsblad nr. 5/2016
67 – Hastings 2015, p. 379
68 – Vossen, K., “Quisling, een archetypische landverrader”, Historisch Nieuwsblad, nr. 5/2019
69 – Roekel, E. van, “Vechten voor de vijand. Nederlanders bij de Waffen-SS”, Historisch Nieuwsblad, nr. 5/2019
70 – Bass 2023, hoofdstuk 11, paragraaf Panazianisme
71 – Kershaw 2015, hoofdstuk 8
72 – Beevor 2012, p. 214
73 – Roberts 2019, p. 873-875
74 – Hastings 2020, p. 463
75 – Englund, P., November 1942, Amsterdam, 2022, Beevor 2012, p. 365 en Rees, L., Operatie Barbarossa, ’s-Gravenhage, 2001 (hierna: Rees 2001) ,p. 123
76 – Rees 2001, p. 133
77 – https://www.tracesofwar.nl/articles/1133/Slag-om-Stalingrad.htm
78 – Harmsen, M., “De man die de Blitzkrieg uitvond”, Geschiedenis Magazine, nr. 3, 2016
79 – https://www.tracesofwar.nl/articles/1133/Slag-om-Stalingrad.htm
80 – Beevor 2012, p. 439
81 – Hastings 2020, p. 278
82 – Beevor 2012, p. 278
83 – Mayer, S. (red.), De Japanse oorlogsmachine, Amsterdam, 1978 (hierna: Mayer 1978), p. 135
84 – https://www.tracesofwar.nl/articles/567/Slag-om-de-Atlantische-Oceaan.htm
85 – Hastings 2020, p. 316
86 – Hastings 2015, p. 141
87 – Hastings 2020, p. 317
88 – Hamilton 2016, p. 264
89 – Beevor 2012, p. 530
90 – Figes 2022, p. 249
91 – Hamilton 2016, p. 243
92 – Hamilton 2016, p. 352-353
93 – Hastings 2020, p. 514
94 – Hastings 2020, p. 446
95 – Beevor 2012, p. 563-564
96 – Hastings 2020, p. 209
97 – https://www.tracesofwar.nl/articles/4696/T-34.htm
98 – Funnekotter, B., Ze waadden tot hun enkels in het bloed, Amsterdam, 2009, p. 200
99 – Steen, P. van der ,“Een militair meesterwerk”, Historisch Nieuwsblad nr. 5/2014
100 – Davies, N., Europa in oorlog, Houten, 2009 (hierna: Davies 2009), p. 162
101 – Kershaw 2011, p. 894
102 – https://www.tracesofwar.nl/articles/5354/Walter-Model.htm
103 – Wijdeven, I. van de, “Een Hongaarse held, de vaderlandsliefde van Miklós Horthy”, Historisch Nieuwsblad, nr. 3/2018
104 – Prenger, K. Kerstmis onder vuur, Spijk, 2018, p. 239.
105 – https://www.tracesofwar.nl/articles/1988/T-Dankers-Van-Beek-dagboek-van-september-1944-tot-de-bevrijding.htm
106 – https://historianet.nl/oorlog/tweede-wereldoorlog/slagen-van-de-tweede-wereldoorlog/de-langste-slag-op-duitse-bodem-amerikanen-gingen-bos-des-doods-binnen
107 – Klep, C., “Het tweede Normandië”, Historisch Nieuwsblad nr. 9/2019
108 – https://www.tracesofwar.nl/articles/4470/Arthur-Harris.htm
109 – Hastings 2020, p. 538
110 – Beevor 2012, p. 715
111 – https://www.youtube.com/watch?v=yDbquD4Svyc
112 – https://www.youtube.com/watch?v=fWJJ4DjV7mg
113 – Hastings 2015, p. 295
114 – Hastings 2020, p. 551
115 – https://www.youtube.com/watch?v=1dcv4bdPhh4
116 – https://www.tracesofwar.nl/articles/1671/TC-Gibbs-sergeant-in-de-Amerikaanse-luchtmacht.htm
117 – Hastings 2015, p. 294
118 – https://www.tracesofwar.nl/articles/7331/Douglas-MacArthur.htm
119 – Hastings 2020, p. 496
120 – Hastings 2020, p. 300
121 – Mayer 1978, p. 64
122 – Overy R., Regen van verwoesting, Utrecht, 2025 (hierna: Overy 2025), p. 39
123 – Hastings 2020, p. 490
124 – Kershaw, I., Tot de laatste man, Houten, 2011 (hierna: laatste man 2011), p. 442
125 – https://www.tracesofwar.nl/articles/4114/Martin-Bormann.htm
126 – Tucker-Jones, A., Hitlers winter, Meppel, 2022 (hierna: Tucker-Jones 2022), hoofdstuk 1 en 2
127 – Kershaw 2011, p. 974
128 – Aldus Antony Beevor in Historisch Nieuwsblad, nr. 5/2015, “Hitler wilde iedereen in zijn ondergang meeslepen”
129 – Tucker-Jones 2022, p. 292
130 – Kershaw 2011, p. 977
131 – https://www.tracesofwar.nl/articles/2397/Nazischip-Wilhelm-Gustloff.htm
132 – Hastings 2020, p. 689
133 – Roberts 2019, p. 952
134 – Anoniem, Een vrouw in Berlijn, Amsterdam, 2004, p. 26
135 – Laatste man 2011, p. 450
136 – https://www.tracesofwar.nl/articles/4490/Atoombommen-op-Hiroshima-en-Nagasaki.htm
137 – Naoke, A., De martelaar en de rode kimono, Amsterdam, 2024, p. 202
138 – Overy 2025, p. 147-148 en 163
139 – Mayer 1978, p. 253
140 – Beevor 2012, p. 847
141 – Beevor 2012, p. 834
142 – Kershaw 2015, hoofdstuk 10
143 – https://www.tracesofwar.nl/articles/7331/Douglas-MacArthur.htm
144 – Hastings 2020, p. 752
145 – https://historianet.nl/maatschappij/geschiedenis-van-rusland/poetin-erfde-rampspoed-zo-vaagde-hitler-de-toekomst-van-rusland-weg
146 – Davies 2009, p. 369
147 – Jansen, M., “Klem tussen Hitler en Stalin”, Historisch Nieuwsblad nr. 5/2022
148 – Davies 2009, p. 82
149 – Hastings 2015, p. 720
150 – Beevor 2012, p. 855
151 – Hastings 2020, p. 858

×